rijk/pbo/interim-besluit-bestrijding-infectieuze-coryza-en-salmonella-gallinarum-bij-plui/BWBR0027175/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

9.6 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Interim-Besluit bestrijding infectieuze coryza en Salmonella Gallinarum bij pluimvee (PPE) 2009 BWBR0027175 pbo geldend 2009-11-07 https://wetten.overheid.nl/BWBR0027175 Interim-Besluit bestrijding infectieuze coryza en Salmonella Gallinarum bij pluimvee (PPE) 2009

Interim-Besluit bestrijding infectieuze coryza en Salmonella Gallinarum bij pluimvee (PPE) 2009

Artikel 1

Dit besluit hanteert de begripsbepalingen zoals vastgesteld in artikel 1 van de Verordening productie van en handel in broedeieren en levend pluimvee 2003 en verstaat voorts onder:

Artikel 2

1. De voorzitter stelt, namens het bestuur, bij besluit vast in welk gebied de aanwezigheid van infectieuze coryza of Salmonella Gallinarum is vastgesteld en waarvoor specifieke bestrijdingsmaatregelen als bedoeld in dit besluit gelden. Dit besluit wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

2. In het besluit bedoeld in het eerste lid wordt een kaart van het gebied opgenomen waaruit blijkt voor welk gebied dan wel welke gebieden in Nederland de bestrijdingsmaatregelen gelden (en welke ondernemingen hierdoor geraakt kunnen worden).

3. Aan de ondernemer die kippen, kalkoenen of eenden houdt binnen het vastgestelde gebied kunnen aan de hand van het geregistreerde UBN of KIPnummer, door de voorzitter, namens het bestuur, bestrijdingsmaatregelen als bedoeld in de artikelen 3 en 4 worden opgelegd.

Artikel 3

1. De voorzitter kan, namens het bestuur, een ondernemer die kippen, kalkoenen of eenden houdt binnen een straal van drie kilometer rondom een onderneming waar de aanwezigheid van infectieuze coryza of Salmonella Gallinarum is vastgesteld, gelasten voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf weken zijn kippen, kalkoenen of eenden te houden in een ruimte, die zodanig is afgeschermd dat wordt voorkomen dat andere vogels of hun uitwerpselen in deze ruimte kunnen doordringen.

2. In afwijking van het eerste lid kan de voorzitter de ondernemer die kippen, kalkoenen of eenden volgens de biologische productiemethode, als bedoeld in Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2092/91, houdt binnen een straal van drie kilometer rondom een onderneming waar de aanwezigheid van infectieuze coryza of Salmonella Gallinarum is vastgesteld, adviseren voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf weken zijn kippen, kalkoenen of eenden te houden in een ruimte, die zodanig is afgeschermd dat wordt voorkomen dat andere vogels of hun uitwerpselen in deze ruimte kunnen doordringen. De voorzitter kan, namens het bestuur, deze ondernemer verplichten diens pluimvee intensief door een dierenarts te laten monitoren en door een laboratorium te laten onderzoeken op de aanwezigheid van infectieuze coryza of Salmonella Gallinarum.

3. De voorzitter kan namens het bestuur, in het geval de aanwezigheid van Salmonella Gallinarum of infectieuze coryza op de onderneming is vastgesteld, de ondernemer gelasten het protocol na te leven dat is opgenomen in de bijlage bij dit besluit, waarin werkvoorschriften zijn gegeven ten aanzien van de wijze en frequentie van vaccinatie, hygiëne-, reinigings- en ontsmettingsmaatregelen en ongediertebestrijding.

4. De voorzitter kan namens het bestuur aan de ondernemer gelasten dat zijn kippen, kalkoenen of eenden worden gevaccineerd tegen Salmonella Gallinarum.

Artikel 4

De voorzitter kan de ondernemer adviseren tot vaccinatie tegen infectieuze coryza van door hem gehouden kippen, kalkoenen of eenden.

Artikel 5

De voorzitter kan ondernemers adviseren bij het vervoer van kippen, kalkoenen, eenden of mest maatregelen toe te passen ter preventie en bestrijding van Salmonella Gallinarum of infectieuze coryza.

Artikel 6

Dit besluit kan worden aangehaald als: Interim-Besluit bestrijding infectieuze coryza en Salmonella Gallinarum bij pluimvee (PPE) 2009).

Artikel 7

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Bijlage . : Protocol inzake Salmonella gallinarum en infectieuze coryza

Houd er rekening mee dat de door SG veroorzaakte uitval de normen van de meldingsplicht kan overschrijden. Raadpleeg dan uw dierenarts en meld het probleem bij het centrale meldnummer van VWA.

Het klinische beeld van SG is niet uniek voor deze ziekte.

Bijvoorbeeld:

Uitsluitsel kan verkregen worden door bacteriologisch onderzoek. Wij raden u daarom aan om in geval van verdenking, in overleg met uw dierenarts, dieren (levende, maar ook meerdere recent overleden hennen) op te sturen naar GD voor sectie.

Bedenk dat het standaard Salmonella onderzoek, de zogenaamde Branchemethode, zoals wordt toegepast bij het onderzoek van overschoentjes de SG-bacterie niet aantoont.

In afwachting van de uitslag raden wij u aan alle benodigde hygiënemaatregelen in acht te nemen om verspreiding van de bacterie tegen te gaan. Als wij SG vinden bij de door u opgestuurde dieren, dan krijgt u in eerste instantie een sectie uitslag waarop staat dat er een "onbewegelijke Salmonella uit groep D" is gevonden. Dit betekent dat er een hele grote kans is dat uw dieren met SG besmet zijn. Verdere typering wordt uitgevoerd door het RIVM, maar op de uitslag van dat onderzoek moet u zeker niet wachten. Wij raden u aan om vanaf dit moment zo spoedig mogelijk contact op te nemen met uw dierenarts. Als leidraad voor mogelijke acties kunt u kijken naar ons hoofdstuk "wat te doen na het aantonen van de besmetting in uw koppel?".

Neem, als u dat al niet eerder had gedaan, contact met uw bedrijfsdierenarts (een door de KNMvD erkend pluimveedierenarts om een plan van aanpak door te spreken.

Reiniging en desinfectie dienen zeer uitvoerig te gebeuren. SG is normaal gevoelig voor de algemeen gebruikte desinfectiemiddelen, maar wordt hier gemakkelijk tegen beschermd door organische materialen zoals mest. Na nat reinigen kan de desinfectie het best uitgevoerd worden door een erkend servicebedrijf.

Ongediertebestrijding, door een hierin gespecialiseerd bedrijf, is belangrijk. Doordat SG zeer lang in mest en ongedierte (o.a. ratten en muizen, maar ook bloedluis) kan overleven, is het belangrijk om niet enkel de stal, maar ook de omgeving van de stal van deze twee componenten vrij te maken.

In geval er sprake is van een uitloop dan dient ook deze zo goed mogelijk opgeruimd, gereinigd en ontsmet te worden, bijvoorbeeld door de gehele uitloop meerdere malen om te zetten en te behandelen met kalk.

Controle op reiniging en desinfectie wordt het best uitgevoerd door een erkende HOSOWO instantie. Het is belangrijk om met deze instantie te overleggen dat er onderzoek uitgevoerd wordt waarmee SG aangetoond kan worden. De meest gebruikte kweekmethode voor oa Salmonella Enteritidis en Salmonella Typhimurium (de zgn "Branche methode") is hiervoor niet geschikt.

Het volgende koppel dient volgens voorschrift van de vaccinfabrikant geënt te zijn tegen SG. Dit betekent een dubbele injectie enting, met 6 weken tussentijd, waarvan de laatste enting tenminste 2 weken voor transport naar het legbedrijf toegediend is. Aan koppels die opgezet worden op een bedrijf waar een verhoogd risico is voor besmetting kan daarnaast nog een extra enting met dode entstof tegen Salmonella Enteritidis (In Nederland geregistreerd: Salenvac van Intervet SPAH) gegeven worden. Van dit soort vaccins wordt verwacht dat zij een versterkend effect op een levende SG9R vaccinatie kunnen hebben. Door tijdens de legperiode iedere 12 weken te hervaccineren tegen SG kan de bescherming van het vaccin uit de opfok tot het eind van de productieronde in stand gehouden worden. Overweeg bij de keuze voor een koppel dat niet alle kippenrassen even gevoelig lijken te zijn aan de ziekte (sinds 2002 is SG in Nederland door de GD enkel bij bruine leghennen vastgesteld).

Omdat een met Coryza geïnfecteerd koppel levenslang besmet is, heeft ook een subklinische (dus zonder ziekte) infectie een groot effect op uw bedrijfsvoering. Bijvoorbeeld op de beslissing om te ruien of een ruikoppel aan te voeren. Het is dus van groot belang om een correcte diagnose te kunnen stellen. U leest hier meer daarover op de GD website.

Houdt er rekening mee dat, ongeacht de behandeling of aanpak, de bacterie levenslang aanwezig blijft in eenmaal besmette koppels. Het opnieuw opflakkeren van de ziekte blijft bij deze koppels steeds mogelijk!

Neem, als u dat al niet eerder had gedaan, contact met uw bedrijfsdierenarts (een door de KNMvD erkend pluimveedierenarts dit wordt mogelijk op korte termijn een verplichting vanuit het PPE) om een plan van aanpak door te spreken.

Het is wenselijk de stal na het ruimen van de dieren af te sluiten en gedurende 3 dagen niet te betreden.

Op een éénleeftijdbedrijf kan de reiniging en desinfectie na deze periode op de standaard wijze uitgevoerd worden. Op een meerleeftijdenbedrijf is het goed mogelijk dat de bacterie ook aanwezig is in de andere stal(len). Op dit soort bedrijven kan het zeer moeilijk zijn om de bacterie kwijt te raken. Het nieuw te plaatsen koppel dient in de opfok tweemaal tegen Coryza gevaccineerd te zijn.

Voor koppels die een reëel risico op besmetting lopen wordt geadviseerd deze te vaccineren. Het gaat hierbij, naast bovengenoemde situatie, om:

Vanwege de beperkte beschikbaarheid van het vaccin wordt voorlopig de volgende prioritering aangehouden:

Hoogste prioriteit: Opfok bestemd voor besmette bedrijven met meer leeftijden.

Gevolgd door: Opfok bestemd voor uitloopbedrijven binnen de 3km gebieden.

Het ruien van besmette koppels wordt sterk afgeraden, ook als de dieren geen tekenen van ziekte vertonen.