40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
4.7 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling SVO 2015 | BWBR0036619 | ministeriele-regeling | geldend | 2015-05-19 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0036619 | Subsidieregeling SVO 2015 |
Subsidieregeling SVO 2015
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a.
*de minister:* de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
b. b.
*de stichting:* de Stichting verdeling financiële overheidsbijdragen in het werk van de Centrales van Overheids- en Onderwijspersoneel;
c. c.
*Centrale:* een van de Centrales van Overheids- en Onderwijspersoneel, bedoeld in artikel 105, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.
Artikel 2
1. De minister verstrekt aan de stichting een subsidie met het oog op het subsidiëren van de Centrales ten behoeve van scholings- en vormingswerk, dat de Centrales en de bij hen aangesloten bonden en verenigingen verzorgen teneinde de (aspirant)leden van overlegcommissies de nodige opleiding en vorming te geven om hun taak als zodanig op adequate wijze te kunnen vervullen en ter bestrijding van de kosten voor het bijwonen van vergaderingen van overlegorganen door vertegenwoordigers van deze organisaties.
2. De subsidie wordt per boekjaar verstrekt. Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 3
Op de subsidie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, zijn de regels inzake een subsidie van € 25.000 tot € 125.000 van toepassing.
Artikel 4
De subsidie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt ten hoogste het bedrag dat uit de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties blijkt.
De subsidie wordt in een periode van twee jaar als volgt afgebouwd:
– – met ingang van 1 januari 2019 bedraagt de subsidie 66,6% van het bedrag dat in 2018 is uitgekeerd; – – met ingang van 1 januari 2020 bedraagt de subsidie 33,3% van het bedrag dat in 2018 is uitgekeerd.
Paragraaf 2. De subsidieverlening
Artikel 5
1. De stichting dient de aanvraag tot subsidieverlening uiterlijk in op 1 oktober voorafgaande aan het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft.
2. De aanvraag gaat vergezeld van een opgave van de ledenaantallen van de bij de Centrales aangesloten bonden. Bij deze opgave van de ledenaantallen wordt een uitsplitsing naar werkende leden en gepensioneerde leden gemaakt.
Paragraaf 3. Voorschotverlening
Artikel 6
De minister verstrekt op de subsidie een voorschot dat gelijk is aan de verleende subsidie.
Paragraaf 4. De verplichtingen van de subsidieontvanger
Artikel 7
De stichting hanteert met betrekking tot het verstrekken van subsidies aan de Centrales in elk geval de volgende regels:
a. a. De verdeling van de subsidiegelden vindt plaats op basis van de ledenaantallen van de bij de Centrales aangesloten bonden; b. b. een Centrale dient de aanvraag tot subsidievaststelling uiterlijk in op 1 juli na afloop van het boekjaar waarop de subsidie betrekking heeft; c. c. de aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van een eindverslag omtrent de uitvoering van de activiteiten dan wel van de gebundelde eindverslagen en, voor zover beschikbaar, controleverklaringen van de bonden.
Paragraaf 5. Egalisatiereserve
Artikel 8
1. De stichting kan een egalisatiereserve vormen als bedoeld in artikel 4:72 van de Algemene wet bestuursrecht.
2. De egalisatiereserve bedraagt ten hoogste € 5.000. De jaarlijkse toevoeging aan de egalisatiereserve bedraagt ten hoogste € 1.500 per boekjaar.
3. De egalisatiereserve wordt uitsluitend aangewend voor kosten die direct samenhangen met de activiteiten, bedoeld in artikel 2, eerste lid.
Paragraaf 6. De subsidievaststelling
Artikel 9
1. De stichting dient de aanvraag tot subsidievaststelling uiterlijk in op 1 oktober na afloop van het boekjaar waarop de subsidieverlening betrekking heeft.
2. De aanvraag tot subsidievaststelling hoeft niet vergezeld te gaan van een controleverklaring als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel a, van het Kaderbesluit BZK-subsidies.
Paragraaf 7. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 10
Een subsidie die aan de stichting is verleend op grond van de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt aangemerkt als een subsidie, verleend krachtens deze regeling.
Artikel 11
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 september 2014.
2. Deze regeling vervalt op 1 januari 2021.
Artikel 12
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling SVO 2015.