40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
10 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Tijdelijke regeling overstap naar een niet substantieel bezwarende functie | BWBR0031753 | ministeriele-regeling | geldend | 2015-12-11 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0031753 | Tijdelijke regeling overstap naar een niet substantieel bezwarende functie |
Tijdelijke regeling overstap naar een niet substantieel bezwarende functie
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a.
*bevoegd gezag:* de Minister van Veiligheid en Justitie voor de ambtenaar aangesteld binnen de inrichtingen van de dienst Justitiële Inrichtingen;
b. b.
*substantieel bezwarende functie:* een functie als bedoeld in artikel 94b, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;
c. c.
*andere functie:* een functie, niet zijnde een functie als bedoeld in onderdeel b of een functie buiten de sector Rijk waaraan een functioneel leeftijdsontslag verbonden is;
d. d.
*loopbaanpremie:* de loopbaanpremie, bedoeld in de artikelen 7 en 8;
e. e.
*verplichte VWNW-kandidaat:* de ambtenaar, bedoeld in artikel 49r, onderdeel e, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.
Artikel 2
Onverminderd het bepaalde in artikel 3a is deze regeling van toepassing op de ambtenaar die aangesteld is in een substantieel bezwarende functie bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie bij de inrichtingen van de dienst Justitiële Inrichtingen, niet zijnde herplaatsingkandidaat als bedoeld in artikel 49d van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of verplichte VWNW-kandidaat.
Artikel 3
Het bevoegd gezag kan met de ambtenaar die tussen de tien en twaalf dienstjaren heeft in een substantieel bezwarende functie loopbaanafspraken gericht op de overstap naar een andere functie maken. Het bevoegd gezag kan hierbij aan de ambtenaar één van de volgende arrangementen toekennen:
a. a. de ambtenaar volgt een opleiding en wordt ondersteuning geboden bij de invulling en uitvoering van de overstap naar een andere functie met behoud van de salarisschaal of met een aanvulling van het inkomen, of b. b. de ambtenaar volgt een opleiding gericht op de overstap naar een andere functie en ontvangt een loopbaanpremie waarop de in verband met de studie gemaakte scholingskosten in mindering worden gebracht, of c. c. de ambtenaar ontvangt een loopbaanpremie.
Artikel 3a
1. Het bevoegd gezag verstrekt op verzoek aan de ambtenaar die tot het moment dat hij is aangewezen als verplichte VWNW-kandidaat aangesteld was in een substantieel bezwarende functie bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie binnen de inrichtingen van de dienst Justitiële Inrichtingen, het arrangement genoemd in artikel 3, onderdeel c, als aan hem in de eerste zes maanden als verplichte VWNW-kandidaat eervol ontslag wordt verleend op grond van artikel 94 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.
2. Het bevoegd gezag verstrekt aan de ambtenaar die werkzaam is in een functie als bedoeld in artikel 94c, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in het derde of vijfde lid, van dat artikel het arrangement, genoemd in artikel 3, onderdeel c, als aan hem eervol ontslag wordt verleend op grond van artikel 94 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.
Artikel 4
1. Indien aan de ambtenaar het arrangement, bedoeld in artikel 3, onder a, wordt toegekend, wordt een door de ambtenaar en het bevoegd gezag ondertekend mobiliteitsplan opgesteld, gericht op de overstap naar een andere functie.
2. In het mobiliteitsplan kunnen onder meer de eigen kwaliteiten, ontwikkelpunten, reële loopbaanwensen en het volgen van relevante scholing worden opgenomen.
3. Indien de ambtenaar een studie volgt of gaat volgen die aantoonbaar bijdraagt aan het realiseren van de in het mobiliteitsplan vastgelegde loopbaanafspraken, worden studiefaciliteiten als bedoeld in artikel 59, derde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, toegekend.
4. Ten aanzien van de terugbetaling van de aan hem toegekende studiefaciliteiten is artikel 59, zesde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement van toepassing.
5. Het mobiliteitsplan wordt binnen vier jaar na de toekenning van het arrangement, bedoeld in artikel 3, onder a, uitgevoerd. In die periode biedt het bevoegd gezag een passende functie overeenkomstig artikel 49h, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement aan.
6. De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, heeft bij de vervulling van vacatures binnen de sector Rijk een voorrangspositie op andere kandidaten.
7. Voor de intensieve begeleiding van de ambtenaar worden, indien nodig, alle mogelijke mobiliteitsinstrumenten ingezet.
Artikel 5
1. De ambtenaar, aan wie het arrangement, bedoeld in artikel 3, onder a, is toegekend, behoudt bij de aanstelling in een andere functie binnen de sector Rijk waarvoor een salarisschaal geldt met een lager maximumsalaris dan de voor hem geldende salarisschaal in de substantieel bezwarende functie, laatstgenoemde salarisschaal.
2. De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, komt in aanmerking voor een aflopende toelage, overeenkomstig artikel 18b van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984.
3. Het bevoegd gezag kent de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bij aanvaarding van een lager gewaardeerde andere functie buiten de sector Rijk, gedurende een periode van vijf jaar een maandelijkse aanvulling op zijn inkomen toe.
4.
De berekeningsbasis van de aanvulling, bedoeld in het derde lid, bedraagt het verschil tussen:
a. a. de som van het laatstelijk in de substantieel bezwarende functie genoten salaris, de vakantie-uitkering, de eindejaarsuitkering en de toelagen, bedoeld in hoofdstuk III van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984, en b. b. het volledige inkomen uit de dienstbetrekking buiten de sector Rijk. De aanvulling bedraagt niet meer dan 30% van de som van de onder a bedoelde aanspraken.
5. Indien de toelagen, bedoeld in het vierde lid, onder a, een variabel karakter dragen, moet voor de toelagen worden gerekend met het bedrag waarop de ambtenaar gemiddeld aanspraak heeft gehad in de laatste drie kalendermaanden voorafgaand aan het aanvaarden van de andere functie buiten de sector Rijk.
6. Het inkomen uit de dienstbetrekking buiten de sector Rijk wordt eenmalig vastgesteld. Indien de arbeidsduurfactor uit de dienstbetrekking buiten de sector Rijk een andere is dan die als ambtenaar, wordt de som van de aanspraken, bedoeld in het vierde lid, onder a, omgerekend naar de arbeidsduurfactor in de dienstbetrekking buiten de sector Rijk.
7. De aanvulling wordt jaarlijks vastgesteld en bedraagt het eerste jaar 100%, het tweede jaar 80%, het derde jaar 60%, het vierde jaar 40% en het vijfde jaar 20% van de berekeningsbasis.
8. De ambtenaar is verplicht binnen een maand na afloop van elke periode van twaalf maanden waarin de aanvulling is genoten, een inkomensverklaring over te leggen aan het bevoegd gezag.
Artikel 6
1. Indien aan de ambtenaar het arrangement, bedoeld in artikel 3, onder b, wordt toegekend, wordt een door de ambtenaar en het bevoegd gezag ondertekend mobiliteitsplan opgesteld, waarbij wordt afgesproken dat de ambtenaar een opleiding gericht op de overstap naar een andere functie gaat volgen.
2. Indien de ambtenaar een studie volgt of gaat volgen die aantoonbaar bijdraagt aan het realiseren van de in het mobiliteitsplan vastgelegde loopbaanafspraken, worden studiefaciliteiten als bedoeld in artikel 59, derde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, toegekend.
3. Ten aanzien van de terugbetaling van de aan hem toegekende studiefaciliteiten is artikel 59, zesde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement van toepassing.
4. De loopbaanpremie, verminderd met de in verband met de studie gemaakte scholingskosten, wordt verstrekt onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 7.
Artikel 7
1. Indien aan de ambtenaar het arrangement, bedoeld in artikel 3, onder b of c wordt toegekend, wordt hem een loopbaanpremie toegekend.
2.
De loopbaanpremie wordt verstrekt onder de voorwaarde dat:
a. a. de ambtenaar minimaal acht dienstjaren aaneengesloten aangesteld is geweest in een substantieel bezwarende functie, b. b. de ambtenaar geen aanspraak maakt op financiële voorzieningen die vastgesteld zijn op grond van hoofdstuk VII of VIIbis van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, en c. c. de ambtenaar een overstap maakt naar een andere functie, of aan betrokkene eervol ontslag is verleend op grond van artikel 94 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.
Artikel 8
1.
Als berekeningsbasis voor de loopbaanpremie geldt de som van:
a. a. het twaalfvoud van het laatstelijk in de substantieel bezwarende functie genoten salaris, b. b. de vakantie-uitkering, c. c. de eindejaarsuitkering, en d. d. de genoten toelagen, met uitzondering van de toegewezen afbouwtoelage onregelmatige dienst, bedoeld in artikel 18 van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984, indien de ambtenaar in dienst blijft van de sector Rijk.
2. Het salaris, bedoeld in het eerste lid, onder a, bedraagt niet meer dan het maximumsalaris van schaal 8 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984.
3. De loopbaanpremie van de ambtenaar bedraagt 8% van de berekeningsbasis per vol dienstjaar vanaf het moment van indiensttreding in de substantieel bezwarende functie en bedraagt ten hoogste 100% van die berekeningsbasis. Bij een onderbroken periode geldt het moment van indiensttreding in de laatst vervulde substantieel bezwarende functie.
4. Als de loopbaanpremie wordt opgenomen binnen een periode van twaalf tot en met zeventien dienstjaren die de ambtenaar aaneengesloten aangesteld is geweest in een substantieel bezwarende functie wordt bovenop de loopbaanpremie een bonus verstrekt van 50% van de berekeningsbasis.
5. De loopbaanpremie en de bonus kunnen eenmalig ter beschikking worden gesteld of in jaarlijkse termijnen met een maximum van vijf jaren.
Artikel 9
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
2. Deze regeling werkt terug tot en met 1 januari 2009 en vervalt met ingang van 1 januari 2019.
Artikel 10
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling overstap naar een niet substantieel bezwarende functie.