rijk/ministeriele-regeling/tijdelijke-woonzorgstimuleringsregeling/BWBR0011624/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

10 KiB
Raw Permalink Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Tijdelijke woonzorgstimuleringsregeling BWBR0011624 ministeriele-regeling geldend 2000-09-11 https://wetten.overheid.nl/BWBR0011624 Tijdelijke woonzorgstimuleringsregeling

Tijdelijke woonzorgstimuleringsregeling

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

1. In deze regeling wordt verstaan onder:

2. De aanvrager van een subsidie voor de kosten, bedoeld in artikel 2, onder a, vraagt subsidie aan mede namens de niet winstbeogende partijen die samenwerken aan een project.

Paragraaf 2. Algemene subsidievoorwaarden

Artikel 2

1.

De minister kan ten behoeve van projecten op het samenhangend terrein van wonen en zorg, waarbij ook dienstverlening een rol kan spelen, subsidie verlenen voor:

a a noodzakelijke, rechtstreeks aan een project toe te rekenen kosten, voorzover die kosten hoger zijn dan normale kosten van soortgelijke investeringen waarbij geen samenhang aanwezig is tussen wonen, zorg en dienstverlening (categorie BC), of b b noodzakelijke kosten van kennisverzameling en kennisoverdracht inzake projecten (categorie D).

Artikel 3

1. De kosten, bedoeld in artikel 2, onder a, worden gesubsidieerd tot een maximum bedrag dat niet hoger is dan € 453.800 per project.

2. De kosten, bedoeld in artikel 2, onder b, worden gesubsidieerd tot een maximum bedrag van € 113.450 per project.

Artikel 4

Subsidie wordt geweigerd indien:

a. a. een project naar het oordeel van de minister niet haalbaar is; b. b. met de uitvoering van een project begonnen is voordat de subsidieaanvraag is ingediend; c. c. niet wordt voldaan aan artikel 1, tweede lid; d. d. een project naar het oordeel van de minister niet doeltreffend en doelmatig is, of e. e. uit de begroting, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder d, blijkt dat de kosten van een project als bedoeld in artikel 2, onder a, geheel uit andere bronnen worden gefinancierd.

Paragraaf 3. De subsidieaanvraag

Artikel 5

1. De subsidie voor de kosten, bedoeld in artikel 2, onder a, wordt aangevraagd door middel van het als bijlage BC bij deze regeling opgenomen formulier.

2.

De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste:

a. a. een beschrijving van de doelstelling en de activiteiten van het project; b. b. de wijze waarop overleg over het project heeft plaatsgevonden met betrokken partijen en tot welk resultaat dat heeft geleid; c. c. een beschrijving van het innovatieve element van het project; d. d. een gespecificeerde, voorzover mogelijk op offertes gebaseerde, begroting van de kosten van het project, waarin het gewenste subsidiebedrag en de betalingswijze van de subsidie is vermeld en tevens is aangegeven uit welke andere bronnen het project wordt gefinancierd; e. e. bij bouwactiviteiten tekeningen met herkenbare maatvoering; f. f. het advies van het zorgkantoor over het project indien de subsidie is bedoeld voor een project waarbij een instelling als bedoeld in artikel 8 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten is betrokken en g. g. de looptijd van het project.

3. De subsidie voor de kosten, bedoeld in artikel 2, onder b, wordt aangevraagd door middel van het als bijlage D bij deze regeling opgenomen formulier.

4. De aanvraag, bedoeld in het derde lid, bevat in ieder geval informatie over de kennisverzameling en kennisoverdracht in verband met het project en de gegevens, genoemd in het tweede lid, onder a tot en met d en g.

Paragraaf 4. De beslissing op de aanvraag

Artikel 6

1. De minister stelt periodiek een tendersysteem vast met de daarbij behorende plafonds voor de subsidie voor de kosten, bedoeld in artikel 2, onder a. In het tendersysteem kan worden bepaald dat aanvragen die betrekking hebben op in dat tendersysteem genoemde thema's of doelgroepen met voorrang in aanmerking komen voor subsidie en kunnen nadere, op die thema's of doelgroepen toegespitste voorwaarden worden gesteld. Na vaststelling van het tendersysteem wordt dit in de Staatscourant bekendgemaakt.

2. De minister stelt jaarlijks het plafond vast voor de subsidie voor de kosten, bedoeld in artikel 2, onder b. Het besluit tot vaststelling van het subsidieplafond wordt in de Staatscourant bekendgemaakt.

3. Indien het plafond is bereikt voor de subsidie voor de kosten, bedoeld in artikel 2, onder b, deelt de minister dit onverwijld in de Staatscourant mee.

Artikel 7

1.

Subsidieaanvragen voor de kosten, bedoeld in artikel 2, onder a, worden gelijktijdig beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

a. a. de mate waarin personen die, om zelfstandig te kunnen wonen, zorg of begeleiding behoeven, bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het project zijn betrokken; b. b. de mate waarin het project een innovatieve waarde heeft; c. c. de mate van samenwerking tussen partijen, die actief zijn op verschillende gebieden, maar in ieder geval op het gebied van wonen en zorg; d. d. de mate waarin sprake is van een evenwichtige kosten-batenverhouding en e. e. de mate waarin het project mogelijkheden biedt voor ruime toepassing en navolging van de resultaten.

2. Subsidieaanvragen voor de kosten, bedoeld in artikel 2, onder b, worden op volgorde van binnenkomst beoordeeld voorzover de beschikbare middelen dit toelaten, met dien verstande dat, wanneer de subsidieaanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen als datum van ontvangst van de subsidieaanvraag geldt.

Artikel 8

1. De minister beslist binnen vijf maanden na afloop van de in het tendersysteem genoemde indieningstermijn op een subsidieaanvraag voor de kosten, bedoeld in artikel 2, onder a.

2. Subsidieaanvragen voor de kosten, bedoeld in artikel 2, onder b, worden ingediend voor 1 oktober. De minister beslist binnen vier maanden na indiening van de subsidieaanvraag.

Artikel 9

De minister kan besluiten tot het ver-strekken van voorschotten op de verleende subsidie op grond van de gegevens, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder d en g.

Paragraaf 5. De aan de subsidievaststelling verbonden verplichtingen

Artikel 10

De aanvrager aan wie subsidie is verleend stuurt de gegevens over het verloop van het project aan het Innovatieprogramma Wonen en Zorg, in ieder geval zo vaak als het Innovatieprogramma Wonen en Zorg dit verzoekt.

Artikel 11

De aanvrageraan wie subsidie is verleend doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de minister indien er zich omstandigheden voordoen die van invloed kunnen zijn op de subsidieverstrekking, onder overlegging van de relevante stukken.

Paragraaf 6. De vaststelling van de subsidie

Artikel 12

1. Binnen drie maanden na de voltooiing van het project dient de aanvrager aan wie subsidie is verleend een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in bij de minister door middel van het formulier, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder b.

2.

De aanvraag tot subsidievaststelling bevat ten minste:

a. a. een prestatieverklaring; b. b. een bestedingsverslag en c. c. een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek indien de subsidie voor de kosten, bedoeld in artikel 2, hoger is dan € 50.000.

3. De minister kan een controle doen instellen op de projecten.

Artikel 12a

De minister stelt de subsidie vast overeenkomstig het bedrag van de subsidieverlening.

Paragraaf 7. Verdere bepalingen

Artikel 13

1.

De minister stelt een formulier vast voor:

a. a. de subsidieaanvraag voor een project en b. b. de aanvraag tot subsidievaststelling.

2.

De minister kan een formulier vaststellen voor:

a. a. de begroting van een project; b. b. een prestatieverklaring; c. c. een controleprotocol voor een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of d. d. het advies van het zorgkantoor.

Artikel 14

De subsidie, bedoeld in artikel 2, kan worden ingetrokken indien:

a. a. een onjuiste opgave van gegevens is gedaan en op grond van een juiste opgave van gegevens, de subsidie niet zou zijn verstrekt; b. b. uit de omstandigheden, bedoeld in artikel 11, of uit de controle, bedoeld in artikel 12, derde lid, blijkt dat een van de gronden, genoemd in artikel 4, onder a of d, van toepassing is; c. c. geen medewerking wordt verleend aan de controle, bedoeld in artikel 12, derde lid of d. d. binnen één jaar nadat de subsidie is verleend niet een aanvang is gemaakt met de uitvoering van het project.

Artikel 15

De minister kan artikelen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voorzover toepassing gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 16

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2000 en vervalt met ingang van 1 oktober 2003.

2.

Deze regeling blijft van toepassing op:

  • subsidieverlening die plaatsvindt na 1 oktober 2003, na een subsidieaanvraag op grond van deze regeling gedaan voor die datum, en de daarop volgende subsidievaststelling, en
  • subsidievaststelling die plaatsvindt na 1 oktober 2003 en strekt ter uitvoering van een subsidieverlening op grond van deze regeling voor die datum.

Artikel 17

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke woonzorgstimuleringsregeling.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen I, II en III, die ter inzage worden gelegd bij de bibliotheek van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, gevestigd in de Rijnstraat 8 te `s-Gravenhage.

Bijlage BC

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]