rijk/ministeriele-regeling/warenwetregeling-zuigelingenvoeding/BWBR0006126/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

17 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Warenwetregeling Zuigelingenvoeding BWBR0006126 ministeriele-regeling geldend 2003-10-29 https://wetten.overheid.nl/BWBR0006126 Warenwetregeling Zuigelingenvoeding

Warenwetregeling Zuigelingenvoeding

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Paragraaf 2. Bereiding

Artikel 2

Bij de bereiding van volledige zuigelingenvoeding en van opvolgzuigelingenvoeding wordt geen gebruik gemaakt van:

a. a. andere eiwitbronnen dan die bedoeld in de bijlagen I, II, III, V en VI; b. b. andere bestanddelen van eet- of drinkwaren dan die waarvan op grond van algemeen aanvaarde wetenschappelijke gegevens is aangetoond dat zij geschikt zijn als specifieke voeding voor de desbetreffende zuigelingen; en c. c. andere voedingsstoffen dan die bedoeld in bijlage III.

Artikel 3

Grondstoffen welke gebruikt worden bij de bereiding van volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding, voldoen aan de navolgende eisen:

a. a. vreemde bestanddelen, antibiotica daaronder begrepen, en andere verontreinigingen zijn niet aanwezig, met dien verstande dat:

      1º
      bij de bepaling van antibiotica geen grotere groeiremming wordt aangetoond dan overeenkomt met:
      
        
          A.
          0,010 internationale eenheden penicilline per ml in door een melkveehouder aan een zuivelfabriek te leveren melk;
        
        
          B.
          0,003 internationale eenheden penicilline per ml in andere dan de onder A genoemde melk;
        
        
          C.
          0003 internationale eenheden penicilline per ml, berekend op melkbasis, in uit melk bereide produkten;
        
      
    
    
      2º
      het gehalte aan aflatoxine M1 niet hoger is dan 0,05 µg per kg berekend op basis van melk;

1º 1º bij de bepaling van antibiotica geen grotere groeiremming wordt aangetoond dan overeenkomt met:

          A.
          0,010 internationale eenheden penicilline per ml in door een melkveehouder aan een zuivelfabriek te leveren melk;
        
        
          B.
          0,003 internationale eenheden penicilline per ml in andere dan de onder A genoemde melk;
        
        
          C.
          0003 internationale eenheden penicilline per ml, berekend op melkbasis, in uit melk bereide produkten;

A. A. 0,010 internationale eenheden penicilline per ml in door een melkveehouder aan een zuivelfabriek te leveren melk; B. B. 0,003 internationale eenheden penicilline per ml in andere dan de onder A genoemde melk; C. C. 0003 internationale eenheden penicilline per ml, berekend op melkbasis, in uit melk bereide produkten; 2º 2º het gehalte aan aflatoxine M1 niet hoger is dan 0,05 µg per kg berekend op basis van melk; b. b. de grondstof melk voldoet aan de desbetreffende wettelijke eisen; c. c. het gehalte aan nitriet, berekend als nitriet-ion (NO2-), in wei en weipoeder en uit wei bereide produkten, is niet hoger dan 1 mg per kg berekend op de droge stof, met dien verstande, dat uit wei bereide produkten met een asgehalte van minder dan 4%, genoemd gehalte lager dan (E/13) x 0,5 mg per kg droge stof is, waarbij E staat voor het eiwitgehalte van het betrokken weiprodukt, berekend op de droge stof en met dien verstande dat voor produkten met een lager eiwitgehalte dan 135% een maximum gehalte van 0,5 mg per kg droge stof geldt; d. d. in afwijking van onderdeel b is de zuurtegraad van de grondstof melk niet hoger dan:

      1º
      17,5°N, zulks uitsluitend voor al dan niet geheel of gedeeltelijk afgeroomde melk en voor room, in geval van room berekend op de vetvrije waar;
    
    
      2º
      18,5 mmol natriumhydroxide per 100 g vetvrije droge stof, zulks uitsluitend voor geheel of gedeeltelijk gedehydrateerde melk; en

1º 1º 17,5°N, zulks uitsluitend voor al dan niet geheel of gedeeltelijk afgeroomde melk en voor room, in geval van room berekend op de vetvrije waar; 2º 2º 18,5 mmol natriumhydroxide per 100 g vetvrije droge stof, zulks uitsluitend voor geheel of gedeeltelijk gedehydrateerde melk; en e. e. een hoger gehalte aan lactaten, berekend op de vetvrije droge stof van de room, de al dan niet geheel of gedeeltelijk ontroomde melk en de geheel of gedeeltelijk gedehydrateerde vormen daarvan, dan 100 mg per 100 g, is niet aanwezig.

Paragraaf 3. Samenstelling en andere aan de waar te stellen eisen

Artikel 4

1. Volledige zuigelingenvoeding voldoet voor wat betreft de samenstelling aan bijlage I.

2. Opvolgzuigelingenvoeding voldoet voor wat betreft de samenstelling aan bijlage II.

3. De in het eerste en tweede lid bedoelde waar is, al dan niet na de toevoeging van water, gereed voor consumptie.

Artikel 5

Vervallen.

Artikel 6

1. In volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding is het nitraatgehalte, berekend als nitraat-ion (NO3-), niet hoger dan 50 mg per kg droge stof.

2.

Volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding in poedervorm voldoen aan de volgende eisen:

a. a. het aantal aeroob kweekbare micro-organismen (kiemgetal) bedraagt niet meer dan 10.000 per g; b. b. Enterobacteriaceae zijn in 1 g niet aantoonbaar; c. c. het aantal kweekbare gisten en schimmels bedraagt ieder afzonderlijk niet meer dan 100 per g; d. d. pathogene micro-organismen en hun toxinen zijn afwezig, met dien verstande dat:

        1º
        het aantal kweekbare Bacillus cereus niet meer dan 100 per g bedraagt;
      
      
        2º
        Staphylococcus aureus geacht wordt afwezig te zijn, indien micro-organisemen van dit type niet aantoonbaar zijn in 1 g;
      
      
        3º
        Salmonellae geacht worden afwezig te zijn, indien micro-organismen van dit type niet aantoonbaar zijn in 50 g;

1º 1º het aantal kweekbare Bacillus cereus niet meer dan 100 per g bedraagt; 2º 2º Staphylococcus aureus geacht wordt afwezig te zijn, indien micro-organisemen van dit type niet aantoonbaar zijn in 1 g; 3º 3º Salmonellae geacht worden afwezig te zijn, indien micro-organismen van dit type niet aantoonbaar zijn in 50 g; e. e. fosfatase-activiteit is niet aantoonbaar.

3.

Vloeibare volledige zuigelingenvoeding en vloeibare opvolgzuigelingenvoeding zijn:

a. a. gesteriliseerd en voldoen aan artikel 34, vierde en vijfde lid, van het Melkbesluit (Warenwet) 1974; of b. b. ultra hoog verhit en voldoen aan artikel 34, zevende lid, van het Melkbesluit (Warenwet) 1974.

Artikel 6a

Volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding, die gereed zijn voor onmiddellijke consumptie of zijn gereconstitueerd volgens de aanwijzingen van de fabrikant daarvan, bevatten ten hoogste:

a. a. 0,003 mg/kg residuen van de afzonderlijke in bijlage X genoemde bestrijdingsmiddelen; b. b. de in bijlage XI vermelde residuen van de daar genoemde bestrijdingsmiddelen; en c. c. 0,01 mg/kg residuen van andere afzonderlijke bestrijdingsmiddelen.

Paragraaf 4. Aanduiding

Artikel 7

1. De aanduiding volledige zuigelingenvoeding mag uitsluitend en moet worden gebezigd voor de waar, bedoeld in artikel 1, onder b.

2. In afwijking van het eerste lid mag uitsluitend en moet de daar bedoelde waar die volledig uit koemelk-eiwit is bereid, worden aangeduid met volledige zuigelingenvoeding op basis van melk of met zuigelingenmelk.

Artikel 8

1. De aanduiding opvolgzuigelingenvoeding mag uitsluitend en moet worden gebezigd voor de waar, bedoeld in artikel 1, onder c.

2. In afwijking van het eerste lid mag uitsluitend en moet de daar bedoelde waar die uitsluitend uit koemelk-eiwit is bereid, worden aangeduid met opvolgmelk.

Paragraaf 5. Vermeldingen

Artikel 9

1.

Onverminderd het Warenwetbesluit Etikettering van levensmiddelen worden bij volledige zuigelingenvoeding de volgende vermeldingen gebezigd:

a. a. een vermelding dat de waar specifiek geschikt is als voeding voor zuigelingen vanaf de geboorte, die geen borstvoeding krijgen; b. b. voor zover de waar geen toegevoegd ijzer bevat: een vermelding dat aan de totale ijzerbehoefte van zuigelingen die ouder zijn dan vier maanden, slechts kan worden voldaan door daartoe ook nog andere bronnen te gebruiken; c. c. voorafgegaan door het woord belangrijk of een woord van gelijke strekking:

        1º
        een verklaring dat borstvoeding de voorkeur heeft; en
      
      
        2º
        een aanbeveling dat de waar alleen dient te worden gebruikt op advies van onafhankelijke deskundigen op het gebied van geneeskunde, voeding of farmaceutische wetenschap of van personen die beroepsmatig verantwoordelijk zijn voor de zorg voor moeder en kind.

1º 1º een verklaring dat borstvoeding de voorkeur heeft; en 2º 2º een aanbeveling dat de waar alleen dient te worden gebruikt op advies van onafhankelijke deskundigen op het gebied van geneeskunde, voeding of farmaceutische wetenschap of van personen die beroepsmatig verantwoordelijk zijn voor de zorg voor moeder en kind.

2. Bij volledige zuigelingenvoeding worden slechts in de in bijlage IV bedoelde gevallen en in overeenstemming met de daarin vastgestelde voorwaarden, vermeldingen gebezigd inzake de speciale samenstelling van de waar.

3. Bij volledige zuigelingenvoeding worden geen afbeeldingen van zuigelingen, noch andere vermeldingen, gebezigd waardoor het gebruik van de waar zou kunnen worden geïdealiseerd.

Artikel 10

Onverminderd het Warenwetbesluit Etikettering van levensmiddelen worden bij opvolgzuigelingenvoeding vermeldingen gebezigd, aangevende dat de waar:

a. a. alleen geschikt is om voor specifieke doeleinden te worden gebruikt als voeding voor zuigelingen die ouder zijn dan vier maanden; b. b. slechts een onderdeel van een gevarieerde voeding mag zijn; en c. c. gedurende de eerste vier levensmaanden niet mag worden gebruikt als vervanging van moedermelk.

Artikel 11

1.

Onverminderd het Warenwetbesluit Etikettering van levensmiddelen worden bij volledig zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding vermeldingen gebezigd, aangevende:

a. a. de beschikbare energiewaarde van de waar, uitgedrukt in kJ en kcal, per 100 ml van de voor consumptiegerede waar; b. b. het gehalte aan eiwitten, vetten en koolhydraten, uitgedrukt in een getal, per 100 ml van de voor consumptie gerede waar; c. c. de gemiddelde hoeveelheden van:

        1º
        elk mineraal dat en elke vitamine die is vermeld in bijlage I onderscheidenlijk bijlage II; en
      
      
        2º
         indien van toepassing, van choline, inositol, carnitine en taurine; steeds uitgedrukt in een getal, per 100 ml van de voor consumptie gerede waar; en

1º 1º elk mineraal dat en elke vitamine die is vermeld in bijlage I onderscheidenlijk bijlage II; en 2º 2º indien van toepassing, van choline, inositol, carnitine en taurine; steeds uitgedrukt in een getal, per 100 ml van de voor consumptie gerede waar; en d. d. een gebruiksaanwijzing voor de juiste bereiding van de waar, vergezeld van een waarschuwing dat een onjuiste bereiding een risico voor de gezondheid op kan leveren.

2.

Onverminderd het eerste lid mogen vermeldingen worden gebezigd, aangevende:

a. a. bij volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding: de gemiddelde hoeveelheid van de in bijlage III genoemde voedingsstoffen, uitgedrukt in een getal, per 100 ml van de voor consumptie gereden waar; en b. b. bij opvolgzuigelingenvoeding: de hoeveelheden van de in bijlage IX genoemde vitamines en mineralen, steeds uitgedrukt als een percentage van de desbetreffende, in die bijlage vermelde referentiewaarde, per 100 ml van de voor consumptiegerede waar, voor zover dat percentage ten minste 15% bedraagt.

Artikel 12

1.

Bij volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding worden slechts vermeldingen gebezigd die vrouwen niet weerhouden van het geven van borstvoeding, met dien verstande dat:

a. a. beweringen als "gehumaniseerd" en "gematerniseerd" niet gebezigd worden; en b. b. de bewering "aangepast" slechts wordt gebezigd met inachtneming van artikel 9, tweede lid, en van bijlage IV, punt 1.

Paragraaf 6. Aanprijzing

Artikel 13

1. De rechtstreekse verkoop van volledige zuigelingenvoeding aan de consument wordt op geen enkele wijze aangeprezen.

2.

In afwijking van het eerste lid mag volledige zuigelingenvoeding worden aangeprezen in wetenschappelijke publikaties, voor zover daarbij:

a. a. uitsluitend gegevens van wetenschappelijke en feitelijke aard worden genoemd; en b. b. niet de indruk wordt gewekt dat flesvoeding gelijkwaardig aan of beter zou zijn dan borstvoeding.

Artikel 14

1. Schenken van voorlichtings- of educatiefmateriaal inzake zuigelingenvoeding en van de daarvoor benodigde apparatuur door fabrikanten of groothandelaren is slechts toegestaan met schriftelijke toestemming daartoe van de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur.

2. Materiaal en apparatuur, bedoeld in het eerste lid, zijn niet voorzien van een handelsmerk van zuigelingenvoeding en worden slechts met inschakeling van het stelsel van de gezondheidszorg verspreid.

Artikel 15

Schenking of aflevering tegen lage prijzen van zuigelingenvoeding aan instellingen of organisaties, vindt slechts plaats ten behoeve van zuigelingen die met zuigelingenvoeding moeten worden gevoed, gedurende de periode dat die zuigelingen daaraan behoefte hebben.

Paragraaf 7. Slotbepalingen

Artikel 16

De Stichting Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel te Leusden is mede belast met het toezicht op de naleving door de bij haar aangeslotenen van de bij deze regeling gestelde voorschriften.

Artikel 16a

Als methoden van onderzoek welke bij uitsluiting beslissend zijn voor de vaststelling of met betrekking tot zuigelingenvoeding of opvolgzuigelingenvoeding al dan niet is voldaan aan artikel 6a, worden aangewezen de algemeen aanvaarde gestandaardiseerde methoden.

Artikel 17

De Regeling zuigelingenvoeding (Warenwet) wordt ingetrokken.

Artikel 18

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juni 1994.

Artikel 19

Deze regeling wordt aangehaald als: Warenwetregeling Zuigelingenvoeding. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Bijlage I. (Bij

Bijlage II. (Bij

Essentiële samenstellingen van opvolgzuigelingenvoeding na oplossen volgens de instructies van de fabrikant

NB: De aangegeven waarden hebben betrekking op het gebruiksklare produkt.

Bijlage III. (Bij artikel 2, onder a en c, en artikel 11, tweede lid, onder a)

Bijlage IV. (Bij

Criteria voor de samenstelling van volledige zuigelingenvoeding waarbij bepaalde vermeldingen zijn toegelaten

Bijlage V. (Bij

Essentiële en semi-essentiële aminozuren in moedermelk

Het gehalte aan essentiële en semi-essentiële aminozuren van moedermelk, uitgedrukt in mg per 100 kJ en 100 kcal, is als volgt:

Bijlage VI. (Bij

Aminozuursamenstelling van caseine en moedermelkeiwit

De aminozuursamenstelling van caseïne en moedermelkeiwit (g/100 g eiwit) is als volgt:

Bijlage VII. (Bij

Mineralen in koemelk

Als referentie gelden de volgende gehaltes aan mineralen van koemelk, uitgedrukt per 100 g vetvrije droge stof en per g eiwit:

Bijlage VIII

Vervallen.

Bijlage IX. behoort bij

Referentiewaarden voor de voedingswaarde-etikettering van voor zuigelingen en peuters bestemde eet- en drinkwaren

Bijlage X

Deze bijlage behoort bij artikel 6a, onder a.

De in artikel 6a, onder a, bedoelde bestrijdingsmiddelen en omschrijving van de desbetreffende residuen zijn:

disulfoton (som van disulfoton, disulfotonsulfoxide en disulfotonsulfon, uitgedrukt als disulfoton)

fensulfothion (som van fensulfothion, het zuurstofanalogon daarvan en de sulfonen van deze stoffen, uitgedrukt als fensulfothion)

fentin, uitgedrukt als trifenyltin-kation

haloxyfop (som van haloxyfop en de zouten en esters daarvan, met inbegrip van conjugaten, uitgedrukt als haloxyfop)

heptachloor en trans-heptachloor-epoxide, uitgedrukt als heptachloor

hexachloorbenzeen

nitrofeen

omethoaat

terbufos (som van terbufos, het sulfoxide en het sulfon ervan, uitgedrukt als terbufos)

aldrin en dieldrin, uitgedrukt als dieldrin

endrin

Bijlage XI

Deze bijlage behoort bij artikel 6a, onder b.

De in artikel 6a, onder b, bedoelde bestrijdingsmiddelen en maximumgehalten aan residuen zijn: