40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
122 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Standaard voor Kwaliteitsmanagement 1, bij afkorting SKM1 | BWBR0052132 | pbo | geldend | 2026-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0052132 | Standaard voor Kwaliteitsmanagement 1, bij afkorting SKM1 |
Standaard voor Kwaliteitsmanagement 1, bij afkorting SKM1
. Preambule
Het bestuur van de Nederlandse beroepsorganisatie van accountants (NBA) onderschrijft de strategische doelstelling van de International Federation of Accountants (IFAC) om een accountantsberoep te ontwikkelen en te bevorderen dat in staat is op uniforme wijze diensten te verlenen van hoge kwaliteit ten behoeve van het algemeen belang.
Als lid van de International Federation of Accountants (IFAC) is de NBA verplicht de Standaarden van de IAASB in wet- en regelgeving te implementeren, voor zover dat onder de Nederlandse wet- en regelgeving mogelijk is.
In december 2020 heeft de IFAC via de International Auditing and Assurance Standards Board (IAASB) de Final Pronouncement van de International Standard on Quality Management (ISQM) 1 gepubliceerd. De NBA heeft de vertaling daarvan opgenomen in deze standaard (Standaard voor kwaliteitsmanagement 1).
De leden gehoord:
. Standaard voor kwaliteitsmanagement 1:
-
-
Deze Standaard voor kwaliteitsmanagement behandelt de verantwoordelijkheden van een kantoor voor het opzetten, implementeren en in werking houden van een kwaliteitsmanagementsysteem voor:
• controles of beoordelingen van financiële overzichten; of • andere assurance-opdrachten; of • aan assurance verwante opdrachten.
-
• • controles of beoordelingen van financiële overzichten; of • • andere assurance-opdrachten; of • • aan assurance verwante opdrachten. 2. 2. Opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelingen maken deel uit van het kwaliteitsmanagementsysteem van het kantoor en:
a.
deze Standaard behandelt de verantwoordelijkheid van het kantoor om beleid of procedures vast te stellen voor opdrachten die onderworpen dienen te zijn aan opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelingen.
b.
*Verordening (EU) 537/2014 en het Besluit toezicht accountantsorganisaties behandelen:*
•
de aanstelling en de geschiktheid van de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelaar; en
•
de uitvoering en documentatie van de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling.
a. a. deze Standaard behandelt de verantwoordelijkheid van het kantoor om beleid of procedures vast te stellen voor opdrachten die onderworpen dienen te zijn aan opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelingen. b. b.
*Verordening (EU) 537/2014 en het Besluit toezicht accountantsorganisaties behandelen:*
•
de aanstelling en de geschiktheid van de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelaar; en
•
de uitvoering en documentatie van de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling.
• • de aanstelling en de geschiktheid van de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelaar; en • • de uitvoering en documentatie van de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling. 3. 3. De Nadere Voorschriften Controle- en Overige Standaarden van de NBA:
a.
zijn gebaseerd op het beginsel dat het kantoor is onderworpen aan de Standaarden voor kwaliteitsmanagement; en
b.
omvatten vereisten voor opdrachtpartners en andere leden van opdrachtteams met betrekking tot het kwaliteitsmanagement op het niveau van de opdracht. Standaard 220 behandelt bijvoorbeeld de specifieke verantwoordelijkheden van de accountant inzake het kwaliteitsmanagement op opdrachtniveau voor een controle van financiële overzichten en de daarmee samenhangende verantwoordelijkheden van de opdrachtpartner. (Zie Par. A1)
a. a. zijn gebaseerd op het beginsel dat het kantoor is onderworpen aan de Standaarden voor kwaliteitsmanagement; en b. b. omvatten vereisten voor opdrachtpartners en andere leden van opdrachtteams met betrekking tot het kwaliteitsmanagement op het niveau van de opdracht. Standaard 220 behandelt bijvoorbeeld de specifieke verantwoordelijkheden van de accountant inzake het kwaliteitsmanagement op opdrachtniveau voor een controle van financiële overzichten en de daarmee samenhangende verantwoordelijkheden van de opdrachtpartner. (Zie Par. A1) 4. 4. Deze Standaard moet in samenhang worden gelezen met de relevante ethische voorschriften. Wet- en regelgeving of relevante ethische voorschriften kunnen verantwoordelijkheden voor het kwaliteitsmanagement van het kantoor vaststellen die verder gaan dan de verantwoordelijkheden die in deze Standaard zijn beschreven. (Zie Par. A2) 5. 5. Deze Standaard is van toepassing op alle kantoren die één of meerdere van de volgende opdrachten uitvoeren:
•
controles of beoordelingen van financiële overzichten; of
•
andere assurance-opdrachten; of
•
aan assurance verwante opdrachten.
Het kwaliteitsmanagementsysteem dat in overeenstemming met de vereisten van deze Standaard is ingericht, maakt de consistente uitvoering van voornoemde opdrachten mogelijk.
• • controles of beoordelingen van financiële overzichten; of • • andere assurance-opdrachten; of • • aan assurance verwante opdrachten.
-
-
Een kwaliteitsmanagementsysteem functioneert niet lineair, maar op een continue en iteratieve manier. Het speelt in op veranderingen in de aard en omstandigheden van het kantoor en van zijn opdrachten. In het kader van deze Standaard omvat een kwaliteitsmanagementsysteem de volgende acht componenten. (Zie Par. A3)
a. het risico-inschattingsproces van het kantoor; b. governance en leiding; c. relevante ethische voorschriften; d. aanvaarding en continuering van cliëntrelaties en specifieke opdrachten; e. opdrachtuitvoering; f. middelen; g. informatie en communicatie; en h. het monitoring- en herstelproces.
-
a. a. het risico-inschattingsproces van het kantoor; b. b. governance en leiding; c. c. relevante ethische voorschriften; d. d. aanvaarding en continuering van cliëntrelaties en specifieke opdrachten; e. e. opdrachtuitvoering; f. f. middelen; g. g. informatie en communicatie; en h. h. het monitoring- en herstelproces. 7. 7. Deze Standaard vereist dat het kantoor een risicogerichte aanpak toepast bij het gecoördineerd opzetten, implementeren en in werking houden van de componenten van het kwaliteitsmanagementsysteem in onderlinge samenhang. Zo beheerst het kantoor proactief de kwaliteit van zijn opdrachten. (Zie Par. A4) 8. 8. De risicogerichte aanpak is geïntegreerd in de vereisten van deze Standaard via:
a.
het vaststellen van kwaliteitsdoelstellingen. De kwaliteitsdoelstellingen van het kantoor bestaan uit doelstellingen met betrekking tot de componenten van het kwaliteitsmanagementsysteem die het kantoor moet bereiken.
Het kantoor dient het volgende vast te stellen:
•
de kwaliteitsdoelstellingen die zijn voorgeschreven in deze Standaard; en
•
iedere aanvullende kwaliteitsdoelstelling die het kantoor noodzakelijk acht om de doelstellingen van het kwaliteitsmanagementsysteem te bereiken.
b.
het identificeren en inschatten van risico’s voor het bereiken van de kwaliteitsdoelstellingen (in deze Standaard ‘kwaliteitsrisico’s’ genoemd). Het kantoor moet kwaliteitsrisico’s identificeren en inschatten om een basis te verschaffen voor het opzetten en implementeren van maatregelen daarop.
c.
het opzetten en implementeren van maatregelen om de kwaliteitsrisico’s te mitigeren. De aard, timing en omvang van de maatregelen van het kantoor om de kwaliteitsrisico’s te mitigeren zijn gebaseerd, en spelen in op de redenen voor de inschattingen die zijn gemaakt van de kwaliteitsrisico’s.
a. a. het vaststellen van kwaliteitsdoelstellingen. De kwaliteitsdoelstellingen van het kantoor bestaan uit doelstellingen met betrekking tot de componenten van het kwaliteitsmanagementsysteem die het kantoor moet bereiken. Het kantoor dient het volgende vast te stellen:
•
de kwaliteitsdoelstellingen die zijn voorgeschreven in deze Standaard; en
•
iedere aanvullende kwaliteitsdoelstelling die het kantoor noodzakelijk acht om de doelstellingen van het kwaliteitsmanagementsysteem te bereiken.
• • de kwaliteitsdoelstellingen die zijn voorgeschreven in deze Standaard; en • • iedere aanvullende kwaliteitsdoelstelling die het kantoor noodzakelijk acht om de doelstellingen van het kwaliteitsmanagementsysteem te bereiken. b. b. het identificeren en inschatten van risico’s voor het bereiken van de kwaliteitsdoelstellingen (in deze Standaard ‘kwaliteitsrisico’s’ genoemd). Het kantoor moet kwaliteitsrisico’s identificeren en inschatten om een basis te verschaffen voor het opzetten en implementeren van maatregelen daarop. c. c. het opzetten en implementeren van maatregelen om de kwaliteitsrisico’s te mitigeren. De aard, timing en omvang van de maatregelen van het kantoor om de kwaliteitsrisico’s te mitigeren zijn gebaseerd, en spelen in op de redenen voor de inschattingen die zijn gemaakt van de kwaliteitsrisico’s. 9. 9. Deze Standaard vereist dat de persoon (of personen) met de eindverantwoordelijkheid voor het kwaliteitsmanagementsysteem ten minste jaarlijks namens het kantoor het kwaliteitsmanagementsysteem evalueert en tot een conclusie komt of het kwaliteitsmanagementsysteem een redelijke mate van zekerheid aan het kantoor verschaft dat de doelstellingen van het systeem in paragraaf 14 (a) en (b) worden bereikt. (Zie Par. A5)
-
Bij het toepassen van een risicogerichte aanpak dient het kantoor rekening te houden met:
a. de aard en omstandigheden van het kantoor; en b. de aard en omstandigheden van de opdrachten die worden uitgevoerd door het kantoor.Hierdoor zal de opzet van het kwaliteitsmanagementsysteem van het kantoor, met name de complexiteit en formaliteit ervan, variëren. Een kantoor dat bijvoorbeeld verschillende soorten opdrachten uitvoert voor een grote verscheidenheid aan entiteiten, waaronder controles van de financiële overzichten van organisaties van openbaar belang, zal waarschijnlijk een complexer en meer geformaliseerd kwaliteitsmanagementsysteem en ondersteunende documentatie nodig hebben dan een kantoor dat alleen beoordelingen van financiële overzichten of samenstellingsopdrachten uitvoert. a. a. de aard en omstandigheden van het kantoor; en b. b. de aard en omstandigheden van de opdrachten die worden uitgevoerd door het kantoor.
-
Deze Standaard behandelt de verantwoordelijkheden van het kantoor indien het kantoor:
a. behoort tot een netwerk en het kantoor voldoet aan de netwerkvereisten of gebruik maakt van netwerkdiensten als onderdeel van het kwaliteitsmanagementsysteem of bij de uitvoering van opdrachten; of b. gebruik maakt van de middelen van een serviceprovider in het kwaliteitsmanagementsysteem of bij de uitvoering van opdrachten.Zelfs indien het kantoor voldoet aan de netwerkvereisten of gebruik maakt van netwerkdiensten of van middelen van een serviceprovider, is het kantoor verantwoordelijk voor zijn kwaliteitsmanagementsysteem. a. a. behoort tot een netwerk en het kantoor voldoet aan de netwerkvereisten of gebruik maakt van netwerkdiensten als onderdeel van het kwaliteitsmanagementsysteem of bij de uitvoering van opdrachten; of b. b. gebruik maakt van de middelen van een serviceprovider in het kwaliteitsmanagementsysteem of bij de uitvoering van opdrachten.
-
Paragraaf 14 bevat de doelstelling van het kantoor bij het naleven van deze Standaard. Deze Standaard bevat: (Zie Par. A6)
a. vereisten die erop gericht zijn het kantoor in staat te stellen de doelstelling in paragraaf 14 te bereiken; (Zie Par. A7) b. bijbehorende uitleg in de vorm van toelichtingen; (Zie Par. A8) c. inleidende teksten die relevante context bieden voor een goed inzicht in deze Standaard, en d. definities. (Zie Par. A9)
a. a. vereisten die erop gericht zijn het kantoor in staat te stellen de doelstelling in paragraaf 14 te bereiken; (Zie Par. A7) b. b. bijbehorende uitleg in de vorm van toelichtingen; (Zie Par. A8) c. c. inleidende teksten die relevante context bieden voor een goed inzicht in deze Standaard, en d. d. definities. (Zie Par. A9)
*Deze Standaard voor Kwaliteitsmanagement 1 treedt in werking op 15 december 2025. In het geval de Staatscourant waarin deze Standaard wordt gepubliceerd verschijnt na 31 december 2025, dan treedt deze Standaard in werking op de dag na publicatie in de Staatscourant en werkt terug tot 15 december 2025.*
-
De doelstelling van het kantoor is het opzetten, implementeren en in werking houden van een kwaliteitsmanagementsysteem voor het uitvoeren door het kantoor van controles of beoordelingen van financiële overzichten, of voor andere assurance-opdrachten of aan assurance verwante opdrachten, dat een redelijke mate van zekerheid verschaft dat:
a. het kantoor en zijn personeel: • hun verantwoordelijkheden vervullen in overeenstemming met professionele standaarden en met geldende wet- en regelgeving; en • opdrachten uitvoeren in overeenstemming met deze standaarden en vereisten; b. de verklaringen en rapporten van het kantoor of van de opdrachtpartners in de gegeven omstandigheden passend zijn.
a. a. het kantoor en zijn personeel:
•
hun verantwoordelijkheden vervullen in overeenstemming met professionele standaarden en met geldende wet- en regelgeving; en
•
opdrachten uitvoeren in overeenstemming met deze standaarden en vereisten;
• • hun verantwoordelijkheden vervullen in overeenstemming met professionele standaarden en met geldende wet- en regelgeving; en • • opdrachten uitvoeren in overeenstemming met deze standaarden en vereisten; b. b. de verklaringen en rapporten van het kantoor of van de opdrachtpartners in de gegeven omstandigheden passend zijn. 15. 15. Het algemeen belang is gediend met de consistente uitvoering van opdrachten met de vereiste kwaliteit. De consistente uitvoering van opdrachten met de vereiste kwaliteit is mogelijk door de opzet, implementatie en werking van het kwaliteitsmanagementsysteem. Dit verschaft een redelijke mate van zekerheid aan het kantoor dat de kwaliteitsdoelstellingen zoals bedoeld in paragraaf 14 (a) en (b) worden bereikt. Opdrachten met de vereiste kwaliteit worden gerealiseerd door:
•
het plannen en uitvoeren van opdrachten; en
•
het rapporteren daarover
in overeenstemming met:
•
professionele standaarden; en
•
geldende wet- en regelgeving.
Het bereiken van de doelstellingen van deze standaarden en het naleven van de geldende wet- of regelgeving, omvat het toepassen van professionele oordeelsvorming, alsmede, indien van toepassing op het soort opdracht, een professioneel-kritische instelling.
• • het plannen en uitvoeren van opdrachten; en • • het rapporteren daarover • • professionele standaarden; en • • geldende wet- en regelgeving.
-
In het kader van deze Standaard hebben de volgende termen de hierna aangegeven betekenissen:
a. *tekortkoming in het kwaliteitsmanagementsysteem van het kantoor1In de ISQM1 staat steeds dat het gaat om het kwaliteitsmanagementsysteem van het kantoor (cursivering NBA). In de Nederlandse tekst blijft het steeds noemen van ‘van het kantoor’ achterwege in de context van het kwaliteitsmanagementsysteem.* (in deze Standaard ‘tekortkoming’ genoemd) – Er is sprake van een tekortkoming indien: (Zie Par. A10, A159–A160) i. een kwaliteitsdoelstelling die nodig is om de doelstelling van het kwaliteitsmanagementsysteem te bereiken, niet is vastgesteld; ii. een kwaliteitsrisico, of een combinatie van kwaliteitsrisico’s, niet is geïdentificeerd of niet naar behoren is ingeschat; (Zie Par. A11) iii. een maatregel, of een combinatie van maatregelen, de kans dat een gerelateerd kwaliteitsrisico zich voordoet niet tot een aanvaardbaar laag niveau terugbrengt omdat de maatregel(en) niet naar behoren is opgezet, geïmplementeerd, of effectief werkt; of iv. een ander aspect van het kwaliteitsmanagementsysteem ontbreekt, niet naar behoren is opgezet, geïmplementeerd of niet effectief werkt, waardoor niet is voldaan aan een vereiste van deze Standaard. (Zie Par. A12) b. *opdrachtdocumentatie* – vastlegging van het uitgevoerde werk, de behaalde resultaten en de conclusies die de accountant heeft getrokken (soms wordt ook een term als ‘werkdocumenten’ gebruikt). c. *opdrachtpartner2Opdrachtpartner’ en ‘partner’ moeten worden gelezen als verwijzend naar hun publieke-sector equivalenten, waar relevant.* – partner of andere persoon aangesteld door het kantoor, die verantwoordelijk is voor de opdracht, voor de uitvoering daarvan en voor de verklaring of het rapport dat namens het kantoor wordt uitgebracht en aan wie, indien vereist, door een beroepsorganisatie of een wettelijke, regelgevende of toezichthoudende instantie passende bevoegdheden zijn toegekend. d. *opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling* – objectieve evaluatie van de significante oordeelsvormingen van het opdrachtteam en de conclusies die daaruit zijn getrokken, uitgevoerd door de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelaar en afgerond op of voorafgaand aan de datum van de verklaring of het rapport. e. *opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelaar* – partner, een andere persoon binnen het accountantskantoor of een externe persoon, die door het kantoor is benoemd om de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling uit te voeren. f. *opdrachtteam* – alle partners en staf die de opdracht uitvoeren, alsmede alle andere personen die werkzaamheden voor de opdracht uitvoeren, met uitzondering van een door de accountant ingeschakelde externe deskundige3Standaard 620, Gebruikmaken van de werkzaamheden van een door de accountant ingeschakelde deskundige, paragraaf 6(a) geeft een definitie voor de term ‘door de accountant ingeschakelde deskundige’. of interne auditors die directe ondersteuning op een opdracht verlenen. (Zie Par. A13) g. *externe inspecties* – Inspecties of onderzoeken uitgevoerd door een externe toezichthoudende instantie met betrekking tot het kwaliteitsmanagementsysteem van het kantoor of de door kantoor uitgevoerde opdrachten. (Zie Par. A14) h. *bevindingen* (met betrekking tot een kwaliteitsmanagementsysteem) – Informatie over de opzet, implementatie en werking van het kwaliteitsmanagementsysteem die is verzameld bij het uitvoeren van monitoringactiviteiten, externe inspecties en andere relevante bronnen, en die aangeeft dat er mogelijk één of meer tekortkomingen zijn. (Zie Par. A15–A17) i. *kantoor* – een zelfstandige accountant, een maatschap of vennootschap of andere entiteit waar accountants assurance of aan assurance verwante opdrachten uitvoeren, of een equivalent in de publieke sector. (Zie Par. A18) j. *andere beursgenoteerde onderneming* – beursgenoteerde onderneming die geen organisatie van openbaar belang (oob) is. Het gaat hier om beursgenoteerde ondernemingen die niet op een gereglementeerde beurs in de Europees Economische Ruimte (EER) zijn genoteerd. k. *netwerkonderdeel* – kantoor of andere entiteit die behoort tot een netwerk van het kantoor. l. *netwerk* – grotere structuur (Zie Par. A19) i. die gericht is op samenwerking; en ii. die duidelijk gericht is op winst- of kostendeling, of het delen van gemeenschappelijk eigendom, zeggenschap of bestuur, gemeenschappelijk beleid en procedures inzake kwaliteitsmanagement, een gemeenschappelijke bedrijfsstrategie, het gebruik van een gemeenschappelijke merknaam, of een aanzienlijk deel van de bedrijfsmiddelen. m. *partner* – iedere persoon met bevoegdheid om namens het kantoor verbintenissen aan te gaan betreffende de uitvoering van een opdracht betreffende een professionele dienst; n. *personeel* – partners en staf binnen het kantoor. (Zie Par. A20–A21) o. *professionele oordeelsvorming* – toepassen van relevante training, kennis en ervaring, in de context van professionele standaarden bij het maken van weloverwogen keuzes over de te treffen maatregelen bij het opzetten, implementeren en in werking houden van het kwaliteitsmanagementsysteem van het kantoor. p. *professionele standaarden* – Standaarden uit de NV COS en relevante ethische voorschriften. q. *kwaliteitsdoelstellingen* – De gewenste resultaten die het kantoor moet bereiken met betrekking tot de componenten van het kwaliteitsmanagementsysteem. r. *kwaliteitsrisico* – Een risico met een redelijke kans op: i. voorkomen; en ii. het negatief beïnvloeden, afzonderlijk of in combinatie met andere risico’s, van het bereiken van één of meer kwaliteitsdoelstellingen. s. *redelijke mate van zekerheid* – In de context van de Standaarden voor kwaliteitsmanagement, een hoge, maar niet absolute, mate van zekerheid. t. *relevante ethische voorschriften* – ethische voorschriften waaraan accountants onderworpen zijn bij het uitvoeren van opdrachten. Relevante ethische voorschriften bestaan gewoonlijk uit de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA) en, indien van toepassing, de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) samen met de daarop gebaseerde Nadere Voorschriften en overige relevante vereisten die stringenter zijn. (Zie Par. A22–A24, A62) u. *maatregel (met betrekking tot een kwaliteitsmanagementsysteem)* – Beleid of procedures die het kantoor heeft opgezet en geïmplementeerd om één of meer kwaliteitsrisico’s te mitigeren: (Zie Par. A25–A27, A50) i. beleid is een uiteenzetting over wat wel of niet moet worden gedaan om een of meer kwaliteitsrisico’s te mitigeren. Dergelijke uiteenzettingen kunnen worden gedocumenteerd, expliciet worden gecommuniceerd of impliciet voortvloeien uit handelingen en besluiten. ii. procedures zijn handelingen om beleid te implementeren. v. *serviceprovider (in de context van deze Standaard)* – persoon of organisatie buiten het kantoor die een middel ter beschikking stelt dat in het kwaliteitsmanagementsysteem of bij de uitvoering van opdrachten wordt gebruikt. Serviceproviders vallen buiten het netwerk van het kantoor, andere netwerkonderdelen, en andere structuren of organisaties in het netwerk. (Zie Par. A28, A105) w. *staf* – andere professionals dan partners, waaronder eventuele deskundigen die in dienst zijn van het kantoor. x. *kwaliteitsmanagementsysteem* – een systeem dat door een kantoor is opgezet, geïmplementeerd en in werking wordt gehouden om het kantoor een redelijke mate van zekerheid te verschaffen dat: i. het kantoor en zijn personeel hun verantwoordelijkheden in overeenstemming met de professionele standaarden en geldende wet- en regelgeving vervullen en de opdrachten uitvoeren in overeenstemming met dergelijke standaarden en vereisten; en ii. verklaringen en rapporten van het kantoor of de opdrachtpartners in de omstandigheden passend zijn.
a. a.
*tekortkoming in het kwaliteitsmanagementsysteem van het kantoor1In de ISQM1 staat steeds dat het gaat om het kwaliteitsmanagementsysteem van het kantoor (cursivering NBA). In de Nederlandse tekst blijft het steeds noemen van ‘van het kantoor’ achterwege in de context van het kwaliteitsmanagementsysteem.* (in deze Standaard ‘tekortkoming’ genoemd) – Er is sprake van een tekortkoming indien: (Zie Par. A10, A159–A160)
i.
een kwaliteitsdoelstelling die nodig is om de doelstelling van het kwaliteitsmanagementsysteem te bereiken, niet is vastgesteld;
ii.
een kwaliteitsrisico, of een combinatie van kwaliteitsrisico’s, niet is geïdentificeerd of niet naar behoren is ingeschat; (Zie Par. A11)
iii.
een maatregel, of een combinatie van maatregelen, de kans dat een gerelateerd kwaliteitsrisico zich voordoet niet tot een aanvaardbaar laag niveau terugbrengt omdat de maatregel(en) niet naar behoren is opgezet, geïmplementeerd, of effectief werkt; of
iv.
een ander aspect van het kwaliteitsmanagementsysteem ontbreekt, niet naar behoren is opgezet, geïmplementeerd of niet effectief werkt, waardoor niet is voldaan aan een vereiste van deze Standaard. (Zie Par. A12)
i. i. een kwaliteitsdoelstelling die nodig is om de doelstelling van het kwaliteitsmanagementsysteem te bereiken, niet is vastgesteld; ii. ii. een kwaliteitsrisico, of een combinatie van kwaliteitsrisico’s, niet is geïdentificeerd of niet naar behoren is ingeschat; (Zie Par. A11) iii. iii. een maatregel, of een combinatie van maatregelen, de kans dat een gerelateerd kwaliteitsrisico zich voordoet niet tot een aanvaardbaar laag niveau terugbrengt omdat de maatregel(en) niet naar behoren is opgezet, geïmplementeerd, of effectief werkt; of iv. iv. een ander aspect van het kwaliteitsmanagementsysteem ontbreekt, niet naar behoren is opgezet, geïmplementeerd of niet effectief werkt, waardoor niet is voldaan aan een vereiste van deze Standaard. (Zie Par. A12) b. b.
*opdrachtdocumentatie* – vastlegging van het uitgevoerde werk, de behaalde resultaten en de conclusies die de accountant heeft getrokken (soms wordt ook een term als ‘werkdocumenten’ gebruikt).
c. c.
*opdrachtpartner2Opdrachtpartner’ en ‘partner’ moeten worden gelezen als verwijzend naar hun publieke-sector equivalenten, waar relevant.* – partner of andere persoon aangesteld door het kantoor, die verantwoordelijk is voor de opdracht, voor de uitvoering daarvan en voor de verklaring of het rapport dat namens het kantoor wordt uitgebracht en aan wie, indien vereist, door een beroepsorganisatie of een wettelijke, regelgevende of toezichthoudende instantie passende bevoegdheden zijn toegekend.
d. d.
*opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling* – objectieve evaluatie van de significante oordeelsvormingen van het opdrachtteam en de conclusies die daaruit zijn getrokken, uitgevoerd door de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelaar en afgerond op of voorafgaand aan de datum van de verklaring of het rapport.
e. e.
*opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelaar* – partner, een andere persoon binnen het accountantskantoor of een externe persoon, die door het kantoor is benoemd om de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling uit te voeren.
f. f.
*opdrachtteam* – alle partners en staf die de opdracht uitvoeren, alsmede alle andere personen die werkzaamheden voor de opdracht uitvoeren, met uitzondering van een door de accountant ingeschakelde externe deskundige3Standaard 620, Gebruikmaken van de werkzaamheden van een door de accountant ingeschakelde deskundige, paragraaf 6(a) geeft een definitie voor de term ‘door de accountant ingeschakelde deskundige’. of interne auditors die directe ondersteuning op een opdracht verlenen. (Zie Par. A13)
g. g.
*externe inspecties* – Inspecties of onderzoeken uitgevoerd door een externe toezichthoudende instantie met betrekking tot het kwaliteitsmanagementsysteem van het kantoor of de door kantoor uitgevoerde opdrachten. (Zie Par. A14)
h. h.
*bevindingen* (met betrekking tot een kwaliteitsmanagementsysteem) – Informatie over de opzet, implementatie en werking van het kwaliteitsmanagementsysteem die is verzameld bij het uitvoeren van monitoringactiviteiten, externe inspecties en andere relevante bronnen, en die aangeeft dat er mogelijk één of meer tekortkomingen zijn. (Zie Par. A15–A17)
i. i.
*kantoor* – een zelfstandige accountant, een maatschap of vennootschap of andere entiteit waar accountants assurance of aan assurance verwante opdrachten uitvoeren, of een equivalent in de publieke sector. (Zie Par. A18)
j. j.
*andere beursgenoteerde onderneming* – beursgenoteerde onderneming die geen organisatie van openbaar belang (oob) is. Het gaat hier om beursgenoteerde ondernemingen die niet op een gereglementeerde beurs in de Europees Economische Ruimte (EER) zijn genoteerd.
k. k.
*netwerkonderdeel* – kantoor of andere entiteit die behoort tot een netwerk van het kantoor.
l. l.
*netwerk* – grotere structuur (Zie Par. A19)
i.
die gericht is op samenwerking; en
ii.
die duidelijk gericht is op winst- of kostendeling, of het delen van gemeenschappelijk eigendom, zeggenschap of bestuur, gemeenschappelijk beleid en procedures inzake kwaliteitsmanagement, een gemeenschappelijke bedrijfsstrategie, het gebruik van een gemeenschappelijke merknaam, of een aanzienlijk deel van de bedrijfsmiddelen.
i. i. die gericht is op samenwerking; en ii. ii. die duidelijk gericht is op winst- of kostendeling, of het delen van gemeenschappelijk eigendom, zeggenschap of bestuur, gemeenschappelijk beleid en procedures inzake kwaliteitsmanagement, een gemeenschappelijke bedrijfsstrategie, het gebruik van een gemeenschappelijke merknaam, of een aanzienlijk deel van de bedrijfsmiddelen. m. m.
*partner* – iedere persoon met bevoegdheid om namens het kantoor verbintenissen aan te gaan betreffende de uitvoering van een opdracht betreffende een professionele dienst;
n. n.
*personeel* – partners en staf binnen het kantoor. (Zie Par. A20–A21)
o. o.
*professionele oordeelsvorming* – toepassen van relevante training, kennis en ervaring, in de context van professionele standaarden bij het maken van weloverwogen keuzes over de te treffen maatregelen bij het opzetten, implementeren en in werking houden van het kwaliteitsmanagementsysteem van het kantoor.
p. p.
*professionele standaarden* – Standaarden uit de NV COS en relevante ethische voorschriften.
q. q.
*kwaliteitsdoelstellingen* – De gewenste resultaten die het kantoor moet bereiken met betrekking tot de componenten van het kwaliteitsmanagementsysteem.
r. r.
*kwaliteitsrisico* – Een risico met een redelijke kans op:
i.
voorkomen; en
ii.
het negatief beïnvloeden, afzonderlijk of in combinatie met andere risico’s, van het bereiken van één of meer kwaliteitsdoelstellingen.
i. i. voorkomen; en ii. ii. het negatief beïnvloeden, afzonderlijk of in combinatie met andere risico’s, van het bereiken van één of meer kwaliteitsdoelstellingen. s. s.
*redelijke mate van zekerheid* – In de context van de Standaarden voor kwaliteitsmanagement, een hoge, maar niet absolute, mate van zekerheid.
t. t.
*relevante ethische voorschriften* – ethische voorschriften waaraan accountants onderworpen zijn bij het uitvoeren van opdrachten. Relevante ethische voorschriften bestaan gewoonlijk uit de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA) en, indien van toepassing, de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) samen met de daarop gebaseerde Nadere Voorschriften en overige relevante vereisten die stringenter zijn. (Zie Par. A22–A24, A62)
u. u.
*maatregel (met betrekking tot een kwaliteitsmanagementsysteem)* – Beleid of procedures die het kantoor heeft opgezet en geïmplementeerd om één of meer kwaliteitsrisico’s te mitigeren: (Zie Par. A25–A27, A50)
i.
beleid is een uiteenzetting over wat wel of niet moet worden gedaan om een of meer kwaliteitsrisico’s te mitigeren. Dergelijke uiteenzettingen kunnen worden gedocumenteerd, expliciet worden gecommuniceerd of impliciet voortvloeien uit handelingen en besluiten.
ii.
procedures zijn handelingen om beleid te implementeren.
i. i. beleid is een uiteenzetting over wat wel of niet moet worden gedaan om een of meer kwaliteitsrisico’s te mitigeren. Dergelijke uiteenzettingen kunnen worden gedocumenteerd, expliciet worden gecommuniceerd of impliciet voortvloeien uit handelingen en besluiten. ii. ii. procedures zijn handelingen om beleid te implementeren. v. v.
*serviceprovider (in de context van deze Standaard)* – persoon of organisatie buiten het kantoor die een middel ter beschikking stelt dat in het kwaliteitsmanagementsysteem of bij de uitvoering van opdrachten wordt gebruikt. Serviceproviders vallen buiten het netwerk van het kantoor, andere netwerkonderdelen, en andere structuren of organisaties in het netwerk. (Zie Par. A28, A105)
w. w.
*staf* – andere professionals dan partners, waaronder eventuele deskundigen die in dienst zijn van het kantoor.
x. x.
*kwaliteitsmanagementsysteem* – een systeem dat door een kantoor is opgezet, geïmplementeerd en in werking wordt gehouden om het kantoor een redelijke mate van zekerheid te verschaffen dat:
i.
het kantoor en zijn personeel hun verantwoordelijkheden in overeenstemming met de professionele standaarden en geldende wet- en regelgeving vervullen en de opdrachten uitvoeren in overeenstemming met dergelijke standaarden en vereisten; en
ii.
verklaringen en rapporten van het kantoor of de opdrachtpartners in de omstandigheden passend zijn.
i. i. het kantoor en zijn personeel hun verantwoordelijkheden in overeenstemming met de professionele standaarden en geldende wet- en regelgeving vervullen en de opdrachten uitvoeren in overeenstemming met dergelijke standaarden en vereisten; en ii. ii. verklaringen en rapporten van het kantoor of de opdrachtpartners in de omstandigheden passend zijn.
-
Het kantoor dient iedere vereiste van deze Standaard na te leven, tenzij een vereiste niet relevant is vanwege de aard en omstandigheden van het kantoor of zijn opdrachten. (Zie Par. A29)
-
Om de doelstelling van deze Standaard te begrijpen en de vereisten naar behoren toe te passen dienen:
• de persoon (personen) met de eindverantwoordelijkheid4In ISQM1 staat steeds dat de persoon met de eindverantwoordelijkheid voor het kwaliteitsmanagementsysteem ook verantwoordingsplicht daarvoor heeft. In de Nederlandse context is de verantwoordingsplicht onderdeel van de eindverantwoordelijkheid voor het kwaliteitsmanagementsysteem. Om die reden blijft het steeds noemen van het aspect verantwoordingsplicht achterwege bij de persoon die de eindverantwoordelijkheid voor het kwaliteitsmanagementsysteem heeft. voor het kwaliteitsmanagementsysteem; en • de persoon (personen) met de operationele verantwoordelijkheid daarvoor inzicht te hebben in deze Standaard en ook in de toelichtingen.
• • de persoon (personen) met de eindverantwoordelijkheid4In ISQM1 staat steeds dat de persoon met de eindverantwoordelijkheid voor het kwaliteitsmanagementsysteem ook verantwoordingsplicht daarvoor heeft. In de Nederlandse context is de verantwoordingsplicht onderdeel van de eindverantwoordelijkheid voor het kwaliteitsmanagementsysteem. Om die reden blijft het steeds noemen van het aspect verantwoordingsplicht achterwege bij de persoon die de eindverantwoordelijkheid voor het kwaliteitsmanagementsysteem heeft. voor het kwaliteitsmanagementsysteem; en • • de persoon (personen) met de operationele verantwoordelijkheid daarvoor inzicht te hebben in deze Standaard en ook in de toelichtingen.
-
Het kantoor dient een kwaliteitsmanagementsysteem op te zetten, te implementeren en in werking te houden. Het kantoor dient daarbij professionele oordeelsvorming toe te passen, rekening houdend met de aard en omstandigheden van het kantoor en van zijn opdrachten. De component ‘governance en leiding’ van het kwaliteitsmanagementsysteem creëert de omgeving die de opzet, implementatie en werking van het kwaliteitsmanagementsysteem ondersteunt. (Zie Par. A30–A31)
-
Het kantoor dient het volgende toe te wijzen: (Zie Par. A32–A35)
a. de eindverantwoordelijkheid voor het kwaliteitsmanagementsysteem aan de chief executive officer of managing partner (of aan een gelijkwaardige functie) van het kantoor, of, in voorkomend geval, aan het dagelijks bestuur (of aan een gelijkwaardige orgaan) van het kantoor; b. de operationele verantwoordelijkheid voor het kwaliteitsmanagementsysteem; c. de operationele verantwoordelijkheid voor specifieke aspecten van het kwaliteitsmanagementsysteem; waaronder: i. de naleving van de onafhankelijkheidsvoorschriften; en (Zie Par. A36) ii. het monitoring- en herstelproces.
a. a. de eindverantwoordelijkheid voor het kwaliteitsmanagementsysteem aan de chief executive officer of managing partner (of aan een gelijkwaardige functie) van het kantoor, of, in voorkomend geval, aan het dagelijks bestuur (of aan een gelijkwaardige orgaan) van het kantoor; b. b. de operationele verantwoordelijkheid voor het kwaliteitsmanagementsysteem; c. c. de operationele verantwoordelijkheid voor specifieke aspecten van het kwaliteitsmanagementsysteem; waaronder:
i.
de naleving van de onafhankelijkheidsvoorschriften; en (Zie Par. A36)
ii.
het monitoring- en herstelproces.
i. i. de naleving van de onafhankelijkheidsvoorschriften; en (Zie Par. A36) ii. ii. het monitoring- en herstelproces. 21. 21. Bij de toewijzing van de taken in paragraaf 20 dient het kantoor vast te stellen dat de persoon (personen): (Zie Par. A37)
a.
beschikt (beschikken) over de passende ervaring, kennis, invloed en autoriteit binnen het kantoor, en over voldoende tijd, om de toegewezen verantwoordelijkheid te vervullen; en (Zie Par. A38)
b.
de toegewezen rollen en de verantwoordingsplicht begrijpt (begrijpen).
a. a. beschikt (beschikken) over de passende ervaring, kennis, invloed en autoriteit binnen het kantoor, en over voldoende tijd, om de toegewezen verantwoordelijkheid te vervullen; en (Zie Par. A38) b. b. de toegewezen rollen en de verantwoordingsplicht begrijpt (begrijpen). 22. 22. Het kantoor dient vast te stellen dat een directe communicatielijn bestaat tussen:
•
de persoon (personen) met de eindverantwoordelijkheid voor het kwaliteitsmanagementsysteem; en
•
de persoon (personen) met de operationele verantwoordelijkheid voor:
○
het kwaliteitsmanagementsysteem;
○
de naleving van de onafhankelijkheidsvoorschriften; en
○
het monitoring- en herstelproces.
• • de persoon (personen) met de eindverantwoordelijkheid voor het kwaliteitsmanagementsysteem; en • • de persoon (personen) met de operationele verantwoordelijkheid voor:
○
het kwaliteitsmanagementsysteem;
○
de naleving van de onafhankelijkheidsvoorschriften; en
○
het monitoring- en herstelproces.
○ ○ het kwaliteitsmanagementsysteem; ○ ○ de naleving van de onafhankelijkheidsvoorschriften; en ○ ○ het monitoring- en herstelproces.
-
Het kantoor dient een risico-inschattingsproces op te zetten en te implementeren om:
• kwaliteitsdoelstellingen vast te stellen; • kwaliteitsrisico’s te identificeren en in te schatten; en • maatregelen op te zetten en te implementeren om kwaliteitsrisico’s te mitigeren. (Zie Par. A39–A41)
• • kwaliteitsdoelstellingen vast te stellen; • • kwaliteitsrisico’s te identificeren en in te schatten; en • • maatregelen op te zetten en te implementeren om kwaliteitsrisico’s te mitigeren. (Zie Par. A39–A41) 24. 24. Het kantoor dient het volgende vast te stellen:
•
de kwaliteitsdoelstellingen gespecificeerd in deze Standaard; en
•
iedere aanvullende kwaliteitsdoelstelling die het kantoor noodzakelijk acht om de doelstellingen van het kwaliteitsmanagementsysteem te bereiken. (Zie Par. A42–A44)
• • de kwaliteitsdoelstellingen gespecificeerd in deze Standaard; en • • iedere aanvullende kwaliteitsdoelstelling die het kantoor noodzakelijk acht om de doelstellingen van het kwaliteitsmanagementsysteem te bereiken. (Zie Par. A42–A44) 25. 25. Het kantoor dient kwaliteitsrisico’s te identificeren en in te schatten als basis voor het opzetten en implementeren van maatregelen. Daarbij dient het kantoor:
a.
inzicht te verkrijgen in de omstandigheden, voorwaarden, gebeurtenissen, handelingen of het uitblijven van handelingen die het bereiken van de kwaliteitsdoelstellingen negatief kunnen beïnvloeden, waaronder: (Zie Par. A45–A47)
i.
met betrekking tot de aard en omstandigheden van het kantoor:
a.
de complexiteit en operationele kenmerken;
b.
de strategische en operationele beslissingen en handelingen, de bedrijfsprocessen en het bedrijfsmodel;
c.
de kenmerken en managementstijl van de leiding;
d.
de middelen, inclusief de middelen die ter beschikking zijn gesteld door serviceproviders;
e.
wet- en regelgeving, professionele standaarden en de omgeving waarin het kantoor actief is; en
f.
in het geval van een kantoor dat deel uitmaakt van een netwerk, de aard en omvang van de eventuele netwerkvereisten en -diensten;
ii.
met betrekking tot de aard en omstandigheden van de opdrachten die het kantoor uitvoert:
a.
de opdrachtsoorten en de uit te brengen verklaringen en rapporten; en
b.
de soorten entiteiten waarvoor dergelijke opdrachten worden uitgevoerd.
b.
ermee rekening te houden hoe, en in welke mate, de omstandigheden, voorwaarden, gebeurtenissen, handelingen of het uitblijven van handelingen in paragraaf 25(a) een negatieve invloed kunnen hebben op het bereiken van de kwaliteitsdoelstellingen. (Zie Par. A48)
a. a. inzicht te verkrijgen in de omstandigheden, voorwaarden, gebeurtenissen, handelingen of het uitblijven van handelingen die het bereiken van de kwaliteitsdoelstellingen negatief kunnen beïnvloeden, waaronder: (Zie Par. A45–A47)
i.
met betrekking tot de aard en omstandigheden van het kantoor:
a.
de complexiteit en operationele kenmerken;
b.
de strategische en operationele beslissingen en handelingen, de bedrijfsprocessen en het bedrijfsmodel;
c.
de kenmerken en managementstijl van de leiding;
d.
de middelen, inclusief de middelen die ter beschikking zijn gesteld door serviceproviders;
e.
wet- en regelgeving, professionele standaarden en de omgeving waarin het kantoor actief is; en
f.
in het geval van een kantoor dat deel uitmaakt van een netwerk, de aard en omvang van de eventuele netwerkvereisten en -diensten;
ii.
met betrekking tot de aard en omstandigheden van de opdrachten die het kantoor uitvoert:
a.
de opdrachtsoorten en de uit te brengen verklaringen en rapporten; en
b.
de soorten entiteiten waarvoor dergelijke opdrachten worden uitgevoerd.
i. i. met betrekking tot de aard en omstandigheden van het kantoor:
a.
de complexiteit en operationele kenmerken;
b.
de strategische en operationele beslissingen en handelingen, de bedrijfsprocessen en het bedrijfsmodel;
c.
de kenmerken en managementstijl van de leiding;
d.
de middelen, inclusief de middelen die ter beschikking zijn gesteld door serviceproviders;
e.
wet- en regelgeving, professionele standaarden en de omgeving waarin het kantoor actief is; en
f.
in het geval van een kantoor dat deel uitmaakt van een netwerk, de aard en omvang van de eventuele netwerkvereisten en -diensten;
a. a. de complexiteit en operationele kenmerken; b. b. de strategische en operationele beslissingen en handelingen, de bedrijfsprocessen en het bedrijfsmodel; c. c. de kenmerken en managementstijl van de leiding; d. d. de middelen, inclusief de middelen die ter beschikking zijn gesteld door serviceproviders; e. e. wet- en regelgeving, professionele standaarden en de omgeving waarin het kantoor actief is; en f. f. in het geval van een kantoor dat deel uitmaakt van een netwerk, de aard en omvang van de eventuele netwerkvereisten en -diensten; ii. ii. met betrekking tot de aard en omstandigheden van de opdrachten die het kantoor uitvoert:
a.
de opdrachtsoorten en de uit te brengen verklaringen en rapporten; en
b.
de soorten entiteiten waarvoor dergelijke opdrachten worden uitgevoerd.
a. a. de opdrachtsoorten en de uit te brengen verklaringen en rapporten; en b. b. de soorten entiteiten waarvoor dergelijke opdrachten worden uitgevoerd. b. b. ermee rekening te houden hoe, en in welke mate, de omstandigheden, voorwaarden, gebeurtenissen, handelingen of het uitblijven van handelingen in paragraaf 25(a) een negatieve invloed kunnen hebben op het bereiken van de kwaliteitsdoelstellingen. (Zie Par. A48) 26. 26. Het kantoor dient maatregelen op te zetten en te implementeren om kwaliteitsrisico’s te mitigeren en dit zodanig te doen dat deze inspelen op de redenen voor de ingeschatte kwaliteitsrisico’s. De maatregelen van het kantoor dienen ook de maatregelen in paragraaf 34 te omvatten. (Zie Par. A49–A51) 27. 27. Het kantoor dient beleid of procedures vast te stellen die zijn opgezet voor het identificeren van informatie die wijst op:
•
aanvullende kwaliteitsdoelstellingen; of
•
aanvullende of gewijzigde kwaliteitsrisico’s of maatregelen,
die nodig zijn als gevolg van veranderingen in de aard en omstandigheden van het kantoor of van zijn opdrachten.
Indien dergelijke informatie wordt geïdentificeerd, dient het kantoor deze te overwegen en, in voorkomend geval: (Zie Par. A52–A53)
a.
aanvullende kwaliteitsdoelstellingen vast te stellen of te wijzigen; (Zie Par. A54)
b.
aanvullende kwaliteitsrisico’s te identificeren en in te schatten, of deze te wijzigen of opnieuw in te schatten; of
c.
aanvullende maatregelen op te zetten en te implementeren, of deze maatregelen te wijzigen.
• • aanvullende kwaliteitsdoelstellingen; of • • aanvullende of gewijzigde kwaliteitsrisico’s of maatregelen, a. a. aanvullende kwaliteitsdoelstellingen vast te stellen of te wijzigen; (Zie Par. A54) b. b. aanvullende kwaliteitsrisico’s te identificeren en in te schatten, of deze te wijzigen of opnieuw in te schatten; of c. c. aanvullende maatregelen op te zetten en te implementeren, of deze maatregelen te wijzigen.
-
De governance en leiding van het kantoor bepalen de omgeving die het kwaliteitsmanagementsysteem ondersteunt. Het kantoor dient de volgende kwaliteitsdoelstellingen vast te stellen met betrekking tot zijn governance en leiding:
a. het kantoor laat zien dat het zich inzet voor kwaliteit. Dit doet zij door een cultuur die binnen het gehele kantoor bestaat ter erkenning en versterking van: (Zie Par. A55–A56) i. de rol van het kantoor bij het dienen van het algemeen belang door het consistent uitvoeren van opdrachten met de vereiste kwaliteit; ii. het belang van beroepsethiek, -waarden en -houding; iii. de verantwoordelijkheid van het personeel voor de kwaliteit bij de uitvoering van opdrachten of voor activiteiten in het kader van het kwaliteitsmanagementsysteem en voor hun verwachte gedrag; en iv. het belang van kwaliteit in de strategische beslissingen en handelingen van het kantoor, waaronder de financiële en operationele prioriteiten van het kantoor. b. de leiding is verantwoordelijk voor, en legt verantwoording af over, kwaliteit. (Zie Par. A57) c. de leiding laat haar inzet voor kwaliteit zien door haar handelingen en gedragingen. (Zie Par. A58) d. de organisatiestructuur en toewijzing van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden zijn zodanig dat het kwaliteitsmanagementsysteem kan worden opgezet, geïmplementeerd en werkt. (Zie Par. A32, A33, A35, A59) e. de benodigde middelen, waaronder financiële middelen, worden gepland en verkregen, en toegewezen op een manier die aansluit bij de inzet van het kantoor voor kwaliteit. (Zie Par. A60–A61)
a. a. het kantoor laat zien dat het zich inzet voor kwaliteit. Dit doet zij door een cultuur die binnen het gehele kantoor bestaat ter erkenning en versterking van: (Zie Par. A55–A56)
i.
de rol van het kantoor bij het dienen van het algemeen belang door het consistent uitvoeren van opdrachten met de vereiste kwaliteit;
ii.
het belang van beroepsethiek, -waarden en -houding;
iii.
de verantwoordelijkheid van het personeel voor de kwaliteit bij de uitvoering van opdrachten of voor activiteiten in het kader van het kwaliteitsmanagementsysteem en voor hun verwachte gedrag; en
iv.
het belang van kwaliteit in de strategische beslissingen en handelingen van het kantoor, waaronder de financiële en operationele prioriteiten van het kantoor.
i. i. de rol van het kantoor bij het dienen van het algemeen belang door het consistent uitvoeren van opdrachten met de vereiste kwaliteit; ii. ii. het belang van beroepsethiek, -waarden en -houding; iii. iii. de verantwoordelijkheid van het personeel voor de kwaliteit bij de uitvoering van opdrachten of voor activiteiten in het kader van het kwaliteitsmanagementsysteem en voor hun verwachte gedrag; en iv. iv. het belang van kwaliteit in de strategische beslissingen en handelingen van het kantoor, waaronder de financiële en operationele prioriteiten van het kantoor. b. b. de leiding is verantwoordelijk voor, en legt verantwoording af over, kwaliteit. (Zie Par. A57) c. c. de leiding laat haar inzet voor kwaliteit zien door haar handelingen en gedragingen. (Zie Par. A58) d. d. de organisatiestructuur en toewijzing van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden zijn zodanig dat het kwaliteitsmanagementsysteem kan worden opgezet, geïmplementeerd en werkt. (Zie Par. A32, A33, A35, A59) e. e. de benodigde middelen, waaronder financiële middelen, worden gepland en verkregen, en toegewezen op een manier die aansluit bij de inzet van het kantoor voor kwaliteit. (Zie Par. A60–A61)
-
Het kantoor dient de kwaliteitsdoelstellingen vast te stellen gericht op het vervullen van verantwoordelijkheden in overeenstemming met relevante ethische voorschriften, waaronder onafhankelijkheid. Deze kwaliteitsdoelstellingen dienen te omvatten dat: (Zie Par. A62–A64, A66)
a. het kantoor en zijn personeel: i. de relevante ethische voorschriften waaraan het kantoor en zijn personeel zijn onderworpen begrijpen; en (Zie Par. A22, A24) ii. hun verantwoordelijkheden vervullen met betrekking tot de relevante ethische voorschriften waaraan het kantoor en zijn opdrachten onderworpen zijn. b. andere(n), inclusief het netwerk, netwerkonderdelen, personen in het netwerk of in netwerkonderdelen, of serviceproviders, die onderworpen zijn aan de relevante ethische voorschriften waaraan het kantoor en de opdrachten van het kantoor onderworpen zijn: i. de relevante ethische voorschriften die op hen van toepassing zijn, begrijpen; en (Zie Par. A22, A24 en A65) ii. hun verantwoordelijkheden vervullen met betrekking tot de relevante ethische voorschriften die op hen van toepassing zijn.
a. a. het kantoor en zijn personeel:
i.
de relevante ethische voorschriften waaraan het kantoor en zijn personeel zijn onderworpen begrijpen; en (Zie Par. A22, A24)
ii.
hun verantwoordelijkheden vervullen met betrekking tot de relevante ethische voorschriften waaraan het kantoor en zijn opdrachten onderworpen zijn.
i. i. de relevante ethische voorschriften waaraan het kantoor en zijn personeel zijn onderworpen begrijpen; en (Zie Par. A22, A24) ii. ii. hun verantwoordelijkheden vervullen met betrekking tot de relevante ethische voorschriften waaraan het kantoor en zijn opdrachten onderworpen zijn. b. b. andere(n), inclusief het netwerk, netwerkonderdelen, personen in het netwerk of in netwerkonderdelen, of serviceproviders, die onderworpen zijn aan de relevante ethische voorschriften waaraan het kantoor en de opdrachten van het kantoor onderworpen zijn:
i.
de relevante ethische voorschriften die op hen van toepassing zijn, begrijpen; en (Zie Par. A22, A24 en A65)
ii.
hun verantwoordelijkheden vervullen met betrekking tot de relevante ethische voorschriften die op hen van toepassing zijn.
i. i. de relevante ethische voorschriften die op hen van toepassing zijn, begrijpen; en (Zie Par. A22, A24 en A65) ii. ii. hun verantwoordelijkheden vervullen met betrekking tot de relevante ethische voorschriften die op hen van toepassing zijn.
-
Het kantoor dient de volgende kwaliteitsdoelstellingen vast te stellen gericht op de aanvaarding en continuering van cliëntrelaties en specifieke opdrachten:
a. de oordeelsvorming door het kantoor over het al dan niet aanvaarden of continueren van een cliëntrelatie of een specifieke opdracht zijn passend op basis van: i. verkregen informatie over de aard en omstandigheden van de opdracht en de integriteit en ethische waarden van de cliënt (waaronder het management en, in voorkomend geval, de met governance belaste personen), die voldoende is om deze oordeelsvormingen te onderbouwen; en (Zie Par. A67–A71) ii. het vermogen van het kantoor om de opdracht uit te voeren in overeenstemming met professionele standaarden en met geldende wet- en regelgeving. (Zie Par. A72) b. de financiële en operationele prioriteiten van het kantoor leiden niet tot niet-passende oordeelsvormingen over het al dan niet aanvaarden of continueren van een cliëntrelatie of specifieke opdracht. (Zie Par. A73–A74)
a. a. de oordeelsvorming door het kantoor over het al dan niet aanvaarden of continueren van een cliëntrelatie of een specifieke opdracht zijn passend op basis van:
i.
verkregen informatie over de aard en omstandigheden van de opdracht en de integriteit en ethische waarden van de cliënt (waaronder het management en, in voorkomend geval, de met governance belaste personen), die voldoende is om deze oordeelsvormingen te onderbouwen; en (Zie Par. A67–A71)
ii.
het vermogen van het kantoor om de opdracht uit te voeren in overeenstemming met professionele standaarden en met geldende wet- en regelgeving. (Zie Par. A72)
i. i. verkregen informatie over de aard en omstandigheden van de opdracht en de integriteit en ethische waarden van de cliënt (waaronder het management en, in voorkomend geval, de met governance belaste personen), die voldoende is om deze oordeelsvormingen te onderbouwen; en (Zie Par. A67–A71) ii. ii. het vermogen van het kantoor om de opdracht uit te voeren in overeenstemming met professionele standaarden en met geldende wet- en regelgeving. (Zie Par. A72) b. b. de financiële en operationele prioriteiten van het kantoor leiden niet tot niet-passende oordeelsvormingen over het al dan niet aanvaarden of continueren van een cliëntrelatie of specifieke opdracht. (Zie Par. A73–A74)
-
Het kantoor dient de volgende kwaliteitsdoelstellingen vast te stellen gericht op de uitvoering van opdrachten met de vereiste kwaliteit:
a. de opdrachtteams begrijpen en vervullen hun verantwoordelijkheden met betrekking tot: • de opdrachten, en • voor zover van toepassing, de algehele verantwoordelijkheid van opdrachtpartners voor: ○ het managen en bereiken van kwaliteit van de opdracht; en ○ het voldoende en passend betrokken zijn gedurende de gehele opdracht. (Zie Par. A75) b. de aard, timing en omvang van de aansturing van, en van het toezicht op, de opdrachtteams en de beoordeling van de uitgevoerde werkzaamheden passen bij de aard en omstandigheden van de opdrachten en de middelen die aan de opdrachtteams zijn toegewezen of ter beschikking zijn gesteld. Meer ervaren opdrachtteamleden sturen de werkzaamheden aan die worden uitgevoerd door minder ervaren opdrachtteamleden, zien toe op en beoordelen die werkzaamheden. (Zie Par. A76 en A77) c. opdrachtteams hanteren passende professionele oordeelsvorming en, indien van toepassing op het soort opdracht, hanteren een professioneel-kritische instelling. (Zie Par. A78) d. over moeilijke of omstreden aangelegenheden wordt geconsulteerd en de overeengekomen conclusies worden geïmplementeerd. (Zie Par. A79–A81) e. verschillen van inzicht binnen het opdrachtteam, tussen het opdrachtteam en de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelaar of de personen die binnen het kwaliteitsmanagementsysteem activiteiten uitvoeren, worden onder de aandacht van het kantoor gebracht en opgelost. (Zie Par. A82) f. de opdrachtdocumentatie wordt tijdig samengevoegd na de datum van de opdrachtrapportage en wordt op passende wijze bijgehouden en tenminste zeven jaar bewaard om te voldoen aan: • de behoeften van het kantoor; en • wet- en regelgeving, relevante ethische voorschriften of professionele standaarden (Zie Par. A83–A85).
a. a. de opdrachtteams begrijpen en vervullen hun verantwoordelijkheden met betrekking tot:
•
de opdrachten, en
•
voor zover van toepassing, de algehele verantwoordelijkheid van opdrachtpartners voor:
○
het managen en bereiken van kwaliteit van de opdracht; en
○
het voldoende en passend betrokken zijn gedurende de gehele opdracht. (Zie Par. A75)
• • de opdrachten, en • • voor zover van toepassing, de algehele verantwoordelijkheid van opdrachtpartners voor:
○
het managen en bereiken van kwaliteit van de opdracht; en
○
het voldoende en passend betrokken zijn gedurende de gehele opdracht. (Zie Par. A75)
○ ○ het managen en bereiken van kwaliteit van de opdracht; en ○ ○ het voldoende en passend betrokken zijn gedurende de gehele opdracht. (Zie Par. A75) b. b. de aard, timing en omvang van de aansturing van, en van het toezicht op, de opdrachtteams en de beoordeling van de uitgevoerde werkzaamheden passen bij de aard en omstandigheden van de opdrachten en de middelen die aan de opdrachtteams zijn toegewezen of ter beschikking zijn gesteld. Meer ervaren opdrachtteamleden sturen de werkzaamheden aan die worden uitgevoerd door minder ervaren opdrachtteamleden, zien toe op en beoordelen die werkzaamheden. (Zie Par. A76 en A77) c. c. opdrachtteams hanteren passende professionele oordeelsvorming en, indien van toepassing op het soort opdracht, hanteren een professioneel-kritische instelling. (Zie Par. A78) d. d. over moeilijke of omstreden aangelegenheden wordt geconsulteerd en de overeengekomen conclusies worden geïmplementeerd. (Zie Par. A79–A81) e. e. verschillen van inzicht binnen het opdrachtteam, tussen het opdrachtteam en de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelaar of de personen die binnen het kwaliteitsmanagementsysteem activiteiten uitvoeren, worden onder de aandacht van het kantoor gebracht en opgelost. (Zie Par. A82) f. f. de opdrachtdocumentatie wordt tijdig samengevoegd na de datum van de opdrachtrapportage en wordt op passende wijze bijgehouden en tenminste zeven jaar bewaard om te voldoen aan:
•
de behoeften van het kantoor; en
•
wet- en regelgeving, relevante ethische voorschriften of professionele standaarden (Zie Par. A83–A85).
• • de behoeften van het kantoor; en • • wet- en regelgeving, relevante ethische voorschriften of professionele standaarden (Zie Par. A83–A85).
a. a. personeel wordt in dienst genomen, opgeleid en behouden, en beschikt over de competentie en capaciteiten om: (Zie Par. A88–A90)
i.
op consistente wijze opdrachten met de vereiste kwaliteit uit te voeren, waaronder het beschikken over kennis of ervaring die relevant is voor de opdrachten; of
ii.
activiteiten uit te voeren of verantwoordelijkheden te dragen met betrekking tot de werking van het kwaliteitsmanagementsysteem.
i. i. op consistente wijze opdrachten met de vereiste kwaliteit uit te voeren, waaronder het beschikken over kennis of ervaring die relevant is voor de opdrachten; of ii. ii. activiteiten uit te voeren of verantwoordelijkheden te dragen met betrekking tot de werking van het kwaliteitsmanagementsysteem. b. b. het personeel:
•
toont in zijn handelingen en gedragingen commitment aan kwaliteit;
•
ontwikkelt en onderhoudt de passende competentie(s) om zijn taken te vervullen; en
•
wordt verantwoordelijk gehouden of erkend door middel van tijdige evaluatie, beloning, promotie en andere stimulansen. (Zie Par. A91–A93)
• • toont in zijn handelingen en gedragingen commitment aan kwaliteit; • • ontwikkelt en onderhoudt de passende competentie(s) om zijn taken te vervullen; en • • wordt verantwoordelijk gehouden of erkend door middel van tijdige evaluatie, beloning, promotie en andere stimulansen. (Zie Par. A91–A93) c. c. personen worden extern aangetrokken vanuit het netwerk, een ander netwerkonderdeel, of een serviceprovider indien het kantoor niet voldoende of geschikt personeel heeft om het kwaliteitsmanagementsysteem van het kantoor in werking te houden of om opdrachten uit te voeren. (Zie Par. A94) d. d. aan elke opdracht worden opdrachtteamleden en een opdrachtpartner toegewezen die over de passende competentie en capaciteiten beschikken, waaronder voldoende tijd, om op consistente wijze opdrachten met de vereiste kwaliteit uit te voeren. (Zie Par. A88–A89, A95–A97) e. e. personen die beschikken over de passende competentie en capaciteiten, waaronder voldoende tijd, worden toegewezen om activiteiten uit te voeren in het kader van het kwaliteitsmanagementsysteem.
f. f. passende technologische middelen worden:
•
verkregen of ontwikkeld;
•
geïmplementeerd;
•
onderhouden; en
•
gebruikt,
om de werking van het kwaliteitsmanagementsysteem van het kantoor en het uitvoeren van opdrachten mogelijk te maken. (Zie Par. A98–A101, A104)
• • verkregen of ontwikkeld; • • geïmplementeerd; • • onderhouden; en • • gebruikt,
g. g. passende intellectuele middelen worden:
•
verkregen of ontwikkeld;
•
geïmplementeerd;
•
onderhouden; en
•
gebruikt,
om de werking van het kwaliteitsmanagementsysteem van het kantoor en de consistente uitvoering van opdrachten met de vereiste kwaliteit mogelijk te maken. Deze intellectuele middelen zijn consistent met professionele standaarden en, in voorkomend geval, met geldende wet- en regelgeving. (Zie Par. A102–A104)
• • verkregen of ontwikkeld; • • geïmplementeerd; • • onderhouden; en • • gebruikt,
h. h. human resources of technologische of intellectuele middelen van serviceproviders zijn geschikt voor gebruik in het kwaliteitsmanagementsysteem en voor de uitvoering van opdrachten, rekening houdend met de kwaliteitsdoelstellingen zoals bedoeld in paragraaf 32, (d), (e), (f) en (g). (Zie Par. A105–A108)
-
Het kantoor dient kwaliteitsdoelstellingen vast te stellen gericht op:
• het verkrijgen, tot stand brengen of gebruikmaken van informatie over het kwaliteitsmanagementsysteem; en • het tijdig communiceren van informatie binnen het kantoor en aan externe partijen, om de opzet, implementatie en werking van het kwaliteitsmanagementsysteem mogelijk te maken.Het betreft de volgende kwaliteitsdoelstellingen (Zie Par. A109)
a. het informatiesysteem identificeert, registreert, verwerkt en bewaart relevante en betrouwbare informatie die het kwaliteitsmanagementsysteem ondersteunt, ongeacht of die informatie van interne of externe bronnen afkomstig is. (Zie Par. A110–A111) b. de cultuur van het kantoor erkent en versterkt de verantwoordelijkheid van het personeel om onderling en met het kantoor informatie uit te wisselen. (Zie Par. A112) c. relevante en betrouwbare informatie wordt uitgewisseld binnen het kantoor en met de opdrachtteams, waaronder: (Zie Par. A112) i. informatie wordt gecommuniceerd aan het personeel en de opdrachtteams. De aard, timing en omvang van deze informatie is voldoende om hen in staat te stellen hun verantwoordelijkheden voor de uitvoering van activiteiten in het kader van het kwaliteitsmanagementsysteem of van opdrachten te begrijpen en uit te voeren; en ii. het personeel en de opdrachtteams communiceren informatie aan het kantoor bij de uitvoering van activiteiten in het kader van het kwaliteitsmanagementsysteem of opdrachten. d. relevante en betrouwbare informatie wordt gecommuniceerd aan externe partijen, waaronder: i. informatie wordt gecommuniceerd door het kantoor aan of binnen het netwerk of, voor zover van toepassing, aan serviceproviders. Deze informatie stelt het netwerk of de serviceproviders in staat hun verantwoordelijkheden te vervullen met betrekking tot de netwerkvereisten of -diensten of de middelen die door hen worden verschaft; en (Zie Par. A113) ii. informatie wordt extern gecommuniceerd in het geval dit is vereist op grond van wet- of regelgeving of professionele standaarden, of om het inzicht van externe partijen in het kwaliteitsmanagementsysteem te bevorderen. (Zie Par. A114–A115)
• • het verkrijgen, tot stand brengen of gebruikmaken van informatie over het kwaliteitsmanagementsysteem; en • • het tijdig communiceren van informatie binnen het kantoor en aan externe partijen, om de opzet, implementatie en werking van het kwaliteitsmanagementsysteem mogelijk te maken. a. a. het informatiesysteem identificeert, registreert, verwerkt en bewaart relevante en betrouwbare informatie die het kwaliteitsmanagementsysteem ondersteunt, ongeacht of die informatie van interne of externe bronnen afkomstig is. (Zie Par. A110–A111) b. b. de cultuur van het kantoor erkent en versterkt de verantwoordelijkheid van het personeel om onderling en met het kantoor informatie uit te wisselen. (Zie Par. A112) c. c. relevante en betrouwbare informatie wordt uitgewisseld binnen het kantoor en met de opdrachtteams, waaronder: (Zie Par. A112)
i.
informatie wordt gecommuniceerd aan het personeel en de opdrachtteams. De aard, timing en omvang van deze informatie is voldoende om hen in staat te stellen hun verantwoordelijkheden voor de uitvoering van activiteiten in het kader van het kwaliteitsmanagementsysteem of van opdrachten te begrijpen en uit te voeren; en
ii.
het personeel en de opdrachtteams communiceren informatie aan het kantoor bij de uitvoering van activiteiten in het kader van het kwaliteitsmanagementsysteem of opdrachten.
i. i. informatie wordt gecommuniceerd aan het personeel en de opdrachtteams. De aard, timing en omvang van deze informatie is voldoende om hen in staat te stellen hun verantwoordelijkheden voor de uitvoering van activiteiten in het kader van het kwaliteitsmanagementsysteem of van opdrachten te begrijpen en uit te voeren; en ii. ii. het personeel en de opdrachtteams communiceren informatie aan het kantoor bij de uitvoering van activiteiten in het kader van het kwaliteitsmanagementsysteem of opdrachten. d. d. relevante en betrouwbare informatie wordt gecommuniceerd aan externe partijen, waaronder:
i.
informatie wordt gecommuniceerd door het kantoor aan of binnen het netwerk of, voor zover van toepassing, aan serviceproviders. Deze informatie stelt het netwerk of de serviceproviders in staat hun verantwoordelijkheden te vervullen met betrekking tot de netwerkvereisten of -diensten of de middelen die door hen worden verschaft; en (Zie Par. A113)
ii.
informatie wordt extern gecommuniceerd in het geval dit is vereist op grond van wet- of regelgeving of professionele standaarden, of om het inzicht van externe partijen in het kwaliteitsmanagementsysteem te bevorderen. (Zie Par. A114–A115)
i. i. informatie wordt gecommuniceerd door het kantoor aan of binnen het netwerk of, voor zover van toepassing, aan serviceproviders. Deze informatie stelt het netwerk of de serviceproviders in staat hun verantwoordelijkheden te vervullen met betrekking tot de netwerkvereisten of -diensten of de middelen die door hen worden verschaft; en (Zie Par. A113) ii. ii. informatie wordt extern gecommuniceerd in het geval dit is vereist op grond van wet- of regelgeving of professionele standaarden, of om het inzicht van externe partijen in het kwaliteitsmanagementsysteem te bevorderen. (Zie Par. A114–A115)
-
Bij het opzetten en implementeren van maatregelen in overeenstemming met paragraaf 26 dient het kantoor de volgende maatregelen in aanmerking te nemen: (Zie Par. A116)
a. het kantoor stelt beleid of procedures vast voor: i. het identificeren, evalueren en mitigeren van bedreigingen ten aanzien van de naleving van de relevante ethische voorschriften; en (Zie Par. A117) ii. het identificeren, communiceren, evalueren en rapporteren van alle schendingen van de relevante ethische voorschriften, en het passend en tijdig reageren op de oorzaken en gevolgen van de schendingen. (Zie Par. A118–A119) b. ten minste jaarlijks verkrijgt het kantoor van alle personeelsleden die op grond van relevante ethische voorschriften, waaronder onafhankelijkheidsvoorschriften, onafhankelijk moeten zijn, een schriftelijke bevestiging over de naleving daarvan. c. het kantoor stelt beleid of procedures vast voor het ontvangen, onderzoeken en oplossen van klachten en beschuldigingen over: i. het niet uitvoeren van werkzaamheden in overeenstemming met professionele standaarden en geldende wet- en regelgeving; of ii. het niet naleven van beleid dat is vastgesteld, of procedures die zijn vastgesteld, op basis van deze Standaard. (Zie Par. A120–A121) d. het kantoor stelt beleid of procedures vast voor de omstandigheden waarin: i. het kantoor na de aanvaarding of continuering van een cliëntrelatie of van een specifieke opdracht kennis krijgt van informatie die ertoe zou hebben geleid dat het kantoor de cliëntrelatie of specifieke opdracht zou hebben afgewezen indien die informatie vóór de aanvaarding of continuering van de cliëntrelatie of van de specifieke opdracht bekend was geweest; of (Zie Par. A122–A123) ii. het kantoor op grond van wet- of regelgeving verplicht is een cliëntrelatie of specifieke opdracht te aanvaarden. (Zie Par. A123) e. het kantoor stelt beleid of procedures vast die: (Zie Par. A124–A126) i. communicatie met de met governance belaste personen vereisen over de wijze waarop het kwaliteitsmanagementsysteem ondersteuning biedt aan de consistente uitvoering van controleopdrachten van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang of andere beursgenoteerde ondernemingen; (Zie Par. A127–A129) ii. aangeven wanneer het anderszins passend is om met externe partijen te communiceren over het kwaliteitsmanagementsysteem; (Zie Par. A130) iii. aangeven welke informatie moet worden verstrekt wanneer in overeenstemming met de paragrafen 34(e)(i) en 34(e)(ii) extern wordt gecommuniceerd, en ook de aard, timing en omvang van de communicatie, en de passende vorm ervan duiden. (Zie Par. A131–A132) f. het kantoor stelt beleid of procedures vast voor opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelingen in overeenstemming met Verordening (EU) 537/2014 en het Besluit toezicht accountantsorganisaties. Dit betekent dat het kantoor een opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling zal vereisen voor: i. controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang of andere beursgenoteerde ondernemingen; ii. controles of andere opdrachten waarvoor een opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling is vereist op grond van wet- of regelgeving; en (Zie Par. A133) iii. controles of andere opdrachten waarvoor het kantoor bepaalt dat een opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling een passende maatregel is om één of meer kwaliteitsrisico’s te mitigeren. (Zie Par. A134–A137)
a. a. het kantoor stelt beleid of procedures vast voor:
i.
het identificeren, evalueren en mitigeren van bedreigingen ten aanzien van de naleving van de relevante ethische voorschriften; en (Zie Par. A117)
ii.
het identificeren, communiceren, evalueren en rapporteren van alle schendingen van de relevante ethische voorschriften, en het passend en tijdig reageren op de oorzaken en gevolgen van de schendingen. (Zie Par. A118–A119)
i. i. het identificeren, evalueren en mitigeren van bedreigingen ten aanzien van de naleving van de relevante ethische voorschriften; en (Zie Par. A117) ii. ii. het identificeren, communiceren, evalueren en rapporteren van alle schendingen van de relevante ethische voorschriften, en het passend en tijdig reageren op de oorzaken en gevolgen van de schendingen. (Zie Par. A118–A119) b. b. ten minste jaarlijks verkrijgt het kantoor van alle personeelsleden die op grond van relevante ethische voorschriften, waaronder onafhankelijkheidsvoorschriften, onafhankelijk moeten zijn, een schriftelijke bevestiging over de naleving daarvan. c. c. het kantoor stelt beleid of procedures vast voor het ontvangen, onderzoeken en oplossen van klachten en beschuldigingen over:
i.
het niet uitvoeren van werkzaamheden in overeenstemming met professionele standaarden en geldende wet- en regelgeving; of
ii.
het niet naleven van beleid dat is vastgesteld, of procedures die zijn vastgesteld, op basis van deze Standaard. (Zie Par. A120–A121)
i. i. het niet uitvoeren van werkzaamheden in overeenstemming met professionele standaarden en geldende wet- en regelgeving; of ii. ii. het niet naleven van beleid dat is vastgesteld, of procedures die zijn vastgesteld, op basis van deze Standaard. (Zie Par. A120–A121) d. d. het kantoor stelt beleid of procedures vast voor de omstandigheden waarin:
i.
het kantoor na de aanvaarding of continuering van een cliëntrelatie of van een specifieke opdracht kennis krijgt van informatie die ertoe zou hebben geleid dat het kantoor de cliëntrelatie of specifieke opdracht zou hebben afgewezen indien die informatie vóór de aanvaarding of continuering van de cliëntrelatie of van de specifieke opdracht bekend was geweest; of (Zie Par. A122–A123)
ii.
het kantoor op grond van wet- of regelgeving verplicht is een cliëntrelatie of specifieke opdracht te aanvaarden. (Zie Par. A123)
i. i. het kantoor na de aanvaarding of continuering van een cliëntrelatie of van een specifieke opdracht kennis krijgt van informatie die ertoe zou hebben geleid dat het kantoor de cliëntrelatie of specifieke opdracht zou hebben afgewezen indien die informatie vóór de aanvaarding of continuering van de cliëntrelatie of van de specifieke opdracht bekend was geweest; of (Zie Par. A122–A123) ii. ii. het kantoor op grond van wet- of regelgeving verplicht is een cliëntrelatie of specifieke opdracht te aanvaarden. (Zie Par. A123) e. e. het kantoor stelt beleid of procedures vast die: (Zie Par. A124–A126)
i.
communicatie met de met governance belaste personen vereisen over de wijze waarop het kwaliteitsmanagementsysteem ondersteuning biedt aan de consistente uitvoering van controleopdrachten van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang of andere beursgenoteerde ondernemingen; (Zie Par. A127–A129)
ii.
aangeven wanneer het anderszins passend is om met externe partijen te communiceren over het kwaliteitsmanagementsysteem; (Zie Par. A130)
iii.
aangeven welke informatie moet worden verstrekt wanneer in overeenstemming met de paragrafen 34(e)(i) en 34(e)(ii) extern wordt gecommuniceerd, en ook de aard, timing en omvang van de communicatie, en de passende vorm ervan duiden. (Zie Par. A131–A132)
i. i. communicatie met de met governance belaste personen vereisen over de wijze waarop het kwaliteitsmanagementsysteem ondersteuning biedt aan de consistente uitvoering van controleopdrachten van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang of andere beursgenoteerde ondernemingen; (Zie Par. A127–A129) ii. ii. aangeven wanneer het anderszins passend is om met externe partijen te communiceren over het kwaliteitsmanagementsysteem; (Zie Par. A130) iii. iii. aangeven welke informatie moet worden verstrekt wanneer in overeenstemming met de paragrafen 34(e)(i) en 34(e)(ii) extern wordt gecommuniceerd, en ook de aard, timing en omvang van de communicatie, en de passende vorm ervan duiden. (Zie Par. A131–A132) f. f. het kantoor stelt beleid of procedures vast voor opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelingen in overeenstemming met Verordening (EU) 537/2014 en het Besluit toezicht accountantsorganisaties. Dit betekent dat het kantoor een opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling zal vereisen voor:
i.
controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang of andere beursgenoteerde ondernemingen;
ii.
controles of andere opdrachten waarvoor een opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling is vereist op grond van wet- of regelgeving; en (Zie Par. A133)
iii.
controles of andere opdrachten waarvoor het kantoor bepaalt dat een opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling een passende maatregel is om één of meer kwaliteitsrisico’s te mitigeren. (Zie Par. A134–A137)
i. i. controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang of andere beursgenoteerde ondernemingen; ii. ii. controles of andere opdrachten waarvoor een opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling is vereist op grond van wet- of regelgeving; en (Zie Par. A133) iii. iii. controles of andere opdrachten waarvoor het kantoor bepaalt dat een opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling een passende maatregel is om één of meer kwaliteitsrisico’s te mitigeren. (Zie Par. A134–A137)
-
Het kantoor dient een monitoring- en herstelproces vast te stellen om: (Zie Par. A138)
a. relevante, betrouwbare en tijdige informatie te verstrekken over de opzet, implementatie en werking van het kwaliteitsmanagementsysteem; b. passende maatregelen te nemen om te reageren op geïdentificeerde tekortkomingen, zodat deze tijdig worden hersteld.
a. a. relevante, betrouwbare en tijdige informatie te verstrekken over de opzet, implementatie en werking van het kwaliteitsmanagementsysteem; b. b. passende maatregelen te nemen om te reageren op geïdentificeerde tekortkomingen, zodat deze tijdig worden hersteld.
-
Het kantoor dient monitoringactiviteiten op te zetten en uit te voeren om een basis te verschaffen voor het identificeren van tekortkomingen.
-
Bij het bepalen van de aard, timing en omvang van de monitoringactiviteiten dient het kantoor rekening te houden met: (Zie Par. A139–A142)
a. de redenen voor de inschattingen van de kwaliteitsrisico’s; b. de opzet van de maatregelen; c. de opzet van het risico-inschattingsproces en voor het monitoring- en herstelproces; (Zie Par. A143–A144) d. wijzigingen in het kwaliteitsmanagementsysteem; (Zie Par. A145) e. • de resultaten van eerdere monitoringactiviteiten; • de vraag of eerdere monitoringactiviteiten nog relevant zijn voor de evaluatie van het kwaliteitsmanagementsysteem; en • de effectiviteit van herstelmaatregelen ten aanzien van geïdentificeerde tekortkomingen; en (Zie Par. A146 en A147) f. • andere relevante informatie, inclusief klachten en beschuldigingen over: ○ het niet uitvoeren van werkzaamheden in overeenstemming met professionele standaarden en met geldende wet- en regelgeving; of ○ het niet-naleven van het beleid of de procedures die zijn ingesteld op basis van deze Standaard; • informatie afkomstig van externe inspecties; en • informatie van serviceproviders. (Zie Par. A148–A150)
a. a. de redenen voor de inschattingen van de kwaliteitsrisico’s; b. b. de opzet van de maatregelen; c. c. de opzet van het risico-inschattingsproces en voor het monitoring- en herstelproces; (Zie Par. A143–A144) d. d. wijzigingen in het kwaliteitsmanagementsysteem; (Zie Par. A145) e. e.
•
de resultaten van eerdere monitoringactiviteiten;
•
de vraag of eerdere monitoringactiviteiten nog relevant zijn voor de evaluatie van het kwaliteitsmanagementsysteem; en
•
de effectiviteit van herstelmaatregelen ten aanzien van geïdentificeerde tekortkomingen; en (Zie Par. A146 en A147)
• • de resultaten van eerdere monitoringactiviteiten; • • de vraag of eerdere monitoringactiviteiten nog relevant zijn voor de evaluatie van het kwaliteitsmanagementsysteem; en • • de effectiviteit van herstelmaatregelen ten aanzien van geïdentificeerde tekortkomingen; en (Zie Par. A146 en A147) f. f.
•
andere relevante informatie, inclusief klachten en beschuldigingen over:
○
het niet uitvoeren van werkzaamheden in overeenstemming met professionele standaarden en met geldende wet- en regelgeving; of
○
het niet-naleven van het beleid of de procedures die zijn ingesteld op basis van deze Standaard;
•
informatie afkomstig van externe inspecties; en
•
informatie van serviceproviders. (Zie Par. A148–A150)
• • andere relevante informatie, inclusief klachten en beschuldigingen over:
○
het niet uitvoeren van werkzaamheden in overeenstemming met professionele standaarden en met geldende wet- en regelgeving; of
○
het niet-naleven van het beleid of de procedures die zijn ingesteld op basis van deze Standaard;
○ ○ het niet uitvoeren van werkzaamheden in overeenstemming met professionele standaarden en met geldende wet- en regelgeving; of ○ ○ het niet-naleven van het beleid of de procedures die zijn ingesteld op basis van deze Standaard; • • informatie afkomstig van externe inspecties; en • • informatie van serviceproviders. (Zie Par. A148–A150) 38. 38. Het kantoor dient een onderzoek van afgeronde opdrachten in zijn monitoringactiviteiten op te nemen en dient te bepalen welke opdrachten en opdrachtpartners worden geselecteerd. Daarbij dient het kantoor: (Zie Par. A141, A151–A154)
a.
rekening te houden met de aangelegenheden in paragraaf 37;
b.
de aard, timing en omvang van andere monitoringactiviteiten en de opdrachten en opdrachtpartners die aan dergelijke monitoringactiviteiten zijn onderworpen, in overweging te nemen; en
c.
ten minste één afgeronde opdracht voor elke opdrachtpartner op cyclische basis te selecteren zoals bepaald door het kantoor.
a. a. rekening te houden met de aangelegenheden in paragraaf 37; b. b. de aard, timing en omvang van andere monitoringactiviteiten en de opdrachten en opdrachtpartners die aan dergelijke monitoringactiviteiten zijn onderworpen, in overweging te nemen; en c. c. ten minste één afgeronde opdracht voor elke opdrachtpartner op cyclische basis te selecteren zoals bepaald door het kantoor. 39. 39. Het kantoor dient beleid vast te stellen dat, of procedures die:
a.
vereisen dat de personen die monitoringactiviteiten uitvoeren over de competentie en capaciteiten beschikken, waaronder voldoende tijd, om de monitoringactiviteiten op effectieve wijze uit te voeren; en
b.
de objectiviteit duidt van de personen die de monitoringactiviteiten uitvoeren. Dit beleid of deze procedures dienen te verbieden dat de opdrachtteamleden of de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelaar een inspectie van een eigen opdracht uitvoeren. (Zie Par. A155–A156)
a. a. vereisen dat de personen die monitoringactiviteiten uitvoeren over de competentie en capaciteiten beschikken, waaronder voldoende tijd, om de monitoringactiviteiten op effectieve wijze uit te voeren; en b. b. de objectiviteit duidt van de personen die de monitoringactiviteiten uitvoeren. Dit beleid of deze procedures dienen te verbieden dat de opdrachtteamleden of de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelaar een inspectie van een eigen opdracht uitvoeren. (Zie Par. A155–A156)
-
Het kantoor dient de bevindingen te evalueren om te bepalen of er tekortkomingen zijn, waaronder tekortkomingen in het monitoring- en herstelproces. (Zie Par. A157–A162)
-
Het kantoor dient de aard en omvang van geïdentificeerde tekortkomingen te evalueren door middel van: (Zie Par. A161, A163–A164)
a. een oorzakenanalyse van de geïdentificeerde tekortkomingen. Bij het bepalen van de aard, timing en omvang van de oorzakenanalyse, dient het kantoor rekening te houden met de aard van de geïdentificeerde tekortkomingen en met de potentiële ernst ervan; (Zie Par. A165–A169) b. het evalueren van het effect van de geïdentificeerde tekortkomingen, zowel afzonderlijk als gezamenlijk beschouwd, op het kwaliteitsmanagementsysteem.
a. a. een oorzakenanalyse van de geïdentificeerde tekortkomingen. Bij het bepalen van de aard, timing en omvang van de oorzakenanalyse, dient het kantoor rekening te houden met de aard van de geïdentificeerde tekortkomingen en met de potentiële ernst ervan; (Zie Par. A165–A169) b. b. het evalueren van het effect van de geïdentificeerde tekortkomingen, zowel afzonderlijk als gezamenlijk beschouwd, op het kwaliteitsmanagementsysteem.
-
Om geïdentificeerde tekortkomingen aan te pakken dient het kantoor herstelmaatregelen die inspelen op de resultaten van de oorzakenanalyse, op te zetten en te implementeren. (Zie Par. A170–A172)
-
De persoon (personen) met operationele verantwoordelijkheid voor het monitoring- en herstelproces dient (dienen) te evalueren of de herstelmaatregelen:
a. op passende wijze zijn opgezet om de geïdentificeerde tekortkomingen en hun oorzaak (oorzaken) aan te pakken, en vast te stellen dat zij zijn geïmplementeerd; en b. effectief zijn om de eerder geïdentificeerde tekortkomingen op te lossen.
a. a. op passende wijze zijn opgezet om de geïdentificeerde tekortkomingen en hun oorzaak (oorzaken) aan te pakken, en vast te stellen dat zij zijn geïmplementeerd; en b. b. effectief zijn om de eerder geïdentificeerde tekortkomingen op te lossen. 44. 44. Indien uit de evaluatie blijkt dat de herstelmaatregelen niet naar behoren zijn opgezet en geïmplementeerd of niet effectief zijn, dient (dienen) de persoon (personen) met operationele verantwoordelijkheid voor het monitoring- en herstelproces ervoor te zorgen dat de herstelmaatregelen zodanig op passende wijze worden gewijzigd, dat zij effectief zijn.
-
Het kantoor dient te reageren op omstandigheden waarbij uit de bevindingen blijkt dat:
• vereiste werkzaamheden bij één of meer opdrachten niet zijn uitgevoerd; of • de uitgebrachte rapportage mogelijk niet passend is.De maatregel van het kantoor dient ten minste te bestaan uit: (Zie Par. A173)
a. het nemen van passende maatregelen om te voldoen aan relevante professionele standaarden en geldende wet- en regelgeving; en b. indien de verklaring of het rapport niet passend wordt geacht, het overwegen van de implicaties daarvan en het nemen van passende maatregelen, waaronder het overwegen om juridisch advies in te winnen.
• • vereiste werkzaamheden bij één of meer opdrachten niet zijn uitgevoerd; of • • de uitgebrachte rapportage mogelijk niet passend is. a. a. het nemen van passende maatregelen om te voldoen aan relevante professionele standaarden en geldende wet- en regelgeving; en b. b. indien de verklaring of het rapport niet passend wordt geacht, het overwegen van de implicaties daarvan en het nemen van passende maatregelen, waaronder het overwegen om juridisch advies in te winnen.
-
De persoon (personen) met operationele verantwoordelijkheid voor het monitoring- en herstelproces dient (dienen) tijdig het volgende te communiceren aan de persoon (personen) met:
• eindverantwoordelijkheid, en • operationele verantwoordelijkheidvoor het kwaliteitsmanagementsysteem: (Zie Par. A174)
a. een beschrijving van de uitgevoerde monitoringactiviteiten; b. de geïdentificeerde tekortkomingen, inclusief de aard en omvang van deze tekortkomingen, en c. de herstelmaatregelen om de geïdentificeerde tekortkomingen aan te pakken.
• • eindverantwoordelijkheid, en • • operationele verantwoordelijkheid a. a. een beschrijving van de uitgevoerde monitoringactiviteiten; b. b. de geïdentificeerde tekortkomingen, inclusief de aard en omvang van deze tekortkomingen, en c. c. de herstelmaatregelen om de geïdentificeerde tekortkomingen aan te pakken. 47. 47. Het kantoor dient de aangelegenheden in paragraaf 46 te communiceren aan de opdrachtteams en aan andere personen met activiteiten in het kader van het kwaliteitsmanagementsysteem, zodat zij onverwijld passende maatregelen kunnen nemen in overeenstemming met hun verantwoordelijkheden.
-
Indien het kantoor tot een netwerk behoort, dient het kantoor inzicht te verkrijgen in: (Zie Par. A19, A175)
a. de vereisten die het netwerk heeft vastgesteld voor het kwaliteitsmanagementsysteem van het kantoor (d.w.z. netwerkvereisten). Deze omvatten de vereisten voor het kantoor om middelen of diensten te implementeren of te gebruiken, die door het netwerk zijn opgezet of verstrekt; b. alle diensten of middelen, verstrekt door het netwerk die het kantoor implementeert of gebruikt bij de opzet, implementatie of werking van het kwaliteitsmanagementsysteem van het kantoor (d.w.z. netwerkdiensten); en c. de verantwoordelijkheden van het kantoor voor alle maatregelen die nodig zijn om de netwerkvereisten te implementeren of gebruik te maken van netwerkdiensten. (Zie Par. A176)Het kantoor blijft verantwoordelijk voor zijn kwaliteitsmanagementsysteem, waaronder de professionele oordeelsvormingen met betrekking tot de opzet, implementatie en werking van het kwaliteitsmanagementsysteem. Het kantoor dient te borgen dat het voldoen aan de netwerkvereisten of het gebruik van netwerkdiensten niet aan de naleving van de vereisten uit deze Standaard in de weg staat. (Zie Par. A177) a. a. de vereisten die het netwerk heeft vastgesteld voor het kwaliteitsmanagementsysteem van het kantoor (d.w.z. netwerkvereisten). Deze omvatten de vereisten voor het kantoor om middelen of diensten te implementeren of te gebruiken, die door het netwerk zijn opgezet of verstrekt; b. b. alle diensten of middelen, verstrekt door het netwerk die het kantoor implementeert of gebruikt bij de opzet, implementatie of werking van het kwaliteitsmanagementsysteem van het kantoor (d.w.z. netwerkdiensten); en c. c. de verantwoordelijkheden van het kantoor voor alle maatregelen die nodig zijn om de netwerkvereisten te implementeren of gebruik te maken van netwerkdiensten. (Zie Par. A176)
-
Op basis van het inzicht dat is verkregen in paragraaf 48 dient het kantoor:
a. te bepalen hoe de netwerkvereisten of -diensten relevant zijn voor, en in overweging worden genomen in, het kwaliteitsmanagementsysteem. Dit omvat de wijze waarop de netwerkvereisten of -diensten moeten worden geïmplementeerd; en (Zie Par. A178) b. te evalueren of, en zo ja hoe, het kantoor de netwerkvereisten of -diensten moet aanpassen of aanvullen om geschikt te zijn voor gebruik in het kwaliteitsmanagementsysteem. (Zie Par. A179–A180)
a. a. te bepalen hoe de netwerkvereisten of -diensten relevant zijn voor, en in overweging worden genomen in, het kwaliteitsmanagementsysteem. Dit omvat de wijze waarop de netwerkvereisten of -diensten moeten worden geïmplementeerd; en (Zie Par. A178) b. b. te evalueren of, en zo ja hoe, het kantoor de netwerkvereisten of -diensten moet aanpassen of aanvullen om geschikt te zijn voor gebruik in het kwaliteitsmanagementsysteem. (Zie Par. A179–A180)
-
Indien het netwerk monitoringactiviteiten uitvoert die verband houden met het kwaliteitsmanagementsysteem van het kantoor, dient het kantoor:
a. het effect te bepalen van de monitoringactiviteiten door het netwerk op de aard, timing en omvang van de monitoringactiviteiten, die het kantoor uitvoert in overeenstemming met de paragrafen 36–38; b. de verantwoordelijkheden van het kantoor te bepalen met betrekking tot monitoringactiviteiten, en ook eventuele maatregelen van het kantoor die daarmee verband houden; en c. als onderdeel van de evaluatie van bevindingen en identificatie van tekortkomingen in paragraaf 40, tijdig de resultaten van de monitoringactiviteiten van het netwerk te verkrijgen. (Zie Par. A181)
a. a. het effect te bepalen van de monitoringactiviteiten door het netwerk op de aard, timing en omvang van de monitoringactiviteiten, die het kantoor uitvoert in overeenstemming met de paragrafen 36–38; b. b. de verantwoordelijkheden van het kantoor te bepalen met betrekking tot monitoringactiviteiten, en ook eventuele maatregelen van het kantoor die daarmee verband houden; en c. c. als onderdeel van de evaluatie van bevindingen en identificatie van tekortkomingen in paragraaf 40, tijdig de resultaten van de monitoringactiviteiten van het netwerk te verkrijgen. (Zie Par. A181)
-
Het kantoor dient:
a. inzicht te verkrijgen in: • de algehele reikwijdte van monitoringactiviteiten door het netwerk bij alle netwerkonderdelen. Dit omvat de monitoringactiviteiten om vast te stellen dat netwerkvereisten naar behoren zijn geïmplementeerd bij de netwerkonderdelen; en • de wijze waarop het netwerk de resultaten van zijn monitoringactiviteiten zal communiceren aan het kantoor. b. indien van toepassing, ten minste jaarlijks informatie van het netwerk te verkrijgen over de algehele resultaten van de monitoringactiviteiten door het netwerk bij de netwerkonderdelen, en (Zie Par. A182–A184) i. informatie te communiceren aan opdrachtteams en, in voorkomend geval, andere personen met activiteiten in het kader van het kwaliteitsmanagementsysteem, om hen in staat te stellen snelle en passende maatregelen te nemen in overeenstemming met hun verantwoordelijkheden; en ii. het effect van de informatie op het kwaliteitsmanagementsysteem van het kantoor te overwegen.
a. a. inzicht te verkrijgen in:
•
de algehele reikwijdte van monitoringactiviteiten door het netwerk bij alle netwerkonderdelen. Dit omvat de monitoringactiviteiten om vast te stellen dat netwerkvereisten naar behoren zijn geïmplementeerd bij de netwerkonderdelen; en
•
de wijze waarop het netwerk de resultaten van zijn monitoringactiviteiten zal communiceren aan het kantoor.
• • de algehele reikwijdte van monitoringactiviteiten door het netwerk bij alle netwerkonderdelen. Dit omvat de monitoringactiviteiten om vast te stellen dat netwerkvereisten naar behoren zijn geïmplementeerd bij de netwerkonderdelen; en • • de wijze waarop het netwerk de resultaten van zijn monitoringactiviteiten zal communiceren aan het kantoor. b. b. indien van toepassing, ten minste jaarlijks informatie van het netwerk te verkrijgen over de algehele resultaten van de monitoringactiviteiten door het netwerk bij de netwerkonderdelen, en (Zie Par. A182–A184)
i.
informatie te communiceren aan opdrachtteams en, in voorkomend geval, andere personen met activiteiten in het kader van het kwaliteitsmanagementsysteem, om hen in staat te stellen snelle en passende maatregelen te nemen in overeenstemming met hun verantwoordelijkheden; en
ii.
het effect van de informatie op het kwaliteitsmanagementsysteem van het kantoor te overwegen.
i. i. informatie te communiceren aan opdrachtteams en, in voorkomend geval, andere personen met activiteiten in het kader van het kwaliteitsmanagementsysteem, om hen in staat te stellen snelle en passende maatregelen te nemen in overeenstemming met hun verantwoordelijkheden; en ii. ii. het effect van de informatie op het kwaliteitsmanagementsysteem van het kantoor te overwegen.
-
Indien het kantoor een tekortkoming in de netwerkvereisten of -diensten identificeert, dient het kantoor (Zie Par. A185)
a. relevante informatie over de geïdentificeerde tekortkoming te communiceren aan het netwerk; en b. in overeenstemming met paragraaf 42 herstelmaatregelen op te zetten en te implementeren om het effect van de geïdentificeerde tekortkoming in de netwerkvereisten of -diensten aan te pakken. (Zie Par. A186)
a. a. relevante informatie over de geïdentificeerde tekortkoming te communiceren aan het netwerk; en b. b. in overeenstemming met paragraaf 42 herstelmaatregelen op te zetten en te implementeren om het effect van de geïdentificeerde tekortkoming in de netwerkvereisten of -diensten aan te pakken. (Zie Par. A186)
-
De persoon (personen) met de eindverantwoordelijkheid voor het kwaliteitsmanagementsysteem, dient (dienen) namens het kantoor het kwaliteitsmanagementsysteem te evalueren. De evaluatie dient op een bepaald moment, ten minste jaarlijks, plaats te vinden. (Zie Par. A187–A189)
-
Op basis van de evaluatie dient (dienen) de persoon (personen) met de eindverantwoordelijkheid voor het kwaliteitsmanagementsysteem namens het kantoor tot één van de volgende conclusies te komen (Zie Par. A190, A195)
a. het kwaliteitsmanagementsysteem verschaft het kantoor een redelijke mate van zekerheid dat de doelstellingen van het kwaliteitsmanagementsysteem worden bereikt; (Zie Par. A191) b. uitgezonderd aangelegenheden die verband houden met geïdentificeerde tekortkomingen die een ernstige maar geen diepgaande invloed hebben op de opzet, implementatie en werking van het kwaliteitsmanagementsysteem, verschaft het kwaliteitsmanagementsysteem het kantoor een redelijke mate van zekerheid dat de doelstellingen van het kwaliteitsmanagementsysteem worden bereikt; of (Zie Par. A192) c. het kwaliteitsmanagementsysteem verschaft het kantoor geen redelijke mate van zekerheid dat de doelstellingen van het kwaliteitsmanagementsysteem worden bereikt. (Zie Par. A192–A194)
a. a. het kwaliteitsmanagementsysteem verschaft het kantoor een redelijke mate van zekerheid dat de doelstellingen van het kwaliteitsmanagementsysteem worden bereikt; (Zie Par. A191) b. b. uitgezonderd aangelegenheden die verband houden met geïdentificeerde tekortkomingen die een ernstige maar geen diepgaande invloed hebben op de opzet, implementatie en werking van het kwaliteitsmanagementsysteem, verschaft het kwaliteitsmanagementsysteem het kantoor een redelijke mate van zekerheid dat de doelstellingen van het kwaliteitsmanagementsysteem worden bereikt; of (Zie Par. A192) c. c. het kwaliteitsmanagementsysteem verschaft het kantoor geen redelijke mate van zekerheid dat de doelstellingen van het kwaliteitsmanagementsysteem worden bereikt. (Zie Par. A192–A194) 55. 55. Indien de persoon (personen) met de eindverantwoordelijkheid voor het kwaliteitsmanagementsysteem tot de conclusie in paragraaf 54 (b) of (c) komt (komen), dient het kantoor: (Zie Par. A196)
a.
onverwijld passende maatregelen te nemen; en
b.
te communiceren aan:
i.
de opdrachtteams en andere personen met activiteiten in het kader van het kwaliteitsmanagementsysteem, voor zover dit relevant is voor hun verantwoordelijkheden; en (Zie Par. A197)
ii.
externe partijen in overeenstemming met het beleid of de procedures van het kantoor, zoals vereist op grond van paragraaf 34(e). (Zie Par. A198)
a. a. onverwijld passende maatregelen te nemen; en b. b. te communiceren aan:
i.
de opdrachtteams en andere personen met activiteiten in het kader van het kwaliteitsmanagementsysteem, voor zover dit relevant is voor hun verantwoordelijkheden; en (Zie Par. A197)
ii.
externe partijen in overeenstemming met het beleid of de procedures van het kantoor, zoals vereist op grond van paragraaf 34(e). (Zie Par. A198)
i. i. de opdrachtteams en andere personen met activiteiten in het kader van het kwaliteitsmanagementsysteem, voor zover dit relevant is voor hun verantwoordelijkheden; en (Zie Par. A197) ii. ii. externe partijen in overeenstemming met het beleid of de procedures van het kantoor, zoals vereist op grond van paragraaf 34(e). (Zie Par. A198) 56. 56. Het kantoor dient periodiek het functioneren te beoordelen van de persoon (personen) met:
•
de eindverantwoordelijkheid; en
•
operationele verantwoordelijkheid
voor het kwaliteitsmanagementsysteem. Daarbij dient het kantoor rekening te houden met de evaluatie van het kwaliteitsmanagementsysteem. (Zie Par. A199–A201)
• • de eindverantwoordelijkheid; en • • operationele verantwoordelijkheid
-
Het kantoor dient documentatie op te stellen over zijn kwaliteitsmanagementsysteem die voldoende is om: (Zie Par. A202–A204)
a. een consistent begrip van het kwaliteitsmanagementsysteem bij het personeel te bevorderen, waaronder een begrip van hun taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot het kwaliteitsmanagementsysteem en bij de uitvoering van de opdrachten; b. de consistente implementatie en toepassing van de maatregelen te bevorderen; en c. informatie te verstrekken over de opzet, implementatie en werking van de maatregelen om de evaluatie van het kwaliteitsmanagementsysteem door de persoon (personen) met de eindverantwoordelijkheid voor het kwaliteitsmanagementsysteem te ondersteunen.
a. a. een consistent begrip van het kwaliteitsmanagementsysteem bij het personeel te bevorderen, waaronder een begrip van hun taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot het kwaliteitsmanagementsysteem en bij de uitvoering van de opdrachten; b. b. de consistente implementatie en toepassing van de maatregelen te bevorderen; en c. c. informatie te verstrekken over de opzet, implementatie en werking van de maatregelen om de evaluatie van het kwaliteitsmanagementsysteem door de persoon (personen) met de eindverantwoordelijkheid voor het kwaliteitsmanagementsysteem te ondersteunen. 58. 58. Bij het opstellen van de documentatie dient het kantoor het volgende op te nemen:
a.
de identificatie van de persoon (personen) met:
•
de eindverantwoordelijkheid voor het kwaliteitsmanagementsysteem; en
•
de operationele verantwoordelijkheid voor het kwaliteitsmanagementsysteem;
b.
de kwaliteitsdoelstellingen en kwaliteitsrisico’s van het kantoor; (Zie Par. A205)
c.
een beschrijving van de maatregelen en hoe de maatregelen van het kantoor inspelen op de kwaliteitsrisico’s;
d.
met betrekking tot het monitoring- en herstelproces:
i.
informatie over de uitgevoerde monitoringactiviteiten;
ii.
de evaluatie van bevindingen, geïdentificeerde tekortkomingen en de daarmee verband houdende oorzaak (oorzaken) daarvan;
iii.
herstelmaatregelen om geïdentificeerde tekortkomingen aan te pakken en de evaluatie van de opzet en implementatie van die herstelmaatregelen; en
iv.
communicaties over de monitoring en herstel; en
e.
de basis voor de conclusie die is getrokken op basis van paragraaf 54.
a. a. de identificatie van de persoon (personen) met:
•
de eindverantwoordelijkheid voor het kwaliteitsmanagementsysteem; en
•
de operationele verantwoordelijkheid voor het kwaliteitsmanagementsysteem;
• • de eindverantwoordelijkheid voor het kwaliteitsmanagementsysteem; en • • de operationele verantwoordelijkheid voor het kwaliteitsmanagementsysteem; b. b. de kwaliteitsdoelstellingen en kwaliteitsrisico’s van het kantoor; (Zie Par. A205) c. c. een beschrijving van de maatregelen en hoe de maatregelen van het kantoor inspelen op de kwaliteitsrisico’s; d. d. met betrekking tot het monitoring- en herstelproces:
i.
informatie over de uitgevoerde monitoringactiviteiten;
ii.
de evaluatie van bevindingen, geïdentificeerde tekortkomingen en de daarmee verband houdende oorzaak (oorzaken) daarvan;
iii.
herstelmaatregelen om geïdentificeerde tekortkomingen aan te pakken en de evaluatie van de opzet en implementatie van die herstelmaatregelen; en
iv.
communicaties over de monitoring en herstel; en
i. i. informatie over de uitgevoerde monitoringactiviteiten; ii. ii. de evaluatie van bevindingen, geïdentificeerde tekortkomingen en de daarmee verband houdende oorzaak (oorzaken) daarvan; iii. iii. herstelmaatregelen om geïdentificeerde tekortkomingen aan te pakken en de evaluatie van de opzet en implementatie van die herstelmaatregelen; en iv. iv. communicaties over de monitoring en herstel; en e. e. de basis voor de conclusie die is getrokken op basis van paragraaf 54. 59. 59. Het kantoor dient het volgende te documenteren:
•
de aangelegenheden in paragraaf 58 voor zover ze verband houden met de netwerkvereisten of -diensten; en
•
de evaluatie van de netwerkvereisten of -diensten in overeenstemming met paragraaf 49(b). (Zie Par. A206)
• • de aangelegenheden in paragraaf 58 voor zover ze verband houden met de netwerkvereisten of -diensten; en • • de evaluatie van de netwerkvereisten of -diensten in overeenstemming met paragraaf 49(b). (Zie Par. A206) 60. 60. Het kantoor dient een bewaartermijn van de documentatie over het kwaliteitsmanagementsysteem vast te stellen. Die bewaartermijn dient voldoende te zijn om het kantoor in staat te stellen de opzet, implementatie en werking van het kwaliteitsmanagementsysteem van het kantoor te monitoren, of gedurende een langere tijd indien dit op grond van wet- of regelgeving vereist is. In Nederland geldt een bewaartermijn van zeven jaar.
. Inwerkingtreding
Standaard voor Kwaliteitsmanagement 1 treedt in werking op 15 december 2025. In het geval de Staatscourant waarin deze Standaard wordt gepubliceerd verschijnt na 15 december 2025, dan treedt deze Standaard in werking op de dag na publicatie in de Staatscourant en werkt terug tot 15 december 2025.
. Citeertitel
Deze publicatie wordt aangehaald als: Standaard voor Kwaliteitsmanagement 1, bij afkorting SKM1.