40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
31 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Tijdelijke regeling subsidiëring experimenten leergang vmbo-mbo2 2008–2013 | BWBR0023974 | ministeriele-regeling | geldend | 2008-07-03 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0023974 | Tijdelijke regeling subsidiëring experimenten leergang vmbo-mbo2 2008–2013 |
Tijdelijke regeling subsidiëring experimenten leergang vmbo-mbo2 2008–2013
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. Minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor zover het betreft het beroepsonderwijs op het gebied van de landbouw en natuurlijke omgeving, de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie; b. b. WEB: Wet educatie en beroepsonderwijs; c. c. WVO: Wet op het voortgezet onderwijs; d. d. vmbo: voorbereidend beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 10b, van de WVO; e. e. opleiding mbo2: basisberoepsopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder b, van de WEB, voor zover het betreft de beroepsopleidende leerweg, bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid, onder a, van die wet; f. f. agrarisch opleidingscentrum: agrarisch opleidingscentrum, bedoeld in artikel 1.3.3 van de WEB; g. g. verticale scholengemeenschap: scholengemeenschap als bedoeld in artikel 2.6 van de WEB; h. h. vmbo-school: school voor voorbereidend beroepsonderwijs, waaronder begrepen het voorbereidend beroepsonderwijs in een agrarisch opleidingscentrum of in een verticale scholengemeenschap; i. i. instelling: instelling, bedoeld in artikel 1.1.1, onder b, van de WEB; j. j. leergang vmbo-mbo2: leergang, bedoeld in artikel 3; k. k. bevoegd gezag: bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1 van de WVO respectievelijk artikel 1.1.1, onder w, van de WEB; l. l. leerling: leerling die het onderwijs volgt aan de leergang vmbo-mbo2, verbonden aan een vmbo-school, respectievelijk deelnemer die het onderwijs volgt aan de leergang vmbo-mbo2, verbonden aan een instelling; m. m. subsidieontvanger: subsidieaanvrager, bedoeld in artikel 4, aan wie op grond van artikel 8, tweede lid, subsidie is verstrekt, n. n. intrasectoraal programma: intrasectoraal programma, bedoeld in artikel 10b, vierde lid, onder c, of zevende lid, onder a, van de WVO; o. o. intersectoraal programma: intersectoraal programma, bedoeld in artikel 10b, vierde lid, onder c, of zevende lid, onder a, van de WVO.
Artikel 2
1. De Minister verstrekt overeenkomstig de voorschriften van deze regeling projectsubsidie om te bevorderen dat meer leerlingen het onderwijs verlaten met tenminste een startkwalificatie op het niveau van het diploma van een opleiding mbo2.
2.
Ter bereiking van het doel, bedoeld in het eerste lid, wordt:
a. a. de leergang vmbo-mbo2, bedoeld in artikel 3, ingericht; b. b. wetenschappelijk onderzoek verricht gedurende de experimenteerperiode naar de meerwaarde van de leergang vmbo-mbo2 ten opzichte van samenwerking op grond van artikel 25a van de WVO tussen scholen voor vmbo en instellingen die beroepsonderwijs verzorgen als bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van de WEB.
Artikel 3
1. In de leergang vmbo-mbo2 worden het derde en vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte leerweg in het vmbo en de verwante opleiding mbo2 als een programmatisch geheel aangeboden aan leerlingen van de basisberoepsgerichte leerweg aan een vmbo-school op de locatie van de vmbo-school of van de instelling. De studieduur van de leergang vmbo-mbo2 bedraagt ten hoogste vier jaar.
2. Het onderwijs in de leergang vmbo-mbo2 is zodanig ingericht dat de leerling het diploma van de opleiding mbo2 behaalt binnen de studieduur, bedoeld in het eerste lid.
Paragraaf 2. Aanvraag subsidie
Artikel 4
1.
De subsidie ingevolge deze regeling kan worden verstrekt aan de volgende aanvragers:
a. a. het bevoegd gezag van een vmbo-school die op grond van de WVO wordt bekostigd en die op basis van een samenwerkingsovereenkomst samenwerkt met een instelling, b. b. het bevoegd gezag van een instelling die op grond van de WEB wordt bekostigd en die op basis van een samenwerkingsovereenkomst samenwerkt met tenminste één vmbo-school, of c. c. het bevoegd gezag van een agrarisch opleidingscentrum of van een verticale scholengemeenschap.
2. De subsidie ingevolge deze regeling wordt indien het een leergang betreft die op 1 augustus 2010 start, ambtshalve verstrekt aan een aanvrager als bedoeld in het eerste lid, onder a of c, waaraan ook reeds subsidie is verstrekt voor een leergang vmbo-mbo2 die op 1 augustus 2008 respectievelijk 1 augustus 2009 is gestart en mits aan laatstbedoelde leergangen daadwerkelijk onderwijs wordt verzorgd.
3. De subsidie ingevolge deze regeling wordt indien het een leergang betreft die op 1 augustus 2011 start, ambtshalve verstrekt aan een aanvrager als bedoeld in het eerste lid, onder a of c, waaraan ook reeds subsidie is verstrekt voor een leergang vmbo-mbo2 die op 1 augustus 2010 is gestart en mits aan laatstbedoelde leergang daadwerkelijk onderwijs wordt verzorgd.
Artikel 4a
1.
De samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in artikel 4, omvat in elk geval:
a. a. de afspraken tussen partijen inzake het verzorgen van de leergang vmbo-mbo2. Deze afspraken omvatten in elk geval:
1°
welke opleiding of opleidingen, bedoeld in artikel 7.2.2 van de WEB die door de instelling worden verzorgd en welke afdeling, welk intrasectoraal programma of intersectoraal programma van de vmbo-school in de samenwerking zijn opgenomen, en
2°
de locatie waarop de leergang zal worden verzorgd;
3°.
de verdeling van de verantwoordelijkheden tussen partijen en de organisatorische inrichting van de leergang;
4°.
een overzicht van de wijze waarop in voorkomende gevallen toepassing wordt gegeven aan artikel 9, zesde lid.
1° 1° welke opleiding of opleidingen, bedoeld in artikel 7.2.2 van de WEB die door de instelling worden verzorgd en welke afdeling, welk intrasectoraal programma of intersectoraal programma van de vmbo-school in de samenwerking zijn opgenomen, en 2° 2° de locatie waarop de leergang zal worden verzorgd; 3°. 3°. de verdeling van de verantwoordelijkheden tussen partijen en de organisatorische inrichting van de leergang; 4°. 4°. een overzicht van de wijze waarop in voorkomende gevallen toepassing wordt gegeven aan artikel 9, zesde lid.
2. Bij de aanvraag van een aanvrager als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, wordt een door het bevoegd gezag van die instelling opgestelde en ondertekende interne regeling gevoegd over de wijze waarop het project wordt uitgevoerd. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de interne regeling.
Artikel 5
1. De subsidieaanvrager, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a en c, dient ten behoeve van subsidiëring van een leergang vmbo-mbo2 die op 1 augustus 2008 start, binnen twee weken na inwerkingtreding van deze regeling een schriftelijke aanvraag in bij de Minister. Aanvragen die na deze periode worden ingediend, worden afgewezen.
2. De subsidieaanvrager, bedoeld in artikel 4, dient ten behoeve van subsidiëring van een leergang vmbo-mbo2 die op 1 augustus 2009 start, uiterlijk op 16 januari 2009 een schriftelijke aanvraag in bij de Minister. Aanvragen die na deze datum worden ingediend, worden afgewezen.
2a.
De subsidieaanvrager, bedoeld in artikel 4, tweede lid, komt voor subsidie voor een leergang vmbo-mbo2 die op 1 augustus 2010 start in aanmerking, indien:
a. a. de Minister een aanvraag van subsidieontvanger voor subsidiëring van een leergang vmbo-mbo2 op grond van artikel 8 heeft gehonoreerd en deze leergang is gestart op 1 augustus 2008 respectievelijk 1 augustus 2009, en b. b. uit de gegevens op grond van artikel 13, eerste lid, blijkt dat aan de leergang vmbo-mbo2 op 1 oktober 2008 respectievelijk 1 oktober 2009 leerlingen als daadwerkelijk schoolgaand staan ingeschreven.
2b. Ten aanzien van de in lid 2a bedoelde leergang die op 1 augustus 2010 start, zijn van overeenkomstige toepassing de voorwaarden, bedoeld in artikel 6, met uitzondering van de voorwaarde inzake het aantal leerlingen dat ten hoogste voor subsidie in aanmerking wordt gebracht.
2c.
De subsidieaanvrager, bedoeld in artikel 4, derde lid, komt voor subsidie in aanmerking voor een leergang vmbo-mbo2 die op 1 augustus 2011 start, indien:
a. a. de leergang vmbo-mbo2 op grond van artikel 4, derde lid, is gestart op 1 augustus 2010, en b. b. uit de gegevens op grond van artikel 9a, tweede lid, blijkt dat aan de leergang vmbo-mbo2 op 1 oktober 2010 leerlingen als daadwerkelijk schoolgaand staan ingeschreven.
2d. Ten aanzien van de in lid 2c bedoelde leergang die op 1 augustus 2011 start, zijn van overeenkomstige toepassing de voorwaarden, bedoeld in artikel 6, met uitzondering van de voorwaarde inzake het aantal leerlingen dat ten hoogste voor subsidie in aanmerking wordt gebracht.
3. Een aanvraag van een subsidieaanvrager als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a of b, wordt uitsluitend ingediend door middel van een volledig ingevuld en door de samenwerkende bevoegde gezagsorganen ondertekend formulier dat is opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling.
4. Bij de aanvraag, bedoeld in het derde lid, wordt een door het bevoegd gezag van een vmbo-school en het bevoegd gezag van een instelling ondertekende samenwerkingsovereenkomst dan wel een door het bevoegd gezag ondertekende interne regeling als bedoeld in artikel 4a, tweede lid, gevoegd.
5. Een aanvraag van een subsidieaanvrager als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, wordt uitsluitend ingediend door middel van een volledig ingevuld formulier als bedoeld in het derde lid.
6. Uit de omschrijving op het formulier, bedoeld in het derde en vijfde lid, blijkt dat de leergang vmbo-mbo2 wordt aangeboden, aansluitend bij het toegestane onderwijsaanbod van de samenwerkende bevoegde gezagsorganen respectievelijk van het agrarisch opleidingscentrum of van de verticale scholengemeenschap.
7. In de aanvraag wordt aangegeven op welke afdeling, op welk intrasectoraal programma of intersectoraal programma van het vmbo en op welke opleiding of opleidingen mbo2 de aanvraag betrekking heeft alsmede op welke locatie van de aanvrager de leergang zal worden verzorgd.
Artikel 6
1.
Een aanvraag voor subsidiëring van een leergang vmbo-mbo2 die is gestart met ingang van 1 augustus 2008 respectievelijk 1 augustus 2009 voldoet aan ten minste de volgende voorwaarden:
a. a. de subsidieaanvrager, bedoeld in artikel 4, toont door middel van het formulier, bedoeld in artikel 5, derde lid, en de samenwerkingsovereenkomst onderscheidenlijk de interne regeling, bedoeld in artikel 4a, aan dat de voorbereiding van het project zodanig is gevorderd dat met ingang van 1 augustus 2009 daadwerkelijk kan worden gestart met het onderwijs en dat een goede uitvoering van de leergang vmbo-mbo2 mogelijk is; b. b. de subsidieaanvrager, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a, heeft een aantoonbare meerjarige ervaring op de terrein van samenwerking tussen vmbo wat de basisberoepsgerichte leerweg betreft, en mbo2, blijkend uit de omschrijving van de organisatie van de leergang vmbo-mbo2 op het formulier, bedoeld in artikel 5, derde lid; c. c. uit de omschrijving op het formulier, bedoeld in artikel 5, derde en vijfde lid, blijkt dat de leergang vmbo-mbo2 een programmatisch geheel vormt van vmbo basisberoepsgerichte leerweg en mbo2; d. d. een leergang vmbo-mbo2 wordt aangeboden aan leerlingen die het schooljaar 2007–2008 respectievelijk in het schooljaar 2008–2009 het tweede leerjaar van het vmbo hebben afgerond en die in het schooljaar 2008–2009 respectievelijk het schooljaar 2009–2010 in aanmerking komen voor plaatsing in de basisberoepsgerichte leerweg van het vmbo; e. e. uit de omschrijving op het formulier, bedoeld in artikel 5, derde of vijfde lid, blijkt dat ten behoeve van de leerling daadwerkelijk de waarborg en randvoorwaarden, bedoeld in de artikel 16 en 18, kunnen worden geboden; f. f. de leergang vmbo-mbo2 wordt verzorgd op één locatie, door personeelsleden die de leerling gedurende de leergang vmbo-mbo2 begeleiden; g. g. de aanvrager verleent medewerking aan het in artikel 2, tweede lid, onder b, bedoelde wetenschappelijk onderzoek dat gedurende de experimenteerperiode wordt uitgevoerd.
2. De subsidieontvanger voor een leergang vmbo-mbo2 die start met ingang van 1 augustus 2010 draagt er zorg voor dat deze leergang wordt aangeboden aan leerlingen die in het schooljaar 2009–2010 het tweede leerjaar van het vmbo hebben afgerond en die in het schooljaar 2010–2011 in aanmerking komen voor plaatsing in de basisberoepsgerichte leerweg van het vmbo.
3. De subsidieontvanger voor een leergang vmbo-mbo2 die start met ingang van 1 augustus 2011 draagt er zorg voor dat deze leergang wordt aangeboden aan leerlingen die in het schooljaar 2010–2011 het tweede leerjaar van het vmbo hebben afgerond en die in het schooljaar 2011–2012 in aanmerking komen voor plaatsing in de basisberoepsgerichte leerweg van het vmbo.
Artikel 7
Vervallen
Artikel 8
1. De Minister beslist uiterlijk op 1 augustus 2008 respectievelijk uiterlijk 2 maart 2009 op een aanvraag als bedoeld in artikel 5.
2.
In de beschikking tot subsidieverstrekking wordt in ieder geval vermeld:
a. a. op welke vestiging de leergang vmbo-mbo2 wordt verzorgd, b. b. het aantal leerlingen dat ten hoogste voor subsidie in aanmerking wordt gebracht tenzij het betreft subsidieverstrekking voor een leergang vmbo-mbo2 die start met ingang van 1 augustus 2010 respectievelijk 1 augustus 2011, en c. c. op welke afdeling, op welk intrasectoraal programma of intersectoraal programma en op welke opleiding of opleidingen mbo2 de leergang vmbo-mbo2 betrekking heeft.
Artikel 9
1. De subsidie die wordt verstrekt voor projecten die zijn gestart met ingang van 1 augustus 2008 respectievelijk 1 augustus 2009, bestaat uit een vast bedrag en een bedrag per deelnemer.
2. Het vaste bedrag per aanvrager, bedoeld in artikel 4, voor leergangen vmbo-mbo2 gestart op respectievelijk 1 augustus 2008 dan wel 1 augustus 2009, bedraagt met inachtneming van het subsidieplafond, bedoeld in artikel 10, ten hoogste € 50.000,–.
3. Het bedrag van de subsidieverstrekking , bedoeld in het eerste lid, wordt berekend door het aantal leerlingen dat voor het betreffende project in het basisregister onderwijs, bedoeld in artikel 24b van de Wet op het onderwijstoezicht, is geregistreerd, tot ten hoogste het aantal leerlingen vermeld in de beschikking, bedoeld in artikel 8, tweede lid, te vermenigvuldigen met € 8.816,–.
4. Indien de leerling aan een project dat is gestart met ingang van 1 augustus 2008 respectievelijk 1 augustus 2009, vóór 1 oktober 2011 respectievelijk vóór 1 oktober 2012 het diploma van de leergang vmbo-mbo2 behaalt, kan de subsidieontvanger vóór 1 november 2011 respectievelijk 2012 bij de Minister een aanvraag indienen voor een diplomabonus. De diplomabonus is een subsidie van ten hoogste € 8.500 per uitgereikt diploma. Bij de aanvraag toont de subsidieontvanger aan dat aan de subsidievoorwaarde, genoemd in de eerste volzin, is voldaan.
5. De subsidieontvanger en de in artikel 4, eerste lid, onder a, bedoelde samenwerkende bevoegde gezagsorganen beslissen gezamenlijk over de bestemming van de ingevolge deze regeling ontvangen middelen.
Artikel 9a
1. Voor de berekening van de subsidie voor de leergang startend op 1 augustus 2010 wordt de leerling aangemerkt als leerling die daadwerkelijk schoolgaand is en is ingeschreven voor de basisberoepsgerichte leerweg van de desbetreffende school.
2. Het bedrag van de subsidieverstrekking wordt berekend op grond van het aantal leerlingen dat op 1 oktober van het voorafgaande kalenderjaar staat ingeschreven en daadwerkelijk schoolgaand is binnen de leergang startend op 1 augustus 2010.
3. Artikel 9, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 9b
1. Voor de berekening van de subsidie voor de leergang startend op 1 augustus 2011 wordt als leerling aangemerkt de leerling die daadwerkelijk schoolgaand is en is ingeschreven voor de basisberoepsgerichte leerweg van de desbetreffende school.
2. Het bedrag van de subsidieverstrekking wordt berekend op grond van het aantal leerlingen dat op 1 oktober van het voorafgaande kalenderjaar staat ingeschreven en daadwerkelijk schoolgaand is binnen de leergang startend op 1 augustus 2011.
3. Artikel 9, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 10
1. Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is ten behoeve van het vaste bedrag, bedoeld in artikel 9, eerste lid, een bedrag beschikbaar van in totaal ten hoogste € 1.000.000 voor projecten die starten met ingang van 1 augustus 2008 en ten hoogste € 1.000.000 voor projecten die starten met ingang van 1 augustus 2009 voor zover daarvoor niet eerder een vast bedrag op grond van deze regeling is verstrekt.
2. Voor subsidieverstrekking aan projecten die met ingang van 1 augustus 2008 respectievelijk 1 augustus 2009 zijn gestart, is per leerling per schooljaar een bedrag beschikbaar van € 8.500 voor de duur van het project.
3. Aan de leergang vmbo-mbo2 kunnen landelijk ten hoogste 5000 leerlingen deelnemen, met dien verstande dat aan projecten die met ingang van 1 augustus 2008 starten, landelijk ten hoogste 1500 leerlingen kunnen deelnemen.
4. Indien het subsidieplafond, bedoeld in het derde lid, in 2008 niet wordt bereikt, wordt met inachtneming van het zesde lid, het subsidieplafond voor 2009 verhoogd met het bedrag voor het aantal leerlingen dat in 2008 is afgewezen.
5. Voor subsidieverlening ten behoeve van de diplomabonus, bedoeld in artikel 9, vierde lid, is voor projecten die starten met ingang van 1 augustus 2008 ten hoogste € 850.000 beschikbaar en voor projecten die starten met ingang van 1 augustus 2009 ten hoogste € 1.700.000 beschikbaar. Indien het subsidieplafond in enig jaar wordt overschreden, wordt het bedrag, bedoeld in artikel 9, vierde lid, naar evenredigheid verlaagd.
6. Indien gegrondverklaring van een bezwaarschrift ten aanzien van een project dat start met ingang van 1 augustus 2008, leidt tot overschrijding van het subsidieplafond voor 2008, bedoeld in het derde lid, wordt het bedrag voor het aantal leerlingen dat als gevolg van de gegrondverklaring alsnog kan deelnemen aan de leergang vmbo-mbo2, in mindering gebracht op het subsidieplafond voor 2009.
Artikel 11
1. Het vaste bedrag, bedoeld in artikel 9, eerste lid, wordt betaald in de maand oktober 2008 respectievelijk de maand oktober 2009.
2. Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 9, eerste lid, wordt vanaf 1 januari 2009, 1 januari 2010 respectievelijk 1 januari 2011 betaald volgens een door de Minister te bepalen kasritme.
3. De diploma-bonus, bedoeld in artikel 9, vierde lid, wordt betaald voor 1 juli van het jaar volgend op het jaar waarin de aanvraag, bedoeld in artikel 9, vierde lid, is ingediend.
Artikel 12
In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, worden de op grond van artikel 9 vastgestelde subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verstrekt en van de hoogte van de vastgestelde subsidiebedragen.
Artikel 13
1. Op grond van de gegevens, bedoeld in artikel 4b.2.3, eerste lid, onder e, van het Uitvoeringsbesluit WEB en artikel 5, eerste lid, onder b, van het Besluit gebruik persoonsgebonden nummers WVO, vergelijkt de Minister het aantal leerlingen van projecten die zijn gestart met ingang van 1 augustus 2008 respectievelijk 1 augustus 2009 dat op 1 oktober van elk jaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidiëring betrekking heeft aan het project als daadwerkelijk schoolgaand staat ingeschreven met het aantal leerlingen waarvoor de subsidie op grond van artikel 8, tweede lid onder b, is verstrekt.
2. Indien het aantal leerlingen dat als daadwerkelijk schoolgaand aan het project staat ingeschreven, lager is dan het aantal leerlingen, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder b, wordt dit aantal leerlingen verlaagd en de hoogte van het bedrag van de subsidieverstrekking aan dit aantal leerlingen aangepast.
3. Indien ten aanzien van een aanvrager, bedoeld in artikel 4, op grond van artikel 8 meer dan één project op dezelfde locatie wordt toegewezen, wordt het tweede lid niet toegepast ten aanzien van de leerlingen die gedurende de looptijd van het project overstappen naar een ander project van deze aanvrager op deze locatie. De aanvrager draagt er zorg voor dat door toepassing van de eerste volzin het totale aantal leerlingen dat aan beide projecten deelneemt, het aantal leerlingen dat in de beschikkingen, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder b, voor deze projecten is vermeld, niet overschrijdt.
Paragraaf 3. Subsidieverplichtingen
Artikel 14
1. De financiële verantwoording wordt opgenomen in de jaarrekening van de vmbo-school, bedoeld in artikel 106, eerste lid onder c, van de WVO, respectievelijk van de instelling, bedoeld in artikel 2.5.3 van de WEB.
2. De artikelen 2.5.2 tot en met 2.5.10 van de WEB zijn van toepassing op het bevoegd gezag van de instelling.
3. De artikelen 103b tot en met 103f van de WVO zijn van toepassing op het bevoegd gezag van de vmbo-school.
4. De artikelen 6.1.4 en 11.1 van de WEB juncto artikel 101, tweede lid, onder r, van de WEB zijn van toepassing op het bevoegd gezag van de instelling. De artikelen artikel 104, 104a en 105 van de WVO zijn van toepassing op het bevoegd gezag van de vmbo-school.
Artikel 15
1. De Minister kan de subsidieontvanger nadere aanwijzingen geven voor de inrichting van het activiteitenverslag, bedoeld in artikel 4:80 van de Algemene wet bestuursrecht, indien dit voor het verrichten van het wetenschappelijk onderzoek, bedoeld in artikel 2, tweede lid onder b, noodzakelijk is.
2. De subsidieontvanger werkt mee aan de onderwijsinhoudelijke ondersteuning die wordt aangeboden door de projectleider die door de Minister is aangewezen.
Artikel 16
1. De subsidieontvanger geeft de leerling en ouders alvorens wordt besloten over de deelname aan de leergang vmbo-mbo2, voldoende informatie over de inhoud van de opleiding en over de gevolgen voor die leerling van het volgen van deze leergang.
2. De subsidieontvanger stelt elk leerjaar om niet aan een leerling lesmateriaal ter beschikking. Artikel 6e, tweede lid, van de WVO is van toepassing.
Artikel 17
1.
Op de subsidieontvanger is, tenzij in deze regeling anders wordt bepaald, het bij of krachtens onderstaande artikelen bepaalde van toepassing aangaande:
a. a. de kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 1.3.6 van de WEB, b. b. het personeel, bedoeld in hoofdstuk 4 titel 2 van de WEB, c. c. het beroepsonderwijs, waaronder mede begrepen de beroepspraktijkvorming, bedoeld in hoofdstuk 7, titel 2 van de WEB, d. d. de examens, bedoeld in hoofdstuk 7, titel 4 van de WEB, e. e. de rechtsbescherming van de leerlingen, bedoeld in hoofdstuk 7, titel 5 van de WEB, f. f. de onderwijsovereenkomst, bedoeld in artikel 8.1.3 van de WEB, met dien verstande dat wat de onderwijsbijdrage betreft, artikel 27, tweede lid, van de WVO van toepassing is, g. g. het toezicht van de inspectie, bedoeld in de Wet op het onderwijstoezicht, h. h. de leerplicht, bedoeld in de Leerplichtwet 1969, en i. i. voor zover het betreft een project verbonden aan een vmbo-school, de klachtenregeling, bedoeld in artikel 24b van de WVO.
2. Het bevoegd gezag verzorgt voor de leerling in instellingstijd een onderwijsprogramma dat in het eerste en tweede leerjaar van de leergang vmbo-mbo2 zolang het vo-programma leidend is ten minste 1000 uren per leerjaar omvat en in het derde en vierde leerjaar van de leergang vmbo-mbo2 zolang het bve-programma leidend is ten minste 850 uren per leerjaar.
Artikel 18
Inschrijving van leerlingen aan een leergang vmbo-mbo2 vindt slechts plaats voor zover aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a. a. de leerling ondervindt geen nadelige gevolgen van het experimentele karakter van de leergang vmbo-mbo2, b. b. in de onderwijsovereenkomst met de leerling is mede opgenomen dat indien de leerling naar verwachting de leergang vmbo-mbo2 niet met succes zal afronden, de leerling in staat zal worden gesteld een diploma vmbo basisberoepsgerichte leerweg te behalen, het diploma van een assistentopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder a, van de WEB, of het diploma van een opleiding mbo 2, passend bij het naar het oordeel van het bevoegd gezag bereikte onderwijsniveau en de leeftijd van deze leerling, en c. c. de leerling ontvangt gedurende de opleiding adequate loopbaanoriëntatie en begeleiding.
Artikel 19
Indien de subsidievaststelling voor een leergang vmbo-mbo2 op grond van artikel 4:49 of 4:50 van de Algemene wet bestuursrecht wordt ingetrokken, draagt het bevoegd gezag er zorg voor dat de leerlingen die zijn ingeschreven aan deze leergang, worden ingeschreven aan een vmbo-opleiding respectievelijk een opleiding mbo2.
Artikel 20
1. Het bevoegd gezag schrijft de leerling aan de leergang vmbo-mbo2 in op grond van een van de elementcodes die worden vastgesteld in bijlage 2 behorende bij deze regeling.
1a. Het bevoegd gezag schrijft de leerling aan de leergang vmbo-mbo2, startend per 1 augustus 2010, in op één van de elementcodes ten behoeve van de leergang vmbo-mbo2 startend met ingang van 1 augustus 2010, zoals opgenomen in de Regeling elementcodetabel VO, opleidingentabel volwasseneneducatie en vakcodetabel VO en volwasseneneducatie schooljaar 2010–2011.
1b. Het bevoegd gezag schrijft de leerling aan de leergang vmbo-mbo2, startend per 1 augustus 2011, in op één van de elementcodes ten behoeve van de leergang vmbo-mbo2 startend met ingang van 1 augustus 2011, zoals opgenomen in de Regeling elementcodetabel VO, opleidingentabel volwasseneneducatie en vakcodetabel VO en volwasseneneducatie schooljaar 2011–2012.
2. Artikel 77a van de WVO is van overeenkomstige toepassing.
3. Artikel 86 van de WVO is voor zover het betreft lesmateriaal, als bedoeld in artikel 6e van de WVO van overeenkomstige toepassing, waarbij de leerling aan de leergang wordt aangemerkt als een leerling in de basisberoepsgerichte leerweg.
4. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat de leerlingen die op 1 augustus 2008 respectievelijk 1 augustus 2009 stonden ingeschreven als deelnemer aan een leergang vmbo-mbo2 niet voor bekostiging anders dan de experimentsubsidie, de leerling gebondenfinanciering en aanvullende personele bekostiging voor het Leerplusarrangement VO, bedoeld in paragraaf 2 van de Regeling Leerplusarrangement VO en Nieuwkomers VO in aanmerking worden gebracht op grond van het Bekostigingsbesluit W.V.O.
Artikel 21
Vervallen
Paragraaf 4. Slotbepalingen
Artikel 22
De Minister zendt uiterlijk zes jaar na de inwerkingtreding van deze regeling een verslag over de doeltreffendheid van deze regeling en de effecten ervan in de praktijk aan de beide Kamers der Staten-Generaal.
Artikel 23
Vervallen
Artikel 23a
1. Voor leerlingen aan een leergang vmbo-mbo2 die in het schooljaar 2009–2010 voor het tweede leerjaar van de leergang die is gestart met ingang van 1 augustus 2008 waren ingeschreven aan een vmbo-school, verstrekt de Minister aan het bevoegd gezag een subsidie van € 316,– per deelnemende leerling, welk bedrag in november 2010 aan dat bevoegd gezag wordt betaald.
2. Voor leerlingen aan een leergang vmbo-mbo2 die in het schooljaar 2010–2011 voor het derde leerjaar van de leergang die is gestart met ingang van 1 augustus 2008 zijn ingeschreven aan een vmbo-school, verstrekt de Minister aan het bevoegd gezag een subsidie van € 321,50 per deelnemende leerling, welk bedrag in november 2010 aan dat bevoegd gezag wordt betaald.
3. Voor leerlingen aan een leergang vmbo-mbo2 die in het schooljaar 2010–2011 voor het tweede leerjaar van de leergang die is gestart met ingang van 1 augustus 2009 zijn ingeschreven aan een vmbo-school, verstrekt de Minister aan het bevoegd gezag een subsidie van € 321,50 per deelnemende leerling, welk bedrag in november 2010 aan dat bevoegd gezag wordt betaald.
4. Ten aanzien van leerlingen die zijn ingeschreven als daadwerkelijk schoolgaand aan de leergang vmbo-mbo2 en die in het schooljaar 2010–2011 of een later schooljaar deelnemen aan de leergang vmbo-mbo2, verstrekt de Minister aan het bevoegd gezag een subsidie voor lesmateriaal als bedoeld in artikel 6e van de WVO met overeenkomstige toepassing van artikel 86 van de WVO.
Artikel 24
1. Deze regeling, met uitzondering van de artikelen 1, onder l, en 5, zevende lid, wat betreft de verwijzing naar intersectorale programma’s, treedt in werking met ingang van een bij Ministeriële regeling te bepalen tijdstip.
2. De artikelen 1, onder l, en 5, zevende lid, wat betreft de verwijzing naar intersectorale programma’s, treden in werking met ingang van het tijdstip waarop artikel I, onder D, van het voorstel van wet tot wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs ter modernisering, vereenvoudiging en beperking van de wettelijke regels over de voorzieningenplanning bij scholen (Kamerstukken I 2007/08, 31 310, A) indien dat voorstel tot wet wordt verheven, in werking treedt.
3. Deze regeling wordt ingetrokken met ingang van het tijdstip waarop de WVO en de WEB een grondslag voor experimenten als geregeld in deze regeling zullen bevatten, doch uiterlijk met ingang van 1 augustus 2012.
Artikel 25
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling subsidiëring experimenten leergang vmbo-mbo2 2008–2013.
Bijlage I
(behorende bij de Tijdelijke regeling subsidiëring experimenten leergang vmbo-mbo2 2008–2013)
Let op:
Ondergetekenden verklaren dat het formulier naar waarheid is ingevuld:
Let op: alle bevoegde gezagen ondertekenen dit formulier
Bijlage II
(behorende bij de Tijdelijke regeling subsidiëring experimenten leergang vmbo-mbo2 2008–2013)
Registratie van leerlingen die de experimentele leergang vmbo-mbo2 gaan volgen.
Elementcodes, bedoeld in artikel 20, eerste lid:
Voor de registratie aan de VO-scholen worden de volgende 5 nieuwe Elementcodes in BRIN vastgesteld:
Omschrijving kort :
Omschrijving lang:
De leerweg die verbonden wordt aan de registratie in het VO is Basisberoepsgerichte leerweg (opgenomen in omschrijving).
Registratie van leerlingen die de experimentele leergang vmbo-mbo2 gaan volgen.
CREBO-codes, bedoeld in artikel 21, eerste lid,:
Voor de registratie aan de BVE-instellingen worden de volgende 4 nieuwe CREBO-codes in BRIN vastgesteld:
Omschrijving kort :
Omschrijving lang:
De leerweg die verbonden wordt aan de CREBO-codes is: BOL (Beroepsopleidende leerweg).