rijk/ministeriele-regeling/uitvoeringsregeling-balansverkorting-geldelijke-steun-volkshuisvesting/BWBR0007460/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

365 lines
19 KiB
Markdown
Raw Permalink Blame History

This file contains ambiguous Unicode characters

This file contains Unicode characters that might be confused with other characters. If you think that this is intentional, you can safely ignore this warning. Use the Escape button to reveal them.

---
titel: Uitvoeringsregeling balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting
bwb_id: BWBR0007460
type: ministeriele-regeling
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '1995-07-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0007460
citeertitel: Uitvoeringsregeling balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting
---
# Uitvoeringsregeling balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting
### Artikel 1
**1.** Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
**2.** Voor de toepassing van deze regeling wordt onder toegelaten instelling mede verstaan een instelling welke na 1 januari 1995 doch voor 1 januari 1997 ingevolge artikel 70 van de Woningwet als zodanig is aangewezen.
### Artikel 2
Voor de toepassing van artikel 4, eerste lid, van de wet met betrekking tot de Regeling geldelijke steun uit s Rijks kas op voet van de Woningwet voor het verbeteren van complexen woningen van toegelaten instellingen en gemeenten (MG 73-24, MG 74-40, MG 81-13), onderdeel integrale bijdrage vaststelling op basis van een jaarverslag/exploitatie-overzicht, worden in afwijking van die bepaling van de wet
a. a.
de jaarlijkse variabele exploitatiekosten voor zover betrekking hebbend op assurantiën en belastingen berekend
met ingang van 1 juli 1993 en 1 juli 1994 met de formule:
VEKGR = {(360*vekjv)/[dgsbj2 + (dgsbj1*norm]}*norm,
waarbij
VEKGR =
variabele exploitatiekosten-grondslag per 1 juli van het boekjaar
vekjv =
variabele exploitatiekosten over het boekjaar uit de beschikking tot subsidieverlening op basis van het jaarverslag/-exploitatie-overzicht
norm =
vermenigvuldigingsfactor per 1 juli van het boekjaar voor de onderscheidene exploitatiekosten
dgsbj1 =
aantal dagen vanaf 1 juli van het boekjaar tot en met de vervaldag in het boekjaar, waarbij een maand 30 dagen heeft en een jaar 360 dagen
dgsbj2 =
aantal dagen vanaf de start van het boekjaar tot 1 juli van het boekjaar, en
met ingang van 1 juli 1995 en vervolgens elk jaar met ingang van 1 juli op de kosten geldend op 30 juni van dat jaar vermeerderd met 3%,
zijn in afwijking van die bepaling van de wet
1º 1º
met ingang van 1 juli 1993 en 1 juli 1994 met de formule:
VEKGR = {(360*vekjv)/[dgsbj2 + (dgsbj1*norm]}*norm,
waarbij
VEKGR =
variabele exploitatiekosten-grondslag per 1 juli van het boekjaar
vekjv =
variabele exploitatiekosten over het boekjaar uit de beschikking tot subsidieverlening op basis van het jaarverslag/-exploitatie-overzicht
norm =
vermenigvuldigingsfactor per 1 juli van het boekjaar voor de onderscheidene exploitatiekosten
dgsbj1 =
aantal dagen vanaf 1 juli van het boekjaar tot en met de vervaldag in het boekjaar, waarbij een maand 30 dagen heeft en een jaar 360 dagen
dgsbj2 =
aantal dagen vanaf de start van het boekjaar tot 1 juli van het boekjaar, en
2º 2º
met ingang van 1 juli 1995 en vervolgens elk jaar met ingang van 1 juli op de kosten geldend op 30 juni van dat jaar vermeerderd met 3%,
b. b.
voor de overige variabele exploitatiekosten met ingang van 1 juli 1995 de normbedragen voor onderhoud en algemene beheers- en administratiekosten alsmede voor onderhoud lift en centrale verwarming de in bijlage I bij deze regeling genoemde bedragen,
wordt in afwijking van die bepaling van de wet
c. c.
de huur berekend
met ingang van 1 juli 1993 en 1 juli 1994 met de formule:
HGR = {(360*hjv)/[dgsbj2 + (dgsbj1*tr]}*tr,
waarbij
HGR =
huurgrondslag per 1 juli van het boekjaar
hjv =
huur over het boekjaar uit de beschikking tot subsidieverlening op basis van het jaarverslag/-exploitatie-overzicht
tr =
vermenigvuldigingsfactor per 1 juli van het boekjaar voor de huur uit de beschikking tot subsidieverlening
dgsbj1 =
aantal dagen vanaf 1 juli van het boekjaar tot en met de vervaldag in het boekjaar, waarbij een maand 30 dagen heeft en een jaar 360 dagen
dgsbj2 =
aantal dagen vanaf de start van het boekjaar tot 1 juli van het boekjaar, en
met ingang van 1 juli 1995 en vervolgens elk jaar met ingang van 1 juli op de huur geldend op 30 juni van dat jaar vermeerderd met 5%,
worden in afwijking van die bepaling van de wet
1º 1º
met ingang van 1 juli 1993 en 1 juli 1994 met de formule:
HGR = {(360*hjv)/[dgsbj2 + (dgsbj1*tr]}*tr,
waarbij
HGR =
huurgrondslag per 1 juli van het boekjaar
hjv =
huur over het boekjaar uit de beschikking tot subsidieverlening op basis van het jaarverslag/-exploitatie-overzicht
tr =
vermenigvuldigingsfactor per 1 juli van het boekjaar voor de huur uit de beschikking tot subsidieverlening
dgsbj1 =
aantal dagen vanaf 1 juli van het boekjaar tot en met de vervaldag in het boekjaar, waarbij een maand 30 dagen heeft en een jaar 360 dagen
dgsbj2 =
aantal dagen vanaf de start van het boekjaar tot 1 juli van het boekjaar, en
2º 2º
met ingang van 1 juli 1995 en vervolgens elk jaar met ingang van 1 juli op de huur geldend op 30 juni van dat jaar vermeerderd met 5%,
d. d.
de kosten van huurderving vastgesteld:
met ingang van 1 juli 1993 op 1% van de huurgrondslag op die datum,
met ingang van 1 juli 1994 op 1% van de huurgrondslag op die datum, en
met ingang van 1 juli 1995 en vervolgens elk jaar met ingang van 1 juli op de kosten geldend op 30 juni van dat jaar vermeerderd met 3%, en
wordt in afwijking van die bepaling van de wet
1º 1º
met ingang van 1 juli 1993 op 1% van de huurgrondslag op die datum,
2º 2º
met ingang van 1 juli 1994 op 1% van de huurgrondslag op die datum, en
3º 3º
met ingang van 1 juli 1995 en vervolgens elk jaar met ingang van 1 juli op de kosten geldend op 30 juni van dat jaar vermeerderd met 3%, en
e. e.
de grondslag voor de annuïteiten en de rentepercentages omgezet door
de annuïteiten uit het jaarverslag voor het tijdvak van hun rentevaste looptijd aan te merken als annuïteiten voor de genormeerde bijdragebepaling, en
de renteherzieningen na het tijdvak van hun rentevaste looptijd op basis van de regeling en overeenkomstig de wet te doen plaats vinden.
1º 1º
de annuïteiten uit het jaarverslag voor het tijdvak van hun rentevaste looptijd aan te merken als annuïteiten voor de genormeerde bijdragebepaling, en
2º 2º
de renteherzieningen na het tijdvak van hun rentevaste looptijd op basis van de regeling en overeenkomstig de wet te doen plaats vinden.
### Artikel 3
Voor de toepassing van artikel 4, eerste lid, van de wet met betrekking tot
a. a.
de Beschikking geldelijke steun particuliere huurwoningen (1966),
b. b.
de Beschikking geldelijke steun particuliere huurwoningen 1968,
c. c.
de Beschikking bijdragen woningwetbouw 1948,
d. d.
de Beschikking bijdragen woningwetbouw 1950,
e. e.
de Beschikking verminderde bijdragen woningwetbouw 1950,
f. f.
de Beschikking verminderde bijdragen woningwetbouw 1950 I,
g. g.
de Beschikking geldelijke steun toegelaten instellingen (1966),
h. h.
de Beschikking geldelijke steun toegelaten instellingen 1968,
i. i.
de Regeling geldelijke steun uit s Rijks kas op voet van de Woningwet voor het verbeteren van complexen woningen van toegelaten instellingen en gemeenten (MG 74-40, MG 76-49, MG 81-13, MG 83-57, MG 85-30, complexen op dekkingsschema incl. domeinwoningen), en
j. j.
de Regeling geldelijke steun overgedragen studentenwoningen 1991,
zijn in afwijking van die bepaling van de wet met ingang van 1 juli 1993 de normbedragen voor onderhoud en algemene beheers- en administratie-kosten alsmede voor onderhoud lift en centrale verwarming de in bijlage I bij deze regeling genoemde bedragen.
### Artikel 4
Voor de toepassing van artikel 4, tweede lid, onderdeel a, van de wet met betrekking tot de Beschikking geldelijke steun particuliere huurwoningen (1966), en de Beschikking geldelijke steun particuliere huurwoningen 1968, zijn in afwijking van die bepaling van de wet met ingang van 1 juli 1993 van toepassing voor
a. a.
de jaarlijkse stijging van de assurantiën en belastingen: de in bijlage II bij deze regeling genoemde bedragen en de daaruit voortvloeiende stijgingspercentages, en
b. b.
de jaarlijkse stijging van de huurderving: de in bijlage III bij deze regeling genoemde bedragen en de daaruit voortvloeiende stijgingspercentages.
### Artikel 5
Voor de toepassing van artikel 4, tweede lid, onderdeel c, van de wet met betrekking tot de Regeling geldelijke steun uit s Rijks kas op voet van de Woningwet voor het verbeteren van complexen woningen van toegelaten instellingen en gemeenten (MG 74-40 en MG 81-13), onderdeel na-oorlogse woningen, wordt, voor zover het betreft de in bijlage IV bedoelde exploitatiegedeelten van woningen (woningcomplexen), in afwijking van die bepaling van de wet de jaarlijkse stijging van de huur 3 procent.
### Artikel 6
**1.**
De gegevens bedoeld in artikel 3, tweede lid, of in artikel 3, tweede lid, juncto artikel 7 van de wet worden verstrekt door inzending van het in bijlage V van deze regeling bedoelde model-formulier door de invulling waarvan gegevens worden verstrekt inzake:
a. a.
het aantal woningen dat op 1 januari 1995 in eigendom aan een gemeente of toegelaten instelling toebehoorde of dat is onderworpen aan een recht van erfpacht dat toebehoort aan een gemeente of een toegelaten instelling, waarvoor een bijdrage is verleend, gerangschikt per beschikking tot het verlenen van de bijdrage,
b. b.
het overeenkomstig de in de bijlage bij de wet, onder A en B, gegeven voorschriften bepaalde aantal woningen dat op 1 januari 1993 in eigendom aan een gemeente of toegelaten instelling toebehoorde of dat is onderworpen aan een recht van erfpacht dat toebehoort aan een gemeente of een toegelaten instelling,
c. c.
het overeenkomstig de in de bijlage bij de wet, onder A en B, gegeven voorschriften bepaalde aantal woningen dat op 1 januari 1993 in eigendom aan een gemeente of toegelaten instelling toebehoorde of dat is onderworpen aan een recht van erfpacht dat toebehoort aan een gemeente of een toegelaten instelling, dat is tot stand gekomen met geldelijke steun, verleend met toepassing van de Beschikking geldelijke steun huurwoningen 1975, de Regeling geldelijke steun huurwoningen in proefgemeenten normkostensysteem 1986 of de Regeling geldelijke steun huurwoningen normkostensysteem 1988.
**2.** Het in het eerste lid bedoelde formulier gaat vergezeld van een door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijke Wetboek gegeven schriftelijke mededeling omtrent de volledigheid en juistheid van de in het eerste lid bedoelde gegevens. Een zodanige schriftelijke mededeling kan slechts goedkeurend zijn, indien naar het oordeel van de accountant in de aantallen woningen bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, de som van de fouten niet meer bedraagt dan één procent van de aantallen woningen bedoeld in elk van die onderdelen. Indien ten aanzien van onderdelen van de in het eerste lid bedoelde gegevens een goedkeurende mededeling niet kan worden gegeven, gaat het formulier vergezeld van een rapport van een door zodanige accountant ten aanzien van die onderdelen ingesteld volledig onderzoek.
**3.** De minister kan nadere richtlijnen geven inzake het in het tweede lid bepaalde.
### Artikel 7
**1.**
De Minister kan verzoeken gegevens te verstrekken inzake:
a. a.
de leningsovereenkomsten betrekking hebbend op de in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, bedoelde woningen,
b. b.
de tot en met 1 juli 1992 geldende huurprijzen van de in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, bedoelde woningen voor zover deze nog niet eerder waren opgegeven.
**2.**
De in het eerste lid bedoelde gegevens gaan desgevraagd vergezeld van:
a. a.
afschriften van de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde leningsovereenkomsten, en
b. b.
een verklaring van burgemeester en wethouders inzake de juistheid van de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde gegevens.
### Artikel 8
**1.**
Een aanvraag tot verlening van een rentebijdrage als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet wordt ingediend door inzending van het in bijlage VI van deze regeling bedoelde model-formulier door de invulling waarvan gegevens worden verstrekt inzake:
a. a.
de opeisbaar geworden of vervroegd afgeloste leningen en de wijze waarop in de herfinanciering daarvan is voorzien,
b. b.
de leningen aangegaan ter vervanging van de in onderdeel a bedoelde leningen,
c. c.
het rentepercentage van de in onderdeel b bedoelde leningen, en
d. d.
de verschuldigde kosten voor de borgstelling terzake van de onder b bedoelde leningen.
**2.** Het in het eerste lid bedoelde formulier gaat vergezeld van een door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijke Wetboek gegeven schriftelijke mededeling omtrent de volledigheid en juistheid van de in het eerste lid bedoelde gegevens. Een zodanige schriftelijke mededeling kan slechts goedkeurend zijn, indien naar het oordeel van de accountant in de verstrekte gegevens de som van de fouten niet meer bedraagt dan één procent van de in elk van de onderdelen a, b, c of d van het eerste lid bedoelde gegevens. Indien ten aanzien van onderdelen van de in het eerste lid bedoelde gegevens een goedkeurende mededeling niet kan worden gegeven, gaat het formulier vergezeld van een rapport van een door zodanige accountant ten aanzien van die onderdelen ingesteld volledig onderzoek.
**3.** De minister kan nadere richtlijnen geven inzake het in het tweede lid bepaalde.
### Artikel 9
De in artikel 6, eerste lid, van de wet bedoelde rentebijdrage wordt verstrekt aan toegelaten instellingen of gemeenten die op 1 januari 1995 leningen als bedoeld in dat artikellid verschuldigd waren of zodanige leningen, verstrekt voor woningen welke zij op 1 januari 1995 in eigendom hadden of die waren onderworpen aan een recht van erfpacht dat hen toebehoorde, tussen 1 november 1993 en 1 januari 1995 hebben afgelost.
### Artikel 10
**1.**
De in artikel 6, eerste lid, van de wet bedoelde rentebijdrage wordt berekend
a. a.
voor een of meer, ter vervanging van in artikel 6, eerste lid, van de wet bedoelde leningen, met een gelijke hoofdsom en met gelijke aflossingsvoorwaarden op de kapitaalmarkt of bij een gemeente gesloten leningen met een looptijd van twee jaar of meer: overeenkomstig het in artikel 6, tweede lid, van de wet bepaalde,
b. b.
voor een of meer, ter vervanging van in artikel 6, eerste lid, van de wet bedoelde leningen, met een gelijke hoofdsom en met gelijke aflossingsvoorwaarden op de kapitaalmarkt of bij een gemeente gesloten leningen met een looptijd van minder dan twee jaar: overeenkomstig het in artikel 6, tweede lid, van de wet bepaalde, met toepassing van het in artikel 6, derde lid, van de wet bedoelde rentepercentage.
**2.** Indien leningen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet zijn vervangen door meerdere ter vervanging van die leningen aangegane leningen of gedeeltelijk geen vervangende lening is aangegaan, stelt de Minister een gewogen rentepercentage vast. Het gewogen rentepercentage wordt vastgesteld overeenkomstig het in het eerste lid bepaalde in evenredigheid tot de verschillende vervangende leningen en het gedeelte waar geen vervangende lening voor is aangegaan op of vóór het tijdstip gelegen zes maanden na de inwerkingtreding van de in artikel 3, eerste lid, van de wet bedoelde beschikking en uitgaande van de voor die vervangende leningen geldende rentepercentages en voor het deel waar geen vervangende lening voor is aangegaan van het rentepercentage bedoeld in artikel 6, derde lid, van de wet.
### Artikel 11
**1.** Indien het rentepercentage van een lening aangegaan ter vervanging van leningen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet, hoger is dan het in artikel 6, derde lid, van de wet bedoelde percentage, toetst de Minister of dat percentage, gelet op de leningsvoorwaarden en de looptijd van de lening, overeenkomt met de geldende marktomstandigheden.
**2.** Indien het percentage afwijkt van de geldende marktomstandigheden geldt voor de vaststelling van de rentebijdrage het in artikel 6, derde lid, van de wet bedoelde rentepercentage.
### Artikel 12
Indien het percentage van de rente van een lening als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet na 1 januari 1995, doch voor het tijdstip van inwerkingtreding van een beschikking als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet ingevolge de voor die lening geldende leningsovereenkomst nader wordt vastgesteld, geldt voor de toepassing van artikel 6 van de wet dat nader vastgestelde percentage.
### Artikel 13
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
### Artikel 14
Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting.
## Bijlage IV. Bijlage bedoeld in
Exploitatiegedeelten van woningen (woningcomplexen) met een jaarlijkse huurstijging van 3 procent.
## Bijlage V
## Bijlage VI