rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-pilots-startgroepen-voor-peuters/BWBR0030078/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

16 KiB
Raw Permalink Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling pilots startgroepen voor peuters BWBR0030078 ministeriele-regeling geldend 2011-06-11 https://wetten.overheid.nl/BWBR0030078 Subsidieregeling pilots startgroepen voor peuters

Subsidieregeling pilots startgroepen voor peuters

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

• •

    *begeleider voorschoolse educatie:* beroepskracht voorschoolse educatie die voldoet aan artikel 3, eerste en derde lid, van de Wet op het primair onderwijs en aan artikel 5.1 van het Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel;

• •

    *beroepskracht voorschoolse educatie:* beroepskracht voorschoolse educatie als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, en artikel 2.1, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen;

• •

    *bevoegd gezag:* bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs;

• •

    *directeur:* directeur als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs;

• •

    *gemeente:* gemeente waarin zowel de vestiging van de school als het kindercentrum dan wel de peuterspeelzaal gelegen zijn die aan de pilot meedoen of willen doen;

• •

    *kindercentrum:* kindercentrum als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen dat voorschoolse educatie verzorgt;

• •

    *krimpregio Parkstad Limburg:* gemeenten Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Nuth, Onderbanken, Voerendaal en Simpelveld;

• •

    *krimpregio Noordoost Groningen:* gemeenten Appingedam, Bellingwedde, Delfzijl, Eemsmond, Loppersum, Menterwolde, Pekela, Reiderland, Scheemda, Stadskanaal, Veendam, Vlagtwedde en Winschoten;

• •

    *krimpregio Zeeuws-Vlaanderen:* gemeenten Hulst, Sluis en Terneuzen;

• •

    *minister:* Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

• •

    *opbrengstgericht werken:* doelgerichte, ontwikkelingsgerichte en systematische manier van werken die erop gericht is ontwikkelingskansen en de toekomstige onderwijsresultaten in de schoolloopbaan van de leerlingen te verbeteren;

• •

    *peuterspeelzaal:* peuterspeelzaal als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen die voorschoolse educatie verzorgt;

• •

    *school:* basisschool als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs die vroegschoolse educatie verzorgt;

• •

    *schooljaar:* schooljaar als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs;

• •

    *startgroep:* groep in een peuterspeelzaal of kindercentrum voor kinderen van twee of drie jaar waaraan voorschoolse educatie wordt gegeven door een begeleider voorschoolse educatie en een beroepskracht voorschoolse educatie, waarbij de directeur van de school een regiefunctie vervult ten aanzien van activiteiten in het kader van deze regeling;

• •

    *taal- of rekenzwakke school:* school die blijkens het meest recente onderzoek, bedoeld in artikel 11 van de Wet op het onderwijstoezicht, als eindresultaat taal of rekenen een onvoldoende heeft gehaald als bedoeld in paragraaf 2.7 respectievelijk paragraaf 2.8 van de notitie Analyse en waardering van opbrengsten, september 2010, www.onderwijsinspectie.nl;

• •

    *voorschoolse educatie:* voorschoolse educatie als bedoeld in de artikelen 1.1, eerste lid, en 2.1 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen;

• •

    *vroegschoolse educatie:* vroegschoolse educatie als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs;

• •

    *zwakke of zeer zwakke school:* school waarvan de kwaliteit door de Inspectie van het onderwijs, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het onderwijstoezicht, als zwak of zeer zwak is beoordeeld op basis van het meest recente onderzoek als bedoeld in artikel 11 van de Wet op het onderwijstoezicht.

Artikel 2

De minister kan subsidie verstrekken aan een bevoegd gezag voor het bevorderen van opbrengstgericht werken in een startgroep, waarin het verzorgen van voorschoolse educatie geschiedt door opbrengstgericht werken als onderdeel van een doorlopende leerlijn van de startgroep tot en met de school.

Artikel 3

Artikel 4 van de Regeling OCW-subsidies is niet van toepassing op subsidieverstrekking op grond van deze regeling.

Artikel 4

1.

Een aanvraag tot subsidieverstrekking voor het schooljaar 20112012 kan worden ingediend door een bevoegd gezag ten aanzien van ten hoogste één van zijn scholen die geen taal- of rekenzwakke school en geen zwakke of zeer zwakke school is. Voor de aanvraag wordt gebruik gemaakt van het daarvoor bestemde format zoals dat is gepubliceerd op www.duo.nl. De aanvraag gaat vergezeld van:

a. a. een intentieverklaring van de gemeente en de houder van een peuterspeelzaal of kindercentrum waarbij gebruik wordt gemaakt van het daarvoor bestemde format dat als bijlage is opgenomen bij het format, bedoeld in de aanhef, en b. b. een document waaruit een gezamenlijke samenwerkingsvisie blijkt van het bevoegd gezag van de school en de houder van de peuterspeelzaal of de houder van het kindercentrum voor ten minste de schooljaren 20092010 en 20102011.

2. Een aanvraag tot subsidieverstrekking voor de schooljaren 20122013, 20132014 en 20142015 kan worden ingediend door het bevoegd gezag van de school ten aanzien waarvan subsidie werd verstrekt voor het schooljaar 20112012. De aanvraag gaat vergezeld van de voortgangsrapportage, bedoeld in artikel 13, vierde lid.

Artikel 5

1. Een aanvraag, bedoeld in artikel 4, eerste lid, dient vóór 1 september 2011 door de minister te zijn ontvangen. Aanvragen die vóór 1 september 2011 zijn ontvangen, maar niet aan alle voor de aanvraag geldende eisen voldoen, en aanvragen die later dan 31 augustus 2011 door de minister worden ontvangen, worden afgewezen.

2. Een aanvraag, bedoeld in artikel 4, tweede lid, dient vóór 1 juni 2012 door de minister te zijn ontvangen. Aanvragen die vóór 1 juni 2012 zijn ontvangen, maar niet aan alle voor de aanvraag geldende eisen voldoen, en aanvragen die later dan 31 mei 2012 door de minister worden ontvangen, worden afgewezen.

Artikel 6

1.

De subsidie wordt verstrekt voor:

a. a. de inzet van een personeelslid van het bevoegd gezag van de school op de startgroep als begeleider voorschoolse educatie; b. b. het ontwikkelen van de wijze waarop in de startgroep vorm wordt gegeven aan opbrengstgericht werken; c. c. de scholing van de begeleider voorschoolse educatie en beroepskracht voorschoolse educatie in het opbrengstgericht werken met kinderen die twee of drie jaar oud zijn; d. d. begeleiding van de directeur van de school, de leraren van de school, de begeleider voorschoolse educatie en de beroepskracht voorschoolse educatie ten behoeve van samenhang van de voorschoolse educatie en het onderwijsaanbod op de school, om op die manier een doorlopende leerlijn te bewerkstelligen; e. e. de kosten in verband met het studieverlof van degene die scholing krijgt als bedoeld in onderdeel c en als bedoeld in het tweede lid; en f. f. de kosten ter grootte van 1 dagdeel in verband met de inzet van de beroepskracht voorschoolse educatie die niet reeds worden vergoed door de gemeente.

2.

De subsidie voor het schooljaar 20112012 wordt tevens verstrekt voor:

a. a. de scholing, die voor 1 december 2011 is afgerond, van de begeleider voorschoolse educatie en de directeur van de school, specifiek gericht op de ontwikkeling van kinderen van 2 of 3 jaar; b. b. de scholing, bedoeld in artikel 4, derde lid, van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie, die voor 1 december 2011 is afgerond, van degene ten aanzien van wie de subsidieontvanger voornemens is hem werkzaam te laten zijn als begeleider voorschoolse educatie.

Artikel 7

1. Het subsidiebedrag voor het schooljaar 20112012 bedraagt per school € 61.128,.

2. Het totale subsidiebedrag voor de schooljaren 20122013, 20132014 en 20142015, bedraagt per school € 153.384,.

3. Het subsidiebedrag voor het schooljaar 20152016 bedraagt per school € 51.128,.

Artikel 8

1. Het eventueel niet voor de activiteiten, bedoeld in artikel 6, aangewende deel van de subsidie voor het schooljaar 20112012 kan, mits die activiteiten volledig zijn uitgevoerd, in het schooljaar 20112012 worden besteed aan andere activiteiten van het bevoegd gezag waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

2. Het eventueel niet voor de activiteiten, bedoeld in artikel 6, aangewende deel van de subsidie voor de schooljaren 20122013 tot en met 20152016 kan, mits die activiteiten volledig zijn uitgevoerd, in de schooljaren 20142015 en 20152016 worden besteed aan andere activiteiten van het bevoegd gezag waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

Artikel 9

1. Door middel van een loting door een notaris na 1 september 2011 wordt bepaald aan welke bevoegde gezagsorganen de minister subsidie voor het schooljaar 20112012 verstrekt. Per categorie als bedoeld in het tweede lid, vindt rangschikking van de aanvragen die voldoen aan alle voor de aanvraag geldende eisen plaats in de volgorde van de trekking. Per categorie wordt subsidie verstrekt overeenkomstig die rangschikking, en met inachtneming van het maximale aantal scholen, bedoeld in het derde lid.

2.

Bij de loting worden de volgende categorieën aanvragen onderscheiden:

a. a. aanvragen ten aanzien van een school in de gemeente Almere; b. b. aanvragen ten aanzien van een school in de gemeente Amsterdam; c. c. aanvragen ten aanzien van een school in de gemeente Den Haag; d. d. aanvragen ten aanzien van een school in de gemeente Rotterdam; e. e. aanvragen ten aanzien van een school in de gemeente Utrecht; f. f. aanvragen ten aanzien van een school in een gemeente met een inwoneraantal van 100.000 of meer op 1 januari 2011, anders dan een gemeente als bedoeld in de onderdelen, a tot en met e, en anders dan een gemeente in de krimpregios, bedoeld in de onderdelen i, j en k; g. g. aanvragen ten aanzien van een school in een gemeente met een inwoneraantal van 30.000 tot 100.000 op 1 januari 2011, anders dan een gemeente in de krimpregios, bedoeld in de onderdelen i, j en k; h. h. aanvragen ten aanzien van een school in een gemeente met minder dan 30.000 inwoners op 1 januari 2011, anders dan een gemeente in de krimpregios, bedoeld in de onderdelen i, j en k; i. i. aanvragen ten aanzien van een school in de krimpregio Noordoost Groningen; j. j. aanvragen ten aanzien van een school in de krimpregio Parkstad Limburg; k. k. aanvragen ten aanzien van een school in de krimpregio Zeeuws-Vlaanderen.

3.

Het maximale aantal scholen waarvoor subsidie wordt verstrekt is:

per categorie, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a tot en met e, twee scholen, voor de categorie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel f, negen scholen, met een maximum van een school per gemeente, voor de categorie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel g, vijf scholen, met een maximum van een school per gemeente, voor de categorie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel h, drie scholen, met een maximum van een school per gemeente, per categorie, bedoeld in het tweede lid, onderdelen i tot en met k, een school.

Artikel 10

Indien ingevolge de loting, bedoeld in artikel 9, geen subsidie kan worden verstrekt voor het maximale aantal scholen, bedoeld in artikel 9, derde lid, kan een tweede loting door een notaris plaatsvinden voor subsidieverstrekking voor het schooljaar 20112012. Aan deze tweede loting doen de aanvragen mee van de bevoegde gezagsorganen, waaraan ingevolge de loting, bedoeld in artikel 9, geen subsidie wordt verstrekt. De rangschikking van de aanvragen vindt plaats in de volgorde van de trekking. Subsidieverstrekking vindt plaats overeenkomstig die rangschikking.

Artikel 11

Subsidie voor de schooljaren 20122013 tot en met 20152016 kan slechts worden verstrekt indien uit de voortgangsrapportage, bedoeld in artikel 13, vierde lid, naar het oordeel van de minister voldoende voortgang en voldoende resultaat blijkt.

Artikel 12

De minister beslist binnen 13 weken na het verstrijken van de aanvraagtermijnen, bedoeld in artikel 5, op een aanvraag tot subsidieverstrekking door middel van een beschikking waarin zowel de verlening als de vaststelling is opgenomen.

Artikel 13

1.

De subsidieontvanger:

a. a. zet middelen van de bekostiging op grond van de Wet op het primair onderwijs in, ten behoeve van de vroegschoolse educatie, om de aansluiting van de startgroep op de groepen 1 en 2 van de basisschool te bevorderen; b. b. werkt mee aan onderzoek naar de opbrengsten van de startgroep.

2.

De subsidieontvanger draagt er tevens, in samenwerking met de gemeente, de houder van de peuterspeelzaal dan wel het kindercentrum, zorg voor dat:

a. a. de activiteiten, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdelen a tot en met e, worden uitgevoerd; b. b. er ieder schooljaar voor de duur van de subsidieverstrekking een startgroep is die voldoet aan de volgende eisen:

        1°
        het aanbod in de startgroep omvat per week ten minste vijf dagdelen van ten minste 2,5 uur of per week ten minste 12,5 uur,
      
      
        2°
        de startgroep wordt begeleid door één beroepskracht voorschoolse educatie en één begeleider voorschoolse educatie,
      
      
        3°
        in de startgroep wordt opbrengstgericht gewerkt, overeenkomstig de wijze, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b;

1° 1° het aanbod in de startgroep omvat per week ten minste vijf dagdelen van ten minste 2,5 uur of per week ten minste 12,5 uur, 2° 2° de startgroep wordt begeleid door één beroepskracht voorschoolse educatie en één begeleider voorschoolse educatie, 3° 3° in de startgroep wordt opbrengstgericht gewerkt, overeenkomstig de wijze, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b; c. c. de gezamenlijke visie en doelen ten aanzien van de doorlopende leerlijn van de school, peuterspeelzaal en kindercentrum tot uitdrukking komen in de activiteiten binnen de startgroep en de groepen 1 tot en met 3 van de basisschool; d. d. er overeenstemming is over de wijze waarop de regie wordt uitgevoerd ten aanzien van de startgroep; e. e. de directeur, de leraren van de school, de beroepskracht voorschoolse educatie en de begeleider voorschoolse educatie elkaars expertise benutten; f. f. de inzet vanuit het bevoegd gezag van de school van een begeleider voorschoolse educatie er niet toe leidt dat op het kindercentrum dan wel de peuterspeelzaal de som van het aantal uren voorschoolse educatie dat wordt verzorgd door de individuele beroepskrachten voorschoolse educatie van het kindercentrum dan wel de peuterspeelzaal lager is dan de som van dat aantal uren vóór 1 september 2011.

3. Degene die subsidie ontvangt voor het schooljaar 20112012 draagt tevens zorg voor de activiteiten, bedoeld in artikel 6, tweede lid, met dien verstande dat de activiteit, bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel b, niet verplicht is indien degene ten aanzien van wie de subsidieontvanger voornemens is hem werkzaam te laten zijn als begeleider voorschoolse educatie al voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 4, eerste, tweede en derde lid, van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.

4. Degene die subsidie ontvangt voor het schooljaar 20112012 zendt vóór 1 juni 2012 een voortgangsrapportage aan de minister waarbij gebruik gemaakt wordt van het daarvoor bestemde format dat is gepubliceerd op www.duo.nl.

Artikel 14

De melding, bedoeld in artikel 9 van de Regeling OCW-subsidies, geschiedt aan Dienst Uitvoering Onderwijs van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 15

De subsidie wordt betaalbaar gesteld in maandelijkse gelijke delen.

Artikel 16

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 augustus 2018.

Artikel 17

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling pilots startgroepen voor peuters.