rijk/ministeriele-regeling/uitvoeringsregeling-belastingdienst-2003/BWBR0014506/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

682 lines
30 KiB
Markdown
Raw Permalink Blame History

This file contains invisible Unicode characters

This file contains invisible Unicode characters that are indistinguishable to humans but may be processed differently by a computer. If you think that this is intentional, you can safely ignore this warning. Use the Escape button to reveal them.

This file contains Unicode characters that might be confused with other characters. If you think that this is intentional, you can safely ignore this warning. Use the Escape button to reveal them.

---
titel: Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003
bwb_id: BWBR0014506
type: ministeriele-regeling
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2003-01-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0014506
citeertitel: Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003
---
# Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003
### Artikel 1
Deze regeling berust op de artikelen 2, derde lid, onderdeel b, en vierde lid, 3, tweede lid, 39, 56 en 84 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de artikelen 2, eerste lid, onderdeel i, 5, tweede lid, en 63a van de Invorderingswet 1990, artikel 34a, tweede lid, van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen, artikel 1, onderdelen h en i, van het Besluit tegemoetkoming specifieke zorgkosten, artikel 19 van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten, artikel 1, onderdeel t, van de Wet financiering sociale verzekeringen, artikel 1, onderdeel g, van de Invoeringswet Wet financiering sociale verzekeringen, artikel 1.1, onderdeel j, van de Wet tegemoetkomingen loondomein, artikel 252a, tweede lid, onderdeel e, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de artikelen 1.3, onderdelen k en l, en 8.1 van de Belastingwet BES.
## Hoofdstuk 1. Organisatie van de Belastingdienst
### Artikel 2
**1.** Er is een rijksbelastingdienst onder de naam Belastingdienst. De Belastingdienst bestaat uit het directoraat-generaal Belastingdienst, het directoraat-generaal Douane en het directoraat-generaal Toeslagen. De Belastingdienst is belast met de heffing en invordering van rijksbelastingen en andere bij of krachtens de wet opgedragen taken.
**2.** De Belastingdienst staat onder het gezag van de Minister van Financiën.
### Artikel 3
**1.**
Het directoraat-generaal Belastingdienst bestaat uit de volgende onderdelen:
a. a.
Belastingdienst/Particulieren;
Belastingdienst/Midden- en kleinbedrijf;
Belastingdienst/Grote ondernemingen;
Belastingdienst/Particulieren;
Belastingdienst/Midden- en kleinbedrijf;
Belastingdienst/Grote ondernemingen;
b. b.
Belastingdienst/Caribisch Nederland;
Belastingdienst/Caribisch Nederland;
c. c.
Belastingdienst/Centrale administratieve processen (B/CAP);
Belastingdienst/Centrale administratieve processen (B/CAP);
d. d.
Belastingdienst/Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD);
Belastingdienst/Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD);
e. e.
Belastingdienst/Informatievoorziening (B/IV);
Belastingdienst/Klantinteractie en Services (B/KI&S);
Belastingdienst/Central Liaison Office (B/CLO).
Belastingdienst/Informatievoorziening (B/IV);
Belastingdienst/Klantinteractie en Services (B/KI&S);
Belastingdienst/Central Liaison Office (B/CLO).
**2.**
Het directoraat-generaal Douane bestaat uit de volgende onderdelen:
a. a.
Directie Strategie, Beleid & Internationaal;
Directie Operaties;
Directie Mensen & Middelen;
Directie Informatietechnologie;
Directie Finance & Control;
Bureau Juridische Zaken;
Directie Strategie, Beleid & Internationaal;
Directie Operaties;
Directie Mensen & Middelen;
Directie Informatietechnologie;
Directie Finance & Control;
Bureau Juridische Zaken;
b. b.
Douaneregios:
Douane Amsterdam;
Douane Arnhem;
Douane Breda;
Douane Eindhoven;
Douane Groningen;
Douane Rotterdam Haven;
Douane Schiphol Cargo;
Douane Schiphol Passagiers;
Douane Amsterdam;
Douane Arnhem;
Douane Breda;
Douane Eindhoven;
Douane Groningen;
Douane Rotterdam Haven;
Douane Schiphol Cargo;
Douane Schiphol Passagiers;
c. c.
Douane Landelijk Tactisch Centrum (DLTC);
Douane Diensten Centrum (DDC);
Douane Landelijk Tactisch Centrum (DLTC);
Douane Diensten Centrum (DDC);
d. d.
Centrale dienst voor in- en uitvoer (CDIU);
Douane informatiecentrum (DIC);
Douane Laboratorium.
Centrale dienst voor in- en uitvoer (CDIU);
Douane informatiecentrum (DIC);
Douane Laboratorium.
**3.**
Het directoraat-generaal Toeslagen omvat de Dienst Toeslagen bedoeld in artikel 11 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, en bestaat uit de volgende onderdelen:
a. a.
Directie Toeslagen;
b. b.
Tijdelijke directie Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen.
**4.** De organisatieonderdelen, genoemd in het eerste lid, onderdelen a en b, zijn belast met de heffing en invordering van rijksbelastingen, andere dan bedoeld in het vijfde lid en andere dan de motorrijtuigenbelasting, de belasting zware motorrijtuigen, de minimum CO_2-prijs elektriciteitsopwekking en de CO_2-heffing industrie, doch met dien verstande dat deze onderdelen wel mede zijn belast met de invordering van de motorrijtuigenbelasting en de belasting zware motorrijtuigen. Deze onderdelen zijn mede belast met de uitvoering van de basisregistratie inkomen.
**5.**
De organisatieonderdelen, genoemd in het eerste lid, onderdeel b, en het tweede lid, onderdelen a en b, zijn belast met de heffing en invordering van:
a. a.
de rechten bij invoer en de rechten bij uitvoer;
b. b.
de accijnzen;
c. c.
de omzetbelasting bij invoer, tenzij artikel 23 van de Wet op de omzetbelasting 1968 toepassing vindt, alsmede de algemene bestedingsbelasting;
d. d.
de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van pruimtabak en snuiftabak;
e. e.
de kolenbelasting, voor zover deze wordt geheven ter zake van de invoer, bedoeld in de artikelen 32, eerste lid, onderdeel m, en 35 van de Wet belastingen op milieugrondslag.
**6.** De B/CAP is belast met de heffing en invordering van de motorrijtuigenbelasting en de belasting zware motorrijtuigen en is mede belast met de heffing en invordering van overige rijksbelastingen, andere dan de minimum CO_2-prijs elektriciteitsopwekking en de CO_2-heffing industrie. De B/CAP is mede belast met de uitvoering van de basisregistratie inkomen.
**7.**
De Dienst Toeslagen is belast met het toekennen, uitbetalen en terugvorderen van:
a. a.
het kindgebonden budget, bedoeld in de Wet op het kindgebonden budget;
b. b.
de kinderopvangtoeslag, bedoeld in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen;
c. c.
de zorgtoeslag, bedoeld in de Wet op de zorgtoeslag;
d. d.
de huurtoeslag, bedoeld in de Wet op de huurtoeslag.
**8.** De organisatieonderdelen, genoemd in het eerste lid, onderdeel b, en het tweede lid, zijn mede belast met de handhaving van verboden en beperkingen met betrekking tot het goederenverkeer.
### Artikel 3a
**1.**
De in artikel 3, tweede lid, onderdelen a en b, genoemde organisatieonderdelen zijn mede belast met de heffing en invordering van de belasting van personenautos en motorrijwielen, tenzij:
a. a.
de belasting wordt voldaan door de vergunninghouder, bedoeld in artikel 8 van de Wet op de belasting van personenautos en motorrijwielen 1992, of
b. b.
teruggaaf op verzoek wordt verleend.
**2.** De in artikel 3, tweede lid, onderdelen a en b, genoemde organisatieonderdelen zijn mede belast met de heffing en invordering van de omzetbelasting, indien artikel 7, zesde lid, of artikel 17h, tweede of derde lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968 toepassing vindt.
### Artikel 4
**1.** Het directoraat-generaal Belastingdienst staat onder leiding van de directeur-generaal Belastingdienst, bijgestaan door een bestuursteam (het bestuursteam Belastingdienst).
**2.** Het directoraat-generaal Douane staat onder leiding van de directeur-generaal Douane.
**3.** Het directoraat-generaal Toeslagen staat onder leiding van de directeur-generaal Toeslagen.
**4.** De organisatieonderdelen, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdelen a, c, d, e, en artikel 3, derde lid, onderdeel a staan, met uitzondering van de B/CLO, elk onder leiding van een algemeen directeur. De organisatieonderdelen, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, en artikel 3, derde lid, onderdeel b, staat onder leiding van een directeur.
## Hoofdstuk 2. Aanwijzing van functionarissen
### Artikel 5
**1.** De algemeen directeuren van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdelen a en c, de directeur van het organisatieonderdeel, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, en de directeur-generaal Douane zijn inspecteur en ontvanger als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990 en artikel 1.3, onderdeel k, van de Belastingwet BES.
**2.** De directeur-generaal Belastingdienst is inspecteur en ontvanger als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990 voorzover het de belastingaangelegenheden betreft die verband houden met het Koninklijk Huis.
### Artikel 5a
**1.** De algemeen directeuren van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdelen a en c, de directeur van het organisatieonderdeel, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, en de directeur-generaal Douane zijn inspecteur als bedoeld in artikel 1, onderdeel t, van de Wet financiering sociale verzekeringen en artikel 1, onderdeel g, van de Invoeringswet Wet financiering sociale verzekeringen.
**2.** De algemeen directeuren van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdelen a en c, en de directeur van het organisatieonderdeel, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, zijn inspecteur en ontvanger als bedoeld in artikel 1, onderdeel h onderscheidenlijk onderdeel i, van het Besluit tegemoetkoming specifieke zorgkosten.
**3.** De algemeen directeur van het in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, genoemde organisatieonderdeel is inspecteur als bedoeld in artikel 252a, tweede lid, onderdeel e, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
**4.** De algemeen directeuren van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdelen a en c, zijn inspecteur en ontvanger als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel j, van de Wet tegemoetkomingen loondomein.
### Artikel 5b
De directeur van het organisatieonderdeel, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, is belastingdeurwaarder als bedoeld in artikel 1.3, onderdeel l, van de Belastingwet BES.
### Artikel 6
De algemeen directeur van de Belastingdienst/Grote ondernemingen is inspecteur en ontvanger als bedoeld in artikel 54, onderdelen f en g, van de Mijnbouwwet.
### Artikel 6a
Vervallen
### Artikel 7
De algemeen directeur Belastingdienst/Particulieren is directeur als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990.
### Artikel 7a
**1.** In afwijking van de artikelen 5 en 7 is het hoofd van de afdeling Serviceverlening & Organisatie van de Dienst Nederlandse Emissieautoriteit directeur, inspecteur en ontvanger als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990 voor de toepassing van de CO_2-heffing industrie en de minimum CO_2-prijs elektriciteitsopwekking.
**2.** Voor de toepassing van de minimum CO_2-prijs elektriciteitsopwekking en de CO_2-heffing industrie is het hoofd van de afdeling Serviceverlening & Organisatie van de Dienst Nederlandse Emissieautoriteit belastingdeurwaarder als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel j, van de Invorderingswet 1990.
### Artikel 8
De algemeen directeuren van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdelen a, c en d, de directeur van het organisatieonderdeel, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, en de directeur-generaal Douane oefenen het bestuur van s Rijks belastingen uit. De directeur-generaal Douane, de algemeen directeuren en de directeur kunnen ambtenaren aanwijzen die namens hen de bevoegdheden van het bestuur van s Rijks belastingen uitoefenen.
### Artikel 9
**1.** De algemeen directeuren van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdelen a en c, de directeur van het organisatieonderdeel, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, en de directeur-generaal Douane zijn ambtenaar als bedoeld in artikel 84 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
**2.** Als functionarissen als bedoeld in artikel 76, eerste lid, tweede volzin, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen worden aangewezen de ambtenaren van de Belastingdienst (contactambtenaren) die door de in het eerste lid aangewezen ambtenaren zijn aangewezen om namens hen de bevoegdheid, bedoeld in artikel 84 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, uit te oefenen.
### Artikel 9a
De ambtenaren van de Belastingdienst die daartoe door de directeur-generaal Belastingdienst zijn aangewezen, zijn inspecteur als bedoeld in artikel 94 van de Wet op het notarisambt.
### Artikel 10
De verplichtingen die ingevolge de artikelen 47, 47a, 48, 49, 50, 53 en 55 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de artikelen 58, 59, 60 en 62 van de Invorderingswet 1990 en de artikelen 8.83, 8.84, 8.85, 8.87 en 8.91 van de Belastingwet BES bestaan jegens de inspecteur en de ontvanger, gelden mede jegens de algemeen directeur van de FIOD alsmede jegens de door deze algemeen directeur aangewezen ambtenaren van de Belastingdienst.
## Hoofdstuk 3. Ressortering onder functionarissen
### Artikel 11
**1.**
Natuurlijk personen, lichamen en entiteiten ressorteren:
a. a.
met inachtneming van de woonplaats van een natuurlijk persoon dan wel de vestigingsplaats van een lichaam of entiteit, voor de heffing en invordering, bedoeld in:
1°.
artikel 3, vierde lid: onder de algemeen directeuren van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel a;
2°.
artikel 3, vijfde lid: onder de directeur-generaal Douane en onder een van de douaneregio's;
1°. 1°.
artikel 3, vierde lid: onder de algemeen directeuren van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel a;
2°. 2°.
artikel 3, vijfde lid: onder de directeur-generaal Douane en onder een van de douaneregio's;
b. b.
voor de heffing en invordering, bedoeld in artikel 3, zesde lid, en voor de uitvoering van de basisregistratie inkomen: onder de directeur van de B/CAP; tenzij in dit hoofdstuk dan wel op grond van het derde lid anders is bepaald.
**2.** De algemeen directeuren van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, de directeur van het organisatieonderdeel, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, en de directeur-generaal Douane kunnen voor de toepassing van deze regeling bepalen dat een natuurlijk persoon of een lichaam al dan niet tezamen met een of meer daarmee direct of indirect in bestuurlijk, financieel, administratief of maatschappelijk opzicht verbonden natuurlijke personen of lichamen als een entiteit wordt beschouwd.
**3.** De algemeen directeuren van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdelen a en c, en de directeur-generaal Douane kunnen nadere richtlijnen geven omtrent het bepaalde in dit hoofdstuk en kunnen afwijken van de bepalingen van dit hoofdstuk.
**4.** De woonplaats van een natuurlijk persoon en de vestigingsplaats van een lichaam of een entiteit worden naar de omstandigheden beoordeeld.
**5.** In afwijking in zoverre van dit hoofdstuk, ressorteert een natuurlijk persoon die, een lichaam dat of een entiteit die belasting- of inhoudingsplichtig is op grond van de Belastingwet BES of de Douane- en Accijnswet BES onder de directeur van de Belastingdienst/Caribisch Nederland.
### Artikel 11a
Vervallen
### Artikel 12
Vervallen
### Artikel 13
Vervallen
### Artikel 13a
Vervallen
### Artikel 14
Vervallen
### Artikel 15
Vervallen
### Artikel 16
Vervallen
### Artikel 17
Vervallen
### Artikel 18
Met betrekking tot de uitvoering van artikel 53, tweede en derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, artikel 35a van de Wet op de belastingen van personenautos en motorrijwielen 1992, zoals dat artikel luidde op 31 december 2002, en artikel 8, vierde lid, van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen, ressorteert de natuurlijk persoon, het lichaam, de entiteit of de administratieplichtige onder de directeur van de B/CAP.
### Artikel 19
**1.**
De onder de NAVO vallende organisaties, met uitzondering van het NATO CI Agency te Den Haag, alsmede de in Nederland gestationeerde buitenlandse NAVO-militairen, ressorteren onder:
a. a.
de algemeen directeur van de Belastingdienst/Particulieren (kantoor Den Haag): met betrekking tot de directe belastingen; en
b. b.
onder de directeur-generaal Douane: met betrekking tot alle andere rijksbelastingen.
**2.** Onder de algemeen directeur, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, en de directeur-generaal Douane ressorteren de personeelsleden van de daar genoemde organisaties en hun partners als bedoeld in artikel 1.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, kinderen en andere inwonende gezinsleden van deze personeelsleden, alsmede gewezen personeelsleden van deze organisaties, of hun nagelaten betrekkingen die van de desbetreffende organisatie een pensioen ontvangen en gewezen personeelsleden van deze organisaties die van de desbetreffende organisatie geen pensioen ontvangen, indien en zolang een tijdens de actieve periode ontstaan verlies als bedoeld in artikel 3.150 van de Wet inkomstenbelasting 2001 niet is verrekend.
### Artikel 20
**1.**
De volgende instellingen of personen die op grond van internationaal recht geheel of gedeeltelijk zijn vrijgesteld van belasting, ressorteren onder de algemeen directeur van de Belastingdienst/Particulieren (kantoor Den Haag):
a. a.
United Nations:
1°.
International Residual Mechanism for Criminal Tribunals (IRMCT);
2°.
International Court of Justice (ICJ);
3°.
Maastricht Economic and social Research and training centre on Innovation and Technology (UNU-MERIT);
4°.
Special Tribunal for Lebanon;
5°.
Residual Special Court for Sierra Leone, s-Gravenhage;
6°.
Interregional Crime and Justice Research Institute Centre for Artificial Intelligence and Robotics (UNICRI);
7°.
Office for the Coordination of Humanitarian Affairs (OCHA);
8°.
United Nations High Commissioner for Refugees (UNHCR);
9°.
United Nations Development Programme (UNDP);
1°. 1°.
International Residual Mechanism for Criminal Tribunals (IRMCT);
2°. 2°.
International Court of Justice (ICJ);
3°. 3°.
Maastricht Economic and social Research and training centre on Innovation and Technology (UNU-MERIT);
4°. 4°.
Special Tribunal for Lebanon;
5°. 5°.
Residual Special Court for Sierra Leone, s-Gravenhage;
6°. 6°.
Interregional Crime and Justice Research Institute Centre for Artificial Intelligence and Robotics (UNICRI);
7°. 7°.
Office for the Coordination of Humanitarian Affairs (OCHA);
8°. 8°.
United Nations High Commissioner for Refugees (UNHCR);
9°. 9°.
United Nations Development Programme (UNDP);
b. b.
International Criminal Court (ICC);
c. c.
Permanent Court of Arbitration (PCA);
d. d.
Hague Conference on Private International Law (HCCH);
e. e.
NATO CI Agency;
f. f.
European Union:
1°.
Vertegenwoordiging van de Europese Commissie;
2°.
Voorlichtingsbureau van het Europese Parlement;
3°.
European Police Office (Europol);
4°.
European Unions Judicial Cooperation Unit (Eurojust);
5°.
European Commission Joint Research Centre Petten;
Europees Geneesmiddelenbureau (EMA);
7°.
Kosovo Specialist Chambers and Specialist Prosecutors Office;
8°.
Galileo Reference Centre (GRC);
9°.
Europese Investeringsbank (EIB);
1°. 1°.
Vertegenwoordiging van de Europese Commissie;
2°. 2°.
Voorlichtingsbureau van het Europese Parlement;
3°. 3°.
European Police Office (Europol);
4°. 4°.
European Unions Judicial Cooperation Unit (Eurojust);
5°. 5°.
European Commission Joint Research Centre Petten;
6° 6°
Europees Geneesmiddelenbureau (EMA);
7°. 7°.
Kosovo Specialist Chambers and Specialist Prosecutors Office;
8°. 8°.
Galileo Reference Centre (GRC);
9°. 9°.
Europese Investeringsbank (EIB);
g. g.
Office of the High Commissioner on National Minorities of the Organisation for Security and Cooperation in Europe (HCNM/OSCE);
h. h.
European Organisation for the Safety of Air Navigation (Eurocontrol);
i. i.
European Space Agency / European Space Research and Technology Center (ESA/ESTEC);
j. j.
European Patent Organisation (EPO);
k. k.
Iran-United States Claims Tribunal;
l. l.
International Organisation for Migration (IOM);
m. m.
Common Fund for Commodities (CFC);
n. n.
Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons (OPCW);
o. o.
het Kabinet van de Gevolmachtigde Minister van Aruba;
p. p.
het Kabinet van de Gevolmachtigde Minister van Curaçao;
q. q.
het Kabinet van de Gevolmachtigde Minister van Sint Maarten;
r. r.
diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen;
s. s.
International Development Law Organization (IDLO);
t. t.
International Institute for Democracy and Electoral Assistance (International IDEA);
u. u.
International Commission on Missing Persons (ICMP);
v. v.
de general manager, diens plaatsvervanger, administratief en technisch personeel en dienstpersoneel alsmede hun gezinsleden die deel uitmaken van de huishoudens van die personen, bedoeld in paragraaf 2 van de Notawisseling houdende een verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Noord Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) betreffende de privileges en immuniteiten van het personeel van het NATO Airborne Early Warning and Contol Programme Manegement Agency (NAPMA) en hun gezinsleden van 29 september 2006;
w. w.
het register van schade veroorzaakt door de agressie van de Russische Federatie tegen Oekraïne.
**2.**
De volgende instellingen ressorteren voor de heffing en invordering van omzetbelasting onder de algemeen directeur van de Belastingdienst/Particulieren (kantoor Den Haag):
a. a.
de Nederlandse Taalunie;
b. b.
Benelux Office for Intellectual Property;
c. c.
de Volksbund Deutsche Kriegsgräber Fürsorge;
d. d.
de Amerikaanse Militaire Begraafplaats te Margraten;
e. e.
Commonwealth War Graves Commission te Ieper;
f. f.
Joint Institute for Very Long Baseline Interferometry - European Research Infrastructure Consortium (JIV-ERIC);
g. g.
Common Language Resources and Technology Infrastructure - European Research Infrastructure Consortium (CLARIN ERIC);
h. h.
The European Advanced Translational Research Infrastructure in Medicine - European Research Infrastructure Consortium (EATRIS-ERIC);
i. i.
e-Science and Technology European Infrastructure for Biodiversity and Ecosystem Research - European Research Infrastructure Consortium (LifeWatch ERIC);
j. j.
European Holocaust Research Infrastructure European Research Infrastructure Consortium (EHRI-ERIC).
**3.**
De volgende instellingen ressorteren voor de heffing en invordering van omzetbelasting en van de in artikel 3, vijfde lid, bedoelde rijksbelastingen onder de algemeen directeur van de Belastingdienst/Particulieren (kantoor Den Haag):
a. a.
internationale organisaties en NAVO-onderdelen gevestigd, dan wel gelegerd in andere lidstaten van de Europese Unie, alsmede de daaraan verbonden personeelsleden;
b. b.
internationale organisaties gevestigd buiten het grondgebied van de Europese Unie.
**4.** Onder de algemeen directeur, genoemd in het eerste en derde lid, ressorteren de personeelsleden van de daar genoemde organisaties en hun partners als bedoeld in artikel 1.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, kinderen en andere inwonende gezinsleden van deze personeelsleden, alsmede gewezen personeelsleden van deze organisaties, of hun nagelaten betrekkingen die van de desbetreffende organisatie een pensioen ontvangen en personeelsleden van in Nederland gevestigde diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen, met uitzondering van honoraire consuls, alsmede personeelsleden van de in het tweede lid genoemde instellingen voorzover zij in aanmerking komen voor diplomatieke vrijstellingen van belastingen.
**5.** Onder de algemeen directeur, genoemd in het eerste lid, ressorteren de Nederlandse leden van het Europees Parlement en hun partners als bedoeld in artikel 1.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
### Artikel 21
Vervallen
### Artikel 22
Vervallen
### Artikel 23
Vervallen
### Artikel 24
Vervallen
### Artikel 25
Vervallen
## Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotbepalingen
### Artikel 26
De Uitvoeringsregeling Belastingdienst wordt ingetrokken.
### Artikel 26a
Vervallen
### Artikel 26b
Vervallen
### Artikel 27
**1.** Een functionaris die na inwerkingtreding of wijziging van deze regeling is aangewezen als directeur, inspecteur of ontvanger, treedt in de plaats van de functionaris die als zodanig vóór inwerkingtreding of wijziging van deze regeling was aangewezen of zonder inwerkingtreding of wijziging van deze regeling aangewezen zou zijn geweest. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een ambtenaar die is aangewezen om het bestuur van s Rijks belastingen uit te oefenen, alsmede met betrekking tot een functionaris die na inwerkingtreding of wijziging van deze regeling is belast met de leiding van de Dienst Toeslagen, bedoeld in artikel 3, derde lid. Onder functionaris of ambtenaar wordt mede verstaan een groep van functionarissen of ambtenaren.
**2.** Beslissingen die zijn of worden genomen door de directeur, inspecteur of ontvanger die als zodanig vóór inwerkingtreding dan wel wijziging van deze regeling bevoegd was dan wel zonder inwerkingtreding of wijziging van deze regeling bevoegd zou zijn geweest, worden geacht te zijn genomen door de directeur, inspecteur of ontvanger die als zodanig op grond van deze regeling bevoegd is. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot beslissingen van een ambtenaar die vóór inwerkingtreding dan wel wijziging van deze regeling bevoegd was dan wel zonder inwerkingtreding van deze regeling bevoegd zou zijn geweest om het bestuur van s Rijks belastingen uit te oefenen.
**3.** Verplichtingen die na inwerkingtreding of wijziging van deze regeling jegens een andere functionaris gelden dan vóór inwerkingtreding dan wel wijziging van deze regeling, gelden mede jegens de functionaris jegens wie de verplichtingen golden tot inwerkingtreding of wijziging van deze regeling alsmede jegens de door die functionaris aangewezen ambtenaren van de Belastingdienst.
### Artikel 27a
Artikel 6a, aanhef en onderdeel a, zoals dat artikel op 31 december 2015 luidde, is van overeenkomstige toepassing op een verzoek als bedoeld in artikel 4l van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen, zoals dat artikel op 31 december 2015 luidde, in verband met rentebetalingen die zijn gedaan na 31 december 2015.
### Artikel 28
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2003.
### Artikel 29
Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003.
## Bijlage . Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003
Vervallen