rijk/ministeriele-regeling/tijdelijke-stimuleringsregeling-lokale-opvoedondersteuning-en-gezinsondersteunin/BWBR0019920/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

7 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Tijdelijke stimuleringsregeling lokale opvoedondersteuning en gezinsondersteuning BWBR0019920 ministeriele-regeling geldend 2006-06-09 https://wetten.overheid.nl/BWBR0019920 Tijdelijke stimuleringsregeling lokale opvoedondersteuning en gezinsondersteuning

Tijdelijke stimuleringsregeling lokale opvoedondersteuning en gezinsondersteuning

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. de minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; b. b. opvoedondersteuning en gezinsondersteuning: ondersteuning aan gezinnen en jeugdigen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar met aantoonbare opvoedproblemen of opgroeiproblemen; c. c. project opvoedondersteuning en gezinsondersteuning: een samenhangend geheel van activiteiten gericht op het verlenen van ondersteuning aan gezinnen en jeugdigen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar met aantoonbare opvoedproblemen of opgroeiproblemen; d. d. uitkering: een uitkering als bedoeld in artikel 21 van de Wet maatschappelijke ondersteuning.

Artikel 2

De minister kan aan een in de bijlage bij deze regeling genoemde gemeente op aanvraag een meerjarige uitkering van ten hoogste het in de bijlage bij deze regeling bij de desbetreffende gemeente genoemde bedrag verstrekken ten behoeve van het uitvoeren van een project opvoedondersteuning en gezinsondersteuning in de periode van 1 september 2005 tot en met 31 december 2007.

Artikel 3

Een project opvoedondersteuning en gezinsondersteuning komt in aanmerking voor een uitkering indien het:

a. a. is gericht op het vergroten van het bereik van opvoedondersteuning en gezinsondersteuning; b. b. bijdraagt aan het verkrijgen van meer zicht op de effectiviteit van de interventies en methoden die op lokaal niveau worden gehanteerd ten behoeve van opvoedondersteuning en gezinsondersteuning; c. c. de volgende functies vervult:

      1°.
      het signaleren van gezinnen en jeugdigen die in aanmerking komen voor opvoedondersteuning en gezinsondersteuning; 
    
    
      2°.
      het waar nodig bieden van licht pedagogische hulp aan de gezinnen en jeugdigen, bedoeld in het eerste onderdeel;
    
    
      3°.
      het coördineren van zorg die aan de gezinnen en jeugdigen, bedoeld in het eerste onderdeel, op lokaal niveau wordt verleend in verband met hun opvoed en opgroeiproblemen.

1°. 1°. het signaleren van gezinnen en jeugdigen die in aanmerking komen voor opvoedondersteuning en gezinsondersteuning; 2°. 2°. het waar nodig bieden van licht pedagogische hulp aan de gezinnen en jeugdigen, bedoeld in het eerste onderdeel; 3°. 3°. het coördineren van zorg die aan de gezinnen en jeugdigen, bedoeld in het eerste onderdeel, op lokaal niveau wordt verleend in verband met hun opvoed en opgroeiproblemen.

Artikel 4

Onverminderd artikel 8 werkt de gemeente mee aan intercollegiale toetsing ten behoeve van:

a. a. kennisontwikkeling en uitwisseling van ervaringen met opvoedondersteuning en gezinsondersteuning; b. b. kwaliteitsbewaking en -verbetering van opvoedondersteuning en gezinsondersteuning; c. c. ontwikkeling van overdraagbare interventies en methoden voor opvoedondersteuning en gezinsondersteuning.

Artikel 5

1. In de beslissing tot verlening van een uitkering wordt het bedrag van de te verlenen uitkering vermeld dan wel de wijze waarop dit wordt bepaald en welk bedrag ten hoogste zal worden verleend.

2. In de beslissing tot verlening van een uitkering wordt aangegeven welke activiteiten met behulp van de uitkering zullen worden bekostigd, welke doelen daarmee worden nagestreefd en welke kosten met de activiteiten zullen zijn gemoeid.

3. In de beslissing tot verlening van een uitkering wordt vermeld welk bedrag als voorschot zal worden verstrekt en op welke wijze dat voorschot wordt betaald.

4. De artikelen 4:48 en 4:50 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6

De gemeente doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van een uitkering. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd.

Artikel 7

De gemeente zendt in mei 2006, in maart 2007 en binnen zes maanden na afloop van de periode waarvoor een uitkering is verstrekt schriftelijk verslag aan de minister over de activiteiten waarvoor de uitkering is verstrekt.

Artikel 8

1. De gemeente verstrekt aan de door de minister aangewezen ambtenaren of andere personen op diens verzoek alle bescheiden en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor een juiste vervulling van hun taak. De bescheiden worden op één adres getoond en de inlichtingen, op verzoek, schriftelijk verstrekt. Indien de gemeente slechts kan voldoen aan deze verplichting door inbreuk te maken op het recht van enig persoon op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer, verstrekt de gemeente de verlangde gegevens op zodanige wijze dat deze niet tot personen herleidbaar zijn.

2. Ook anderszins wordt zoveel mogelijk medewerking verleend teneinde de door de minister aangewezen ambtenaren of andere personen in staat te stellen hun taak op een juiste wijze te vervullen.

3. De gemeente werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoeken die erop zijn gericht de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de uitvoering van de landelijke functie.

Artikel 9

De bijlage bij de jaarrekening van het laatste jaar waarin de uitkering wordt verstrekt, bevat de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, over de jaren waarin de uitkering is verstrekt. Daarbij wordt aangegeven in hoeverre de verleende uitkering is besteed ten behoeve van het doel waarvoor het was bestemd.

Artikel 10

Binnen zes maanden na ontvangst van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 9, geeft de minister een beschikking tot vaststelling van de uitkering. De artikelen 4:46, 4:49, 4:52, 4:56 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 11

De minister kan formulieren vaststellen voor de verslagen.

Artikel 12

De minister kan, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, artikelen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 13

Deze regeling treedt inwerking met ingang van de tweede dag naar dagtekening van de Staatscourant, waarin zij wordt geplaatst, werkt terug tot en met 1 augustus 2005 en vervalt met ingang van 1 januari 2008, met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft ten aanzien van de uitkeringen of voorschotten die op grond van de regeling zijn verstrekt.

Artikel 14

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke stimuleringsregeling lokale opvoedondersteuning en gezinsondersteuning.

Bijlage . , behorend bij