rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-indemniteit-bruiklenen-2008/BWBR0024244/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

7.6 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling indemniteit bruiklenen 2008 BWBR0024244 ministeriele-regeling geldend 2008-07-24 https://wetten.overheid.nl/BWBR0024244 Subsidieregeling indemniteit bruiklenen 2008

Subsidieregeling indemniteit bruiklenen 2008

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; b. b. instelling: openbaar toegankelijke instelling die gespecialiseerd is in het beheren van museale collecties, het organiseren van tentoonstellingen, of het tentoonstellen van langdurig in bruikleen gegeven voorwerpen; c. c. voorwerp: voorwerp van cultuurhistorische betekenis met de daarbij behorende verpakking, lijst, raam, kader, sokkel en dergelijke, afkomstig uit een buitenlandse collectie of uit een privécollectie; d. d. tentoonstelling: tijdelijke tentoonstelling in Nederland, georganiseerd door een instelling, die naar het oordeel van de Minister van uitzonderlijk belang is door een:

      1°.
      belangrijke visie te bieden op periodes, kwesties, personen of producten van cultuurhistorische betekenis;
    
    
      2°.
      overtuigende waardering op te willen wekken voor de onder 1° bedoelde zaken of personen; en
    
    
      3°.
      omvangrijke compilatie te bieden van belangrijke objecten in een samenhang die in het algemeen niet in Nederland te zien is;

1°. 1°. belangrijke visie te bieden op periodes, kwesties, personen of producten van cultuurhistorische betekenis; 2°. 2°. overtuigende waardering op te willen wekken voor de onder 1° bedoelde zaken of personen; en 3°. 3°. omvangrijke compilatie te bieden van belangrijke objecten in een samenhang die in het algemeen niet in Nederland te zien is; e. e. langdurige bruikleen: gedurende tenminste een jaar en ten hoogste vijf jaar in bruikleen geven van een voorwerp aan een instelling dat naar het oordeel van de Minister van uitzonderlijk belang is; f. f. indemniteitsverklaring: beschikking waarbij een voorwaardelijke aanspraak op financiële middelen als bedoeld in artikel 2 wordt verleend.

Artikel 1a

Deze regeling berust op artikel 4 van het Besluit op het specifiek cultuurbeleid.

Paragraaf 2. Indemniteitsverklaring

Artikel 2

1. De Minister kan mede namens de Minister van Financiën aan een instelling ten behoeve van een tentoonstelling of van een langdurige bruikleen een aanspraak op financiële middelen verlenen onder de opschortende voorwaarde van verlies van of schade aan de door derden in bruikleen afgestane voorwerpen.

2.

De aanspraak wordt verleend in geval van:

a. a. een tentoonstelling: voor zover de exploitatie van die tentoonstelling een tekort vertoond; of b. b. een langdurige bruikleen: voor zover een door die instelling verschuldigde eigen bijdrage wordt overschreden.

3. Het totaal van de aanspraken op financiële middelen in een begrotingsjaar op grond van indemniteitsverklaringen gaat op enig moment het bedrag van € 300.000.000 niet te boven.

4. Van het bedrag, bedoeld in het derde lid, kan in een begrotingsjaar ten hoogste op enig moment tien procent worden bestemd voor langdurige bruikleen.

Artikel 3

1. Een indemniteitsverklaring wordt slechts verleend indien een instelling naar het oordeel van de Minister, mede namens de Minister van Financiën, heeft aangetoond dat die indemniteitsverklaring een besparing op de verzekeringskosten van de desbetreffende tentoonstelling of van de desbetreffende langdurige bruikleen ten gevolge heeft.

2. Een indemniteitsverklaring wordt voorts slechts verleend indien er naar het oordeel van de Minister, mede namens de Minister van Financiën, een acceptabele verhouding aanwezig is tussen enerzijds het belang van de tentoonstelling of van de langdurige bruikleen en de besparing als, bedoeld in het eerste lid, en anderzijds het door de staat te aanvaarden risico.

3. De voorwaarden die gelden voor de verzekering in verband waarmee de indemniteitsverklaring wordt verleend, zijn van overeenkomstige toepassing op de indemniteitsverklaring.

Paragraaf 3. De aanvraag

Artikel 4

1. De aanvraag voor subsidie wordt uiterlijk dertien weken voor aanvang van de activiteiten ingediend en gaat vergezeld van ten minste een verzekeringsofferte. Tevens is artikel 5.3, eerste tot en met vierde lid, van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid van overeenkomstige toepassing op de aanvraag.

2. Een aanvraag die verschillende voorwerpen betreft, gaat tevens vergezeld van een lijst van in bruikleen te ontvangen voorwerpen.

3. In geval van een aanvraag voor een tentoonstelling wordt tevens een tentoonstellingsplan overgelegd.

4. Bij de beoordeling van een aanvraag en de voorbereiding van de verlening van een indemniteitsverklaring kan de Minister de aanvrager verzoeken om inlichtingen te verschaffen over de beveiliging en veiligheid van de instelling en de voorwerpen waarop de aanvraag betrekking heeft, en om hem de veiligheidsvoorzieningen op de locatie te tonen, een en ander als bedoeld in de bijlage bij deze regeling.

Paragraaf 4. Subsidieverlening

Artikel 5

1. Op de aanvragen wordt beslist in de volgorde waarin zij door de Minister zijn ontvangen.

2. De minister beslist binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.

Artikel 6

Een indemniteitsverklaring vervalt, indien de instelling waaraan die verklaring is verleend , niet binnen vier maanden na het einde van de desbetreffende tentoonstelling of langdurige bruikleen aan de Minister heeft bericht, dat zich naar haar oordeel verlies van of schade aan voorwerpen, waarop de indemniteitsverklaring betrekking heeft, heeft voorgedaan.

Paragraaf 5. Verplichtingen

Artikel 7

1. De verplichtingen, bedoeld in artikel 5.7, eerste lid, van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid, zijn van overeenkomstige toepassing op een ontvanger van subsidie krachtens deze regeling.

2. Onverminderd de verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, zijn voor de instelling waaraan een indemniteitsverklaring wordt verleend, aan die verlening de verplichtingen verbonden die met het oog op veiligheid van tentoon te stellen voorwerpen zijn opgenomen in de bijlage die bij deze regeling hoort.

Paragraaf 6. Subsidievaststelling

Artikel 8

Indien zich in de periode waarvoor een indemniteitsverklaring geldt, verlies van of schade aan voorwerpen waarop de indemniteitsverklaring betrekking heeft, voordoet, zendt de subsidieontvanger aan de Minister naast een activiteitenverslag, waarop artikel 2.25 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid van overeenkomstige toepassing is, een overzicht met de berekening van de geleden schade.

Paragraaf 7. Slotbepalingen

Artikel 9

De Subsidieregeling indemniteit bruiklenen 2005 wordt ingetrokken.

Artikel 10

1. Indemniteitsverklaringen verleend op basis van de Subsidieregeling indemniteit bruiklenen 2005, die niet vervallen zijn, gelden als indemniteitsverklaringen als bedoeld in artikel 2 van deze regeling.

2. een aanvraag voor een indemniteitsverklaring gedaan op basis van de Subsidieregeling indemniteit bruiklenen 2005, waarop nog niet is beslist, wordt behandeld als een aanvraag op basis van deze regeling.

3. Artikel 2, vijfde lid, vervalt met ingang van 1 juni 2010.

Artikel 11

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling indemniteit bruiklenen 2008.

Bijlage . , bedoeld in