rijk/pbo/verordening-hygiënemaatregelen-en-bestrijding-zoönosen-pluimveeslachterijen-en-u/BWBR0031282/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

13 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen pluimveeslachterijen en -uitsnijderijen (PPE) 2011 BWBR0031282 pbo geldend 2012-02-05 https://wetten.overheid.nl/BWBR0031282 Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen pluimveeslachterijen en -uitsnijderijen (PPE) 2011

Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen pluimveeslachterijen en -uitsnijderijen (PPE) 2011

Paragraaf . Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze Verordening en de daarop rustende besluiten wordt verstaan onder:

Voor het overige worden de begripsbepalingen overgenomen van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011.

Paragraaf . Hygiënemaatregelen na vervoer

Artikel 2

1. Nadat het pluimvee is uitgeladen uit de transportmiddelen waarmee en de kratten en containers waarin, het is aangevoerd in de slachterij, reinigt en ontsmet de ondernemer deze transportmiddelen en kratten en containers onverwijld en zodanig dat deze visueel schoon zijn.

2. De ondernemer neemt dagelijks monsters van de gereinigde kratten en containers waarin het pluimvee in de slachterij zijn aangevoerd. De ondernemer draagt er zorg voor dat een onderzoek van deze monsters op de aanwezigheid van Salmonella plaatsvindt door middel van detectie door een voor detectie van Salmonella erkend laboratorium.

Paragraaf . Algemene hygiënemaatregelen

Artikel 3

1. De ondernemer houdt tijdens het slachtproces alle slachtkoppels op stalniveau en slachtuitlaadkoppels op bedrijfsniveau fysiek van elkaar gescheiden.

2. De ondernemer hangt slechts nuchter pluimvee aan de slachtlijn.

3. De looprichting en de gereguleerde luchtstroom zijn tegengesteld aan de richting die het aangevoerde product doorloopt.

4. De ondernemer reinigt en ontsmet al het tijdens de slacht en voor het uitbenen, het uitsnijden, het versnijden, het verpakken en het opslaan gebruikte materiaal.

Paragraaf . Voorwaarden voor het slachten in het kader van Salmonella

Artikel 4

1. De ondernemer mag alleen pluimvee slachten indien hij uiterlijk 24 uur vóór de slacht in het bezit is van de schriftelijke uitslagen van het Salmonellaonderzoek dat in de stal waaruit het pluimvee afkomstig is, is uitgevoerd.

2.

De schriftelijke uitslagen van het in het eerste lid bedoelde Salmonellaonderzoek omvatten de uitslagen van de detectie, in voorkomend geval de serotypering en in voorkomend geval het verificatieonderzoek, als bedoeld in de artikelen:

a) a)

      artikel 4 (opfokbedrijf, fokbedrijf en vermeerderingsbedrijf),

b) b)

      artikel 10 (opfokleghennenbedrijf, en leghennenbedrijf),

c) c)

      artikel 13 (vleeskuikenbedrijven) en

d) d)

      artikel 15 (Salmonellaonderzoek op initiatief van de voorzitter),

van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in pluimveebedrijven en kuikenbroederijen (PPE) 2011 en de daarop gebaseerde besluiten.

3.

De ondernemer is verplicht om dagelijks al het pluimvee in onderstaande volgorde te slachten:

a) a) Als eerste al het pluimvee waarvan het Salmonellaonderzoek in het pluimveebedrijf geen Salmonella heeft aangetoond; b) b) Vervolgens al het pluimvee waarvan het Salmonellaonderzoek in het pluimveebedrijf Salmonella van een ander serotype dan Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium heeft aangetoond; c) c) Als laatste al het pluimvee waarvan het Salmonellaonderzoek in het pluimveebedrijf Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium heeft aangetoond.

Paragraaf . Voorwaarden voor het slachten in het kader van Campylobacter

Artikel 5

Vervallen

Paragraaf . Salmonellaonderzoek in de slachterij

Artikel 6

1. De ondernemer neemt dagelijks van elk slachtkoppel blindedarmmonsters en monsters van het eindproduct van de slachterij.

2. De ondernemer zorgt ervoor dat een onderzoek van de in het eerste lid bedoelde monsters naar de aanwezigheid van Salmonella plaatsvindt door middel van detectie door een voor detectie van Salmonella erkend laboratorium en, in geval van de aanwezigheid van Salmonella in de monsters, serotypering door een voor serotypering erkend laboratorium.

3. De ondernemer verstrekt tijdig de monsters aan het voor detectie van Salmonella erkende laboratorium, en in geval van de aanwezigheid van Salmonella in het monster, aan het voor serotypering erkende laboratorium.

Paragraaf . Uitzonderingen op het uitvoeren van een Campylobacteronderzoek

Artikel 7

Vervallen

Paragraaf . Salmonellaonderzoek in de uitsnijderij

Artikel 8

1. De ondernemer die per week ten minste 3.000 kilogram vlees van pluimvee uitbeent, uitsnijdt, versnijdt, opslaat of verpakt, neemt dagelijks monsters van het eindproduct van de uitsnijderij.

2. De ondernemer zorgt ervoor dat een onderzoek van de monsters naar de aanwezigheid van Salmonella plaatsvindt door middel van detectie door een voor detectie van Salmonella erkend laboratorium, en in geval van de aanwezigheid van Salmonella in de monsters, serotypering door een voor serotypering erkend laboratorium.

3. De ondernemer verstrekt tijdig de monsters aan het voor detectie van Salmonella erkende laboratorium, en in geval van de aanwezigheid van Salmonella in het monster, aan het voor serotypering erkende laboratorium.

Paragraaf . Erkenning laboratoria

Artikel 9

De voorzitter is belast met de erkenning van de laboratoria als bedoeld in de artikelen 2, 6 en 8. Het bestuur stelt bij besluit nadere regels vast ten aanzien van de erkenningsvoorwaarden van laboratoria.

Paragraaf . Bestuursbesluiten houdende nadere regels

Artikel 10

1. Het bestuur stelt bij besluit nadere regels vast over de wijze waarop, het tijdstip waarop en de frequentie waarmee de monsters als bedoeld in artikel 2 worden genomen, alsmede over het aantal monsters en over de detectie van deze monsters.

2. Het bestuur kan bij besluit nadere regels stellen over de wijze waarop de ondernemer de slachtkoppels en slachtuitlaadkoppels fysiek van elkaar gescheiden dient te houden, als bedoeld in artikel 3.

3. Het bestuur stelt bij besluit nadere regels vast over de wijze waarop, het tijdstip waarop en de frequentie waarmee de monsters als bedoeld in artikel 6 worden genomen, over het aantal monsters, over de detectie en de serotypering van deze monsters en over de tijdige melding van de laboratoriumuitslagen van deze monsters.

4. Het bestuur kan bij besluit nadere regels vaststellen over de consequenties die kunnen worden verbonden aan de laboratoriumuitslagen van de monsters als bedoeld in artikel 6.

5. Het bestuur stelt bij besluit nadere regels vast over de wijze waarop, het tijdstip waarop en de frequentie waarmee de monsters als bedoeld in artikel 8 worden genomen, over het aantal monsters, over de detectie en de serotypering van deze monsters en over de tijdige melding van de laboratoriumuitslagen van deze monsters.

Paragraaf . Administratie

Artikel 11

1. De ondernemer houdt een deugdelijke administratie bij inzake iedere aanvoer van pluimvee naar, en afvoer van eindproducten van zijn onderneming, inzake de monsters die hij heeft genomen, inzake de uitslagen van de detectie, de serotypering en inzake facturen als gevolg van verplichtingen vastgelegd bij of krachtens deze verordening.

2. De administratie is zodanig ingericht dat deze te allen tijde aan een door het bestuur aangewezen toezichthouder het benodigde inzicht kan verschaffen over de naleving van de bij of krachtens deze verordening vastgelegde voorschriften en verplichtingen.

3. De ondernemer bewaart de uitslag van de detectie als bedoeld in artikel 2 alsmede de uitslagen van de detectie en serotypering als bedoeld in de artikelen 6 en 8 gedurende ten minste twee jaren na ontvangst van het erkende laboratorium.

4. De ondernemer bewaart de schriftelijke uitslagen van het Salmonellaonderzoek van de pluimveehouder als bedoeld in artikel 4 gedurende ten minste twee jaren na ontvangst van het pluimveebedrijf.

Paragraaf . Informatieoverdracht

Artikel 12

1. De ondernemer meldt tijdig de schriftelijke uitslag van het Salmonellaonderzoek als bedoeld in artikel 4 aan de voorzitter.

2. De ondernemer meldt tijdig de uitslagen van de detectie en de serotypering als bedoeld in de artikelen 6 en 8 aan de voorzitter.

3. De ondernemer meldt tijdig de uitslagen van de detectie en de serotypering als bedoeld in de artikelen 6 en 8 aan de pluimveehouder die het pluimvee heeft geleverd waarvan de blindedarm monsters en de monsters van het eindproduct van de slachterij en de uitsnijderij zijn genomen. Ook indien het pluimvee door een ander dan de pluimveehouder is geleverd zorgt de ondernemer ervoor dat de pluimveehouder de uitslagen ontvangt.

4. Het bestuur stelt bij besluit nadere regels vast ten aanzien van de wijze waarop, het tijdstip waarop en de frequentie waarmee de ondernemer de in het eerste, tweede en derde lid bedoelde uitslagen meldt.

Paragraaf . Gegevensverwerking

Artikel 13

De door het productschap uit hoofde van deze verordening verkregen gegevens worden in handen gesteld van de voorzitter en worden, behoudens bij of krachtens de wet te bepalen gevallen, niet aan derden verstrekt. De verkregen gegevens kunnen geanonimiseerd worden verwerkt in algemene, periodieke rapportages waarin feiten en statistieken worden weergegeven.

Paragraaf . Controle

Artikel 14

1. De ondernemer laat zich ten minste één maal per kalenderjaar op eigen kosten door een erkende controle-instantie controleren op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening.

2. De controle-instantie kan op aanvraag worden erkend door de voorzitter indien zij voldoet aan door het bestuur bij besluit vastgestelde erkenningsvoorwaarden, welke strekken tot waarborg van de onafhankelijkheid en expertise van de controle-instantie.

3. De voorzitter kan aan een erkenning nadere voorschriften en voorwaarden verbinden. De voorzitter kan de erkenning intrekken indien is vastgesteld dat niet langer aan de erkenningsvoorwaarden of de aan de erkenning verbonden nadere voorschriften en voorwaarden wordt voldaan.

Paragraaf . Toezicht op de naleving

Artikel 15

1. Het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de artikelen 2, 3, 4, 6, 8, 11 en 12 bepaalde wordt namens het productschap uitgeoefend door toezichthouders die hiervoor door het bestuur bij besluit zijn aangewezen.

2.

De ondernemer is verplicht:

a) a) Aan de door het bestuur aangewezen toezichthouders al die gegevens te verstrekken of te doen verstrekken, die nodig zijn voor de vervulling van hun taak; b) b) Aan de door het bestuur aangewezen toezichthouders inzage te geven of te doen geven van die boeken en bescheiden, die nodig zijn voor de vervulling van hun taak; c) c) Aan de door het bestuur aangewezen toezichthouders te allen tijde toegang te geven of te doen geven tot de bedrijfsruimten en tot die plaatsen of vervoermiddelen, waar of waarin voorraden die tot het bedrijf van de ondernemer behoren, zijn opgeslagen of worden vervoerd; d) d) Te gedogen dat de door het bestuur aangewezen toezichthouders monsters nemen uit de voorraden, waaronder begrepen verpakkingsmateriaal, van het bedrijf van de ondernemer, ongeacht de plaats waar of waarin zich die voorraden bevinden en alsdan de van hem gevorderde medewerking verlenen overeenkomstig de aanwijzingen en het toezicht van die toezichthouders; e) e) Voor het overige alle medewerking te verlenen ter vervulling van de aan de toezichthouders opgedragen taak.

3. De in het eerste lid bedoelde toezichthouders zijn bevoegd om berechtingsrapporten op te maken ten behoeve van tuchtrechtelijke afhandeling van overtredingen van het bij of krachtens de artikelen 2, 3, 4, 6, 8, 11 en 12 bepaalde.

Paragraaf . Tuchtrechtelijke maatregelen

Artikel 16

Op overtreding van het in de artikelen 2, 3, 4, 6, 8, 11 en 12 bepaalde zijn tuchtrechtelijke maatregelen gesteld zoals voorzien in de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004.

Paragraaf . Ontheffing en vrijstelling

Artikel 17

Vervallen

Paragraaf . Publicatie besluiten

Artikel 18

De op grond van deze verordening door het bestuur vast te stellen besluiten worden gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Paragraaf . Intrekking en verwijzing

Artikel 19

De Verordening hygiënevoorschriften pluimveeverwerkende industrie (PPE) 2007 wordt ingetrokken.

Paragraaf . Inwerkingtreding, publicatie en citeertitel

Artikel 20

1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dag van dagtekening van het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin zij wordt geplaatst.

2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen pluimveeslachterijen en -uitsnijderijen (PPE) 2011.