rijk/ministeriele-regeling/voorwaarden-tijdelijke-bevoegdheid-onderwijs-in-de-joegoslavische-taal-en-cultuu/BWBR0005823/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

4.3 KiB
Raw Permalink Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Voorwaarden tijdelijke bevoegdheid onderwijs in de Joegoslavische taal en cultuur BWBR0005823 ministeriele-regeling geldend 1993-11-20 https://wetten.overheid.nl/BWBR0005823 Voorwaarden tijdelijke bevoegdheid onderwijs in de Joegoslavische taal en cultuur

Voorwaarden tijdelijke bevoegdheid onderwijs in de Joegoslavische taal en cultuur

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

1. Aan de leraar, afkomstig uit het voormalig Joegoslavië, die gedurende het schooljaar 1992/1993 als zodanig werkzaam is (geweest) in één van de tijdelijke opvangcentra voor Joegoslavische Vluchtelingen (TOC's) in Nederland, verleent de minister, in afwijking van de regeling Voorwaarden tijdelijke bevoegdheid oetc primair onderwijs van 19 april 1993 (kenmerk PO/JP-93028974, gepubliceerd in Uitleg OenW-Regelingen nr. 13 van 28 april 1993), op aanvrage voor twee jaren de bevoegdheid tot het geven van oetc.

2.

De in het eerste lid genoemde bevoegdheid wordt verleend onder de voorwaarde:

a. a. dat betrokkene binnen twee jaar nadat de tijdelijke bevoegdheid is verleend het diploma van de algemene applicatiecursus eigen taal en cultuur behaalt en tevens; b. b. dat betrokkene binnen twee jaar aantoont dat hij of zij de Nederlandse taal in voldoende mate beheerst, hetgeen blijkt uit het bezit van:

        1.
        een diploma van het staatsexamen Nederlands als Tweede taal volgens programma II,
      
      
        2.
        een certifaat van de cursus Nederlands als Vreemde taal, waarvan de examens op het hoogste niveau zijn afgelegd,
      
      
        3.
        een diploma, een certificaat Nederlandse taal en letterkunde of een certificaat Nederlandse taal van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, het hoger algemeen voortgezet onderwijs of een opleiding van het middelbaar beroepsonderwijs dat doorstroming naar het hoger beroepsonderwijs mogelijk maakt,
      
      
        4.
        één van de bewijzen van bekwaamheid, genoemd in artikel 116, eerste lid, van de WBO, respectievelijk in artikel 111, eerste lid van de ISOVSO dan wel een bevoegdheid op grond van artikel 111, tweede lid eerste volzin, van de ISOVSO of
      
      
        5.
        een diploma behaald in het Nederlandstalige onderwijs in België, dat vergelijkbaar is met een van de in onderdeel 3 of 4 genoemde diploma's
    1.   een diploma van het staatsexamen Nederlands als Tweede taal volgens programma II,
      
    1.   een certifaat van de cursus Nederlands als Vreemde taal, waarvan de examens op het hoogste niveau zijn afgelegd,
      
    1.   een diploma, een certificaat Nederlandse taal en letterkunde of een certificaat Nederlandse taal van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, het hoger algemeen voortgezet onderwijs of een opleiding van het middelbaar beroepsonderwijs dat doorstroming naar het hoger beroepsonderwijs mogelijk maakt,
      
    1.   één van de bewijzen van bekwaamheid, genoemd in artikel 116, eerste lid, van de WBO, respectievelijk in artikel 111, eerste lid van de ISOVSO dan wel een bevoegdheid op grond van artikel 111, tweede lid eerste volzin, van de ISOVSO of
      
    1.   een diploma behaald in het Nederlandstalige onderwijs in België, dat vergelijkbaar is met een van de in onderdeel 3 of 4 genoemde diploma's
      

Artikel 3

Tot de algemene applicatiecursus eigen taal en cultuur worden de onderwijzers bedoeld in artikel 2, eerste lid van deze regeling toegelaten die:

a. a. op grond van artikel 2, van deze regeling bevoegd zijn tot het geven van oetc, en b. b. werkzaam zijn in het basisonderwijs of (voortgezet) speciaal onderwijs.

Artikel 4

De regeling zal met de toelichting in Uitleg OenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Artikel 5

Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van Uitleg OenW-Regelingen, waarin deze regeling is bekendgemaakt, en werkt terug tot en met 1 augustus 1993.

Artikel 6

Deze regeling wordt aangehaald als: Voorwaarden tijdelijke bevoegdheid onderwijs in de Joegoslavische taal en cultuur.