rijk/pbo/verordening-fokken-van-tse-ongevoelige-schapen-pvv-2004/BWBR0017171/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

6.8 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Verordening fokken van TSE-ongevoelige schapen (PVV) 2004 BWBR0017171 pbo geldend 2004-11-07 https://wetten.overheid.nl/BWBR0017171 Verordening fokken van TSE-ongevoelige schapen (PVV) 2004

Verordening fokken van TSE-ongevoelige schapen (PVV) 2004

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze verordening wordt verstaan onder:

Paragraaf 2. Verbodsbepalingen

Artikel 2

1. Het is verboden schapen te fokken.

2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing, indien voor de ram waarmee gefokt wordt een certificaat is afgegeven.

3. Het certificaat vergezelt de ram te allen tijde.

Paragraaf 3. Verplichtingen voor de houder

Artikel 3

1. De houder van een ooi controleert, voorafgaand aan het dekken van een ooi door een ram, of voor de ram een certificaat, als bedoeld in artikel 2, tweede lid, is afgegeven.

2. Indien de ram is overgedragen aan een andere houder dient een leesbare fotokopie van het certificaat van de ram, bedoeld in het eerste lid, gedurende drie jaar op de onderneming van de voormalig houder te worden bewaard.

Paragraaf 4. Certificering

Artikel 4

1.

Het in artikel 2, tweede lid, bedoelde certificaat wordt afgegeven, indien:

a. a. erfelijkheidsonderzoek heeft aangetoond dat de ram TSE-ongevoelig is, b. b. naar genoegen van de voorzitter is gebleken dat de ram afstamt van een ram en een ooi, waarvan op grond van een erfelijkheidsonderzoek is vastgesteld dat zij TSE-ongevoelig zijn of c. c. erfelijkheidsonderzoek heeft aangetoond dat de ram TSE-semi-ongevoelig of TSE-gevoelig is en de ram behoort tot een ras met een lage frequentie aan ARR-allel mits het betreffende ras als zeldzaam ras is opgenomen in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 445/2002 van de Commissie van de Europese Unie van 26 februari 2002 (PbEU L 074) tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL), of de ram staat ingeschreven in een op grond van het Fokkerijbesluit erkend stamboek en het fokken geschiedt binnen hetzelfde ras of stamboek.

2. In het in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde geval wordt het certificaat alleen afgegeven, indien er een door de voorzitter erkend fokprogramma is opgesteld overeenkomstig het nader bij verordening door het bestuur vast te stellen selectieregime.

3. Het in het eerste lid bedoelde erfelijkheidsonderzoek wordt verricht door een laboratorium dat beschikt over een erkenning als bedoeld in artikel 3 van de regeling, dan wel over een besluit tot gelijkstelling als bedoeld in artikel 4 van de regeling, voor het uitvoeren van de testmethode genoemd in bijlage I, onder 9, van de regeling.

Artikel 5

1. Het certificaat, bedoeld in artikel 2, tweede lid, wordt door de houder bij het productschap aangevraagd.

2. Het model van het certificaat wordt namens het bestuur door de voorzitter bij besluit vastgesteld.

3. Het certificaat wordt uitgegeven door de voorzitter.

4. Het in het tweede lid bedoelde besluit wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Artikel 6

1. Voor het certificaat is een vergoeding verschuldigd.

2. De hoogte van de vergoeding wordt namens het bestuur door de voorzitter bij besluit vastgesteld.

3. Het in het tweede lid bedoelde besluit wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Artikel 7

1. In geval van verlies of diefstal van het certificaat stelt de houder het productschap hiervan schriftelijk en onverwijld op de hoogte.

2. De houder dient in het eerste lid bedoeld geval overeenkomstig artikel 5 een certificaataanvraag in onder vermelding van de opdruk “duplicaat certificaat”.

Paragraaf 5. Bijzondere bepalingen

Artikel 8

1. De voorzitter kan op grond van door het bestuur bij besluit vast te stellen voorwaarden op schriftelijk verzoek van belanghebbende van het bepaalde in de artikelen 2, 3 en 4, eerste en tweede lid, sub c, ontheffing dan wel vrijstelling verlenen.

2. Aan een vrijstelling of ontheffing kunnen voorschriften of voorwaarden worden verbonden.

3. Een vrijstelling of ontheffing kan onder beperkingen worden verleend en kan te allen tijde worden ingetrokken.

4. Het in het eerste lid bedoelde besluit wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Artikel 9

1. Het fokken van schapen met een ram waarvoor geen certificaat als bedoeld in artikel 2, tweede lid, is afgegeven, is toegestaan indien de houder van de ram negen of minder ooien houdt van één van de rassen die genoemd staan in de bijlage van de Verordening, mits deze rassen ressorteren onder de Vereniging Het Gotland pelsschaap, de Federatie van Buitenlandse Schapenrassen of de Vereniging van Speciale Schapenrassen.

2. Het fokken van schapen met een ram waarvoor geen certificaat als bedoeld in artikel 2, tweede lid, is afgegeven, is eveneens toegestaan indien de ram wordt gehouden in de grote eenheden natuur, als bedoeld in de Leidraad Grote Grazers van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Paragraaf 6. Strafbepalingen

Artikel 10

1. Op overtreding van de bepalingen van artikel 3, tweede lid, worden tuchtrechtelijke maatregelen gesteld.

2.

De tuchtrechtelijke maatregelen bedoeld in het eerste lid zijn:

a. a. een berisping; b. b. een geldboete van ten hoogste het bedrag van de derde categorie bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrechtwelke geheel of gedeeltelijk voorwaardelijk kan worden opgelegd; c. c. het stellen van de betrokkene onder verscherpte controle op zijn kosten, voor ten hoogste 2 jaren; d. d. openbaarmaking van de tuchtbeschikking op kosten van de veroordeelde.

Paragraaf 7. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 11

1. Een door de Gezondheidsdienst voor Dieren op grond van het “Reglement scrapiebestrijding 2003” vóór 1 juli 2005 afgegeven verklaring waaruit blijkt dat de ram TSE-ongevoelig is, geldt als certificaat als bedoeld in artikel 2, tweede lid.

2. Rassen en stamboeken die staan vermeld op de bij deze verordening horende bijlage zijn tot 1 april 2005 vrijgesteld van de verplichting tot het erkennen van hun fokprogramma door de voorzitter als bedoeld in artikel 4, tweede lid.

Artikel 12

1. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening fokken van TSE-ongevoelige schapen (PVV) 2004.

2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin zij wordt geplaatst.

Bijlage . Bijlage

als bedoeld in artikel 11, tweede lid van

de Verordening fokken van TSE-ongevoelige schapen (PVV) 2004: