rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-kenniscentrum-grote-steden/BWBR0018429/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

5.6 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling Kenniscentrum Grote Steden BWBR0018429 ministeriele-regeling geldend 2005-08-25 https://wetten.overheid.nl/BWBR0018429 Subsidieregeling Kenniscentrum Grote Steden

Subsidieregeling Kenniscentrum Grote Steden

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. de minister: de minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties; b. b. het Kenniscentrum: Stichting Kenniscentrum Grotestedenbeleid; c. c. de overige betrokken departementen: de departementen van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Volkhuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Economische Zaken, Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Verkeer en Waterstaat, Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Justitie; d. d. de Steden: de gemeenten genoemd in artikel 1, onderdeel b, van het Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid; e. e. het basisprogramma Grote Steden: het door het Rijk en de Steden gezamenlijk te subsidiëren programma voor een bepaald kalenderjaar, waarin de aard, de omvang en de doelstelling van de activiteiten worden beschreven.

Artikel 2

1. De Minister verstrekt jaarlijks een subsidie aan het Kenniscentrum overeenkomstig deze regeling ten behoeve van het uitvoeren van het door het Kenniscentrum opgestelde basisprogramma Grote Steden.

2. De minister keurt het basisprogramma Grote Steden goed na overleg met de overige betrokken departementen en de Steden.

Paragraaf 2. De subsidieverlening en vaststelling

Artikel 3

1. Het Kenniscentrum dient de aanvraag tot subsidieverlening voor het volgende jaar uiterlijk in op 15 oktober voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft.

2.

De aanvraag gaat vergezeld van:

a. a. het bedrag waarvoor subsidie wordt gevraagd; b. b. het basisprogramma Grote Steden; c. c. een raming van de kosten en de baten (begroting).

Artikel 4

1. De minister beoordeelt voor 1 januari de subsidieaanvraag, mede aan de hand van de in artikel 3, tweede lid, genoemde gegevens.

2. Naast de gronden, genoemd in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, kan de Minister, na overleg met de overige betrokken departementen en de Steden, de subsidieverlening geheel of gedeeltelijk weigeren indien de beoordeling van het basisprogramma Grote Steden leidt tot de bevinding dat het programma niet in overeenstemming is met de vereisten van deze regeling.

3. De subsidie wordt verleend onder de voorwaarde dat door de begrotingswetgever voldoende middelen ter beschikking worden gesteld.

Artikel 5

1. De minister verleent voorschotten per kalenderjaar.

2. Het totaal van de voorschotten in een kalenderjaar bedraagt 100 procent van het te verlenen subsidiebedrag.

3.

De voorschotten worden als volgt verstrekt:

a. a. 50% van het totaalbedrag ultimo februari van het kalenderjaar; b. b. 50% van het totaalbedrag ultimo juni van het kalenderjaar.

4. De minister kan een voorschot een maand eerder of later verlenen, nadat het Kenniscentrum hiervan in kennis is gesteld.

Artikel 6

1. De aanvraag tot subsidievaststelling wordt uiterlijk 1 juni van het jaar na het kalenderjaar ingediend bij de minister.

2.

De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van:

a. a. een schriftelijke verantwoording omtrent het verloop, de uitvoering en de resultaten van de activiteiten ingevolge het desbetreffende basisprogramma Grote Steden, afgezet tegen de realisatie van de geraamde kosten en baten ingevolge artikel 3, tweede lid, onder c; b. b. de op het kalenderjaar betrekking hebbende jaarrekening, bedoeld in artikel 361, van Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek; c. c. het op het kalenderjaar betrekking hebbende jaarverslag, bedoeld in artikel 391, van Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek, en d. d. de accountantsverklaring, bedoeld in artikel 4:78, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

3. De subsidievaststelling geschiedt uiterlijk op 1 september, na overleg met de overige betrokken departementen en de Steden.

Paragraaf 3. De verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel 7

1. De uitvoering van het basisprogramma Grote Steden start binnen het jaar waarvoor de subsidie is verleend.

2. Indien het Kenniscentrum een wijziging aanbrengt in de doelstelling, looptijd of financiering van het basisprogramma Grote Steden dan wel afziet van de in het basisprogramma Grote Steden vermelde activiteiten, deelt het Kenniscentrum dit onverwijld schriftelijk mede aan de minister.

Artikel 8

Het Kenniscentrum verschaft de minister op diens verzoek te allen tijde inlichtingen omtrent de voortgang en de resultaten van de activiteiten ingevolge het basisprogramma Grote Steden.

Artikel 9

1. Voor de activiteiten van het Kenniscentrum die op basis van het basisprogramma Grote Steden worden verricht en voor de overige activiteiten van het Kenniscentrum wordt een gescheiden administratie gevoerd.

2. Het Kenniscentrum doet onverwijld schriftelijk mededeling aan de minister van alle omstandigheden die van substantiële invloed kunnen zijn op de subsidie en de rechtmatige en doelmatige besteding daarvan.

Paragraaf 4. Overige en slotbepalingen

Artikel 10

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 11

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Kenniscentrum Grote Steden.