40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
6.7 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vrijstellingsregeling mestvoorschriften in verband met aanhoudende droogte 2018 | BWBR0041269 | ministeriele-regeling | geldend | 2018-08-29 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0041269 | Vrijstellingsregeling mestvoorschriften in verband met aanhoudende droogte 2018 |
Vrijstellingsregeling mestvoorschriften in verband met aanhoudende droogte 2018
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder bouwland, kleigrond, veengrond, zandgrond, lössgrond, vaste mest, steekvast zuiveringsslib, drijfmest en vloeibaar zuiveringsslib hetgeen daaronder in artikel 1 van het Besluit gebruik meststoffen wordt verstaan en wordt verstaan onder:
a. a.
*grasland:* hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit gebruik meststoffen of, indien het gaat om een bepaling die vrijstelling verleent van het bepaalde in een onderdeel van artikel 4b van het Besluit gebruik meststoffen, hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, derde lid, van het Besluit gebruik meststoffen;
b. b.
*landbouwer:* hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onderdeel gg, van de Meststoffenwet.
Artikel 2
1. Van het in artikel 4, eerste lid, van het Besluit gebruik meststoffen gestelde verbod wordt in de periode van 1 tot en met 15 september 2018 vrijstelling verleend voor het gebruik van vaste dierlijke meststoffen of steekvast zuiveringsslib op bouwland, gelegen op zand- of lössgrond.
2. Van het in artikel 4, derde lid, van het Besluit gebruik meststoffen gestelde verbod wordt in de periode van 1 tot en met 15 september 2018 vrijstelling verleend voor het gebruik van drijfmest of vloeibaar zuiveringsslib op bouwland.
3.
Het tweede lid is alleen van toepassing indien uiterlijk op 17 september 2018:
a. a. op de desbetreffende grond winterkoolzaad voor zaadwinning in het daaropvolgende jaar wordt geteeld, b. b. op de desbetreffende grond een gewas wordt geteeld dat behoort tot de gewasgroep ‘groenbemesters’ van bijlage A, tabel 1, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet en dat, indien het gaat om bouwland gelegen op zand- of lössgrond, in bijlage C van de Uitvoeringsregeling gebruik meststoffen is aangewezen als gewas dat op zand- en lössgronden direct aansluitend na de teelt van maïs wordt geteeld, of c. c. in de desbetreffende grond in het daarop aansluitende najaar bloembollen worden geteeld.
Artikel 3
Indien op grond van artikel 2, derde lid, onderdeel b, een groenbemester wordt geteeld, zijn de hoeveelheden stikstof die in bijlage A, tabel 1, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet zijn vermeld bij de gewasgroep groenbemesters in afwijking van artikel 28, eerste lid, onderdeel b, onder 1° en 2°, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, uitsluitend van toepassing indien de groenbemester uiterlijk 17 september 2018 is geteeld, en:
a. a. is geploegd na 1 december 2018, voor zover de groenbemester wordt geteeld op zand-, löss- of veengrond; b. b. aantoonbaar ten minste acht weken wordt geteeld alvorens te worden geploegd, voor zover de groenbemester wordt geteeld op kleigrond;
Artikel 4
1.
Van het in artikel 4, eerste lid, van het Besluit gebruik meststoffen gestelde verbod wordt vrijstelling verleend in de periode van:
a. a. 1 tot en met 15 september 2018 voor het gebruik van vaste dierlijke meststoffen of steekvast zuiveringsslib op grasland gelegen op zand- of lössgrond; b. b. 1 tot en met 30 september 2018 voor het gebruik van vaste dierlijke meststoffen of steekvast zuiveringsslib op grasland gelegen op klei- of veengrond.
2.
Van het in artikel 4, derde lid, van het Besluit gebruik meststoffen gestelde verbod wordt vrijstelling verleend in de periode van:
a. a. 1 tot en met 15 september 2018 voor het gebruik van drijfmest of vloeibaar zuiveringsslib op grasland gelegen op zand- of lössgrond; b. b. 1 tot en met 30 september 2018 voor het gebruik van drijfmest of vloeibaar zuiveringsslib op grasland gelegen op klei- of veengrond.
Artikel 5
1. Van het in artikel 4b, eerste lid, van het Besluit gebruik meststoffen gestelde verbod wordt aan een landbouwer die beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 25a, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet in de periode van 1 tot en met 20 september 2018 vrijstelling verleend voor grasland gelegen op zand- of lössgrond ten behoeve van het vernieuwen van grasland, met dien verstande dat artikel 25d, tweede lid, eerste volzin, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet van overeenkomstige toepassing is.
2. Met ingang van de dag van inwerkingtreding van deze regeling tot en met 20 september 2018 wordt aan een landbouwer, niet zijnde een landbouwer als bedoeld in het eerste lid, van het in artikel 4b, eerste lid, van het Besluit gebruik meststoffen gestelde verbod vrijstelling verleend voor grasland gelegen op zand- of lössgrond.
3.
Onder verlening van vrijstelling van het bepaalde in artikel 4b, negende lid, van het Besluit gebruik meststoffen zijn het eerste en tweede lid alleen van toepassing, indien:
a. a. de beschadiging van het grasland is veroorzaakt door droogte; b. b. het voornemen om de graszode te vernietigen minimaal zeven dagen voorafgaand aan de daadwerkelijke vernietiging wordt gemeld bij de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; c. c. op de betreffende percelen grasland uiterlijk op 21 september 2018 herinzaai van gras plaatsvindt.
Artikel 6
Van het in artikel 4b, eerste lid, van het Besluit gebruik meststoffen gestelde verbod wordt in de periode van 16 september tot en met 30 september vrijstelling verleend voor grasland gelegen op klei- of veengrond, indien:
a. a. de beschadiging van het grasland is veroorzaakt door droogte; b. b. het voornemen om de graszode te vernietigen minimaal zeven dagen voorafgaand aan de daadwerkelijke vernietiging wordt gemeld bij de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; c. c. op de betreffende percelen grasland uiterlijk op 1 oktober 2018 herinzaai van gras plaatsvindt.
Artikel 7
Voor maïs, geoogst voor 16 september 2018, wordt vrijstelling verleend van de in artikel 8a, eerste lid, gestelde verplichting om direct aansluitend een in dat artikellid bedoeld gewas te telen, met dien verstande dat die teelt uiterlijk op 17 september 2018 aanvangt.
Artikel 8
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2019.
Artikel 9
Deze regeling wordt aangehaald als Vrijstellingsregeling mestvoorschriften in verband met aanhoudende droogte 2018.