rijk/ministeriele-regeling/tijdelijke-beschikking-erkenning-bepaalde-belgische-en-duitse-hulp-verleningsdie/BWBR0011363/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

50 lines
3.2 KiB
Markdown
Raw Permalink Blame History

This file contains ambiguous Unicode characters

This file contains Unicode characters that might be confused with other characters. If you think that this is intentional, you can safely ignore this warning. Use the Escape button to reveal them.

---
titel: Tijdelijke beschikking erkenning bepaalde Belgische en Duitse hulp verleningsdiensten
en vrijstelling van de Regeling optische en geluidssignalen
bwb_id: BWBR0011363
type: ministeriele-regeling
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2000-07-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0011363
citeertitel: Tijdelijke beschikking erkenning bepaalde Belgische en Duitse hulp verleningsdiensten
en vrijstelling van de Regeling optische en geluidssignalen
---
# Tijdelijke beschikking erkenning bepaalde Belgische en Duitse hulp verleningsdiensten en vrijstelling van de Regeling optische en geluidssignalen
### Artikel 1
Als hulpverleningsdiensten als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van het RVV 1990, worden aangewezen Belgische en Duitse organisaties die taken vervullen op het gebied van de spoedseisende geneeskundige hulpverlening alsmede het Belgische Korps Civiele Bescherming en het Duitse Technische Hilfswerk.
### Artikel 2
Belgische en Duitse motorvoertuigen ten dienste van politie en brandweer, Belgische en Duitse ziekenautos alsmede motorvoertuigen van de in artikel 1 bedoelde Belgische en Duitse organisaties worden vrijgesteld van het bepaalde in artikel 29, eerste lid, van het RVV 1990 en de artikelen 3, 4 en 5 van de Regeling optische en geluidssignalen onder de voorwaarde dat zij optische en geluidssignalen voeren overeenkomstig de voor hen in hun eigen land geldende wettelijke regels.
## Bijlage
### Artikel
Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan tegen dit besluit binnen zes weken na de dag van de verzending een bezwaarschrift worden ingediend. Het bezwaarschrift moet worden gericht aan de Minister van Verkeer en Waterstaat en gezonden aan de plv. Directeur-Generaal Personenvervoer, Postbus 20901, 2500 EX Den Haag.
Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en ten minste het volgende te bevatten:
a. a.
naam en adres van de indiener:
b. b.
de dagtekening;
c. c.
vermelding van de datum en het nummer of het kenmerk van het besluit waartegen het bezwaarschrift is gericht;
d. d.
een opgave van de redenen waarom men zich met het besluit niet kan verenigen.
### Artikel
Indien een bezwaarschrift is ingediend, is het mogelijk om daarnaast een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in te dienen. Een dergelijk verzoek dient te worden gericht aan de president van de Arrondissementsrechtbank binnen het rechtsgebied, waarvan de indiener van het bezwaarschrift zijn woon- of vestigingsplaats heeft.
Bij het verzoek dient voorts een afschrift van het bezwaarschrift te worden overgelegd.
Zo mogelijk wordt tevens een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft overgelegd.
Naar aanleiding van het verzoek kan de bevoegde president een voorlopige voorziening treffen, indien onverwijlde spoed - gelet op de betrokken belangen - dat vereist.
Voor de behandeling van een verzoek om een voorlopige voorziening wordt een bedrag aan griffierecht geheven. De griffier van de betrokken Arrondissementsrechtbank wijst de verzoeker na de indiening van diens verzoek op de verschuldigdheid van het griffierecht en bericht de verzoeker binnen welke termijn en op welke wijze het verschuldigde griffierecht moet worden voldaan.