rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-ondersteuning-zelfstandig-vertrek-2019/BWBR0041714/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

26 KiB
Raw Permalink Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling ondersteuning zelfstandig vertrek 2019 BWBR0041714 ministeriele-regeling geldend 2019-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0041714 Subsidieregeling ondersteuning zelfstandig vertrek 2019

Subsidieregeling ondersteuning zelfstandig vertrek 2019

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

• •

    *brutoloon:* bruto salaris, inclusief individueel keuzebudget, eindejaarsuitkering of een beloning in de vorm van een dertiende maand, zijnde een vast bedrag of vastgesteld percentage van het salaris, dat werknemers als extra loon ontvangen, voor zover dit is geregeld in de geldende collectieve arbeidsovereenkomst of arbeidsovereenkomst, inclusief vakantiegeld, exclusief vergoedingen, bijzondere beloningen, winst- of prestatieafhankelijke uitkeringen;

• •

    *directe loonkosten:* loonkosten van personeel, waarbij sprake is van direct aan deelnemers van het project bestede uren, dan wel loonkosten welke direct te relateren zijn aan de uitvoering van subsidiabele activiteiten als bedoeld in de bijlagen A en B;

• •

    *financieringsplan:* liquiditeitsplan waaruit blijkt op welke wijze de projectkosten gefinancierd worden;

• •

    *gemeenschapsonderdanen:* onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie, onderdanen van een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van 2 mei 1992 en onderdanen van de Zwitserse Bondsstaat;

• •

    *indirecte kosten:* kosten die niet kunnen worden aangewezen als specifieke kosten van het project, en niet rechtstreeks verband houden met de uitvoering ervan;

• •

    *minister:* de Minister van Justitie en Veiligheid;

• •

    *onderdaan van een derde land:* eenieder die geen burger van de Europese Unie is in de zin van artikel 20, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

• •

    *penvoerder:* de door het samenwerkingsverband aangewezen penvoerende persoon of organisatie die deelneemt aan het samenwerkingsverband;

• •

    *project:* het specifieke praktische middel waarmee een subsidieontvanger een activiteit of meerdere activiteiten geheel of gedeeltelijk uitvoert;

• •

    *projectperiode:* periode tussen het tijdstip waarop activiteiten starten en worden afgerond;

• •

    *REAN-programma:* het programma Return and Emigration Assistance from the Netherlands;

• •

    *vreemdeling:* ieder die de Nederlandse nationaliteit niet bezit en niet op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander moet worden behandeld.

Artikel 2

1. De minister kan subsidie verstrekken aan de rechtspersonen, bedoeld in artikel A1 van Bijlage A en artikel B1 van Bijlage B voor projecten die zijn gericht op ondersteuning van zelfstandig vertrek van vreemdelingen om onrechtmatig verblijf te voorkomen of te beëindigen.

2. De bepalingen in de bijlagen gelden in aanvulling op hetgeen in het algemeen deel van de regeling is vastgelegd.

Artikel 3

De minister kan met inachtneming van deze regeling subsidie verstrekken voor projecten zonder winstoogmerk op het gebied van:

a. a. het bevorderen van het zelfstandig vertrek van vreemdelingen uit Nederland door hen te ondersteunen bij het zelfstandig vertrek en bij de herintegratie in het land van herkomst, met als doel het voorkomen of beëindigen van onrechtmatig verblijf van vreemdelingen in Nederland; of b. b. het bieden van ondersteuning bij het zelfstandig vertrek uit Nederland van gemeenschapsonderdanen die zich in Nederland maatschappelijk niet kunnen handhaven en die niet over voldoende financiële middelen beschikken om op eigen gelegenheid uit Nederland te vertrekken.

Artikel 4

De mogelijkheid tot het indienen van aanvragen om subsidie bestaat slechts gedurende door de minister vastgestelde aanvraagtijdvakken. De minister maakt de aanvraagtijdvakken vooraf bekend in de Staatscourant, onder vermelding van het subsidieplafond voor dat aanvraagtijdvak.

Artikel 5

De subsidie met betrekking tot een project op het gebied als bedoeld in artikel 3, onderdelen a en b, wordt aangevraagd door een subsidieaanvrager, die is aangewezen in de bijlagen A en B bij deze regeling.

Artikel 6

1. De subsidieaanvraag heeft steeds betrekking op één project.

2. De looptijd van een project bedraagt minimaal twaalf en maximaal zesendertig maanden. Het tijdvak van de subsidie vangt op zijn vroegst aan op het moment van ontvangst van de volledige subsidieaanvraag en uiterlijk zes maanden na ontvangst van de volledige subsidieaanvraag.

3. Als meerdere organisaties in een project samenwerken, kan slechts één van hen de subsidie aanvragen. Indien het project wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband van organisaties, wordt bij de subsidieaanvraag een kopie van de door de subsidieaanvrager alsmede de samenwerkingspartner getekende samenwerkingsverklaring meegezonden. Als een project medegefinancierd wordt door een derde, wordt bij de subsidieaanvraag een ondertekende co-financieringsverklaring meegezonden. De co-financieringsverklaring vermeldt het bedrag van de co-financiering en of het bedrag een absolute bijdrage of een bedrag naar rato van de daadwerkelijk gemaakte kosten betreft.

4.

De subsidieaanvraag bevat in ieder geval:

a. a. een projectbeschrijving; b. b. een begroting en financieringsplan; c. c. een verklaring omtrent het gedrag van alle bestuurders van de rechtspersoon die niet ouder is dan drie maanden; d. d. een uittreksel van de Kamer van Koophandel van de rechtspersoon; e. e. de door het bestuur vastgestelde jaarrekening van het laatst aanwezige afgesloten boekjaar; f. f. het bankrekeningnummer waarop het subsidiebedrag dient te worden gestort, inclusief een bewijs dat de bankrekening op naam van de aanvrager staat; g. g. de balans en de resultatenrekening van de subsidieaanvrager van de laatst afgesloten kalendermaand voorafgaand aan de subsidieaanvraag.

5.

De projectbeschrijving wordt ingediend onder gebruikmaking van een daartoe door de minister beschikbaar gesteld formulier. De projectbeschrijving bevat in ieder geval:

a. a. een beschrijving van de voorgenomen activiteiten, waaronder de aard, de omvang, de doelgroep en de regio waar de activiteiten worden uitgevoerd; b. b. een beschrijving van de doelstelling, resultaten en producten die de subsidieaanvrager met de activiteiten nastreeft en de daarbij behorende indicatoren; c. c. een beschrijving van de wijze waarop de activiteiten zullen worden uitgevoerd, verantwoord en geadministreerd; d. d. de duur van de projectperiode; e. e. een beschrijving van de benodigde operationele kwalitatieve en kwantitatieve capaciteit.

6. De begroting wordt ingediend onder gebruikmaking van een daartoe door de minister beschikbaar gesteld formulier.

7. Het financieringsplan bevat een beschrijving van de benodigde en beschikbare financiële capaciteit voor de uitvoering van de voorgenomen activiteiten.

8. Op de aanvraag wordt uiterlijk dertien weken na ontvangst van de aanvraag beslist.

9. Een aanvraag is volledig wanneer het formulier en de bijbehorende bijlagen volledig en juist zijn ingevuld en zijn ontvangen door de minister, zodat op basis van de verstrekte informatie de aanvraag kan worden beoordeeld.

10. Desgevraagd verstrekt de subsidieaanvrager een nadere toelichting op de projectbeschrijving en de begroting.

11. Projecten worden altijd uitgevoerd in samenwerking met of in afstemming met de Dienst Terugkeer en Vertrek.

Artikel 7

1. Voor het bepalen van het bereiken van het subsidieplafond worden de subsidieaanvragen op volgorde van binnenkomst behandeld, waarbij alleen volledige subsidieaanvragen in behandeling worden genomen.

2. Wanneer de subsidieaanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld zijn subsidieaanvraag aan te vullen, geldt als datum van binnenkomst de datum van ontvangst van de volledige subsidieaanvraag.

Artikel 8

De beschikking vermeldt in ieder geval de projectperiode, het maximumbedrag van de subsidie, alsmede de doelgroep. Bij de bepaling van het maximumbedrag van de subsidie wordt uitgegaan van het totaal van de in artikel 11 genoemde kosten van het project, zoals door de subsidieaanvrager geraamd in zijn subsidieaanvraag, met dien verstande dat bepaalde, in de beschikking te vermelden kostenposten buiten beschouwing kunnen worden gelaten dan wel op een lager bedrag kunnen worden bepaald.

Artikel 9

Een aanvraag tot verlening van subsidie kan in ieder geval door de minister geheel of gedeeltelijk worden afgewezen, indien:

a. a. de kosten van het project niet in een redelijke verhouding staan tot de daarvan te verwachten resultaten; b. b. onvoldoende zekerheid bestaat over de financiering van de totale noodzakelijkerwijs ten behoeve van de voorbereiding en de uitvoering van het project te maken kosten; c. c. onvoldoende zekerheid bestaat dat de administratie van de subsidieaanvrager zal voldoen aan de daaraan gestelde eisen; d. d. onaannemelijk is dat met de door de subsidieaanvrager toegepaste werkwijze de met de subsidie beoogde doelstelling wordt bereikt. Bij deze beoordeling worden de behaalde resultaten van eerdere projecten betrokken; e. e. onaannemelijk is dat de voorgenomen subsidiabele activiteiten en subsidiabele kosten eenvoudig te verantwoorden en te controleren zijn; f. f. de voorgenomen subsidiabele kosten reeds uit hoofde van nationale of Europese subsidieprogrammas worden gefinancierd zodanig dat de totale financiering van de subsidiabele kosten meer dan 100% bedraagt; g. g. onaannemelijk is dat de subsidieaanvrager beschikt over kwalitatieve en kwantitatieve operationele capaciteit voor de uitvoering van de voorgenomen activiteiten; of h. h. anderszins op grond van diens eerdere subsidieverleningen voor vergelijkbare activiteiten niet aannemelijk is dat de subsidieaanvrager de activiteiten goed zal uitvoeren en aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen zal voldoen.

Artikel 10

De subsidie ten behoeve van projecten als bedoeld in artikel 3 bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten, maar ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde maximumbedrag.

Artikel 11

1.

Ter uitvoering van de subsidiabele activiteiten van het project komen voor subsidiëring uitsluitend de volgende kostensoorten in aanmerking:

a. a. directe loonkosten voor zover deze berekend zijn op basis van het aantal werkelijk gerealiseerde uren tegen een individueel berekend tarief op basis van het brutoloon, vermeerderd met de werkgeverslasten en waarbij het aantal werkbare uren wordt berekend op basis van de normale arbeidsduur per jaar in uren minus het wettelijk en boven-wettelijk aantal vakantie-uren per jaar en minus de nationaal erkende officiële vrije feestdagen per jaar in uren. Bij een parttime dienstverband wordt het aantal uren naar rato bepaald; b. b. specifieke uitgaven in verband met doelgroepen verstrekt aan vreemdelingen die Nederland aantoonbaar hebben verlaten; c. c. reis- en verblijfskosten; d. d. kosten van materieel; e. e. afschrijvingskosten, voor zover deze betrekking hebben op het eerste lid, onderdeel d; f. f. kosten van verbruiksgoederen, benodigdheden en algemene diensten met uitzondering van kantoorkosten; g. g. kosten van onderaanneming, en h. h. kosten van huur van onroerende zaken.

2. De direct subsidiabele kosten, zoals bedoeld in het eerste lid, worden verhoogd met een opslag van maximaal 7% ter dekking van de indirecte kosten.

3. De kosten van de door een subsidieontvanger verrichte eigen arbeid ten behoeve van het project worden, indien een berekening overeenkomstig het eerste lid, onderdeel a, niet mogelijk is, berekend door het aantal uren dat de betrokken persoon aan het project ten behoeve van deze activiteiten heeft gemaakt, te vermenigvuldigen met een vast uurtarief van € 39.

4. De kosten van vrijwilligers worden berekend volgens de regels die zijn opgenomen in het Handboek Loonheffingen van de Belastingdienst.

5. Om voor subsidie in aanmerking te komen dient voor opdrachten met een financieel belang van hoger dan € 10.000 de marktconformiteit aangetoond te worden. Voor opdrachten tot € 25.000 kan worden volstaan met een benchmarkprocedure. Voor opdrachten hoger of gelijk aan € 25.000 dient martkconformiteit te worden aangetoond door middel van een vergelijking van drie offertes.

6. De kosten, bedoeld in het eerste lid, zijn daadwerkelijk gemaakt en betaald, waarbij de kosten ten laste van het project zijn gebleven en rechtstreeks aan de uitvoering of het beheer van het project zijn toe te rekenen.

Artikel 12

Niet voor subsidiëring komen in aanmerking:

a. a. onredelijk of niet noodzakelijk gemaakte kosten voor uitvoering van het project of een onderdeel daarvan; b. b. kosten van het project die qua prijsniveau niet in een redelijke verhouding staan tot de overeengekomen prestaties of hetgeen gebruikelijk is; c. c. de aankoop, bouw of renovatie van onroerend goed; d. d. belasting over de toegevoegde waarde, behalve indien deze krachtens het nationale recht inzake belasting over de toegevoegde waarde niet terugvorderbaar is; e. e. fooien en geschenken; f. f. representatiekosten en representatievergoedingen; g. g. kosten van ontspanningsactiviteiten ten behoeve van personeelsleden van het project; h. h. kapitaalopbrengsten, schulden en kosten van schulden, rente op schulden, voorzieningen voor eventuele toekomstige verliezen of schulden, verschuldigde rente, dubieuze vorderingen, boetes, financiële sancties, gerechtskosten en buitensporige of roekeloze uitgaven; i. i. kosten van de inrichting van een kantoor zoals meubilair en kantoorkosten zoals kosten voor telefoon en internet, schoonmaakkosten, verzekeringen en energiekosten; j. j. kosten gemaakt buiten de projectperiode, die benoemd is in de beschikking tot subsidieverlening, met uitzondering van kosten die na afloop van de projectperiode zijn gemaakt voor:

      
      de directe loonkosten voor de projectcoördinatie en -administratie ten behoeve van het opstellen van de einddeclaratie;
    
    
      
      de kosten voor onderaanneming ten behoeve van het opstellen van de einddeclaratie;
    
    
      
      de directe loonkosten of de kosten van onderaanneming ten behoeve van de loonadministratie tot 13 weken na afloop van de projectperiode; en
    
    
      
      de kosten van specifieke uitgaven in verband met doelgroepen tot 4 weken na afloop van de projectperiode;

de directe loonkosten voor de projectcoördinatie en -administratie ten behoeve van het opstellen van de einddeclaratie; de kosten voor onderaanneming ten behoeve van het opstellen van de einddeclaratie; de directe loonkosten of de kosten van onderaanneming ten behoeve van de loonadministratie tot 13 weken na afloop van de projectperiode; en de kosten van specifieke uitgaven in verband met doelgroepen tot 4 weken na afloop van de projectperiode; k. k. bijdragen in natura, met uitzondering van de kosten, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b; m. m. kosten voor woon-werkverkeer, tenzij een CAO van toepassing is waarin staat dat medewerkers recht hebben op vergoeding hiervan; n. n. kosten, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, die in Nederland zijn gemaakt en zijn voorgeschoten door een deelnemer; en o. o. kosten die reeds uit andere nationale of Europese middelen worden gefinancierd zodanig dat de totale financiering van de subsidiabele kosten meer dan 100% bedraagt.

Artikel 13

1. Na verlening van de subsidie voor een project met een looptijd van twee jaar of minder, wordt een voorschot verleend tot maximaal 50% van het in de beschikking tot subsidieverlening opgenomen maximum subsidiebedrag.

2. Voor projecten met een looptijd van twee jaar of minder, wordt vier weken na verloop van de helft van het tijdvak waarvoor subsidie is toegekend, een aanvullend voorschot van maximaal 30% van het in de beschikking tot subsidieverlening opgenomen maximum subsidiebedrag verleend.

3. Voor projecten met een looptijd van meer dan twee jaar, wordt na verlening van de subsidie een voorschot verleend tot maximaal 40% van het in de beschikking tot subsidieverlening opgenomen maximum subsidiebedrag. Na verloop van een jaar en na verloop van twee jaar wordt na ontvangst van een tussentijdse inhoudelijke en financiële rapportage, een aanvullend voorschot van maximaal 20% van het in de beschikking tot subsidieverlening opgenomen maximum subsidiebedrag verleend.

4. Aan de subsidieontvanger kan een nadere financiële en inhoudelijke onderbouwing, inclusief specificatie van reeds gemaakte kosten alsmede zekerheid worden gevraagd ten behoeve van het verlenen van een voorschot.

5. Het maximale voorschot per project bedraagt 80% van het in de beschikking tot subsidieverlening opgenomen maximum subsidiebedrag.

Artikel 14

1. De subsidieontvanger houdt een inzichtelijke en controleerbare administratie bij met betrekking tot de uitvoering van het project en de in verband daarmee gemaakte kosten en gerealiseerde opbrengsten. Deze administratie bestaat uit een projectadministratie, waaronder voor zover van toepassing een deelnemersadministratie, en een financiële administratie waarin alle noodzakelijke gegevens tijdig, juist en volledig zijn vastgelegd en ten behoeve van de vaststelling van de subsidiabiliteit zijn te verifiëren met bewijsstukken.

2. De volledige administratie is per project voor controle beschikbaar op een voor de subsidieontvanger vrij toegankelijke locatie.

3. De projectadministratie geeft inzicht in de geplande en gerealiseerde prestaties in termen van deelnemers dan wel in termen van geleverde producten of diensten.

4. De financiële administratie geeft inzicht in de subsidiabele kosten, de gerealiseerde opbrengsten en de wijze waarop deze kosten en opbrengsten aan het project worden toegerekend.

5. Indien er in het project sprake is van deelnemers geeft de deelnemersadministratie inzicht in de subsidiabiliteit van de individuele deelnemer zelf en de verrichte activiteiten en behaalde resultaten per individuele deelnemer.

6. Ter zake van de directe loonkosten en de kosten, bedoeld in artikel 11, derde lid, dient een door middel van een inzichtelijk tijdschrijfsysteem controleerbare urenverantwoording per werknemer aanwezig te zijn of een naar behoren gemotiveerd besluit van de organisatie waaruit blijkt dat de werknemer wordt ingezet voor taken die specifiek verband houden met de uitvoering van het project.

7. De subsidieontvanger verstrekt desgevraagd aan door de minister dan wel door de minister daartoe aangewezen instanties inzage in of informatie uit de administratie. Tevens verstrekt hij de minister desgevraagd informatie over het project die voor monitoring en evaluatiedoeleinden gebruikt kunnen worden.

8. In de administratie is een verklaring omtrent het gedrag opgenomen van alle personen die betrokken zijn bij de uitvoering van het project zoals de projectleider, projectmedewerkers en vrijwilligers. Voor personen die als onderaannemer werkzaam zijn geldt deze verplichting alleen als zij werkzaamheden uitvoeren die ook door een projectmedewerker kunnen worden uitgevoerd.

9. De subsidieontvanger is verplicht om de voorschriften met betrekking tot de administratie die zijn opgenomen in de Handleiding projectadministratie Subsidieregeling ondersteuning zelfstandig vertrek 2019, op te volgen. Kosten die in strijd met de voorschriften die zijn opgenomen in deze regeling of handleiding zijn gemaakt of geadministreerd, komen niet voor subsidie in aanmerking.

Artikel 15

1. De subsidieontvanger bewaart alle administratieve bescheiden die betrekking hebben op het gesubsidieerde project tot ten minste 7 jaar na afloop van de vaststelling van de subsidie dan wel tot een nader door de minister aan de subsidieontvanger schriftelijk bekend te maken termijn.

2. Van alle administratieve bescheiden wordt het origineel bewaard. Hiervan kan worden afgeweken, indien het origineel conform de procedure in de handleiding voor de projectadministratie behorende bij deze regeling, wordt overgezet en bewaard op een andere gegevensdrager. Het overbrengen op een andere gegevensdrager geschiedt met juiste en volledige weergave van de gegevens en deze is de volledige bewaartermijn beschikbaar en kan binnen een redelijke tijd leesbaar worden gemaakt.

3. De administratie is zodanig ingericht en wordt zodanig gevoerd en bewaard, dat controle daarvan binnen een redelijke termijn mogelijk is. Daartoe verleent de subsidieontvanger de benodigde medewerking met inbegrip van het verschaffen van het benodigde inzicht in de opzet en de werking van de administratie.

4. De computersystemen die gebruikt worden voor documenten waarvan uitsluitend een elektronische versie bestaat, voldoen aan aanvaarde beveiligingsstandaarden die waarborgen dat de bewaarde documenten aan de nationale wettelijke eisen voldoen en dat er voor controledoeleinden op kan worden vertrouwd.

5. Alle administratieve bescheiden zijn beschikbaar voor de subsidieontvanger. De subsidieontvanger is en blijft verantwoordelijk voor een correcte opslag van alle administratieve bescheiden, ook als hij een derde met de opslag belast.

Artikel 16

1. Voor projecten die een tijdvak hebben van meer dan 12 maanden dient binnen 8 weken na afloop van een periode van 12 maanden na de datum van de start van het project een inhoudelijke en financiële voortgangsrapportage te worden ingediend, waarin rekening en verantwoording wordt afgelegd over de voortgang van het project waarvoor subsidie is verleend in die periode.

2. Indien er omstandigheden optreden die de voortgang, inhoud of de administratieve organisatie van het project substantieel wijzigen of die anderszins belangrijke gevolgen kunnen hebben voor het recht op subsidie, doet de subsidieontvanger hiervan onverwijld mededeling aan de minister.

3. De subsidieontvanger verleent aan door de minister dan wel door de minister daartoe aangewezen instanties medewerking aan het opstellen van evaluatierapporten met betrekking tot deze regeling, en draagt, indien het gesubsidieerde project niet in eigen beheer wordt uitgevoerd, er zorg voor dat de feitelijke uitvoerder van het project deze medewerking verleent.

4. Over de voortgang van de ondersteuningstrajecten wordt op zaaksniveau informatie uitgewisseld met de minister.

Artikel 17

1. De subsidieontvanger dient binnen dertien weken na beëindiging van het project een verzoek tot vaststelling van de subsidie in bij de minister. Bij het verzoek tot vaststelling van de subsidie wordt een inhoudelijke en financiële eindrapportage gevoegd. De financiële eindrapportage wordt ingediend onder gebruikmaking van een daartoe door de minister beschikbaar gesteld formulier.

2. Voor projecten waarvoor een maximale subsidie is verstrekt van meer dan € 125.000, wordt bij het verzoek om vaststelling tevens een volgens het door de minister opgestelde accountantsprotocol opgestelde verklaring van een accountant gevoegd.

3. De minister stelt binnen 22 weken na ontvangst van het verzoek tot vaststelling van de subsidie de subsidie vast.

Artikel 18

Informatie uit het subsidiedossier wordt niet openbaar gemaakt wanneer de informatie niet voor iedereen toegankelijk is vanwege de vertrouwelijke aard ervan, met name omdat ze verband houdt met veiligheid, openbare orde, strafrechtelijk onderzoek en de bescherming van persoonsgegevens.

Artikel 19

1.

Onverminderd het bepaalde in afdeling 4.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht kan een beschikking tot subsidieverlening door de minister geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken, en kunnen op basis daarvan uitbetaalde bedragen worden teruggevorderd:

a. a. indien het project wordt uitgevoerd in afwijking van de projectbeschrijving, voor zover de subsidieverlening daarop was gebaseerd; b. b. indien de doelstellingen van het project niet of slechts ten dele worden gerealiseerd; c. c. indien de subsidieontvanger niet of niet meer beschikt over de benodigde operationele en financiële capaciteit voor de uitvoering van de voorgenomen activiteiten; d. d. op een daartoe strekkend verzoek van de subsidieontvanger; of e. e. indien bij een controle onregelmatigheden in de administratie zijn aangetroffen en aanvrager deze niet of in onvoldoende mate heeft gecorrigeerd dan wel diens toelichting omtrent de onregelmatigheden onvoldoende wordt geacht.

2. Gehele of gedeeltelijke intrekking van de beschikking tot subsidieverlening op grond van het eerste lid, onderdeel a, vindt niet plaats, indien de afwijking van het bij de subsidieaanvraag gevoegde projectbeschrijving vooraf aan de minister is voorgelegd en de minister daarmee schriftelijk heeft ingestemd. Voor zover de minister niet met afwijking heeft ingestemd, verricht de subsidieontvanger die activiteiten voor eigen rekening en risico.

3. De minister kan het terug te vorderen bedrag verrekenen met een aan dezelfde subsidieontvanger in het kader van deze regeling verleende en nog te betalen subsidie, dan wel een andere verleende en nog te betalen subsidie.

Artikel 20

1. De Subsidieregeling ondersteuning zelfstandig vertrek wordt ingetrokken.

2. De Subsidieregeling ondersteuning zelfstandig vertrek blijft van toepassing op de financiële afwikkeling van subsidies, op basis van deze regeling verleend, die voor de vervaldatum zijn verleend en op eventuele bezwaar- en beroepsprocedures ten aanzien van die subsidies.

Artikel 21

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2019.

2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2024.

3. Deze regeling blijft van toepassing op de financiële afwikkeling van subsidies, op basis van deze regeling verleend, die voor de vervaldatum zijn verleend en op eventuele bezwaar- en beroepsprocedures ten aanzien van die subsidies.

Artikel 22

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling ondersteuning zelfstandig vertrek 2019.

Bijlage A. behorende bij

Bijlage B. behorende bij