rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-eurostarsprojecten-module-van-de-experimentele-kaderregeling-su/BWBR0023215/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

15 KiB
Raw Permalink Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling Eurostarsprojecten-module van de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten BWBR0023215 ministeriele-regeling geldend 2008-03-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0023215 Subsidieregeling Eurostarsprojecten-module van de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten

Subsidieregeling Eurostarsprojecten-module van de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten

Paragraaf 1. Begripsomschrijvingen

Artikel 1

1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. kaderregeling: Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten; b. b. Eurostars Programma: het gezamenlijke Eurostars Programma van EUREKA en de Europese Unie, inhoudend een internationaal Europees stimuleringsprogramma voor internationale samenwerkingsprojecten voor innovatieve ontwikkeling binnen het EUREKA-kader; c. c. Internationaal Evaluatie Panel: panel van onafhankelijke deskundigen dat binnen het Eurostars Programma de ingediende voorstellen voor internationale samenwerkingsprojecten voor innovatieve ontwikkeling beoordeelt en rangschikt; d. d. Eurostars High Level Group: het door de lidstaten, die deelnemen aan het Eurostars Programma, opgerichte samenwerkingsorgaan dat de rangschikking van internationale samenwerkingsprojecten door het Internationaal Evaluatie Panel goedkeurt; e. e. Eurostarsproject: een internationaal samenwerkingsproject voor innovatieve ontwikkeling binnen het EUREKA-kader dat voldoet aan de criteria van het Eurostars Programma, waarvan de rangschikking door de Eurostars High Level Group is goedgekeurd, bestaande uit een samenhangend geheel van activiteiten van industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling of een combinatie daarvan; f. f. Eurostars-samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend samenwerkingsverband van ten minste twee, niet in een groep verbonden, in Nederland gevestigde partijen die een Eurostarsproject uitvoeren, welk verband is opgericht ten behoeve van de uitvoering van een Eurostarsproject; g. g. onderzoeksorganisatie: een onderzoeksorganisatie in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie nr. 2006/C 323/01; h. h. industrieel onderzoek: industrieel onderzoek in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie nr. 2006/C 323/01; i. i. experimentele ontwikkeling: experimentele ontwikkeling in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie nr. 2006/C 323/01;

2. Voor de definities van Minister, ondernemer, MKB-ondernemer en groep, is artikel 1, onderdelen a, c, d, f, van de kaderregeling van toepassing.

Paragraaf 2. Subsidieverlening

Artikel 2

1.

De Minister verstrekt op aanvraag een subsidie:

a. a. aan een in Nederland gevestigde ondernemer, MKB-ondernemer of onderzoeksorganisatie die voor eigen rekening en risico bijdraagt aan een Eurostarsproject, of b. b. indien twee of meer binnen Nederland gevestigde partijen bijdragen aan hetzelfde Eurostarsproject, aan het door deze partijen gevormde Eurostars-samenwerkingsverband dat voor gezamenlijke rekening en risico bijdraagt aan dat Eurostarsproject.

2. Voor het verstrekken van subsidies op grond van deze regeling zijn de artikelen 3, vierde lid, 5, 7, eerste en derde lid, 12, 13, tweede lid, 16 tot en met 20, 28, 29, 31, 32, 33, eerste, tweede en derde lid, en 34 van de kaderregeling van toepassing en zijn de artikelen 15, onderdelen a, b en c, 21, 22, 23 en 30 van de kaderregeling van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3

1.

De subsidie bedraagt

a. a. 50% van de subsidiabele kosten, voor zover zij betrekking hebben op industrieel onderzoek; b. b. 25% van de subsidiabele kosten, voor zover zij betrekking hebben op experimentele ontwikkeling.

3. Artikel 3, tweede en derde lid, van de kaderregeling is van overeenkomstige toepassing.

4. Het in artikel 3, vierde lid, van de kaderregeling bedoelde bedrag is € 500.000,.

5. Artikel 4, eerste, derde en vierde lid, van de kaderregeling zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bepaalde in artikel 4, eerste lid, van de kaderregeling ook geldt, indien voor de subsidiabele kosten of een deel daarvan reeds door de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt.

Artikel 4

1. Als subsidiabele kosten worden uitsluitend kosten in aanmerking genomen die zijn gemaakt en betaald door een in Nederland gevestigde ondernemer, onderzoeks-organisatie of Eurostars-samenwerkingsverband.

2.

Indien een in Nederland gevestigde aanvrager daarom verzoekt, worden in afwijking van artikel 5 van de kaderregeling de volgende subsidiabele kosten in aanmerking genomen:

a. a. de volgende rechtstreeks aan de uitvoering van het industriële onderzoek of de experimentele ontwikkeling toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde kosten:

        1°.
        loonkosten voor betrokken personeel, voor zover deze rechtstreeks voor de uitvoering van het onderzoek noodzakelijk zijn. Het uurloon wordt berekend op basis van 1650 productieve uren per jaar;
      
      
        2°.
        de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen; 
      
      
        3°.
        de kosten van het gebruik van bestaande machines en apparatuur van de deelnemerskosten van speciaal voor het Eurostarsproject aan te schaffen machines en apparatuur. Eventuele restwaarde van speciaal voor het Eurostarsproject aangeschafte apparatuur wordt in mindering gebracht op de subsidiabele kosten; 
      
      
        4°.
        aan derden verschuldigde kosten;
      
      
        5°.
        kosten van buitenlandstages;
      
      
        6°.
        kosten van octrooiaanvraag van onderzoeksorganisaties en MKB-ondernemers; 
      
      
        7°.
        kosten inzake kennisoverdracht en verankering;

1°. 1°. loonkosten voor betrokken personeel, voor zover deze rechtstreeks voor de uitvoering van het onderzoek noodzakelijk zijn. Het uurloon wordt berekend op basis van 1650 productieve uren per jaar; 2°. 2°. de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen; 3°. 3°. de kosten van het gebruik van bestaande machines en apparatuur van de deelnemerskosten van speciaal voor het Eurostarsproject aan te schaffen machines en apparatuur. Eventuele restwaarde van speciaal voor het Eurostarsproject aangeschafte apparatuur wordt in mindering gebracht op de subsidiabele kosten; 4°. 4°. aan derden verschuldigde kosten; 5°. 5°. kosten van buitenlandstages; 6°. 6°. kosten van octrooiaanvraag van onderzoeksorganisaties en MKB-ondernemers; 7°. 7°. kosten inzake kennisoverdracht en verankering; b. b. een opslag voor overige algemene kosten van 50 procent van de in onderdeel a, onder 1°, bedoelde kosten.

3. Voor de directe loonkosten als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, onder 1°, wordt uitgegaan van gemiddelde uurtarieven per categorie bij het onderzoek betrokken personeel.

4. De kosten, bedoeld in dit artikel, worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidieontvanger die de kosten heeft gemaakt, omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.

5. Indien geen loonkosten als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, onder 1°, worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van het Eurostarsproject wordt verricht, wordt voor de berekening van de subsidiabele kosten uitgegaan van een uurtarief van € 35.

6. Subsidiabele kosten worden slechts in aanmerking genomen voor zover ze na aanvang van het Eurostarsproject zijn gemaakt en betaald of, indien indiening van de aanvraag tot verlening van subsidie plaatsvindt na aanvang van het project, voor zover ze na de indiening van die aanvraag zijn gemaakt en betaald.

7. Indien overeenkomstig het tweede lid de in dit artikel genoemde subsidiabele kosten in aanmerking worden genomen, voert de subsidieontvanger in afwijking van artikel 29, eerste lid, onderdeel c, van de kaderregeling een administratie die is gerelateerd aan de kostensoorten, genoemd in dit artikel, waaruit te allen tijde op eenvoudige een duidelijke wijze de gemaakte en betaalde kosten kunnen worden afgeleid.

Artikel 5

1. Als periode, bedoeld in artikel 12 van de kaderregeling, wordt vastgesteld: van 28 april 2008 tot en met 13 juni 2008, 18.00 uur.

2. Bij Ministeriële regeling worden andere perioden vastgesteld waarin aanvragen voor een subsidie voor een Eurostarsproject kunnen worden ingediend.

Artikel 6

1. Het in artikel 12 van de kaderregeling bedoelde subsidieplafond voor het verlenen van subsidies voor internationale innovatieprojecten op aanvragen die ontvangen zijn in de periode, genoemd in artikel 5, eerste lid, bedraagt € 3 miljoen.

2. Bij Ministeriële regeling wordt een subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies op aanvragen, die worden ontvangen in een periode als bedoeld in artikel 5, tweede lid.

Artikel 7

1. Het aanvraagformulier, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de kaderregeling, is opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling.

2.

De aanvraag gaat vergezeld van:

a. a. het projectplan van het Eurostarsproject; b. b. een kopie van de aan de deelnemers toegezonden goedkeuring met rangschikking door de Eurostars High Level Group van het Eurostars project; c. c. een begroting voor het project, bedoeld in onderdeel a; d. d. de overeenkomst, waarin de samenwerking tussen de deelnemers aan het Eurostarsproject is geregeld; e. e. andere bescheiden, overeenkomstig hetgeen in het aanvraagformulier is vermeld.

Artikel 8

1.

In aanvulling op artikel 15, onderdelen a, b en c, van de kaderregeling beslist de Minister in elk geval afwijzend op een subsidieaanvraag indien:

a. a. het Eurostarsproject minder dan 20 punten heeft gekregen van het International Evaluation Panel; b. b. het Eurostarsproject een onvoldoende score voor een criterium heeft gekregen van het International Evaluation Panel; c. c. aannemelijk is dat het Eurostarsproject, voor zover het door een Nederlandse onderneming, MKB-onderneming, onderzoeksorganisatie of een Eurostars-samenwerkingsverband wordt uitgevoerd, ook zonder de subsidie zonder belangrijke vertraging zou worden uitgevoerd; d. d. aannemelijk is dat het Eurostarsproject geen doorgang kan vinden om redenen die samenhangen met omstandigheden in de andere deelnemende landen van het Eurostarsproject of met financiële of technische problemen van een van de deelnemende parttijen in een ander deelnemend land.

2. De termijn, bedoeld in artikel 15, onderdeel c, van de kaderregeling is drie jaar.

Artikel 9

De Minister rangschikt de aanvragen overeenkomstig de door de Eurostars High Level Group vastgestelde rangschikking.

Artikel 10

De Minister geeft een beschikking binnen 6 weken na de laatste dag van een periode als bedoeld in artikel 4.

Paragraaf 3. Voorschotten

Artikel 11

1. Een aanvraag om een voorschot, niet zijnde een eerste voorschot als bedoeld in artikel 16, derde lid, van de kaderregeling met betrekking tot een Eurostarsproject wordt ingediend gelijktijdig met het uitbrengen van een verslag als bedoeld in artikel 15.

2. Het aanvraagformulier voor een voorschot is opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling.

Paragraaf 4. Subsidievaststelling

Artikel 12

1. In afwijking van artikel 19, eerste lid, van de kaderregeling, bedraagt de in dat lid bedoelde termijn waarbinnen de aanvraag om subsidievaststelling wordt ingediend 26 weken.

2. Het aanvraagformulier voor de subsidievaststelling is opgenomen in bijlage 3.

Paragraaf 5. Verplichtingen van de subsidie-ontvanger

Artikel 13

1. Aan de subsidieverlening zijn, voor zover daarbij niet anders bepaald, voor alle subsidie-ontvangers de in de artikelen 14 tot en met 16 opgenomen verplichtingen verbonden, met dien verstande dat de in artikel 15 opgenomen verplichtingen slechts gelden voor de subsidie-ontvanger die als indiener van de aanvraag om subsidie in de zin van deze regeling is opgetreden.

2. De in de artikelen 14 en 15 opgenomen verplichtingen gelden tot de dag waarop de subsidie wordt vastgesteld. De in artikel 16 opgenomen verplichtingen blijven van kracht tot vijf jaren na dat tijdstip.

Artikel 14

1. De subsidie-ontvanger voert het Eurostarsproject in Nederland uit, behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van de Minister voor gedeeltelijke uitvoering buiten Nederland.

2. Aan een ontheffing als bedoeld in het eerste lid kunnen voorschriften worden verbonden.

Artikel 15

In afwijking van artikel 30, eerste lid, van de kaderregeling brengt de subsidie-ontvanger steeds, behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van de Minister, na afloop van een periode van zes maanden aan de Minister schriftelijk verslag uit omtrent de uitvoering van het Eurostarsproject, met inbegrip van een vergelijking van die uitvoering met het projectplan en de bij de subsidieverlening vermelde raming van de projectkosten.

Artikel 16

In aanvulling op artikel 33, eerste tot en met derde lid, van de kaderregeling draagt een onderzoeksorganisatie die deel uitmaakt van een Eurostars-samenwerkingsverband uitsluitend kennis of andere resultaten uit een Eurostarsproject over aan een ondernemer die deelneemt in hetzelfde samenwerkingsverband, indien aan tenminste een van de volgende voorwaarden is voldaan:

a. a. de deelnemende ondernemingen dragen de volledige kosten van het project; b. b. de resultaten waaraan geen intellectueleeigendomsrechten kunnen worden ontleend, mogen ruim worden verspreid en eventuele intellectuele eigendomsrechten op de resultaten die uit de activiteiten van de onderzoeksorganisatie voortvloeien, worden volledig aan de onderzoeksorganisatie toegekend; c. c. de onderzoeksorganisatie ontvangt van de deelnemende ondernemingen een vergoeding die overeenstemt met de marktprijs voor de intellectuele eigendomsrechten die voortvloeien uit de door de onderzoeksorganisatie in het kader van het project uitgevoerde activiteit en die worden overgedragen aan de deelnemende ondernemingen. Eventuele bijdragen van de deelnemende ondernemingen in de kosten van de onderzoeksorganisatie worden op deze compensatie in mindering gebracht.

Paragraaf 6. Slotbepalingen

Artikel 17

Deze regeling treedt in werking met ingang 1 maart 2008.

Artikel 18

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Eurostarsprojecten-module van de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten.

Bijlage 1

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.

Bijlage 2

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.

Bijlage 3

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.