rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-ondersteuning-en-preventie-thuiszittende-jeugdigen/BWBR0050778/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

6.9 KiB
Raw Permalink Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling ondersteuning en preventie thuiszittende jeugdigen BWBR0050778 ministeriele-regeling geldend 2025-02-15 https://wetten.overheid.nl/BWBR0050778 Subsidieregeling ondersteuning en preventie thuiszittende jeugdigen

Subsidieregeling ondersteuning en preventie thuiszittende jeugdigen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

    *DUS-I:* Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;

    *Kaderregeling:*
    Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

    *minister:* Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

    *penvoerder:* bevoegd gezag van een samenwerkingsverband dat als penvoerder optreedt op grond van deze regeling indien wordt samengewerkt door meerdere samenwerkingsverbanden;

    *samenwerkingsverband:* samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a, tweede of vijftiende lid, van de WPO, of artikel 2.47, tweede of achttiende lid, van de WVO 2020;

    *thuiszittende jeugdige:* jeugdige in de leeftijd van vijf tot en met achttien jaar die niet is ingeschreven op een school als bedoeld in artikel 1 van de Leerplichtwet 1969, of die school niet geregeld bezoekt;

    *WEC:*
    Wet op de expertisecentra;

    *WPO:*
    Wet op het primair onderwijs; en

    *WVO 2020:*
    Wet voortgezet onderwijs 2020I

Artikel 2

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling.

Artikel 3

1. Deze regeling is gericht op het terugdringen van verzuim.

2. De minister kan subsidie verstrekken aan coalities van samenwerkingsverbanden voor het uitvoeren van een plan van aanpak dat is gericht op het verbreden van de ondersteuningsvoorzieningen voor thuiszittende jeugdigen.

Artikel 4

1. Subsidie wordt aangevraagd door, verleend aan en verantwoord door een coalitie van ten minste vier geografisch aaneengesloten samenwerkingsverbanden. De landelijke samenwerkingsverbanden, bedoeld in artikel 18a, vijftiende lid, van de WPO, of artikel 2.47, achttiende lid, van de WVO 2020, kunnen zich bij iedere coalitie aansluiten.

2. De samenwerkingsverbanden die in het kader van deze subsidieregeling gezamenlijk een aanvraag doen wijzen een penvoerder aan. De subsidie wordt aangevraagd door, verleend aan en verantwoord door de penvoerder namens de coalitie.

3. Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke partij feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden.

4. Een samenwerkingsverband kan slechts aan één coalitie deelnemen in het kader van deze regeling.

Artikel 5

1. Voor het verstrekken van subsidie op grond van deze regeling is een bedrag van € 24.000.000, beschikbaar.

2. Het beschikbare bedrag per samenwerkingsverband is opgenomen in de bijlage.

3. In het geval van een gezamenlijke aanvraag, worden de bedragen die beschikbaar zijn voor de deelnemende samenwerkingsverbanden bij elkaar opgeteld.

Artikel 6

1. Een aanvraag kan worden ingediend van 17 februari 2025 9.00 uur tot en met 1 april 2025 17:00 uur. Aanvragen die buiten dat tijdvak worden ingediend, worden afgewezen.

2. De subsidie wordt aangevraagd met het aanvraagformulier dat is bekendgemaakt op de website wwww.dus-i.nl.

3.

De aanvraag gaat vergezeld van:

a. a. de namen van de betrokken samenwerkingsverbanden; b. b. de contactgegevens van de penvoerder; c. c. het plan van aanpak, bedoeld in artikel 7.

Artikel 7

1. Het plan van aanpak bestaat uit een activiteitenplan. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van het format dat is bekendgemaakt op www.dus-i.nl.

2.

In afwijking van artikel 3.4 van de Kaderregeling bevat het activiteitenplan:

a. a. een analyse van de oorzaken die in de regios waar de aanvraag op ziet leiden tot thuiszittende jeugdigen; en b. b. een beschrijving van de activiteiten, gebaseerd op de analyse, bedoeld in onderdeel a, waarmee de ondersteuningsvoorzieningen voor thuiszittende jeugdigen worden verbreed.

3. De betrokken samenwerkingsverbanden nemen in het plan van aanpak een afspraak op over de manier waarop zij de resterende middelen onderling verdelen, indien daarvan sprake is.

4. Het plan van aanpak wordt door alle bij de aanvraag betrokken samenwerkingsverbanden ondertekend.

Artikel 8

1. De subsidieverstrekking kan worden geweigerd indien onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat de activiteiten, bedoeld in artikel 7, tweede lid onder b, zijn gericht op het realiseren van het doel van de regeling, bedoeld in artikel 3.

2. Indien een aanvraag onvolledig is ingediend kan deze binnen 10 werkdagen worden aangevuld. Deze termijn gaat in op de eerste werkdag na verzending van het verzoek om aanvulling door DUS-I.

Artikel 9

1. De activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt, worden uitgevoerd in de periode van kalenderjaar 2025 tot en met 2028.

2. De penvoerder beantwoordt uiterlijk voor 1 juli 2028 een digitale vragenlijst van DUS-I, met een beschrijving van de uitvoering van de activiteiten en in hoeverre de beoogde doelen behaald zijn. Hierop vindt in ieder geval een controle door de minister plaats.

Artikel 10

1. Subsidie op grond van deze regeling wordt uiterlijk binnen 13 weken na sluiting van de aanvraagperiode verleend. De minister verstrekt ambtshalve een voorschot van 100%. Het voorschot wordt in gelijke delen uitbetaald over de jaren 2025, 2026 en 2027.

2. Indien de activiteiten volledig zijn uitgevoerd en aan alle verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging is verstrekt.

Artikel 11

1. De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, met model G, onderdeel 1.

2. De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.

3. De subsidie wordt binnen een jaar na indiening van de jaarverslaggeving over het kalenderjaar 2028 vastgesteld.

Artikel 12

De minister kan één of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 13

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2031.

Artikel 14

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling ondersteuning en preventie thuiszittende jeugdigen.

Bijlage