40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
7.8 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling zij-instromers 2000-2001 | BWBR0011795 | ministeriele-regeling | geldend | 2000-12-02 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0011795 | Subsidieregeling zij-instromers 2000-2001 |
Subsidieregeling zij-instromers 2000-2001
Hoofdstuk 1. Algemeen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. minister: de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen; b. b. Interimwet: de Interimwet zij-instroom leraren primair en voortgezet onderwijs; c. c. bevoegd gezag:
- het bevoegd gezag van een of meer scholen of instellingen waarop de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra of de Wet op het voortgezet onderwijs van toepassing is; d. d. zij-instromer: degene die wordt benoemd met toepassing van artikel 2 van de Interimwet; e. e. geschiktheidsverklaring: de in artikel 3, eerste lid van de Interimwet bedoelde verklaring; f. f. geschiktheidsonderzoek: het in artikel 4 van de Interimwet bedoelde onderzoek; g. g. scholings- en begeleidingsovereenkomst: de in artikel 5 van de Interimwet bedoelde overeenkomst; h. h. verletkosten: de salariskosten over dat deel van de benoemingsomvang waarbinnen de scholing wordt gevolgd die is overeengekomen in de scholings- en begeleidingsovereenkomst.
Artikel 2
1. De minister verstrekt subsidie als bijdrage in de kosten van de benoeming of aanstelling van een zij-instromer. Het bevoegd gezag besteedt deze bijdrage aan de begeleiding en scholing van de benoemde of aangestelde zij-instromer, alsmede de verletkosten in verband met die scholing.
2. De minister verstrekt deze subsidie om de zij-instroom van leraren in het onderwijs te bevorderen.
Artikel 3
Subsidie wordt verleend aan het bevoegd gezag dat een zij-instromer heeft benoemd of aangesteld.
Artikel 4
1.
De subsidie is per benoemde of aangestelde zij-instromer gelijk aan:
a. a. een bedrag van ƒ 2000,- bestemd voor de begeleiding van de zij-instromer, vermeerderd met: b. b. 50% van de scholingskosten met een maximum van ƒ 3000,- voor de hele scholingsperiode vermeerderd met: c. c. voor de verletkosten: 50% van het brutosalaris bij aanstelling of benoeming van de zij-instromer, vermeerderd met de werkgeverslasten, over het deel van de benoeming of aanstelling waarin scholing wordt gevolgd, met dien verstande dat de subsiie nooit hoger zal zijn dan het bedrag voor verlet kosten dat overeenkomt met 10% van het totaal van het bruto salaris van betrokkene over de periode van scholing, vermeerderd met de werkgeverslasten.
2. De periode van scholing en verlet kan maximaal 2 jaar bedragen.
Hoofdstuk 2. Subsidieaanvraag
Artikel 5
Subsidie wordt op aanvraag verleend.
Artikel 6
1. Een aanvraag vindt plaats door het inzenden van het volledig ingevulde en door het bevoegd gezag ondertekende aanvraagformulier met het kenmerk CFI 60111. Dit formulier is te bestellen met het plaketiket 84887 of via CFI online. Tevens wordt een door alle partijen getekend afschrift van de scholings- en begeleidingsovereenkomst meegezonden.
2. Aanvragen die onvolledig zijn, of anderszins niet aan de eisen voldoen, worden buiten behandeling gelaten.
3. Geen aanvraag kan worden gedaan voor personen die collegegeldplichtig zijn op grond van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
Artikel 7
1. Aanvragen kunnen vanaf de datum van publicatie van deze regeling tot en met 31 juli 2001 worden ingediend. Aanvragers ontvangen binnen drie maanden na indiening bericht.
2. Aanvragen die mede betrekking hebben op het tijdvak van 26 juli 2000 tot en met 31 juli 2001 maar die na 31 juli 2001 worden ingediend, worden afgewezen.
Hoofdstuk 3. Subsidieverlening
Artikel 8
Subsidie ten laste van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.
Hoofdstuk 4. Verplichtingen subsidieontvanger
Artikel 9
1.
Voor subsidie als bedoeld in artikel 5 kan een bevoegd gezag in aanmerking komen wanneer het voldoet aan de volgende voorwaarden:
a. a. het bevoegd gezag heeft in het tijdvak van 26 juli 2000 tot en met 31 juli 2001 een zij-instromer aangesteld of benoemd; b. b. het bevoegd gezag verplicht zich blijkens de meegezonden scholings- en begeleidingsovereenkomst ertoe, de zij-instromer op de werkplek te begeleiden of te laten begeleiden, en het ziet erop toe dat de zij-instromer de gelegenheid wordt geboden om de op grond van het geschiktheidsonderzoek noodzakelijk gebleken scholing te volgen; c. c. het bevoegd gezag verstrekt de minister op zijn verzoek beleidsinformatie en meldt tevens terstond aan de minister:
1°.
een voortijdige beëindiging van het dienstverband van de zij-instromer;
2°.
of de scholings- en begeleidingsperiode al dan niet met het verkrijgen van het getuigschrift van het met goed gevolg deel hebben genomen aan het bekwaamheidsonderzoek is afgesloten.
1°. 1°. een voortijdige beëindiging van het dienstverband van de zij-instromer; 2°. 2°. of de scholings- en begeleidingsperiode al dan niet met het verkrijgen van het getuigschrift van het met goed gevolg deel hebben genomen aan het bekwaamheidsonderzoek is afgesloten.
2. Voor een zij-instromer wordt, ongeacht het aantal al dan niet opeenvolgende dienstverbanden bij scholen of instellingen, slechts aan één bevoegd gezag subsidie toegekend.
3. Het bevoegd gezag is verplicht de minister en de door hem aangewezen ambtenaren desgevraagd alle inlichtingen te geven die deze in verband met deze subsidie verlangen. Het bevoegd gezag geeft desgewenst aan voornoemde ambtenaren de boeken en bescheiden ter inzage.
Hoofdstuk 5. Subsidievaststelling
Artikel 10
1. Gelijktijdig met de vaststelling van de aanvraag rijksvergoeding dan wel gelijktijdig met de goedkeuring van de jaarrekening van een school aan het bevoegd gezag waaraan een subsidie op grond van deze regeling is verstrekt, vindt de vaststelling van de over het desbetreffende jaar verstrekte subsidie plaats. De accountant geeft zijn oordeel of de subsidie is besteed in overeenstemming met de bepalingen van deze regeling.
2.
Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat in de financiële administratie van de school voor iedere benoemde zij-instromer aanwezig zijn:
a. a. een afschrift van het aanvraagformulier, bedoeld in artikel 6; b. b. een afschrift van de geschiktheidsverklaring; c. c. een bewijs van de benoeming of aanstelling als zij-instromer en van de inschaling; d. d. een afschrift van de scholings en begeleidingsovereenkomst.
3. De minister kan de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien uit de accountantsverklaring niet blijkt dat de subsidie is besteed in overeenstemming met de bepalingen van deze regeling.
Hoofdstuk 6. Betaling
Artikel 11
Het bevoegd gezag waarvan de aanvraag om subsidie is goedgekeurd, ontvangt uiterlijk 1 maand na deze goedkeuring de subsidiebedragen, bedoeld in artikel 4, onder a en onder b. Voor het subsidiebedrag in artikel 4, onder c, geldt dat het per kalenderjaar zal worden uitgekeerd.
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
Artikel 12
Deze regeling zal met toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.
Artikel 13
Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na datum van uitgifte van Uitleg-OCenW-regelingen, waarin deze regeling wordt geplaatst.
Artikel 14
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling zij-instromers 2000-2001.