rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-personele-gevolgen-wmo-2008/BWBR0023992/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

17 KiB
Raw Permalink Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling personele gevolgen Wmo 2008 BWBR0023992 ministeriele-regeling geldend 2008-06-18 https://wetten.overheid.nl/BWBR0023992 Subsidieregeling personele gevolgen Wmo 2008

Subsidieregeling personele gevolgen Wmo 2008

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. Minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; b. b. werkgeversorganisaties: Actiz en Branchebelang Thuiszorg Nederland; c. c. werknemersorganisaties: ABVAKABO FNV, CNV Publieke Zaak, NU 91, Federatie van beroepsorganisaties in de zorg en De Unie Zorg en Welzijn; d. d. thuishulp A: persoon die HH1-werkzaamheden verricht bij ouderen, zieken, of gehandicapten die thuis wonen; e. e. alfahulp: een persoon die voor maximaal drie dagen per week HH1 of HH2- werkzaamheden verricht en geen schriftelijke arbeidsovereenkomst heeft met een thuiszorginstelling; f. f. voormalig alfahulp: een persoon die tot het moment van indiensttreding bij de aanvrager aantoonbaar gedurende ten minste een maand alfahulp werkzaamheden verrichtte; g. g. thuiszorginstelling: een instelling, zijnde een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, die op basis van overeenkomsten of onderaannemingsovereenkomsten met gemeenten huishoudelijke hulp levert in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning, met inbegrip van alle ondernemingen waarin deze instelling 25% of meer van het kapitaal of het stemrecht heeft; h. h. cwi: de Centrale organisatie werk en inkomen als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; i. i. HH1: huishoudelijke werkzaamheden; j. j. HH2: huishoudelijke werkzaamheden met inbegrip van hulp bij de organisatie van het huishouden; k. k. totaal aantal HH1-uren: het totaal aantal uren werkzaamheden in 2008 met de indicatie HH1 of een daarmee vergelijkbare indicatie die de thuiszorginstelling levert op grond van alle overeenkomsten en onderaannemingsovereenkomsten; l. l. aantal niet leverbare uren: het aantal uren werkzaamheden in 2008 met de indicatie HH1 waarvoor geldt dat de thuiszorginstelling voor het verrichten van die werkzaamheden een overeenkomst of onderaannemingsovereenkomst heeft gesloten, terwijl de thuiszorginstelling deze werkzaamheden niet verricht althans door anderen dan haar eigen werknemers laat verrichten; m. m. aantal alfahulpuren: het aantal uren werkzaamheden in 2008 met de indicatie HH1 waarvoor geldt dat de thuiszorginstelling voor het verrichten van die werkzaamheden een overeenkomst of onderaannemingsovereenkomst heeft gesloten, en waarvoor geldt dat deze werkzaamheden door voormalige alfahulpen in dienst van de thuiszorginstelling worden verricht; n. n. opdrachtsom: het aantal uren werkzaamheden met de indicatie HH1 dat de thuiszorginstelling in 2008 kan leveren op grond van een overeenkomst of onderaannemingsovereenkomst vermenigvuldigd met het voor die werkzaamheden overeengekomen uurtarief, danwel, indien in de onderaannemingsovereenkomst geen uitsplitsing is gemaakt naar aantallen uren en een daarvoor geldend uurtarief, het in de onderaannemingsovereenkomst overeengekomen totaalbedrag; o. o. totale opdrachtsom: de som van alle opdrachtsommen; p. p. gemiddelde uurtarief: de totale opdrachtsom gedeeld door het totaal aantal HH1-uren; q. q. uursubsidie: € 18 minus het gemiddeld uurtarief; r. r. wmo-overeenkomst: een overeenkomst tot het leveren van werkzaamheden met de indicatie HH1 die de thuiszorginstelling heeft gesloten met een gemeente op basis van een aanbestedingsprocedure in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning; s. s. onderaannemingsovereenkomst: een overeenkomst onder bezwarende titel gesloten voor 1 januari 2008 tussen twee thuiszorginstellingen op basis waarvan de ene thuiszorginstelling voor de andere thuiszorginstelling op basis van een wmo-overeenkomst van laatstgenoemde thuiszorginstelling werkzaamheden met de indicatie HH1 verricht en daarbij uitsluitend bij hem in dienst zijnde thuishulpen A inzet; t. t. arbeidsplaats: een arbeidsplaats uitgedrukt decimalen fte, welke bij de subsidieaanvrager bestond op het moment van de subsidieaanvraag; u. u. loondienstmaanden: aantal maanden dat een voormalige alfahulp in 2008 in de functie van thuishulp A in dienst is bij de thuiszorginstelling.

Paragraaf 2. Personele gevolgen thuishulpen A

Artikel 2

1. De Minister kan ten behoeve van het voorkomen van het verlies van werkgelegenheid bij thuiszorginstellingen ten gevolge van de gemeentelijke aanbestedingen in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning aan een thuiszorginstelling eenmalig een projectsubsidie verstrekken voor de gewerkte uren waarin een medewerker in de functie van thuishulp A in dienst van de thuiszorginstelling op basis van een wmo-overeenkomst of onderaannemingsovereenkomst werkzaamheden verricht met de indicatie HH1.

2. De Minister verstrekt uitsluitend subsidie indien het gemiddelde uurtarief minder dan €18 bedraagt.

3. Indien in een overeenkomst of onderaannemingsovereenkomst een gecombineerd tarief is overeengekomen voor werkzaamheden met de indicatie HH1 en de indicatie HH2, wordt het aandeel van de werkzaamheden met de indicatie HH1 bepaald op basis van tabel 1 zoals opgenomen in bijlage 7 van deze regeling.

4. De Minister verstrekt uitsluitend subsidie voor de gewerkte uren verricht of te verrichten in 2008.

Artikel 3

1. Het subsidieplafond voor de uitvoering van de in artikel 2 bedoelde subsidie bedraagt in 2008 € 20.000.000.

2. De Minister verdeelt het beschikbare bedrag in volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht eenmalig de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen, met betrekking tot de verdeling als de datum van ontvangst geldt.

Paragraaf 3. Werkgelegenheidsbevordering voormalige alfahulpen

Artikel 4

1. De Minister kan aan een thuiszorginstelling eenmalig een projectsubsidie verstrekken voor het in 2008 in dienst nemen van een voormalige alfahulp in de functie van thuishulp A op basis van een arbeidsovereenkomst met een duur van ten minste een jaar.

2. De Minister verstrekt de subsidie uitsluitend voor de indienstname van die voormalige alfahulpen die in 2008 voorafgaand aan de subsidieaanvraag in dienst zijn getreden bij de subsidieaanvrager.

3. De Minister verstrekt geen subsidie voor de indienstneming van een voormalige alfahulp indien de voormalige alfahulp op enig moment na 15 maart 2008 in loondienst was aangesteld bij de aanvrager en nadien als alfahulp werkzaam was.

4. De Minister verstrekt uitsluitend subsidie voor kosten gemaakt of te maken in 2008.

Artikel 5

1. Het subsidieplafond voor de uitvoering van de in artikel 4 bedoelde subsidie bedraagt in 2008 € 5.000.000.

2. De Minister verdeelt het beschikbare bedrag in volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien ter verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht eenmalig de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen, met betrekking tot de verdeling als de datum van ontvangst geldt.

Paragraaf 4. De subsidieaanvraag

Artikel 6

1. De subsidieaanvrager dient de subsidieaanvraag in op uiterlijk 15 oktober 2008 bij aangetekende brief. De Minister neemt aanvragen die na deze datum zijn ingediend niet in behandeling.

2. De subsidieaanvrager stuurt een afschrift van de subsidieaanvraag naar de lokale vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties.

Artikel 7

1. Een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 2 geschiedt middels het aanvraagformulier dat in bijlage 1 is opgenomen en de daarbij behorende begroting, met gebruikmaking van het begrotingsformulier dat is opgenomen in bijlage 3.

2. Het aanvraagformulier is ondertekend door degene die op grond van de statuten bevoegd is de thuiszorginstelling te vertegenwoordigen, of door een persoon die daartoe gevolmachtigd is.

3.

De begroting geeft inzicht in de kosten en baten en bevat in ieder geval de volgende onderdelen:

a. a. een overzicht van het totaal aantal HH1 uren; b. b. een overzicht van het totaal aantal niet leverbare uren; c. c. een overzicht van het totaal aantal alfahulpuren; en d. d. een overzicht en specificatie van de subsidies en financiële bijdragen zoals genoemd in artikel 9.

Artikel 8

1. Een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 4 geschiedt middels het aanvraagformulier dat in bijlage 1 is opgenomen en de daarbij behorende begroting, met gebruikmaking van het begrotingsformulier dat is opgenomen in bijlage 4.

2. Het aanvraagformulier is ondertekend door degene die op grond van de statuten bevoegd is de thuiszorginstelling te vertegenwoordigen, of door een persoon die daartoe gevolmachtigd is.

3.

De begroting geeft inzicht in de kosten en baten per individuele voormalige alfahulp in dienst bij de aanvrager en bevat in ieder geval de volgende onderdelen:

a. a. een overzicht van alle voormalige alfahulpen waarvoor subsidie wordt aangevraagd; b. b. een overzicht van de loondienstmaanden die de voormalige alfahulp in 2008 in dienst van een thuiszorginstelling werkt; c. c. een overzicht en specificatie van de kosten en baten; d. d. een postgewijze toelichting waarbij de kosten en baten die door middel van interne doorberekeningen zijn toegerekend, zijn bepaald op bedrijfseconomische en maatschappelijk aanvaardbare grondslagen. Voor zover hier kosten zijn inbegrepen van materiële vaste activa, zijn deze kosten op basis van aanschaffingsprijzen van die activa berekend.

Artikel 9

1. Voor zover de subsidieaanvrager voor dezelfde begrote kosten tevens subsidie of een andere financiële bijdrage heeft aangevraagd bij een of meer andere bestuursorganen, doet hij daarvan mededeling in de subsidieaanvraag, onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of aanvragen.

2. Voor zover de subsidieaanvrager nadat hij de subsidieaanvraag heeft ingediend voor dezelfde begrote kosten een subsidie of een andere financiële bijdrage aanvraagt bij een of meer andere bestuursorganen, doet hij daarvan terstond mededeling aan de Minister.

Paragraaf 5. Subsidieverlening en bevoorschotting

Artikel 10

1. De Minister neemt binnen dertien weken na datum van ontvangst van de subsidieaanvraag een beschikking op de aanvraag.

2.

De Minister laat zich bij het geven van de beschikking ten aanzien van de nadelige sociale gevolgen bij de thuiszorginstelling door het cwi adviseren over:

a. a. de ontwikkelingen en verwachte ontwikkelingen in de werkgelegenheid bij de thuiszorginstelling; b. b. de ontwikkelingen en verwachte ontwikkelingen in de lokale en regionale thuiszorgsector; c. c. de ontwikkelingen en verwachte ontwikkelingen van de rechtspositie van de betrokken werknemers van de thuiszorginstelling.

3. De Minister laat zich bij het geven van het besluit adviseren door een door hem in te stellen beheerscommissie, bestaande uit vertegenwoordigers van werkgeversorganisaties, werknemersorganisaties en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

Artikel 11

1. De Minister verstrekt voorschotten op basis van de verleende subsidie.

2. Voorschotten worden gelijkmatig over het aantal maanden verstrekt waarvoor subsidie is verleend.

3. De Minister kan indien hierom in de aanvraag wordt verzocht, afwijken van het bepaalde in het tweede lid.

Paragraaf 6. Berekeningswijze

Artikel 12

1.

De Minister berekent de subsidie als bedoeld in artikel 2 volgens de navolgende formule:

subsidie = (totaal aantal HH1-uren aantal niet leverbare uren aantal alfahulpuren) * uursubsidie.

2. De uursubsidie bedraagt niet meer dan € 5.

3. De subsidie als bedoeld in artikel 2 bedraagt niet meer dan € 2.000.000 per subsidieaanvrager.

Artikel 13

1.

De Minister berekent de subsidie als bedoeld in artikel 4 op basis van de navolgende formule:

subsidie = loondienstmaanden * deeltijdpercentage * € 900.^

2. Behoudens het bepaalde in het eerste lid bedraagt de subsidie voor indienstneming van een voormalige alfahulp niet meer dan € 3.500 gemiddeld per werknemer voor wie subsidie wordt aangevraagd, met dien verstande dat het totaal van de subsidie als bedoeld in artikel 4 aan de thuiszorginstelling het bedrag van € 1.000.000 niet overschrijdt.

Artikel 14

De Minister brengt subsidies of andere financiële bijdragen verstrekt door een of meer andere bestuursorganen voor dezelfde activiteiten in mindering bij verstrekking van de subsidie bedoeld in de artikelen 2 en 4.

Paragraaf 7. Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel 15

De subsidieontvanger zorgt er voor dat:

a. a. de administratie op overzichtelijke en doelmatige wijze wordt gevoerd; b. b. te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde kosten en baten kunnen worden nagegaan; c. c. de doeleinden op een doelmatige wijze worden nagestreefd; en d. d. de werkzaamheden op een zodanige manier worden geregeld dat een goed beleid en beheer worden gevoerd.

Artikel 16

De subsidieontvanger doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de Minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een besluit tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie en overlegt hierbij de relevante stukken.

Artikel 17

De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de Minister ingestelde onderzoeken die erop zijn gericht de Minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid.

Artikel 18

1. De Minister kan bij de verlening van een subsidie verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

2. Indien de Minister subsidie heeft verleend op basis van artikel 2 is de subsidieontvanger verplicht om gedurende één jaar na de dag van de subsidieaanvraag alle arbeidsplaatsen behorende bij de functie van thuishulp A in zijn onderneming in stand te houden.

Paragraaf 8. Subsidievaststelling

Artikel 19

1. Voor 1 mei 2009 dient de subsidieontvanger een aanvraag in voor de subsidievaststelling.

2. Voor de aanvraag tot subsidievaststelling wordt het formulier gebruikt dat als bijlage 2 bij deze regeling is gevoegd.

3. De aanvraag voor de subsidievaststelling gaat vergezeld van een declaratie waarin rekening en verantwoording wordt afgelegd omtrent de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten en de daaraan gekoppelde berekeningswijze, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn. De declaratie sluit aan op de indeling van de bij de subsidieaanvraag ingediende begroting. Verschillen tussen declaratie en begroting zijn voorzien van een toelichting.

Artikel 20

1. De declaratie bedoeld in artikel 19, derde lid, is voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, overeenkomstig een in bijlage 5 bij deze regeling opgenomen modelaccountantsverklaring.

2. De declaratie bedoeld in artikel 19, derde lid, gaat vergezeld van een rapportage omtrent de naleving van de subsidiebepalingen door de subsidieontvanger, opgesteld door de accountant overeenkomstig het in bijlage 6 bij deze regeling opgenomen controleprotocol.

3. De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de accountant meewerkt aan door of namens de departementale auditdienst in te stellen onderzoeken naar de door de accountant verrichte controle werkzaamheden.

4. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de verleende projectsubsidie(s) zoals genoemd in artikelen 2 en 4 tesamen minder dan € 125.000 bedraagt.

Artikel 21

Binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag bedoeld in artikel 19, eerste lid, geeft de Minister een beschikking tot vaststelling.

Paragraaf 9. Slotbepalingen

Artikel 22

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 23

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling personele gevolgen Wmo 2008.

Bijlage 1

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

Bijlage 2

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

Bijlage 3

[afbeelding]

Bijlage 4

[afbeelding]

Bijlage 5

[afbeelding]

Bijlage 6

[afbeelding]

[afbeelding]

Bijlage 7

[afbeelding]