rijk/pbo/verordening-hygiënevoorschriften-pluimveeverwerkende-industrie-ppe-2007/BWBR0023512/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

9 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Verordening hygiënevoorschriften pluimveeverwerkende industrie (PPE) 2007 BWBR0023512 pbo geldend 2008-02-10 https://wetten.overheid.nl/BWBR0023512 Verordening hygiënevoorschriften pluimveeverwerkende industrie (PPE) 2007

Verordening hygiënevoorschriften pluimveeverwerkende industrie (PPE) 2007

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze verordening en de daarop rustende besluiten wordt verstaan onder:

Met uitzondering van het begrip ondernemer worden in deze verordening en de daarop rustende besluiten voorts de begripsbepalingen van de Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij (PPE) 2007 overgenomen.

Paragraaf 2. Hygiënemaatregelen

Artikel 2

1. De ondernemer houdt een koppel dat besmet is met Salmonella zodanig apart dat contact wordt vermeden met een koppel dat niet besmet is met Salmonella.

2. De ondernemer zorgt ervoor dat het pluimvee nuchter is op het moment dat het aan de slachtlijn wordt gehangen.

3. De ondernemer zorgt ervoor dat lucht vanuit de ruimte waar het pluimvee aan de slachtlijn wordt gehangen niet wordt afgezogen naar schone ruimten.

4. De ondernemer reinigt en ontsmet alle gebruikte attributen.

Paragraaf 3. Hygiënemaatregelen bij transport

Artikel 3

1. De ondernemer reinigt en ontsmet de vervoermiddelen waarmee het voor de slachting bestemde pluimvee is vervoerd na aankomst op het bedrijfsterrein, en controleert aansluitend of deze vervoermiddelen visueel schoon zijn.

2. De ondernemer reinigt en ontsmet de kratten en containers en andere middelen waarin het voor de slachting bestemde pluimvee is aangevoerd na gebruik op het bedrijfsterrein, en controleert aansluitend of deze vervoermiddelen visueel schoon zijn.

Paragraaf 4. Onderzoek naar schadelijke micro-organismen

Artikel 4

1. De ondernemer die een slachterij uitoefent dient elk koppel te slachten pluimvee direct na de aflevering op de slachterij te onderzoeken of te laten onderzoeken op de aanwezigheid van Salmonella en Campylobacter door middel van monstername.

2. De ondernemer die een slachterij uitoefent dient het geslachte pluimvee en het uitgesneden en uitgebeende pluimveevlees te onderzoeken ofte laten onderzoeken op de aanwezigheid van Salmonella en Campylobacter door middel van monstername.

3. De ondernemer die een uitsnijderij uitoefent dient het uitgesneden en versneden pluimveevlees te onderzoeken ofte laten onderzoeken op de aanwezigheid van Salmonella door middel van monstername.

4. De ondernemer laat de in het eerste, tweede en derde lid bedoelde monsters analyseren, en wanneer deze Salmonella-positief zijn serotyperen, door een door de voorzitter erkend laboratorium.

5. De ondernemer die een slachterij uitoefent neemt van de gereinigde kratten en containers waarin het pluimvee is aangevoerd dagelijks een monster, dat hij onderzoekt of laat onderzoeken op de aanwezigheid van Salmonella en dat hij laat analyseren door een door de voorzitter erkend laboratorium.

6. Het bestuur stelt bij besluit nadere regels vast ten aanzien van het bepaalde in het eerste, tweede, derde, vierde en vijfde lid.

Paragraaf 5. Voorwaarden voor het slachten

Artikel 5

1. De ondernemer die een slachterij uitoefent is gehouden slechts pluimvee te slachten of doen slachten indien het koppel waarvan het deel uitmaakt bij aanlevering op de slachterij reeds op de kuikenbroederij is onderzocht op de aanwezigheid van Salmonella en op het vleeskuikenbedrijf is onderzocht op de aanwezigheid van Salmonella en Campylobacter en indien het resultaat van de onderzoeken 24 uur voor het slachten van dit pluimvee bij de ondernemer schriftelijk bekend is.

2. De ondernemer die een slachterij uitoefent is gehouden het pluimvee dat afkomstig is van een koppel dat niet besmet is met Salmonella te slachten of doen slachten vóór het pluimvee dat afkomstig is van een koppel dat besmet is met Salmonella.

Paragraaf 6. Informatieoverdracht

Artikel 6

De ondernemer bewaart de onderzoeksresultaten als bedoeld in artikel 4, eerste, tweede, derde en vierde lid en artikel 5, eerste lid, alsmede de onderzoeksresultaten verkregen van leveranciers van pluimvee gedurende twee jaren, en rapporteert deze overeenkomstig een door het bestuur vast te stellen besluit maandelijks aan het productschap.

Paragraaf 7. Ontheffing en vrijstelling

Artikel 7

1. De voorzitter kan namens het bestuur, voor zover het belang van de bestrijding van Salmonella en Campylobacter zich daartegen niet verzet, op schriftelijk verzoek van de ondernemer en op grond van door het bestuur bij besluit vastgestelde richtlijnen, ontheffing verlenen van het bepaalde bij of krachtens de deze verordening en aan zodanige ontheffing voorschriften en beperkingen verbinden.

2. Het bestuur kan bij besluit vrijstelling verlenen aan de ondernemer dan wel aan een groep van te onderscheiden categorieën ondernemers en aan een zodanige vrijstelling voorschriften en beperkingen verbinden.

3. Een verleende ontheffing kan te allen tijde door de voorzitter namens het bestuur worden ingetrokken en een verleende vrijstelling kan te allen tijde door het bestuur worden ingetrokken.

Paragraaf 8. Controle

Artikel 8

1. De ondernemer laat zich jaarlijks ten minste eenmaal op eigen kosten controleren op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening door een erkende controleinstantie.

2. De in het eerste lid bedoelde controle-instantie kan op aanvraag worden erkend door de voorzitter indien zij voldoet aan door het bestuur bij besluit vastgestelde voorwaarden, welke strekken tot waarborg van de onafhankelijkheid en expertise van de controleinstantie.

3. Aan een erkenning kunnen nadere voorschriften of voorwaarden worden verbonden. De erkenning kan door de voorzitter worden ingetrokken indien is vastgesteld dat niet langer aan de erkenningsvoorwaarden of de aan de erkenning verbonden nadere voorschriften of voorwaarden wordt voldaan.

Paragraaf 9. Toezicht op de naleving

Artikel 9

1. Het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de artikelen 2, 3, 4, 5 en 6 bepaalde wordt namens het productschap uitgeoefend door toezichthouders die hiervoor door het bestuur bij besluit zijn aangewezen.

2.

De ondernemer is verplicht:

a. a. Aan de door het bestuur aangewezen toezichthouders al die gegevens te verstrekken of te doen verstrekken, die nodig zijn voor de vervulling van hun taak; b. b. Aan de door het bestuur aangewezen toezichthouders inzage te geven of te doen geven van die boeken en bescheiden, die nodig zijn voor de vervulling van hun taak; c. c. Aan de door het bestuur aangewezen toezichthouders te allen tijde toegang te geven of te doen geven tot de bedrijfsruimten en tot die plaatsen of vervoermiddelen, waar of waarin voorraden die tot het bedrijf van de ondernemer behoren, zijn opgeslagen of worden vervoerd; d. d. Te gedogen dat de door het bestuur aangewezen toezichthouders monsters nemen uit de voorraden, waaronder begrepen verpakkingsmateriaal, van het bedrijf van de ondernemer, ongeacht de plaats waar of waarin zich die voorraden bevinden en alsdan de van hem gevorderde medewerking verlenen overeenkomstig de aanwijzingen en het toezicht van die toezichthouders; e. e. Voor het overige alle medewerking te verlenen ter vervulling van de aan de toezichthouders opgedragen taak.

3. De in het eerste lid bedoelde toezichthouders zijn bevoegd om berechtingsrapporten op te maken ten behoeve van tuchtrechtelijke afhandeling van overtredingen van het bij of krachtens de artikelen 2, 3, 4, 5 en 6 bepaalde.

Paragraaf 10. Tuchtbepalingen

Artikel 10

Op overtreding van het in de artikelen 2, 3, 4, 5 en 6 bepaalde zijn tuchtrechtelijke maatregelen gesteld zoals voorzien in de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004.

Paragraaf 11. Slotbepalingen

Artikel 11

1. De door het productschap uit hoofde van deze verordening verkregen gegevens worden in handen gesteld van de voorzitter.

2. De uit hoofde van deze verordening verkregen gegevens worden slechts aan derden verstrekt in bij of krachtens de wet te bepalen gevallen of voor zover zulks in overeenstemming is met de artikelen 8 en 9 van de Wet bescherming persoonsgegevens.

Artikel 12

De op grond van deze verordening door het bestuur vast te stellen besluiten worden gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Artikel 13

1. De Verordening hygiënevoorschriften pluimveeverwerkende industrie 1999 wordt ingetrokken.

2. Elk verwijzing naar de Verordening hygiënevoorschriften pluimveeverwerkende industrie 1999 in de regelgeving van het productschap wordt geacht te verwijzen naar deze verordening.

Artikel 14

1. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening hygiënevoorschriften pluimveeverwerkende industrie (PPE) 2007.

2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dag van dagtekening van het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin zij wordt geplaatst.