40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
6.2 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Verordening bestemmingsheffingen legsector (PPE) 2014 | BWBR0034648 | pbo | geldend | 2014-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0034648 | Verordening bestemmingsheffingen legsector (PPE) 2014 |
Verordening bestemmingsheffingen legsector (PPE) 2014
Paragraaf 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
Deze verordening neemt over de begripsbepalingen van de Verordening algemene bepalingen heffingen (PPE) 2005 en verstaat voorts onder:
Paragraaf 2. Broedeieren en eendagskuikens
Artikel 2
1. De ondernemer die in het kalenderjaar 2014 broedeieren, bestemd om hieruit fok- en vermeerderingspluimvee of gebruikspluimvee te verkrijgen inlegt of pleegt in te leggen, ongeacht of er al dan niet daadwerkelijk eendagskuikens uit worden verkregen, is aan het productschap een bestemmingsheffing verschuldigd.
2.
Het tarief van de in het eerste lid bedoelde heffing bedraagt voor broedeieren:
a. a. voor legrassen kippen voor het verkrijgen van fok- en vermeerderingspluimvee € 0,005 per ingelegd broedei, b. b. voor legrassen kippen voor het verkrijgen van gebruikspluimvee € 0,00 per ingelegd broedei.
Artikel 3
1. De ondernemer die eendagskuikens plaatst om deze op te fokken tot grootmoederdieren, moederdieren of gebruikspluimvee is aan het productschap een bestemmingsheffing verschuldigd over de aantallen door hem met dat doel in het kalenderjaar 2014 geplaatste eendagskuikens.
2.
Het tarief van de in het eerste lid bedoelde heffing bedraagt voor legrassen kippen:
a. a. € 0,025 per eendagskuiken in geval van opfok grootmoederdieren, b. b. € 0,00384 per eendagskuiken in geval van opfok moederdieren, c. c. € 0,00182 per eendagskuiken in geval van opfok gebruikspluimvee.
Artikel 4
1. De ondernemer die een opfokvermeerderingsbedrijf uitoefent is over het kalenderjaar 2014 aan het productschap een bestemmingsheffing verschuldigd ten behoeve van het M.g. fonds.
2. Het tarief van de in het eerste lid bedoelde heffing bedraagt voor tot geslachtsrijpe moederdieren op te fokken eendagskuikens op opfokbedrijven € 0,00 per kuiken.
Paragraaf 3. Grootmoederdieren en moederdieren
Artikel 5
1. De ondernemer die grootmoederdieren of moederdieren houdt is aan het productschap een bestemmingsheffing verschuldigd over de door hem in het kalenderjaar 2014 gehouden moederdieren voor legrassen kippen.
2.
Het tarief van de in het eerste lid bedoelde heffing bedraagt voor legrassen kippen:
a. a. € 0,6 per grootmoederdier, b. b. € 0,02431 per moederdier.
3.
De in het eerste lid bedoelde heffing is éénmaal gedurende het leven van een grootmoederdier of moederdier van legrassen kippen verschuldigd, en wel:
a. a. zodra het grootmoederdier of moederdier is geplaatst, of b. b. zodra het grootmoederdier of moederdier de leeftijd van 20 weken heeft bereikt, in het geval het in het bedrijf van oorsprong in productie wordt genomen.
Artikel 6
1. De ondernemer die een vermeerderingsbedrijf uitoefent is over het kalenderjaar 2014 aan het productschap een bestemmingsheffing verschuldigd ten behoeve van het M.g. fonds.
2. Het tarief van de in het eerste lid bedoelde heffing bedraagt voor legrassen kippen op de vermeerderingsbedrijven € 0,00 per moederdier.
3. Indien de functies van opfok- en vermeerderingsbedrijf binnen één bedrijf worden uitgeoefend, is het in het tweede lid genoemde tarief verschuldigd wanneer de moederdieren 20 weken oud zijn.
Paragraaf 4. Legkippen
Artikel 7
1. De ondernemer die legkippen houdt is aan het productschap een bestemmingsheffing verschuldigd over de door hem in het kalenderjaar 2014 gehouden legkippen tegen een tarief van € 0,01923 per legkip.
2.
De in het eerste lid bedoelde heffing is gedurende het leven van een legkip éénmaal verschuldigd, en wel:
a. a. zodra de legkip is geplaatst, of b. b. zodra de legkip de leeftijd van 18 weken heeft bereikt.
Paragraaf 5. Eieren
Artikel 8
1. De houder van een pakstation is aan het productschap een bestemmingsheffing verschuldigd over de door hem in het kalenderjaar 2014 afgeleverde eieren tegen een tarief van € 0,000004 per ei.
2.
De in het eerste lid bedoelde heffing is niet verschuldigd voor die eieren ten aanzien waarvan naar genoegen van het productschap wordt aangetoond dat zij:
a. a. niet in Nederland zijn geproduceerd, of b. b. gesorteerd ontvangen zijn van een andere houder van een pakstation, als zodanig geregistreerd bij het productschap, of c. c. afgeleverd zijn aan een eiproductenfabrikant.
Paragraaf 6. Eiproducten
Artikel 9
1. De eiproductenfabrikant is over de door hem ontvangen en tot eiproduct verwerkte eieren een bestemmingsheffing verschuldigd tegen een tarief van € 0,00 per kilogram tot eiproduct verwerkte eieren.
2. De in het eerste lid bedoelde heffing is niet verschuldigd voor die eieren ten aanzien waarvan naar genoegen van het productschap wordt aangetoond dat zij niet in Nederland zijn geproduceerd.
Paragraaf 7. Overige bepalingen
Artikel 10
De bestemmingsheffingen, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 9, zijn bestemd voor de fondsen overeenkomstig de nadere verdeling zoals opgenomen in de bijlage.
Artikel 11
Voor de toepassing van deze verordening geldt het bepaalde bij of krachtens de Verordening algemene bepalingen heffingen (PPE) 2005.
Artikel 12
Het is de voorzitter niet toegestaan de in deze verordening bedoelde heffingen aan de ondernemer op te leggen, indien hieraan niet een door de Europese Commissie goedgekeurde steunmaatregel ten grondslag ligt.
Paragraaf 8. Slotbepalingen
Artikel 13
1. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening bestemmingsheffingen legsector (PPE) 2014.
2. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2014. Indien het Verordeningen blad Bedrijfsorganisatie waarin zij wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 januari 2014, treedt zij in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van dat Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en werkt zij terug tot en met 1 januari 2014.