40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
8 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Verordening monitoring Aviaire influenza (PPE) 2005 | BWBR0018201 | pbo | geldend | 2005-07-31 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0018201 | Verordening monitoring Aviaire influenza (PPE) 2005 |
Verordening monitoring Aviaire influenza (PPE) 2005
Paragraaf 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
Paragraaf 2. Onderzoek op Aviaire influenza
Artikel 2
1. De ondernemer zorgt ervoor dat overeenkomstig de artikelen 3 en 4, op zijn kosten bloedmonsters worden genomen van het op zijn pluimveebedrijf aanwezige pluimvee en zorgt ervoor dat deze bloedmonsters op zijn kosten worden onderzocht op de aanwezigheid van antistoffen tegen Aviaire influenza.
2. Het in het eerste lid bedoelde onderzoek van bloedmonsters wordt uitgevoerd door een laboratorium dat is erkend door de voorzitter.
3. Het bestuur stelt bij besluit voorwaarden vast op grond waarvan een erkenning als bedoeld in het tweede lid wordt verleend.
4. De voorzitter kan de in het tweede lid bedoelde erkenning intrekken indien het laboratorium niet of niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden.
5. Het in het derde lid bedoelde besluit wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
Paragraaf 3. Monitoringsprogramma
Artikel 3
1.
Ter uitvoering van het in artikel 2, eerste lid, bedoelde onderzoek, zorgt de ondernemer ervoor dat, indien de ondernemer :
a. a. vleeskuikens, parelhoenders, loopvogels of kwartels houdt, jaarlijks bloed wordt afgenomen van 30 vleeskuikens, parelhoenders, loopvogels of kwartels met een leeftijd van tenminste 4 weken; b. b. vleeseenden of ganzen houdt, jaarlijks bloed wordt afgenomen van 40 vleeseenden of ganzen met een leeftijd van tenminste 4 weken; c. c. vleeskalkoenen houdt, bij elke productieronde bloed wordt afgenomen van 30 hanen met een leeftijd van tenminste 18 weken; d. d. geen andere vleeskalkoenen dan hennen houdt, bij elke productieronde bloed wordt afgenomen van 30 hennen met een leeftijd van tenminste 13 weken; e. e. opfokvermeerderingsdieren houdt, jaarlijks bloed wordt afgenomen van tenminste 30 opfokvermeerderingsdieren met een leeftijd van tenminste 15 weken; f. f. vermeerderingsdieren houdt, jaarlijks bloed wordt afgenomen van tenminste 30 vermeerderingsdieren met een leeftijd van tenminste 45 weken; g. g. opfokleghennen houdt, jaarlijks bloed wordt afgenomen van tenminste 30 opfokleghennen met een leeftijd van tenminste 8 weken; en h. h. leghennen houdt, jaarlijks bloed wordt afgenomen van tenminste 30 leghennen met een leeftijd van tenminste 45 weken.
2. Indien de ondernemer conform artikel 2 van de Verordening identificatie en registratie van pluimveebedrijven, broedeieren en levend pluimvee (PPE) 2005 geregistreerd is met een houderijsysteem met vrije uitloop, zorgt de ondernemer er voor dat de in het eerste lid, onder a. tot en met h. bedoelde monstername, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onder a. tot en met h., per kalenderkwartaal wordt uitgevoerd, ongeacht de leeftijd van het pluimvee.
3. Indien van het pluimvee, bedoeld in het eerste lid, onder a tot en met h, koppels worden verplaatst naar een ander pluimveebedrijf, zorgt de ondernemer ervoor dat de in het eerste lid, onder a tot en met h bedoelde monsterneming, in afwijking van het eerste lid, onder a tot en met h, vóór elke verplaatsing wordt uitgevoerd bij het betreffende koppel, ongeacht de leeftijd van het pluimvee, en dat de uitslag van het onderzoek bekend is voordat de verplaatsing van het pluimvee plaatsvindt.
4. Onverminderd het eerste, tweede en derde lid, zorgt de ondernemer ervoor dat, indien het pluimvee, bedoeld in het eerste lid onder a tot en met h, in meerdere stallen op het pluimveebedrijf is gehuisvest, uit elke stal naar evenredigheid van het aantal dat in die stallen wordt gehouden, bloedmonsters worden genomen van het aldaar gehouden pluimvee, met een minimum van 5 bloedmonsters per stal.
5. De voorzitter kan bepalen in welke periode de in het eerste, tweede en vierde lid bedoelde bloedmonsters moeten worden genomen.
Artikel 4
1. De bloedmonsters, bedoeld in artikel 3, eerste tot en met vierde lid, worden genomen op het pluimveebedrijf waar het betreffende pluimvee is gehuisvest.
2. Het afnemen van bloed als bedoeld in artikel 3, eerste tot en met vierde lid, geschiedt door een dierenarts dan wel door een op aanwijzing van en onder controle van een dierenarts handelende dierenartsassistent als bedoeld in artikel 9 van het Besluit paraveterinairen (Stb. 526).
Artikel 5
1. De ondernemer levert de in artikel 3, eerste tot en met vierde lid bedoelde bloedmonsters, overeenkomstig de door het bestuur bij besluit vastgestelde voorschriften, aan bij een erkend laboratorium als bedoeld in artikel 2, tweede lid.
2. Het in het eerste lid bedoelde besluit wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
Paragraaf 4. Administratie
Artikel 6
De ondernemer bewaart de resultaten van het in artikel 2, eerste lid bedoelde onderzoek, gedurende een periode van tenminste twee jaren in zijn bedrijfsadministratie.
Paragraaf 5. Bijzondere bepalingen
Artikel 7
1. De voorzitter kan de in artikel 2, eerste lid bedoelde ondernemer(s), namens het bestuur, in uitzonderlijke gevallen en voor zover het belang van de bestrijding van dierziekten zich daartegen niet verzet, vrijstelling of op aanvraag ontheffing verlenen van de verplichtingen bedoeld in artikel 2, eerste lid, artikel 3, eerste, tweede, derde en vierde lid en artikel 5, eerste lid.
2. Aan een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in het eerste lid, kunnen voorschriften of voorwaarden worden verbonden.
3. Een verleende ontheffing als bedoeld in het eerste lid, kan te allen tijde worden ingetrokken.
Artikel 8
Het Interim-Besluit monitoring Aviaire influenza (PPE) 2003 wordt ingetrokken.
Artikel 8a
Op overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening worden tuchtrechtelijke maatregelen gesteld zoals voorzien in de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004.
Artikel 8b
1. Het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gestelde voorschriften wordt namens het productschap uitgeoefend door een door het bestuur bij besluit aangewezen dienst en door het bestuur aangewezen personen.
2.
Ondernemers zijn verplicht:
a. a. aan de door het bestuur aangewezen dienst en personen al die gegevens te verstrekken of te doen verstrekken, die nodig zijn voor de vervulling van hun taak; b. b. aan de door het bestuur aangewezen dienst en personen inzage te geven of te doen geven in die boeken en bescheiden, die nodig zijn voor de vervulling van hun taak; c. c. aan de door het bestuur aangewezen dienst en personen te allen tijde toegang te geven of te doen geven tot hun bedrijfsruimten en tot die plaatsen of vervoermiddelen, waar dan wel waarin voorraden (waaronder begrepen pluimvee, karkassen, monsters en verpakkingsmateriaal), tot het bedrijf van de ondernemer behorende, zijn opgeslagen dan wel worden vervoerd; d. d. te gedogen dat de door het bestuur aangewezen dienst en personen monsters nemen uit de voorraden van het bedrijf van de ondernemer (waaronder begrepen pluimvee, karkassen, monsters en verpakkingsmateriaal), ongeacht de plaats waar of waarin zich die voorraden bevinden en de ondernemer zal alsdan de van hem gevorderde medewerking verlenen overeenkomstig de aanwijzingen van de door het bestuur aangewezen dienst en personen.
3. De in het eerste lid bedoelde personen zijn bevoegd berechtingsrapporten ten behoeve van tuchtrechtelijke afhandeling van overtredingen op te maken.
Paragraaf 6. Slotbepalingen
Artikel 9
1. Deze verordening wordt aangehaald als Verordening monitoring Aviaire influenza (PPE) 2005.
2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dag van dagtekening van het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin zij wordt geplaatst.