40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
23 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2020–2024 | BWBR0041334 | ministeriele-regeling | geldend | 2023-07-20 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0041334 | Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2020–2024 |
Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2020–2024
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
bedrijf: iedere organisatie, ongeacht haar rechtsvorm, die economische activiteiten uitoefent;
-
beroepsgericht vmbo: het derde en vierde leerjaar van de basis- en kaderberoepsgerichte leerwegen en de gemengde leerweg van het vmbo;
-
bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
-
DUS-I: Dienst uitvoering subsidies aan instellingen;
-
leerling: leerling als bedoeld in artikel 6.7 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 of artikel 1 van het besluit bekostiging WEC, die op 1 oktober voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt, als werkelijk schoolgaand op een school stond ingeschreven;
-
minister: Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media;
-
penvoerder: penvoerder als bedoeld in artikel 1.5;
-
samenwerkingsovereenkomst: ondertekende overeenkomst tussen alle betrokken partijen van de techniekregio of de techniekarme regio;
-
school: school als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 of artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;
-
techniekarme regio: regio als bedoeld in artikel 3.1;
-
techniekregio: regio als bedoeld in artikel 2.1; a. technisch vmbo: beroepsgericht vmbo in:en, voor zover het Caribisch Nederland betreft, tevens het technisch beroepsgericht onderwijs en technische en technologische componenten binnen de Caribbean Vocational Qualification-structuur in het derde en vierde leerjaar;
a. de profielen bouwen, wonen en interieur, mobiliteit en transport of produceren, installeren en energie, als bedoeld in de artikelen 2.26, tweede lid en 2.27, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020; b. de profielen maritiem en techniek en media, vormgeving en ict, als bedoeld in de artikelen 2.26, tweede lid en 2.27, tweede lid van de Wet voortgezet onderwijs 2020; c. de voormalige afdelingen bouwtechniek, elektrotechniek, installatietechniek, transport en logistiek, metaaltechniek of voertuigentechniek en de voormalige intrasectorale programma’s metalectro, instalectro, techniek-breed en bouw-breed, als bedoeld in bijlage 1 bij deze regeling; d. de vakmanschapsroute of beroepsroute, bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a en b, van het Besluit experimenten doorlopende leerlijnen vmbo-mbo 2014–2022, voor zover het de technische routes betreft, als bedoeld in bijlage 1 bij deze regeling;
a. a. de profielen bouwen, wonen en interieur, mobiliteit en transport of produceren, installeren en energie, als bedoeld in de artikelen 2.26, tweede lid en 2.27, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020; b. b. de profielen maritiem en techniek en media, vormgeving en ict, als bedoeld in de artikelen 2.26, tweede lid en 2.27, tweede lid van de Wet voortgezet onderwijs 2020; c. c. de voormalige afdelingen bouwtechniek, elektrotechniek, installatietechniek, transport en logistiek, metaaltechniek of voertuigentechniek en de voormalige intrasectorale programma’s metalectro, instalectro, techniek-breed en bouw-breed, als bedoeld in bijlage 1 bij deze regeling; d. d. de vakmanschapsroute of beroepsroute, bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a en b, van het Besluit experimenten doorlopende leerlijnen vmbo-mbo 2014–2022, voor zover het de technische routes betreft, als bedoeld in bijlage 1 bij deze regeling;
- technisch vso: beroepsgericht vmbo in scholen als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra in de profielen bouwen, wonen en interieur, mobiliteit en transport of produceren, installeren en energie, als bedoeld in de artikelen 2.26, tweede lid en 2.27, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- vestiging: hoofd- of nevenvestiging van een vmbo-school, dan wel een vso-school, herkenbaar door het zescijferige sub-brinnummer;
- vmbo: voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 2.93 van de Wet voortgezet onderwijs 2002;
- vso-vestiging: vestiging van een school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra.
Artikel 1.2
Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.
Artikel 1.3
1. De minister kan voor de kalenderjaren 2020 tot en met 2023 subsidie verstrekken aan een penvoerder van een techniekregio of een techniekarme regio om een kwalitatief hoogstaand en dekkend aanbod van technisch en technologisch vmbo in die regio te realiseren.
2.
Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt voor:
a. a. kosten voor huisvesting als bedoeld in artikel 6.2 van de Wet voortgezet onderwijs 2020; b. b. activiteiten die reeds worden bekostigd uit de rijksbijdrage voor de betreffende scholen; c. c. activiteiten die voor het tijdstip van indienen van de aanvraag reeds hebben plaatsgevonden; of d. d. activiteiten waarvoor de minister reeds subsidie heeft verstrekt op grond van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo of een andere ministeriële regeling.
3. In afwijking van de artikelen 3.2, tweede lid, en 4.3, eerste lid, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS zijn voor opnieuw gewijzigde aanvragen als bedoeld in artikel 1.8, derde lid, ook de kosten subsidiabel die vanaf januari 2020 vooruitlopend op de toekenning zijn gemaakt ten aanzien van de uitvoering van het activiteitenplan.
Artikel 1.4
1. Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling geldt als voorwaarde dat er sprake is van cofinanciering door een of meerdere bedrijven.
2. De cofinanciering bedraagt ten minste 7,5% van het bedrag waarvoor subsidie is aangevraagd, en is in geld of in geld waardeerbaar.
Artikel 1.5
1. Het bevoegd gezag van één van de vmbo-vestigingen die één of meer beroepsgerichte technische profielen aanbiedt, treedt namens de partijen in de samenwerkingsovereenkomst in een techniekregio op als penvoerder.
2. Het bevoegd gezag van een beroepsgericht vmbo treedt namens de partijen in de samenwerkingsovereenkomst in de techniekarme regio op als penvoerder.
3.
Subsidie wordt aangevraagd door, verleend aan en verantwoord door de penvoerder.
Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke partij feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden.
4. Bij de aanvraag wordt een door alle partijen in het samenwerkingsverband getekende verklaring gevoegd waarin zij verklaren dat de penvoerder gemachtigd is om hen in het kader van de subsidieverstrekking in en buiten rechte te vertegenwoordigen, en dat alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording door de penvoerder van de besteding van de subsidie, op verzoek aan de penvoerder worden verstrekt.
Artikel 1.6
1. Voor de subsidieaanvraag wordt gebruik gemaakt van het aanvraagformulier dat is te vinden op de website www.dus-i.nl.
2.
In aanvulling op de artikelen 3.4 tot en met 3.7 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS bevat de aanvraag:
a. a. een regiovisie die bestaat uit:
I.
de samenstelling van de regio en de onderbouwing daarvan;
II.
een analyse van de leerlingenontwikkeling voor de periode 2018–2028;
III.
een analyse van de regionale arbeidsmarkt voor de periode 2018–2022 en een visie voor de langere termijn; en
IV.
een concrete omschrijving van het regionale doel met betrekking tot de dekking en kwaliteit van het technisch vmbo op basis van de analyses.
I. I. de samenstelling van de regio en de onderbouwing daarvan; II. II. een analyse van de leerlingenontwikkeling voor de periode 2018–2028; III. III. een analyse van de regionale arbeidsmarkt voor de periode 2018–2022 en een visie voor de langere termijn; en IV. IV. een concrete omschrijving van het regionale doel met betrekking tot de dekking en kwaliteit van het technisch vmbo op basis van de analyses. b. b. een activiteitenplan; c. c. een meerjarenbegroting, waaruit de cofinanciering van minimaal 7,5% blijkt; en d. d. een door alle partijen als bedoeld in artikel 2.1, tweede lid of artikel 3.1, tweede lid, ondertekende samenwerkingsovereenkomst, inclusief de machtiging als bedoeld in artikel 1.5, vierde lid.
3. De subsidieaanvraag kan worden ingediend van 1 maart tot en met 31 maart 2019.
4. Het activiteitenplan van een gehonoreerde subsidieaanvraag kan openbaar worden gemaakt op de website van DUS-I.
Artikel 1.7
1. De minister stelt een onafhankelijke beoordelingscommissie in die de minister adviseert over de ingediende subsidieaanvragen.
2.
Een subsidieaanvraag wordt beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
a. a. dekkend en doelmatig technisch onderwijs aanbod dat past bij de regionale arbeidsmarktbehoefte; b. b. verbetering kwaliteit van het technisch vmbo-aanbod; c. c. uitvoerbaarheid en haalbaarheid; en d. d. voldoende onderbouwde en sluitende begroting.
3. De criteria zijn uitgewerkt in een beoordelingskader, dat als bijlage 2 bij deze regeling is gevoegd.
4. Subsidie wordt slechts verleend indien alle criteria als voldoende worden beoordeeld.
Artikel 1.8
1. De minister besluit op de aanvraag op uiterlijk 1 juli 2019.
2. Indien de minister een aanvraag afwijst, kan van 1 september 2019 tot en met 30 september 2019 een gewijzigde aanvraag worden ingediend. De minister besluit op de gewijzigde aanvraag op uiterlijk 1 januari 2020.
3. Indien de minister een gewijzigde aanvraag afwijst, kan van 16 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 een opnieuw gewijzigde aanvraag worden ingediend. De minister besluit op de opnieuw gewijzigde aanvraag op uiterlijk 1 september 2020.
Artikel 1.9
1.
Voor subsidieverstrekking gelden de volgende verplichtingen:
a. a. uitvoering van de activiteiten start zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk in maart 2020 voor activiteiten waarvoor de verleningsbeschikking uiterlijk 1 januari 2020 is gegeven, en uiterlijk in oktober 2020 voor activiteiten waarvoor de verleningsbeschikking uiterlijk 1 september 2020 is gegeven; b. b. de penvoerder zendt op uiterlijk 1 november 2021 een voortgangsrapportage over de periode januari 2020 tot 1 juli 2021, en op uiterlijk 1 oktober 2023 een voortgangsrapportage over de periode 1 juli 2021 tot 1 augustus 2023 aan de minister; en c. c. de penvoerder zendt op uiterlijk 1 juni van het jaar volgend op het laatste bestedingsjaar een eindverslag over de gehele subsidieperiode aan de minister.
2. De voortgangsrapportages omvatten ten minste de bestede middelen, de voortgang ten aanzien van de geplande activiteiten, de bereikte mijlpalen en de gerealiseerde doelen over de betreffende periode.
3. Indien de begroting voor de tweede helft van de subsidieperiode in de aanvraag nog niet was uitgewerkt, omvat de eerste voortgangsrapportage een nadere uitwerking van de begroting. De minister kan naar aanleiding van de eerste voortgangsrapportage de verleningsbeschikking wijzigen.
4. Het eindverslag bestaat uit een activiteitenverslag en een financieel verslag. Het financieel verslag hoeft, in afwijking van artikel 1.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, niet voorzien te zijn van een controleverklaring.
5. De minister kan een formulier vaststellen ten behoeve van de voortgangsrapportages en het eindverslag.
Artikel 1.10
1. De subsidie wordt uitsluitend besteed aan de activiteiten waarvoor deze wordt verleend. Niet bestede middelen worden teruggevorderd.
2. De subsidie wordt voor 1 januari 2025 besteed.
Artikel 1.11
1. De subsidie wordt verleend binnen 13 weken na sluiting van de aanvraagtermijn.
2. De minister verleent een voorschot van 100% en bepaalt daarbij het betaalritme.
Artikel 1.12
1. De financiële verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G2, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving.
2. De vaststelling vindt plaats binnen een jaar na de indiening van het jaarverslag over het laatste jaar van besteding.
Hoofdstuk 2. Techniekregio
Artikel 2.1
1. Een techniekregio is een regio waarbinnen partijen samenwerken om een kwalitatief hoogstaand en dekkend aanbod van technisch vmbo in die regio te realiseren, en waarvoor een aanvraag kan worden ingediend als bedoeld in het tweede lid.
2.
Een aanvraag door de penvoerder in een techniekregio kan alleen worden ingediend voor zover:
a. a. sprake is van een geografisch afgebakende regio; b. b. geen overlap bestaat met een andere techniekregio of techniekarme regio; c. c. alle vmbo-vestigingen met één of meer beroepsgerichte technische profielen desgewenst deelnemen, maar minstens twee, tenzij de afstand tot de volgende vmbo-vestiging met één of meer beroepsgerichte technische profielen groter is dan twintig kilometer; d. d. alle vso-vestigingen met een uitstroomprofiel vervolgonderwijs met een beroepsgericht technisch profiel desgewenst deelnemen; e. e. alle vmbo-vestigingen met aantoonbaar technisch of technologisch onderwijs desgewenst deelnemen; f. f. een vestiging, bedoeld in onderdeel c, d en e, tot ten hoogste 1 regio behoort; g. g. minimaal één mbo-instelling deelneemt die onderwijs aanbiedt in de opleidingsdomeinen genoemd in artikel 2, onder a tot en met h, van de Regeling vaststelling kwalificatiedossiers en opleidingsdomeinen 2016, waarbij de mbo-instelling kan participeren in meerdere techniekregio’s of techniekarme regio’s; en h. h. partijen uit het bedrijfsleven voor cofinanciering zorgen.
Artikel 2.2
Voor subsidieverstrekking aan penvoerders in techniekregio’s is beschikbaar voor het kalenderjaar 2020 een bedrag van € 90 miljoen, voor het kalenderjaar 2021 een bedrag van € 92 miljoen, voor het kalenderjaar 2022 een bedrag van € 76,5 miljoen en voor het kalenderjaar 2023 een bedrag van € 77 miljoen.
Artikel 2.3
1. Het subsidiebedrag dat ten hoogste kan worden aangevraagd, wordt berekend op basis van het aantal leerlingen dat in de regio staat ingeschreven in het technisch vmbo en in het technisch vso, met als teldatum 1 oktober 2018.
2. Het subsidiebedrag per leerling voor zover het de basis- of kaderberoepsgerichte leerweg betreft, is € 15.895,-, en voor zover het de gemengde leerweg betreft, € 7.947,50 per leerling.
Artikel 2.4
1. Voorafgaand aan een subsidieaanvraag kan de penvoerder een vooraanmelding doen.
2. Voor de vooraanmelding wordt gebruikt gemaakt van het formulier dat is te vinden op de website van DUS-I, www.dus-i.nl
3.
De vooraanmelding bestaat uit:
a. a. een aanduiding van het geografisch gebied; b. b. een ondertekende intentieverklaring van de partijen als bedoeld in artikel 2.1, tweede lid; en c. c. een aanduiding van de fase waarin de planvorming zich bevindt.
4. De vooraanmelding kan een samenvatting van de voorgenomen plannen bevatten.
5. De vooraanmelding wordt ingediend van 1 tot en met 31 oktober 2018.
Artikel 2.5
Indien een aanvraag als voldoende wordt beoordeeld, wordt deze aanvraag gehonoreerd.
Hoofdstuk 3. Techniekarme regio
Artikel 3.1
1. Een techniekarme regio is een regio waarbinnen partijen samenwerken om een kwalitatief hoogstaand en dekkend aanbod van technisch vmbo in die regio te realiseren, en waarvoor een aanvraag kan worden ingediend als bedoeld in het tweede lid.
2.
Een aanvraag door de penvoerder in een techniekarme regio kan alleen worden ingediend voor zover:
a. a. sprake is van een geografisch afgebakende regio; b. b. geen overlap bestaat met een andere techniekregio of techniekarme regio; c. c. in de regio ten hoogste 10% van de vmbo-leerlingen in de beroepsgerichte leerwegen staat ingeschreven voor een technisch profiel; d. d. Alle vmbo-vestigingen met een beroepsgerichte leerweg desgewenst deelnemen, maar minstens twee, tenzij de afstand tot de volgende vmbo-vestiging met een beroepsgerichte leerweg groter is dan twintig kilometer; e. e. alle vso-vestigingen met een uitstroomprofiel vervolgonderwijs met een beroepsgericht technisch profiel desgewenst deelnemen; f. f. een vestiging, bedoeld in onderdeel d en e, tot ten hoogste 1 regio behoort; g. g. minimaal één mbo-instelling deelneemt die onderwijs aanbiedt in de opleidingsdomeinen genoemd in artikel 2, onder a tot en met h, van de Regeling vaststelling kwalificatiedossiers en opleidingsdomeinen 2016, waarbij de mbo-instelling kan participeren in meerdere techniekregio’s of techniekarme regio’s; en h. h. partijen uit het bedrijfsleven voor cofinanciering zorgen;
3. Caribisch Nederland geldt als één techniekarme regio, waarbij de drie aanwezige vmbo-scholen zijn aangesloten.
Artikel 3.2
Voor subsidieverstrekking aan penvoerders in techniekarme regio’s is beschikbaar voor het kalenderjaar 2020 een bedrag van € 25 miljoen, voor het kalenderjaar 2021 een bedrag van € 25 miljoen, voor het kalenderjaar 2022 een bedrag van € 20 miljoen en voor het kalenderjaar 2023 een bedrag van € 20 miljoen.
Artikel 3.3
1. In de aanvraag wordt de hoogte van het subsidiebedrag onderbouwd met een prognose van het verwachte aantal vmbo- en vso-leerlingen in de regio dat technisch of technologisch onderwijs gaat volgen.
2. De subsidie bedraagt ten minste € 0,6 miljoen en ten hoogste € 4 miljoen voor de gehele subsidieperiode.
Artikel 3.4
1. De beoordelingscommissie rangschikt de aanvragen van penvoerders in techniekarme regio’s zodanig dat zij een aanvraag hoger rangschikt naarmate deze meer bijdraagt aan de doelstellingen van de subsidie.
2. Indien het totaal van de aanvragen, dat voldoet aan de criteria, het subsidieplafond overschrijdt, wijst de minister op basis van de rangschikking, bedoeld in het eerste lid, één of meer aanvragen af. Indien na toepassing van het eerste lid, aanvragen op een gelijke positie worden gerangschikt en slechts één van de aanvragen kan worden gehonoreerd, beslist de minister op basis van loting.
Artikel 3.5
1. Voorafgaand aan een subsidieaanvraag doet de penvoerder een vooraanmelding.
2. Voor de vooraanmelding wordt gebruikt gemaakt van het formulier dat is te vinden op de website van DUS-I, www.dus-i.nl
3.
de vooraanmelding bestaat uit:
a. a. een aanduiding van het geografisch gebied; b. b. een ondertekende intentieverklaring van de partijen, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid; en c. c. een aanduiding van de fase waarin de planvorming zich bevindt.
4. De vooraanmelding kan een samenvatting van de voorgenomen plannen bevatten.
5. De vooraanmelding wordt ingediend van 1 tot en met 31 oktober 2018.
Hoofdstuk 4. Subsidie kalenderjaar 2024
Artikel 4.1
De minister kan voor kalenderjaar 2024 subsidie verstrekken aan een penvoerder van een techniekregio of een techniekarme regio die reeds subsidie heeft ontvangen op grond van artikel 1.3, eerste lid, om een kwalitatief hoogstaand en dekkend aanbod van technisch en technologisch vmbo in die regio te blijven realiseren, uit te bouwen of verder te verbeteren.
Artikel 4.2
1. Voor de aanvraag van de in artikel 4.1 bedoelde aanvullende subsidie wordt gebruik gemaakt van een aanvraagformulier dat op de website van DUS-I ter beschikking wordt gesteld.
2.
In aanvulling op de artikelen 3.4 tot en met 3.7 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS bevat de aanvullende aanvraag:
a. a. met betrekking tot het activiteitenplan:
i.
een beschrijving van de wijzigingen ten opzichte van het oorspronkelijke activiteitenplan, waaronder indien van toepassing een beschrijving van de gewijzigde regionale arbeidsmarkt en de gemaakte keuzes;
ii.
een beschrijving van de eerder geplande activiteiten die nog voor 1 augustus 2024 ten laste van de eerder toegekende subsidie worden uitgevoerd;
i. i. een beschrijving van de wijzigingen ten opzichte van het oorspronkelijke activiteitenplan, waaronder indien van toepassing een beschrijving van de gewijzigde regionale arbeidsmarkt en de gemaakte keuzes; ii. ii. een beschrijving van de eerder geplande activiteiten die nog voor 1 augustus 2024 ten laste van de eerder toegekende subsidie worden uitgevoerd; b. b. een omschrijving van het regionale doel met betrekking tot de dekking en kwaliteit van het technisch vmbo; en c. c. een reservering voor het opstellen van een plan over hoe de aanvraag van de in de brief aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II 2022/23, 30 079, nr. 116) aangekondigde vervolgsubsidie Sterk techniekonderwijs vanaf 2025 opgesteld wordt;
3. De subsidieaanvraag kan tot uiterlijk 1 oktober 2023 worden ingediend.
4. Het activiteitenplan van een gehonoreerde aanvullende subsidieaanvraag kan openbaar worden gemaakt op de website van DUS-I.
Artikel 4.3
1. Indien de aanvraag wat betreft de activiteiten en doelen sterk afwijkt van de aanvraag bedoeld in artikel 1.6 zal de aanvraag worden voorgelegd aan de door de minister ingestelde onafhankelijke beoordelingscommissie, die de minister zal adviseren over de ingediende subsidieaanvraag.
2. De aanvullende subsidieaanvraag wordt beoordeeld aan de hand van de criteria, bedoeld in artikel 1.4 en artikel 1.7, tweede lid.
Artikel 4.4
De subsidie wordt verleend binnen 13 weken na sluiting van de aanvraagtermijn door wijziging van de eerdere subsidieverlening op grond van artikel 1.3, en verhoging van het op grond van dat artikel eerder toegekende subsidiebedrag.
Artikel 4.5
Het subsidiebedrag bedraagt maximaal 25% van het bedrag dat aan de desbetreffende penvoerder is verstrekt op grond van artikel 1.3, eerste lid.
Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
Artikel 5.1
De minister kan de regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 5.1.a
Deze regeling berust op artikel 5.11 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
Artikel 5.2
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2025 met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de subsidies die voor die datum op grond van deze regeling zijn verstrekt.
Artikel 5.3
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2020–2024.
Bijlage 1. Elementcodetabel
Bijlage 2. Beoordelingskader
NB: De kolom ‘Scoring’ speelt alleen een rol bij de aanvragen van techniekarme regio’s, omdat daar sprake kan zijn van overschrijding van het subsidieplafond en dus van de noodzaak tot het rangschikken van de aanvragen.