40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
11 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling SWOV 2003 | BWBR0014525 | ministeriele-regeling | geldend | 2003-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0014525 | Subsidieregeling SWOV 2003 |
Subsidieregeling SWOV 2003
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. minister: Minister van Verkeer en Waterstaat; b. b. SWOV: Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid SWOV; c. c. jaarprogramma: door de minister te subsidiëren programma voor een bepaald boekjaar, bestaande uit:
1e.
wetenschappelijk onderzoek, dat gericht is op uitbreiding van kennis ter verbetering van de verkeersveiligheid, waarbij verkeersveiligheid ook in samenhang met andere ontwikkelingen bekeken wordt, en waartoe tevens een verkeersveiligheidsbalans en een verkeersveiligheidsverkenning wordt uitgebracht, en
2e.
kennisverspreiding, die gericht is op actief opslaan, onderhouden, ontsluiten en verspreiden van kennis ter verbetering van de verkeersveiligheid, en die is ontwikkeld uit wetenschappelijk onderzoek en ander beschikbaar materiaal; d. controleprotocol: een door de minister vastgesteld controleprotocol.
1e. 1e. wetenschappelijk onderzoek, dat gericht is op uitbreiding van kennis ter verbetering van de verkeersveiligheid, waarbij verkeersveiligheid ook in samenhang met andere ontwikkelingen bekeken wordt, en waartoe tevens een verkeersveiligheidsbalans en een verkeersveiligheidsverkenning wordt uitgebracht, en 2e. 2e. kennisverspreiding, die gericht is op actief opslaan, onderhouden, ontsluiten en verspreiden van kennis ter verbetering van de verkeersveiligheid, en die is ontwikkeld uit wetenschappelijk onderzoek en ander beschikbaar materiaal; d. controleprotocol: een door de minister vastgesteld controleprotocol.
Artikel 2
1. De minister kan subsidie verstrekken aan de SWOV voor het uitvoeren van het jaarprogramma.
2. Geen subsidie wordt verstrekt voorzover voor een activiteit, verricht op grond van het jaarprogramma, reeds een subsidie door een ander bestuursorgaan is verstrekt dan wel andere inkomsten van derden zijn verkregen.
Artikel 3
Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.
Artikel 4
1.
De in artikel 2 bedoelde subsidie bedraagt ten hoogste:
a. a. € 3.960.000, prijspeil 2002, ten behoeve van de subsidie voor het boekjaar 2004; b. b. € 3.890.000, prijspeil 2002, ten behoeve van de subsidie voor het boekjaar 2005, en c. c. € 3.810.000, prijspeil 2002, ten behoeve van de subsidie voor het boekjaar 2006.
2. De in het eerste lid genoemde bedragen kunnen jaarlijks worden verhoogd met een compensatie voor de arbeidskostenontwikkeling en met een prijscompensatie voor de materiële kosten, een en ander overeenkomstig de desbetreffende loon- en prijsbijstellingsbrieven van het Ministerie van Financiën.
Paragraaf 2. De subsidieverlening
Artikel 5
1. De SWOV dient de aanvraag tot subsidieverlening in uiterlijk 1 augustus voorafgaand aan het boekjaar waarop de subsidie betrekking heeft.
2.
De aanvraag gaat vergezeld van:
a. a. een aanduiding van het bedrag waarvoor subsidie wordt gevraagd; b. b. het desbetreffende jaarprogramma; c. c. het verslag van de vergadering van het bestuur van de SWOV waarin dit jaarprogramma geaccordeerd is; d. d. de desbetreffende adviezen van de Programma Adviesraad en van de Wetenschappelijke Adviesraad; e. e. de begroting; f. f. een opgave van aangevraagde of verkregen subsidies of andere inkomsten als bedoeld in artikel 2, tweede lid, en g. g. een opgave van de omvang van de egalisatiereserve.
Artikel 6
1. De minister beoordeelt het jaarprogramma, mede aan de hand van de in artikel 5, tweede lid, genoemde gegevens.
2. Naast de gronden, genoemd in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, kan de minister de subsidieverlening weigeren indien de beoordeling van het jaarprogramma leidt tot de bevinding dat het jaarprogramma: a. niet in overeenstemming is met de vereisten van deze regeling, of b. niet in voldoende mate aansluit bij het Nederlandse verkeersveiligheidsbeleid.
3. De subsidieverlening geschiedt onder de voorwaarde dat er op de begroting van de uitgaven en ontvangsten van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (XII) voor het desbetreffende jaar voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.
4. Indien de SWOV een melding als bedoeld in artikel 9, tweede lid, maakt, wijzigt de minister binnen acht weken ambtshalve de beschikking tot subsidieverlening. Indien de wijzigingsbeschikking niet binnen deze termijn kan worden gegeven, stelt de minister de SWOV daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
Artikel 7
1. Op aanvraag van de SWOV verleent de minister voorschotten per kalenderkwartaal.
2. Het totaal van de voorschotten in een boekjaar bedraagt ten hoogste 95 procent van het te verlenen subsidiebedrag.
3. De aanvraag tot verlening van een voorschot inhoudende een liquiditeitsprognose waarbij de liquiditeitsbehoefte per kalenderkwartaal wordt aangegeven, wordt ingediend gelijktijdig met de aanvraag tot subsidieverlening, bedoeld in artikel 5, eerste lid.
4. Het voorschot voor het vierde kwartaal wordt ambtshalve verhoogd met een bedrag ter hoogte van 95 procent van de op dat moment toegekende compensaties, bedoeld in artikel 4, tweede lid.
Artikel 8
1. Zolang de subsidie niet is vastgesteld, kan de minister ambtshalve de hoogte van het bedrag van de subsidieverlening ten voordele van de SWOV wijzigen met een bedrag dat tot ten hoogste bedraagt het bedrag van de compensaties, bedoeld in de in artikel 4, tweede lid, bedoelde brieven.
2. De wijzigingsbeschikking, bedoeld in het eerste lid, wordt binnen acht weken na ontvangst van de in artikel 4, tweede lid, bedoelde brieven gegeven. Indien de wijzigingsbeschikking niet binnen deze termijn kan worden gegeven, stelt de minister de SWOV daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
Paragraaf 3. De verplichtingen van de subsidieontvanger
Artikel 9
1. De uitvoering van het jaarprogramma start binnen het jaar waarvoor subsidie is verleend.
2. Indien de SWOV een wijziging aanbrengt in de doelstelling, looptijd of financiering van het jaarprogramma dan wel afziet van de uitvoering van in het jaarprogramma vermelde activiteiten, deelt zij dit onverwijld schriftelijk mede aan de minister.
3. Met het oog op het actief verspreiden van de kennis ter verbetering van de verkeersveiligheid, stelt de SWOV alle onderzoeksresultaten van het jaarprogramma aan een ieder ter beschikking tegen ten hoogste een vergoeding van de verschaffingskosten. De kennisverspreiding heeft onverwijld plaats na afronding van de onderzoeksresultaten.
Artikel 10
1. De SWOV verschaft de minister op diens verzoek te allen tijde inlichtingen omtrent de voortgang en de resultaten van de activiteiten ingevolge het jaarprogramma.
2. De SWOV stelt de minister vooraf schriftelijk op de hoogte in geval bekendheid wordt gegeven aan activiteiten uit het jaarprogramma met een politiek gevoelig of belangrijk beleidsmatig karakter.
Artikel 11
1. De SWOV doet onverwijld schriftelijk mededeling aan de minister van alle omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de subsidie en de rechtmatige en doelmatige besteding daarvan.
2. De SWOV verleent medewerking aan een onderzoek naar de rechtmatige aanwending van de ontvangen subsidiegelden, verricht namens of in opdracht van de minister of door de Algemene Rekenkamer. De SWOV zal hiertoe desgevraagd alle inlichtingen verschaffen en boeken en bescheiden overleggen en inzage daarin geven.
3. De SWOV verricht geen activiteiten die in concurrentie met derden worden ontplooid of zouden kunnen worden ontplooid.
4. Voor de activiteiten van de SWOV die op basis van het jaarprogramma plaats hebben en voor overige activiteiten van de SWOV, wordt een gescheiden administratie gevoerd.
Artikel 12
1.
De SWOV behoeft de toestemming van de minister voor:
a. a. het oprichten van dan wel deelnemen in een rechtspersoon; b. b. het wijzigen van de statuten; c. c. het ontbinden van de rechtspersoon, of d. d. het doen van aangifte tot haar faillissement of het aanvragen van surseance van betaling.
Artikel 13
De minister kan de SWOV in de beschikking tot subsidieverlening andere verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.
Paragraaf 4. De subsidievaststelling
Artikel 14
1.
De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van:
a. a. een schriftelijke verantwoording omtrent het verloop, de uitvoering en de resultaten van de activiteiten ingevolge het desbetreffende jaarprogramma, afgezet tegen de realisatie van de geraamde kosten en opbrengsten ingevolge artikel 5, tweede lid, onder e.; b. b. het verslag van de vergadering van het bestuur van de SWOV waarin de behandeling van de onder a. bedoelde verantwoording heeft plaatsgehad; c. c. het verslag van de vergadering van de Programma Adviesraad waarin de daadwerkelijke realisatie van dit jaarprogramma is beoordeeld; d. d. de op het boekjaar betrekking hebbende jaarrekening, bedoeld in artikel 361, van Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek; e. e. het op het boekjaar betrekking hebbende jaarverslag, bedoeld in artikel 391, van Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek, en f. f. de accountantsverklaring, bedoeld in artikel 4:78, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, vergezeld van een schriftelijke verklaring van de accountant over de naleving door de SWOV van de aan de subsidie verbonden verplichtingen en over de aanwending van de subsidie overeenkomstig het desbetreffende jaarprogramma.
2. De accountantsverklaring wordt opgesteld overeenkomstig het controleprotocol.
Paragraaf 5. Egalisatiereserve
Artikel 15
1. De SWOV vormt een egalisatiereserve.
2. De omvang van de egalisatiereserve bedraagt ten hoogste 15% van de verleende subsidie per boekjaar.
Paragraaf 6. Slotbepalingen
Artikel 16
1. De minister publiceert uiterlijk 1 januari 2006 een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk.
2. De SWOV verleent op verzoek van de minister alle medewerking aan een door de minister ingesteld evaluatieonderzoek naar de mate waarin de jaarprogramma's over 2002, 2003, 2004 en 2005 zijn gerealiseerd en de subsidie daarbij functioneel is geweest.
Artikel 17
Deze regeling is, behoudens paragraaf 2, van overeenkomstige toepassing op de subsidies die voor 2002 en 2003 zijn verleend overeenkomstig de Subsidieregeling SWOV 1999.
Artikel 18
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2003 en vervalt met ingang van 1 januari 2006, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de subsidies die voor die datum zijn verleend.
Artikel 19
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling SWOV 2003.