rijk/ministeriele-regeling/uitvoeringsregeling-wft/BWBR0020537/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

13 KiB
Raw Permalink Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Uitvoeringsregeling Wft BWBR0020537 ministeriele-regeling geldend 2025-11-25 https://wetten.overheid.nl/BWBR0020537 Uitvoeringsregeling Wft

Uitvoeringsregeling Wft

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

economische looptijd: periode waarna een hypothecair krediet overeenkomstig de bij het aangaan van de overeenkomst inzake krediet vastgestelde hoogte van de termijnbedragen en lengte en aantal van de betalingstermijnen geheel afgelost zal zijn;

exploitatiesaldo: verschil tussen de aan het eind van een jaar gerealiseerde baten en lasten van de toezichthouder;

kredietvergoedingspercentage per betalingstermijn: kredietvergoeding die over een betalingstermijn op grond van een overeenkomst inzake krediet in rekening wordt gebracht, uitgedrukt in een percentage van het uitstaand saldo aan het begin van die betalingstermijn;

wet: Wet op het financieel toezicht.

Hoofdstuk 1a. Consumptief krediet

Artikel 1a

Artikel 115a van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft is tevens van toepassing op het in Nederland aanbieden van krediet, niet zijnde hypothecair krediet, aan consumenten door een financiële onderneming vanuit een vestiging in een andere lidstaat dat kan worden aangemerkt als de verlening van diensten van de informatiemaatschappij als bedoeld in artikel 2 van Richtlijn 2000/31/EG van het Europees parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt (PbEG 2000, L 178).

Hoofdstuk 2. Hypothecair krediet

Artikel 2

1.

Bij de berekening van het effectief kredietvergoedingspercentage voor hypothecair krediet wordt ervan uitgegaan dat:

a. a. de overeenkomst inzake krediet overeenkomstig de bij het aangaan daarvan vastgestelde hoogte van de termijnbedragen en lengte en aantal van de betalingstermijnen wordt afgewikkeld; en b. b. de kredietvergoeding gedurende de looptijd van de overeenkomst gelijk blijft, tenzij bij het aangaan van de overeenkomst is vastgesteld wanneer de kredietvergoeding zal wijzigen en wat de hoogte van de kredietvergoeding door die wijziging zal worden.

Artikel 3

Het effectief kredietvergoedingspercentage wordt afgerond op één decimaal. Indien de tweede decimaal vijf of meer bedraagt, vindt afronding naar boven plaats. In de overige gevallen vindt afronding naar beneden plaats.

Artikel 4

1.

Voor overeenkomsten inzake hypothecair krediet wordt het effectief kredietvergoedingspercentage berekend als volgt:

p = [1 + im)m 1] • 100,

waarbij de waarde van im wordt berekend met de volgende formule:

In deze formules is:

p: het effectief kredietvergoedingspercentage;

im: het honderdste deel van het kredietvergoedingspercentage per betalingstermijn;

m: het aantal betalingstermijnen per jaar;

K: de kredietsom;

A: de kosten die de aanbieder van hypothecair krediet bij het afsluiten van de overeenkomst inzake hypothecair krediet in rekening brengt;

t: het volgnummer van de onderscheidenlijke termijnbedragen en van de onderscheidenlijke betalingstermijnen;

n: de economische looptijd, berekend over maximaal dertig jaren, uitgedrukt in het aantal betalingstermijnen;

Tt: het termijnbedrag met volgnummer t; en

Rn: de (eventuele) (restant-)schuld aan het eind van de economische looptijd of, indien de looptijd langer is dan dertig jaren, na dertig jaren.

2. Indien de termijnbedragen aan het begin van elke betalingstermijn worden betaald, wordt K in de formule in het eerste lid (K T(1)), en wordt n in de formule in het eerst lid (n 1).

Artikel 5

In de informatie die een aanbieder op grond van artikel 59aa, eerste lid, onderdelen a en b, van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft aan een consument verstrekt, worden de componenten waaruit de variabele debetrentevoet is opgebouwd, met gebruikmaking van de volgende aanduidingen benoemd:

a. a. basistarief; b. b. opslagen in verband met ontwikkelingen op de kapitaalmarkten en kapitaalkosten; c. c. individuele risico-opslagen; d. d. doorlopende kosten; e. e. winst.

Hoofdstuk 2a. Door de toezichthouder te publiceren informatie

Artikel 6

De Nederlandsche Bank maakt met betrekking tot het prudentieel toezicht op banken en beleggingsondernemingen de informatie, bedoeld in de artikelen 143, eerste lid, en 144 van de richtlijn kapitaalvereisten openbaar, met inachtneming van artikel 143, tweede en derde lid, van de richtlijn.

Artikel 7

Vervallen

Artikel 8

Vervallen

Hoofdstuk 3. Inrichting begroting toezichthouder

Artikel 9

De posten waarin de begroting, bedoeld in artikel 1:30 van de wet, wordt ingedeeld, worden ingedeeld naar toezichttaak, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen directe en indirecte toezichtactiviteiten, en naar kostensoort en zijn voorzien van een toelichting. Het onderdeel dat betrekking heeft op de door de rijksoverheid te verstrekken bijdrage wordt ingedeeld naar toezichttaak en is voorzien van een toelichting.

Hoofdstuk 4. Lichte ontheffingen

Artikel 10

1. De toezichthouder verbindt aan een ontheffing als bedoeld in artikel 2:5, derde lid, 2:7 derde lid, 2:12, zesde lid, 2:17, derde lid, 2:21, derde lid, 2:26b, vijfde lid, 2:26e, derde lid, 2:31, vijfde lid, 2:37, derde lid, 2:41, derde lid, 2:49, derde lid, 2:51, derde lid, 2:54e, derde lid, 2:58, derde lid, 2:63, derde lid, 2:78, derde lid, 2:83, derde lid, 2:89, derde lid, 2:94, derde lid, of 2:99, zesde lid, van de wet uitsluitend voorschriften die noodzakelijk zijn met het oog op het bereiken van de beoogde doeleinden van de artikelen waarnaar in het eerste lid van de hiervoor genoemde artikelen wordt verwezen.

2. De toezichthouder verbindt aan een ontheffing als bedoeld in artikel 3:2, derde lid, 3:10, vierde lid, 3:15, derde lid, 3:17, vierde lid, 3:19, derde lid, 3:47, vierde lid, 3:53, zevende lid, 3:57, zesde lid, 3:63, vierde lid, 3:67, zesde lid, 3:68a, derde lid, 3:70, tweede lid, 3:71, derde lid, 3:72, achtste lid, 3:106, derde lid, 4:9, vierde lid, 4:11, vijfde lid, 4:14, vierde lid, 4:15, vierde lid, 4:20, zevende lid, 4:22, derde lid, 4:23, vierde lid, 4:25, tweede lid, 4:37j, derde lid, 4:44, tweede lid, 4:47, zesde lid, 4:48, derde lid, 4:49, zesde lid, 4:50, tweede lid, 4:51, zesde lid, 4:52, vierde lid, 4:72, zesde lid, 4:73, zesde lid, 4:75, vijfde lid, 4:76, vijfde lid, 4:77, vijfde lid, 4:85, zesde lid, 4:88, vijfde lid, 4:89a, vierde lid, 4:90d, 4:93, derde lid, 4:99, derde lid, 4:100a, derde lid, 5:68, derde lid, van de wet uitsluitend voorschriften die noodzakelijk zijn met het oog op de doeleinden die het desbetreffende artikel beoogt te bereiken.

3. De Nederlandsche Bank verbindt aan een ontheffing als bedoeld in artikel 3:60, eerste lid, van de wet uitsluitend voorschriften die noodzakelijk zijn met het oog op de doelstelling van dat artikel.

4. De Nederlandsche Bank verbindt aan een ontheffing als bedoeld in artikel 3:156, achtste lid, van de wet uitsluitend voorschriften die noodzakelijk zijn met het oog op de solvabiliteit van de desbetreffende levensverzekeraars.

5. De Autoriteit Financiële Markten verbindt aan een ontheffing als bedoeld in artikel 4:46a, tweede lid, van de wet uitsluitend voorschriften die noodzakelijk zijn met het oog op de doeleinden die het eerste lid van dat artikel beoogt te bereiken.

6. De Autoriteit Financiële Markten verbindt aan een ontheffing als bedoeld in artikel 4:70, achtste lid, of 4:71, zesde lid, van de wet uitsluitend voorschriften die noodzakelijk zijn met het oog op de goede uitvoering van het bepaalde in deze artikelen.

7. De Autoriteit Financiële Markten verbindt aan een ontheffing als bedoeld in artikel 4:83, tweede lid, van de wet uitsluitend voorschriften die noodzakelijk zijn met het oog op de bescherming van de belangen van de cliënten.

8. De Autoriteit Financiële Markten verbindt aan een ontheffing als bedoeld in artikel 4:91c, derde lid, van de wet uitsluitend voorschriften die noodzakelijk zijn met het oog op de doeleinden die de in dat lid genoemde artikelen beogen te bereiken.

9. De Autoriteit Financiële Markten verbindt aan een ontheffing als bedoeld in artikel 4:91e, van de wet uitsluitend voorschriften die noodzakelijk zijn met het oog op de belangen die het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen beoogt te beschermen.

10. De Autoriteit Financiële Markten verbindt aan een ontheffing als bedoeld in artikel 5:18, derde lid, van de wet uitsluitend voorschriften die noodzakelijk zijn met het oog op de goede uitvoering van hoofdstuk 5.1 van de wet of de prospectusverordening.

11. De aan de ontheffing te verbinden voorschriften hebben geen onredelijke belasting van de aanvrager tot gevolg.

Hoofdstuk 4a. Betrouwbaarheid

Artikel 10a

De toezichthouder kan bij het verkrijgen van inzicht als bedoeld in artikel 7 van het Besluit prudentiële regels Wft, artikel 14 van het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen en artikel 31 van het besluit reikwijdtebepalingen Wft gebruik maken van desgevraagd verstrekte justitiële gegevens met betrekking tot de antecedenten genoemd in bijlage A behorend bij het Besluit prudentiële regels Wft, bijlage C behorend bij het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen en bijlage behorende bij artikel 30 van het Besluit reikwijdtebepalingen Wft.

Hoofdstuk 5. Vertrouwenscommissie opvangregeling leven

Artikel 11

Vervallen

Artikel 12

Vervallen

Artikel 13

Vervallen

Artikel 14

Vervallen

Hoofdstuk 6. Dekking beroepsaansprakelijkheidsverzekering en vergelijkbare voorziening

Artikel 14a

De dekking van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering of de daarmee vergelijkbare voorziening, bedoeld in artikel 4:74b, derde lid, van de wet, bedraagt ten minste € 460.000 per schadegeval en ten minste € 750.000 per jaar voor alle schadegevallen gezamenlijk.

Artikel 15

Vervallen

Hoofdstuk 7. Model volmacht en ondervolmacht

Artikel 16

Het model van de volmacht, bedoeld in artikel 4:79, eerste lid, van de wet, wordt vastgesteld conform bijlage A.

Artikel 17

Het model van de ondervolmacht, bedoeld in artikel 4:79, eerste lid, van de wet, wordt vastgesteld conform bijlage B.

Artikel 18

1. Een volmacht of ondervolmacht, opgemaakt voor 1 januari 2006 overeenkomstig het voorafgaand aan die datum voorgeschreven model ingevolge de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf, wordt geacht te zijn opgemaakt overeenkomstig het model, bedoeld in artikel 16 onderscheidenlijk 17.

2. Een volmacht of ondervolmacht, opgemaakt tussen 1 januari 2006 en 1 januari 2007 overeenkomstig het voorafgaand aan laatstgenoemde datum voorgeschreven model ingevolge het Besluit financiële dienstverlening, wordt geacht te zijn opgemaakt overeenkomstig het model, bedoeld in artikel 16 onderscheidenlijk 17.

Hoofdstuk 8. Houder van een gereglementeerde markt

Artikel 19

1.

De houder van een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 5:26, vierde lid, van de wet die het voornemen heeft om in Nederland een markt in financiële instrumenten te houden, stelt de Minister van Financiën van dit voornemen in kennis. Deze inkennisstelling geschiedt, voorzover van toepassing, onder opgave van de volgende gegevens:

a. a. de naam en het adres van de statutaire zetel van de houder van de gereglementeerde markt, alsmede het adres van haar hoofdkantoor indien dat afwijkt van het adres van de statutaire zetel; b. b. een programma van werkzaamheden waarin de voorgenomen werkzaamheden en de organisatiestructuur van de gereglementeerde markt zijn vermeld; en c. c. de voor de gereglementeerde markt te hanteren regels.

2. De houder van een gereglementeerde markt op wie de in artikel 5:26, vierde lid, van de wet bedoelde vrijstelling van toepassing is, stelt de Minister van Financiën binnen vijf werkdagen in kennis van wijzigingen in de gegevens, bedoeld in het eerste lid.

Hoofdstuk 9. Uitbreiding termijn vergunningverlening

Artikel 20

De termijn van twaalf maanden, bedoeld in de eerste volzin van artikel 31, tweede lid, van de Invoerings- en aanpassingswet Wet op het financieel toezicht, wordt met zes maanden verlengd.

Hoofdstuk 9a. Geregistreerde gedekte obligaties

Artikel 20a

Vervallen

Artikel 20b

Vervallen

Artikel 20c

Vervallen

Artikel 20d

Vervallen

Artikel 20e

Vervallen

Artikel 20f

Vervallen

Artikel 20g

Vervallen

Artikel 20h

Vervallen

Artikel 20i

Vervallen

Hoofdstuk 9b. Kredietunies

Artikel 20j

Een kredietunie met zetel in Nederland heeft een maximaal bedrag aan aangetrokken opvorderbare gelden van € 100.000.000 en een maximaal aantal leden van 25.000.

Hoofdstuk 10. Wijziging

Artikel 21

Wijzigt de Tijdelijke vrijstellingsregeling overnamebiedingen.

Hoofdstuk 11. Wijziging

Artikel 22

Wijzigt de Regeling aanwijzing bevoegde autoriteiten Wet toezicht effectenverkeer 1995.

Hoofdstuk 12. Slotbepalingen

Artikel 23

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2007.

Artikel 24

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling Wft.

Bijlage A. behorend bij

Bijlage B. behorend bij