rijk/ministeriele-regeling/tijdelijke-vrijstellingsregeling-enten-ai-gevoelige-vogels-dierentuinen-2003/BWBR0014990/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

6.5 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Tijdelijke vrijstellingsregeling enten AI-gevoelige vogels dierentuinen 2003 BWBR0014990 ministeriele-regeling geldend 2003-05-16 https://wetten.overheid.nl/BWBR0014990 Tijdelijke vrijstellingsregeling enten AI-gevoelige vogels dierentuinen 2003

Tijdelijke vrijstellingsregeling enten AI-gevoelige vogels dierentuinen 2003

Paragraaf 1. Definities

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a.

    *AI:* Aviaire Influenza;

b. b. gevoelige vogel: vogelsoort die waarschijnlijk gevoelig is voor aviaire influenza en niet bedoeld is voor de productie van dierlijke producten; c. c. dierentuin: permanente inrichting waar ten minste tien wilde diersoorten worden gehouden om gedurende ten minste zeven dagen per jaar te worden tentoongesteld aan het publiek, met uitzondering van een inrichting waar geen AI-gevoelige vogels worden gehouden en circussen en dierenwinkels; d. d.

    *minister:* Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Paragraaf 2. Vrijstelling ten behoeve van toepassing bij AI-gevoelige dieren

Artikel 2

Ter voorkoming van AI kan een diergeneesmiddel worden toegepast waarvoor bij artikel 3.12 van de Regeling diergeneesmiddelen een vrijstelling is verleend.

Artikel 3

Toepassing van het middel, bedoeld in artikel 2, geschiedt uitsluitend bij gevoelige vogels die worden gehouden in een dierentuin en voor zover aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

a. a. de exploitant van de dierentuin beschikt met betrekking tot die dierentuin over een vergunning als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van het Besluit houders van dieren, of b. b. de exploitant van de dierentuin heeft met betrekking tot die dierentuin uiterlijk op 17 november 2005 een aanvraag tot vergunning als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van het Besluit houders van dieren ingediend.

Artikel 4

1. De houder van vogels die voornemens is tot vaccinatie van gevoelige vogels over te gaan, geeft van dit voornemen kennis aan de Voedsel en Waren Autoriteit door het overleggen van vaccinatieplan.

2. Tot vaccinatie wordt niet over gegaan dan nadat de Voedsel en Waren Autoriteit het vaccinatieplan, bedoeld in het eerste lid, heeft goedgekeurd.

3. Tot vaccinatie wordt niet overgegaan dan nadat de Voedsel en Waren Autoriteit daartoe op verzoek van de houder van de vogels, bedoeld in het eerste lid, toestemming heeft verleend.

4. Vaccinatie vindt niet plaats dan onder toezicht van een ambtenaar van de Voedsel en Waren Autoriteit.

5.

Het vaccinatieplan, bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste:

a. a. een plattegrond van de dierentuin met daarop aangeduid de kooien, verblijven of plaatsen waar de gevoelige vogels die worden geënt zich bevinden; b. b. een lijst van alle afzonderlijk te enten gevoelige vogels met vermelding van de soort en van de individuele identificatiegegevens; c. c. het voorgenomen tijdstip en de vermoedelijke tijdsduur van de vaccinatie en de locatie waar de vaccinatie plaatsvindt; d. d. de naam van de aan de dierentuin verbonden dierenarts die voor de vaccinatie en bloedbemonstering zorg draagt; e. e. de benodigde hoeveelheid vaccin.

6.

De houder van de vogels draagt er zorg voor dat:

a. a. van ten minste 10% van de te enten vogels bloedmonsters worden genomen zowel voor de eerste enting als ten minste 30 dagen na de laatste enting; b. b. deze monsters serologisch worden onderzocht op AI; c. c. de gegevens met betrekking tot de monstername en de uitkomsten van de onderzoeken 10 jaar worden bewaard.

7.

De houder van de vogels zendt onverwijld na afloop van de vaccinatie een verslag aan de Voedsel en Waren Autoriteit welk verslag in ieder geval bevat:

a. a. gegevens over het aantal vogels dat is gevaccineerd en de identificatiekenmerken van die vogels; b. b. de identificatienummers van de vogels waarvan bloedmonsters zijn genomen.

8. De houder van de vogels zendt onverwijld aan de Voedsel en Waren Autoriteit de uitslagen van de bloedmonsters, bedoeld in het zesde lid, onderdeel a.

Artikel 5

1. Toepassing van het middel geschiedt in overeenstemming met de op het etiket of de verpakking vermelde voorwaarden.

2. De vrijstelling, bedoeld in artikel 2, voor zover dit betreft het afleveren van het diergeneesmiddel, bedoeld in dat artikel, wordt verleend onder de voorwaarde dat de Voedsel en Waren Autoriteit daartoe toestemming heeft verleend.

3. De toestemming, bedoeld in het tweede lid, betreft toestemming tot het afleveren van het diergeneesmiddel, bedoeld in artikel 2, aan een door de Voedsel en Waren Autoriteit aangewezen dierenarts, genoemd in het vaccinatieplan. Bij deze toestemming wordt tevens bepaald de hoeveelheid van het diergeneesmiddel, bedoeld in artikel 2, die aan die dierenarts kan worden afgeleverd.

4. Alle te enten vogels worden binnen 96 uur na aanvang de eerste enting geënt.

Artikel 6

Vervallen

Artikel 7

De aanwezige voorraad van het middel wordt voor een door de minister nader te bepalen tijdstip teruggezonden naar de producent.

Artikel 8

Vervallen

Paragraaf 3. Aanwijzing kanalisatieregime

Artikel 9

Vervallen

Paragraaf 4. Enten AI-gevoelige dieren

Artikel 10

Van het verbod gesteld in artikel 3 van het Besluit gebruik sera en entstoffen wordt ontheffing verleend aan dierenartsen voor het enten van gevoelige vogels overeenkomstig deze regeling.

Paragraaf 5. Verbod vervoeren gevaccineerde dieren

Artikel 11

1. Het is verboden geënte vogels en producten van geënte vogels te vervoeren te verhandelen of te verplaatsen.

2. De minister kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

3. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.

4. Geënte vogels en van geënte vogels verkregen producten worden niet voor consumptie bestemd.

Paragraaf 6. Overige bepalingen

Artikel 11a

Deze regeling berust mede op artikel 17 van de Gezondheids- en Welzijnswet voor dieren en artikel 3.18 van het Besluit diergeneesmiddelen.

Artikel 12

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 18 april 2003.

Artikel 13

Deze regeling zal worden aangehaald als Tijdelijke vrijstellingsregeling enten AI-gevoelige vogels dierentuinen 2003.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Bijlage I. als bedoeld in