40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
12 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling incidentele middelen leerlingendaling vo 2020 | BWBR0043442 | ministeriele-regeling | geldend | 2020-05-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0043442 | Subsidieregeling incidentele middelen leerlingendaling vo 2020 |
Subsidieregeling incidentele middelen leerlingendaling vo 2020
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;
- Minister: Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media;
- samenwerkingsovereenkomst: ondertekende overeenkomst tussen alle betrokken partijen van de regio;
- regio: aaneengesloten geografisch gebied bestaande uit het grondgebied van één of meer gemeenten;
- school: school of verticale scholengemeenschap als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- vestiging: hoofdvestiging als bedoeld in artikel 4.13 of nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.14 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
Artikel 1.2
Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.
Artikel 1.3
De Minister weigert subsidieverstrekking voor zover de aanvraag betrekking heeft op activiteiten die uit de rijksbijdrage worden bekostigd of waarvoor door de Minister reeds uit anderen hoofde subsidie is verstrekt.
Hoofdstuk 2. Subsidie planvorming leerlingendaling
Artikel 2.1
1. De Minister kan subsidie verstrekken aan een penvoerder van een regio als bedoeld in artikel 2.3 voor het maken van een meerjarig plan voor het toekomstbestendig maken van het onderwijsaanbod in de regio.
2. Voor subsidieverstrekking als bedoeld in het eerste lid is in het kalenderjaar 2020 een bedrag van € 2,3 miljoen beschikbaar.
Artikel 2.2
Het subsidiebedrag per aanvraag is € 50.000,–.
Artikel 2.3
1. De subsidie, bedoeld in artikel 2.1, kan worden aangevraagd door een bevoegd gezag dat mede namens de partijen met wie de samenwerking wordt beoogd optreedt als penvoerder.
2. Subsidie wordt aangevraagd door, verleend aan en verantwoord door de penvoerder. Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke partij feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende activiteiten.
Artikel 2.4
1.
Een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 2.1 gaat vergezeld van:
a. a. een overzicht van de partijen met wie de samenwerking wordt beoogd; b. b. een vermelding van de regio waarbinnen de samenwerking plaatsvindt; c. c. een berekening waaruit blijkt dat de regio voldoet aan criterium 1, onderdeel a, nummer 5, van het beoordelingskader, opgenomen als bijlage 1 bij deze regeling; d. d. een document waaruit blijkt dat de penvoerder namens de beoogde samenwerkingspartners gemachtigd is om de subsidieaanvraag in te dienen.
2. De berekening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt gemaakt met gebruikmaking van een van de berekeningswijzen, genoemd in bijlage 1.
3. De aanvraag kan worden ingediend van 8 juni 2020 tot en met 22 juni 2020.
4. Voor de subsidieaanvraag wordt gebruik gemaakt van het digitale aanvraagformulier dat beschikbaar is gesteld op de website www.dus-i.nl.
Artikel 2.5
1. De Minister verdeelt het beschikbare bedrag in volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
2. Er mag geen overlap tussen regio’s bestaan. Indien tussen twee of meer regio’s overlap bestaat worden de penvoerders in de gelegenheid gesteld binnen 10 werkdagen hun aanvraag te herzien zodat niet langer sprake is van overlap. Indien de aanvragen niet worden herzien, worden de overlappende aanvragen afgewezen.
3. Aanvragen die na 22 juni 2020 worden ingediend, worden afgewezen.
Artikel 2.6
1. De Minister stelt de subsidie binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag direct vast.
2. De Minister betaalt het subsidiebedrag ineens.
3. Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.
Artikel 2.7
1. De activiteiten worden uiterlijk 31 januari 2021 afgerond.
2. De verantwoording van een subsidie als bedoeld in artikel 2.1 geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 1, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving.
3. De subsidieontvanger stuurt uiterlijk 31 januari 2021 aan DUS-I een verslag van de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt. Voor het verslag wordt gebruik gemaakt van het digitale format dat beschikbaar wordt gesteld op de website www.dus-i.nl.
Hoofdstuk 3. Subsidieaanvraag regionaal plan leerlingendaling
Artikel 3.1
1. De Minister kan subsidie verstrekken aan een penvoerder van een regio als bedoeld in artikel 3.3 voor de uitvoering van een plan in de periode van schooljaar 2021/2022 tot en met schooljaar 2024/2025 dat is gericht op het tot stand brengen van een transitie naar een levensvatbaar en kwalitatief goed onderwijsaanbod dat de leerlingendaling in de regio kan opvangen.
2. Voor subsidieverstrekking als bedoeld in het eerste lid is voor het kalenderjaar 2021 € 22,7 miljoen beschikbaar.
Artikel 3.2
1. De subsidie, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, bedraagt ten hoogste € 700.000,– per regio.
2. Kosten voor huisvesting als bedoeld in artikel 76c van de Wet op het voortgezet onderwijs komen niet voor subsidie in aanmerking.
Artikel 3.3
1. De subsidie, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, wordt aangevraagd door een bevoegd gezag dat partij is bij een samenwerkingsovereenkomst. Het bevoegd gezag treedt op als penvoerder namens de partijen bij de samenwerkingsovereenkomst.
2. Subsidie wordt aangevraagd door, verleend aan en verantwoord door de penvoerder. Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke partij feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende activiteiten.
Artikel 3.4
1.
Een subsidieaanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, gaat vergezeld van:
a. a. een overzicht van alle partijen die deelnemen aan de activiteiten; b. b. een regiovisie die voldoet aan de vereisten zoals opgenomen in criterium 1 van bijlage 1; c. c. een activiteitenplan dat voldoet aan de vereisten zoals opgenomen in criterium 2 van bijlage 1; d. d. een meerjarenbegroting, die voldoet aan de vereisten zoals opgenomen in criterium 4 van bijlage 1; e. e. een door alle partijen ondertekende samenwerkingsovereenkomst waarin zij verklaren dat ze deelnemen aan de regio en dat de penvoerder gemachtigd is om hen in het kader van de subsidieverstrekking in en buiten rechte te vertegenwoordigen, en dat alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording door de penvoerder van de besteding van de subsidie, op verzoek aan de penvoerder zullen worden verstrekt.
2. De subsidieaanvraag kan worden ingediend van 15 februari tot en met 31 maart 2021.
3. Aanvragen die na 31 maart 2021 worden ingediend, worden afgewezen.
4. Er mag geen overlap tussen regio’s bestaan. Indien tussen twee of meer regio’s overlap bestaat worden de penvoerders in de gelegenheid gesteld binnen 10 werkdagen hun aanvraag te herzien zodat niet langer sprake is van overlap. Indien de aanvragen niet worden herzien, worden de overlappende aanvragen afgewezen.
5. Voor de subsidieaanvraag en de overige in het eerste lid genoemde documenten wordt gebruik gemaakt van het digitale aanvraagformulier en de modellen die beschikbaar worden gesteld op de website www.dus-i.nl.
Artikel 3.5
1. De Minister beoordeelt een subsidieaanvraag, als bedoeld in artikel 3.4, aan de hand van het beoordelingskader, dat als bijlage 1, paragraaf 1 bij deze regeling is gevoegd.
2. De Minister stelt een onafhankelijke beoordelingscommissie in die de Minister adviseert over de beoordeling alsmede de rangschikking van de subsidieaanvragen.
Artikel 3.6
1. Indien het totaal van de aanvragen dat voldoet aan de criteria, het subsidieplafond overschrijdt, wijst de Minister op basis van een rangschikking een of meer laagst gerangschikte aanvragen af.
2. De aanvragen worden gerangschikt volgens de systematiek van bijlage 1, paragraaf 2.
Artikel 3.7
1.
De ontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 3.1:
a. a. start uiterlijk op 1 oktober 2021 met de uitvoering van de activiteiten waarvoor hij subsidie heeft aangevraagd; b. b. zendt op uiterlijk 1 november 2022 een voortgangsrapportage over de periode 1 augustus 2021 tot 1 augustus 2022 aan de Minister; en c. c. zendt op uiterlijk 1 oktober 2025 een eindrapportage over de gehele subsidieperiode aan de Minister.
2. De voortgangsrapportage omvat ten minste een omschrijving van de bestede middelen, de voortgang ten aanzien van de geplande activiteiten, de gerealiseerde doelen over de betreffende periode en een nadere uitwerking van de activiteiten die nog zullen worden ondernomen om een tijdige realisatie binnen de subsidieperiode te waarborgen.
3. Bij wijzigingen in het plan past de penvoerder in de voortgangsrapportage de geplande activiteiten aan. Een inhoudelijke wijziging kan opnieuw worden beoordeeld aan de hand van de criteria van het beoordelingskader. Het subsidiebedrag in de verleningsbeschikking kan alleen naar beneden worden bijgesteld. Indien daarvan sprake is ontvangt de penvoerder een herziene beschikking.
4. De eindrapportage bestaat uit een activiteitenverslag en een financieel verslag. Het financieel verslag hoeft, in afwijking van artikel 1.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, niet te zijn voorzien van een controleverklaring.
5. De Minister kan een formulier vaststellen ten behoeve van de voortgangsrapportage en de eindrapportage.
Artikel 3.8
1. De subsidie, bedoeld in artikel 3.1, wordt uitsluitend besteed aan de activiteiten waarvoor deze wordt verstrekt. Niet bestede middelen worden teruggevorderd.
2. De activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt worden voor 1 augustus 2025 uitgevoerd.
Artikel 3.9
1. De subsidie wordt uiterlijk verleend op 1 september 2021.
2. De Minister verleent een voorschot van 100% en bepaald daarbij het betaalritme.
Artikel 3.10
1. De financiële verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G2, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving.
2. De vaststelling vindt plaats binnen een jaar na de indiening van het jaarverslag over het laatste jaar van besteding.
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Artikel 4.1
De Minister kan de regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 4.2
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2026.
Artikel 4.3
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling incidentele middelen leerlingendaling vo 2020.
Bijlage 1. Beoordelingskader behorende bij
Een subsidieaanvraag wordt beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: