40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
16 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling maritieme haalbaarheids-, en innovatieprojecten module 2007 van de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten | BWBR0022224 | ministeriele-regeling | geldend | 2007-07-15 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0022224 | Subsidieregeling maritieme haalbaarheids-, en innovatieprojecten module 2007 van de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten |
Subsidieregeling maritieme haalbaarheids-, en innovatieprojecten module 2007 van de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
1.
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. kaderregeling: de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten; b. b. maritiem MKB-samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit ten minste twee niet in een groep verbonden deelnemers, waaronder een MKB-ondernemer, dat is opgericht voor de uitvoering van een maritiem MKB-project; c. c. maritiem innovatie-samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, opgericht ten behoeve van de uitvoering van een maritiem innovatieproject, dat bestaat uit ten minste twee niet in een groep verbonden partijen, waarbij ten minste één van de partijen een ondernemer is en een andere partij een ondernemer of een onderzoeksorganisatie is; d. d. maritiem MKB-project: een samenhangend geheel van activiteiten dat leidt tot een schriftelijk rapport met een inschatting van de technische en economische mogelijkheden van een innovatieproject; e. e. maritiem innovatieproject: een samenhangend geheel van activiteiten bestaande uit industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling of een combinatie hiervan, binnen de sectoren offshore en maritieme maakindustrie; f. f. onderzoeksorganisatie: een onderzoeksorganisatie in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie nr. 2006/C 323/01 (PbEU 323); g. g. publiek gefinancierde onderzoeksorganisatie: geheel of gedeeltelijk van overheidswege gefinancierde onderzoeksorganisatie; h. h. industrieel onderzoek: industrieel onderzoek in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie nr. 2006/C 323/01 (PbEU C 323); i. i. experimentele ontwikkeling: experimentele ontwikkeling in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie nr. 2006/C 323/01 (PbEU C 323).
2. Voor de definities van innovatieproject, ondernemer, MKB-ondernemer en groep is artikel 1 van de kaderregeling van toepassing.
Paragraaf 2. Maritieme MKB-projecten
Artikel 2
1. De Minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een maritiem MKB-samenwerkingsverband dat voor gezamenlijke rekening en risico een maritiem MKB-project uitvoert of aan een MKB-ondernemer die voor eigen rekening en risico een maritiem MKB-project uitvoert dat past binnen de kaders van bij deze regeling behorende bijlage 1.
2. In aanvulling op artikel 21 van de kaderregeling is de bedoelde penvoerder een in Nederland gevestigde MKB-ondernemer. De penvoerder vraagt de subsidie aan.
3. De subsidie bedraagt 50 procent van de subsidiabele kosten.
4. Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidies op grond van dit artikel op de in artikel 3, vierde lid bedoelde periode ontvangen aanvragen bedraagt € 500.000.
5. Voor het verstrekken van subsidies op grond van dit artikel, zijn de artikelen 5, 7, 8, 9, 11, 15 tot en met 23 en 28 tot en met 32, 33, eerste tot en met derde en vijfde lid en 34 van de kaderregeling van toepassing.
6. Artikel 4, eerste, derde en vierde lid, van de kaderregeling is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bepaalde in artikel 4, eerste lid, van de kaderregeling ook geldt, indien voor de subsidiabele kosten of een deel daarvan reeds door de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt.
Artikel 3
1. Het in artikel 3, vierde lid, van de kaderregeling bedoelde bedrag is € 100.000.
2. De in artikel 15, onderdeel c van de kaderregeling bedoelde termijn, is een jaar.
3. In afwijking van artikel 16, derde lid van de kaderregeling bedraagt het ambtshalve te verstrekken voorschot 50 procent.
4. Aanvragen voor een maritiem MKB-project moeten zijn ontvangen tussen twee weken na de datum van inwerkingtreding van dit lid en 31 oktober 2008, 18:00 uur.
Artikel 4
In aanvulling op artikel 15 van de kaderregeling, beslist de Minister afwijzend op een aanvraag voor een maritiem MKB-project indien:
a. a. het maritiem MKB-project onvoldoende bijdraagt aan de doelstellingen zoals opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1; b. b. het innovatieproject waarop het maritiem MKB-project betrekking heeft onvoldoende technisch risicovol is; c. c. het innovatieproject waarop het maritiem MKB-project betrekking heeft onvoldoende economische perspectieven en toepassingsmogelijkheden biedt. d. d. de MKB-ondernemer, die geen deel uitmaakt van een maritiem MKB-samenwerkingsverband, geen redelijk deel van de activiteiten heeft uitbesteedt aan andere natuurlijke personen of rechtspersonen die niet met hem in een groep of andere economische eenheid zijn verbonden.
Paragraaf 3. Maritieme innovatieprojecten
Artikel 5
De Minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een maritiem innovatiesamenwerkingsverband dat voor gezamenlijke rekening en risico een maritiem innovatieproject uitvoert dat past binnen de kaders van bij deze regeling behorende bijlage 1 of aan een MKB-ondernemer die voor eigen rekening en risico een maritiem innovatieproject uitvoert dat past binnen de kaders van bij deze regeling behorende bijlage 1.
Artikel 6
1. De periode, bedoeld in artikel 12 van de kaderregeling, is: de dag na de datum van inwerkingtreding van dit lid tot en met 15 september 2008, 18:00 uur.
2. Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidies op grond van artikel 5 op de in het eerste lid bedoelde periode ontvangen aanvragen is € 4.000.000.
3. Voor het verstrekken van subsidies op grond van artikel 5 zijn de artikelen 3, eerste lid, onderdelen b en c, en tweede tot en met vierde lid, 6, 7, 12 tot en met 19, 21 tot en met 23, 28 tot en met 32, 33, eerste tot en met derde en vijfde lid en 34 van de kaderregeling van toepassing.
4. Artikel 4, eerste, derde en vierde lid, van de kaderregeling is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bepaalde in artikel 4, eerste lid, van de kaderregeling ook geldt, indien voor de subsidiabele kosten of een deel daarvan reeds door de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt.
5. Artikel 33, vijfde lid, van de kaderregeling is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 7
1. Het in artikel 3, vierde lid, van de kaderregeling bedoelde bedrag is € 1.000.000.
2. De in artikel 21 van de kaderregeling bedoelde penvoerder is een in Nederland gevestigde ondernemer.
Artikel 7a
In aanvulling op artikel 15 van de kaderregeling, beslist de Minister afwijzend op een aanvraag voor een maritiem innovatieproject indien de MKB-ondernemer, die geen deel uitmaakt van een maritiem innovatiesamenwerkingsverband, geen redelijk deel van de activiteiten heeft uitbesteed aan andere natuurlijke personen of rechtspersonen die niet met hem in een groep of andere economische eenheid zijn verbonden.
Artikel 8
Indien de subsidiabele kosten betrekking hebben op industrieel onderzoek, bedraagt, in afwijking van artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de kaderregeling, de subsidie voor een ondernemer 35 procent van de subsidiabele kosten. Dit percentage wordt met 10 procent verhoogd indien subsidie wordt verleend aan een MKB-ondernemer.
Artikel 9
1.
Als subsidiabele kosten worden uitsluitend in aanmerking genomen:
a. a. de volgende rechtstreeks aan de uitvoering van het onderzoek en de experimentele ontwikkeling toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag door de subsidie-ontvanger gemaakte en betaalde kosten:
1°.
loonkosten voor betrokken personeel, voor zover deze rechtstreeks voor de uitvoering van het onderzoek noodzakelijk zijn. Het uurloon wordt berekend op basis van 1650 productieve uren per jaar;
2°.
de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;
3°.
kosten van het gebruik van bestaande machines en apparatuur van de deelnemers;
4°.
kosten van speciaal voor het onderzoek aan te schaffen machines en apparatuur;
5°.
aan derden verschuldigde kosten;
6°.
kosten van buitenlandstages;
7°.
kosten van octrooi-aanvraag van onderzoeksorganisaties en MKB-ondernemers;
8°.
kosten inzake kennisoverdracht en verankering;
1°. 1°. loonkosten voor betrokken personeel, voor zover deze rechtstreeks voor de uitvoering van het onderzoek noodzakelijk zijn. Het uurloon wordt berekend op basis van 1650 productieve uren per jaar; 2°. 2°. de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen; 3°. 3°. kosten van het gebruik van bestaande machines en apparatuur van de deelnemers; 4°. 4°. kosten van speciaal voor het onderzoek aan te schaffen machines en apparatuur; 5°. 5°. aan derden verschuldigde kosten; 6°. 6°. kosten van buitenlandstages; 7°. 7°. kosten van octrooi-aanvraag van onderzoeksorganisaties en MKB-ondernemers; 8°. 8°. kosten inzake kennisoverdracht en verankering; b. b. een opslag voor overige algemene kosten van 50 procent van de onder a, onder 1°, bedoelde kosten.
2. Voor de directe loonkosten als bedoeld in het eerste lid, wordt uitgegaan van gemiddelde uurtarieven per categorie bij het onderzoek betrokken personeel.
3. De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidie-ontvanger die de kosten heeft gemaakt, omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.
4. Indien geen loonkosten als bedoeld in het eerste lid, worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van het project wordt verricht, wordt voor de berekening van de projectkosten uitgegaan van een uurtarief van € 35.
5. Op verzoek van de subsidieontvanger kan, in plaats van het eerste tot en met het vierde lid, artikel 5 van de kaderregeling worden toegepast.
6. In afwijking van artikel 29, eerste lid, onderdeel c, van de kaderregeling, voert de subsidieontvanger een administratie, gerelateerd aan de kostensoorten, genoemd in artikel 9, waaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze de gemaakte en betaalde kosten zijn af te leiden.
Artikel 10
1. De in artikel 15, onderdeel c, van de kaderregeling bedoelde termijn is vier jaar.
2.
De Minister beslist, in aanvulling op het bepaalde in artikel 15 van de kaderregeling, tevens afwijzend op een aanvraag indien:
a. a. hij de subsidiabele kosten raamt op minder dan € 200.000; b. b. onvoldoende samenhang in het project aanwezig is, gelet op de verhouding tussen de voorgenomen kosten en de omvang van de activiteiten van het maritiem innovatieproject.
Artikel 11
1. Er is een Adviescommissie Maritiem Innovatie Programma, die tot taak heeft de Minister op zijn verzoek te adviseren over aanvragen om subsidie voor een maritiem innovatieproject. Artikel 6 van de kaderregeling is van toepassing.
2. In afwijking van artikel 6, tweede lid, van de kaderregeling bestaat de Adviescommissie Maritiem Innovatie Programma uit een voorzitter en ten minste drie leden.
3. De Minister wint over de aanvragen om een subsidie voor een maritiem innovatieproject, waarop niet op grond van artikel 15 van de kaderregeling of 10 van deze regeling afwijzend wordt beslist het advies in van de adviescommissie.
4.
De Minister rangschikt, daarbij geadviseerd door de adviescommissie, de aanvragen zodanig, dat een project hoger wordt gerangschikt naarmate:
a. a. de kwaliteit van de samenwerking hoger is; b. b. het meer bijdraagt aan technologische innovatie; c. c. het economisch perspectief, ten minste blijkend uit de toepassingsmogelijkheden van de projectresultaten alsmede het perspectief op arbeidsplaatsen of kennisuitwisseling met human capital, beter is; d. d. het meer bijdraagt aan duurzaamheid.
5. Voor de rangschikking wegen de in het vierde lid vermelde criteria even zwaar.
Artikel 12
1. In aanvulling op artikel 33 van de kaderregeling draagt de subsidieontvanger zorg voor de openbaarmaking van de algemene kennis die voorvloeit uit de resultaten van het maritiem innovatieproject.
2. De Minister kan bij de subsidieverlening aan een maritiem innovatie-samenwerkingsverband verplichtingen opleggen met betrekking tot het geven van bekendheid aan het project en de resultaten ervan.
3. De Minister kan voor een periode van vijf jaar na de vaststelling van de subsidie nadere verplichtingen ter uitvoering van het eerste en tweede lid opleggen.
4.
Wanneer een publiek gefinancierde onderzoeksorganisatie deel uitmaakt van een maritiem innovatie-samenwerkingsverband, draagt het slechts kennis of andere resultaten uit een maritiem innovatieproject over aan een ondernemer die deelneemt aan het samenwerkingsverband, indien aan tenminste een van de volgende voorwaarden is voldaan:
a. a. de deelnemende ondernemingen dragen de volledige kosten van het project; b. b. de resultaten waaraan geen intellectuele eigendomsrechten kunnen worden ontleend, mogen ruim worden verspreid en eventuele intellectuele eigendomsrechten op de resultaten die uit de activiteiten van de publiek gefinancierde onderzoeksorganisatie voortvloeien, worden volledig aan de publiek gefinancierde onderzoeksorganisatie toegekend; c. c. de publiek gefinancierde onderzoeksorganisatie ontvangt van de deelnemende ondernemingen een vergoeding die overeenstemt met de marktprijs voor de intellectuele eigendomsrechten die voortvloeien uit de door de publiek gefinancierde onderzoeksorganisatie in het kader van het project uitgevoerde activiteit en die worden overgedragen aan de deelnemende ondernemingen. Eventuele bijdragen van de deelnemende ondernemingen in de kosten van de publiek gefinancierde onderzoeksorganisatie worden op deze compensatie in mindering gebracht.
5. Indien niet is voldaan aan het vierde lid, onderdelen a, b of c, kan de minister op verzoek van de penvoerder ontheffing verlenen van het verbod tot het overdragen van kennis of andere resultaten uit een maritiem innovatieproject van een publiek gefinancierde onderzoeksorganisatie die deel uitmaakt van een maritiem innovatie-samenwerkingsverband aan een ondernemer die deelneemt aan datzelfde samenwerkingsverband, indien geen sprake is van staatssteun aan die ondernemer. Aan die ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
Paragraaf 4. Formulieren
Artikel 13
Het formulier voor het indienen van een aanvraag om:
a. a. een subsidie is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2; b. b. een voorschot is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3; c. c. een subsidievaststelling is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.
Paragraaf 5. Slotbepalingen
Artikel 14
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met uitzondering van paragraaf 2 die in werking treedt op de eerste dag van de kalendermaand na bedoelde dagtekening.
Artikel 15
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling maritieme haalbaarheids-, en innovatieprojecten module 2007 van de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten
Bijlage 1
Bijlage 2
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.
Bijlage 3
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.
Bijlage 4
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.