40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
17 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties | BWBR0041184 | ministeriele-regeling | geldend | 2020-11-20 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0041184 | Subsidieregeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties |
Subsidieregeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- amateursport: activiteiten op het gebied van sport die niet worden uitgeoefend in loondienst of als bezoldigde dienst, ongeacht of er een formele arbeidsovereenkomst is opgesteld tussen de sportbeoefenaar en de sportorganisatie;
- amateursportorganisatie: een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid zonder winstoogmerk die als doelstelling heeft om sportaccommodaties ter beschikking te stellen aan de amateursport voor lokale gebruikers;
- handelsregister: handelsregister als bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007;
- kosten: de investeringskosten van de subsidieontvanger voor zover die samenhangen met de te subsidiëren of gesubsidieerde activiteit;
- minister: Minister voor Langdurige Zorg en Sport;
- SBI-code: code van de Standaard Bedrijfsindeling zoals gehanteerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek waarmee de economische hoofd- of nevenactiviteit van een bedrijf wordt weergegeven in het handelsregister;
- sportaccommodatie: voorziening, bestemd en in gebruik voor activiteiten op het gebied van amateursport;
- sportmaterialen: materialen die tot doel hebben om amateursportbeoefening te ondersteunen.
Artikel 2
1. De minister kan subsidie verstrekken aan een amateursportorganisatie voor de bouw of het onderhoud van sportaccommodaties, of voor de aanschaf of het onderhoud van sportmaterialen.
2. Op grond van deze regeling wordt slechts subsidie verstrekt voor activiteiten die aanvangen vanaf 1 januari 2019.
3. Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt indien voor de kosten van subsidiabele activiteiten op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968 recht op aftrek van omzetbelasting bestaat.
4. Een activiteit komt slechts eenmaal voor subsidie op grond van de onderhavige regeling of een uitkering op grond van de Regeling specifieke uitkering stimulering sport in aanmerking.
5. Wanneer bestedingen van een amateursportorganisatie door de gemeente in haar aanvraag voor een subsidie uit de Regeling specifieke uitkering stimulering sport worden meegenomen, komt deze amateursportorganisatie in het geheel niet meer in aanmerking voor een subsidie uit onderhavige regeling voor het jaar van aanvraag.
6. Op grond van deze regeling wordt slechts subsidie verstrekt aan een amateursportorganisatie die in het handelsregister staat ingeschreven met een SBI-code die in Bijlage 2 is opgenomen.
7. In afwijking van het zesde lid kan subsidie worden verstrekt aan een amateursportorganisatie indien naar het oordeel van de minister blijkt dat de amateursportorganisatie activiteiten verricht die vallen onder amateursport.
8. Indien sprake is van een subsidie als bedoeld in artikel 8 of artikel 10, zijn de doorlopende kosten voor het onderhoud van de sportaccommodatie subsidiabel tot 12 maanden voorafgaand aan de indieningsdatum van de aanvraag tot vaststelling.
Artikel 3
Op deze regeling zijn artikelen 1.5, 3.1 tot en met 3.5, 4.3, 6.1, 7.1 tot en met 7.8 en 10.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS niet van toepassing.
Artikel 4
1. De subsidie bedraagt ten hoogste 20% van de kosten van de subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, inclusief btw, tot een maximum van € 2.500.000 per kalenderjaar.
2. Subsidies van minder dan € 2.500 worden niet verstrekt.
Artikel 5
1. Subsidie wordt voor ten hoogste drie jaar verstrekt.
2. De minister kan, ontheffing verlenen van de termijn, bedoeld in het eerste lid, met ten hoogste een jaar.
Artikel 6
1. De minister kan aanvullend subsidie verstrekken voor activiteiten die zijn opgenomen in Bijlage I bij deze regeling.
2. De aanvullende subsidie bedraagt ten hoogste 10% van de kosten van de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, inclusief btw.
3. De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot verlening.
Artikel 6a
1. De minister kan aanvullend subsidie verstrekken voor activiteiten die bijdragen aan de veiligheidsbeleving bij een sportaccommodatie.
2. De activiteiten bedoeld in het eerste lid bestaan uit het uitvoeren van een veiligheidsscan en het toepassen van de veiligheidsbevorderende maatregelen die in de veiligheidsscan worden aanbevolen.
3. De aanvullende subsidie bedraagt ten hoogste 30% van de kosten van de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, inclusief btw.
4. Voor de aanvraag en vaststelling van de aanvullende subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
Artikel 7
1. Het subsidieplafond bedraagt voor het subsidiejaar 2019 € 80.000.000.
2. Het subsidieplafond bedraagt voor het subsidiejaar 2021 € 79.000.000.
3. Het subsidieplafond bedraagt voor het subsidiejaar 2022 € 75.500.000.
4. Het subsidieplafond bedraagt voor het subsidiejaar 2023 € 79.600.000.
5. Het uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare bedrag wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van aanvragen.
Artikel 8
1. Indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt en de subsidiabele activiteiten reeds hebben plaatsgevonden, wordt subsidie zonder voorafgaande verlening direct vastgesteld op een bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de vaststelling wordt genoemd.
2. De aanvraag tot vaststelling wordt uiterlijk 12 maanden na voltooiing van de subsidiabele activiteiten ingediend.
3. Voor de aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
4. De aanvraag tot vaststelling van een subsidie gaat vergezeld van een factuur voor de subsidiabele activiteiten op naam van de subsidie‑ontvanger en een betalingsbewijs voor betalingen boven de € 1.000, waaruit blijkt dat de subsidie‑ontvanger de factuur heeft betaald.
5. De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling.
Artikel 9
Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, doch minder dan € 125.000 kan een aanvraag worden ingediend voor aanvang van de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd of na afloop van de subsidiabele activiteiten.
Artikel 10
1. Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, doch minder dan € 125.000 en de subsidiabele activiteiten reeds hebben plaatsgevonden wordt subsidie zonder voorafgaande verlening direct vastgesteld op een bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de vaststelling wordt genoemd.
2. De aanvraag tot vaststelling wordt uiterlijk 12 maanden na voltooiing van de subsidiabele activiteiten ingediend.
3. Voor de aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
4. De aanvraag tot vaststelling van een subsidie gaat vergezeld van een factuur voor de subsidiabele activiteiten op naam van de subsidieontvanger en een betalingsbewijs voor betalingen boven de € 1000, waaruit blijkt dat de subsidieontvanger de factuur heeft betaald.
5. De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling.
Artikel 11
1. Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, doch minder dan € 125.000 en de subsidiabele activiteiten niet reeds zijn aangevangen wordt subsidie verstrekt door middel van een aanvraag tot verlening voor aanvang van de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd en een vaststelling na de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
2. Voor de aanvraag tot verlening van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
3. De aanvraag tot verlening van de subsidie gaat vergezeld van een offerte voor de subsidiabele activiteiten.
4. De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de activiteiten binnen 9 maanden na toekenning van de subsidie zijn gestart.
5. De minister verleent bij het besluit tot verlening van een subsidie een voorschot ter hoogte van 80% van het bedrag van de subsidie.
6. Een aanvraag tot vaststelling van een subsidie, wordt uiterlijk ingediend binnen 22 weken na de datum waarop de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, uiterlijk moeten zijn verricht.
7. De minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de termijn, bedoeld in het zesde lid.
8. Voor de aanvraag tot vaststelling van een subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
9. De ontvanger van een subsidie toont aan de hand van een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten aan dat de activiteiten zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen.
10. In aanvulling op het negende lid toont de ontvanger van een subsidie op verzoek van de minister tot uiterlijk vier weken na het indienen van de aanvraag tot vaststelling aan dat de activiteiten zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen door het overleggen van een factuur voor de subsidiabele activiteit op naam van de subsidieontvanger en een betalingsbewijs voor betalingen boven de € 1.000 waaruit blijkt dat de factuur is betaald.
11. De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling, waarbij afrekening tot maximaal de resterende 20% van het bedrag van de subsidie plaatsvindt.
Artikel 12
1. Indien de subsidie € 125.000 of meer bedraagt wordt een subsidie verstrekt door middel van een aanvraag tot verlening voor aanvang van de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd en een vaststelling na de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
2. Voor de aanvraag tot verlening van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
3. De aanvraag tot verlening van een subsidie gaat vergezeld van een offerte voor de subsidiabele activiteiten.
4. De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de activiteiten binnen 9 maanden na toekenning van de subsidie zijn gestart.
5. De minister verleent bij het besluit tot verlening van een subsidie een voorschot ter hoogte van 80% van het bedrag van de verlening.
6. Een aanvraag tot vaststelling van een subsidie wordt uiterlijk ingediend binnen 22 weken na de datum waarop de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, uiterlijk moeten zijn verricht.
7. De minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de termijn, bedoeld in het zesde lid.
8. Voor de aanvraag tot vaststelling van een subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
9. De ontvanger van een subsidie legt rekening en verantwoording af aan de hand van een financieel verslag, met uitzondering van een rapport van feitelijke bevindingen omtrent de naleving van de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen door de subsidieontvanger.
10. Indien er sprake is van een subsidie op grond van artikel 6, gaat de aanvraag tot vaststelling vergezeld van een door de minister vastgesteld formulier waarin wordt verklaard dat de activiteiten overeenkomstig de voorwaarden in Bijlage I van deze subsidieregeling zijn verricht.
11. De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling, waarbij afrekening tot maximaal de resterende 20% van het bedrag van de subsidie plaatsvindt.
Artikel 13
1. De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat gedurende de periode genoemd in artikel 13, tweede en derde lid, van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 voor de gesubsidieerde activiteiten geen recht op aftrek van btw op grond van de Wet omzetbelasting 1968 of recht op compensatie op grond van de Wet op het btw-compensatiefonds ontstaat.
2. De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat gesubsidieerde sportaccommodaties gedurende 10 jaren na afloop van de subsidieperiode ter beschikking gesteld blijven voor de amateursport voor lokale gebruikers.
3. Indien niet aan de verplichtingen, bedoeld in het eerste en het tweede lid, wordt voldaan doet de subsidieontvanger onverwijld melding daarvan aan de minister.
Artikel 13a
De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 14
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2019 en vervalt met ingang van 1 januari 2024.
Artikel 15
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties.
Bijlage 1. Activiteiten die in aanmerking komen voor aanvullende subsidie
Deze bijlage hoort bij de Subsidieregeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties. Het betreft de maatregelen waarvoor een aanvullende subsidie kan worden aangevraagd zoals geformuleerd in artikel 6 van deze regeling. Deze maatregelen zijn onder te verdelen in drie categorieën (A, C, D) die aansluiten op de Routekaart Verduurzaming Sport en een categorie (B) voor verbeterde toegankelijkheid:
De maatregelen voor energiebesparing en duurzame energieopwekking zijn onder andere overeenkomstig de maatregelen die genoemd worden in de Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2001 (ook wel de regeling Energie Investeringsaftrek genoemd) voor zover zij toegepast kunnen worden op de sportaccommodaties.
Bestaande sportaccommodaties:
Sommige maatregelen zijn alleen van toepassing op bestaande sportaccommodaties. Onder maatregelen voor bestaande sportaccommodaties worden maatregelen verstaan die zien op het renoveren van een bestaand gebouw. Gaat u deels renoveren en deels nieuwbouwen, dan komen deze maatregelen alleen in aanmerking voor een subsidie op grond van deze regeling, voor zover zij zien op de activiteiten in het kader van de renovatie in. U dient dan aan te tonen welk percentage van uw activiteiten ziet op bestaande bouw en welk percentage van uw activiteiten ziet op nieuwbouw.
Energieregistratie-en bewakingssysteem (EBS):
Vanaf 2022 geldt dat maatregel A.5.1. (Energieregistratie-en bewakingssysteem (EBS) een verplicht onderdeel is van de maatregelen onder categorie A.1, A.2 en A.4 (Maatregelen energiebesparing)
Op 14 juli 2016 is het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap in Nederland in werking getreden. Het doel van dit verdrag is de positie van mensen met een beperking versterken. Hiervoor is het ook van belang dat zij niet belemmerd worden om sportieve activiteiten te ondernemen, doordat sportaccommodaties niet goed toegankelijk zijn.
Onderstaande maatregelen hebben als doel om sportaccommodaties beter toegankelijk te maken voor personen met een beperking. Tot deze maatregelen is gekomen in samenwerking met de sportsector, vertegenwoordigers van de betreffende doelgroepen en bouwkundig experts. Voor de geselecteerde maatregelen is gekozen omdat zij leiden tot verregaande verbetering van de toegankelijkheid van de sportaccommodatie voor mensen met een beperking. Het kan bij alle maatregelen gaan om nieuwbouw of renovatie van bestaande accommodaties. Daarnaast zijn onderstaande maatregelen omvangrijk in kosten. De investering in deze maatregelen is, zeker voor kleinere verenigingen en stichtingen, nu vaak een drempel. Door subsidie te verstrekken voor deze maatregelen hoopt het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een extra stimulans te geven om onderstaande investeringen in toegankelijkheid te doen.
Toegankelijkheidsmaatregelen worden enkel aanvullend gesubsidieerd als deze voor het eerst worden gerealiseerd. Onderhoud aan- of vervangen van- bestaande voorzieningen wordt niet aanvullend gesubsidieerd op grond van de onderhavige regeling.
In de Routekaart Verduurzaming Sport, voor een duurzame en betaalbare sport, wordt voor de sportsector uitgewerkt hoe zij kunnen voldoen aan de uitdagingen zoals die in het Klimaatakkoord zijn gesteld. De te behalen CO_2-reductie in het Klimaatakkoord zit met name in het besparen en opwekken van energie, maar de sportsector wil haar CO_2-voetafdruk als geheel verkleinen. Een belangrijke stap om de voetafdruk te verkleinen is het circulair gebruik van materialen. De maatregelen in deze maatregelenlijst zijn dan ook bedoeld om het circulair gebruik van materialen binnen de sportsector te stimuleren. Het gaat hierbij zowel om nieuwbouw als renovatie van bestaande bouw.
Als gevolg van klimaatverandering nemen extremen in het weer toe, met onder andere wateroverlast, extreme droogte en hittestress tot gevolg. Dit vraagt om een veerkrachtige leefomgeving die in staat is de gevolgen van deze weerextremen op te vangen, ook wel een klimaat adaptieve leefomgeving genoemd. Sportaccommodaties lenen zich gezien hun bestemming en ligging vaak uitstekend om bij te dragen aan klimaatadaptatie. Denk aan wateropvang onder de sportvelden en meer groen op en rond de accommodatie, wat zorgt voor verkoeling. De maatregelen klimaatadaptatie zijn bedoeld om de negatieve gevolgen van klimaatverandering op- en om de sportaccommodatie te verminderen.