rijk/pbo/verordening-onderzoekfonds-kleinhandel-2005/BWBR0017390/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

9.7 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Verordening onderzoekfonds kleinhandel 2005 BWBR0017390 pbo geldend 2005-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0017390 Verordening onderzoekfonds kleinhandel 2005

Verordening onderzoekfonds kleinhandel 2005

Artikel 1

In deze verordening wordt verstaan onder:

Artikel 2

1. Een kleinhandelaar is jaarlijks aan het Productschap een heffing verschuldigd ten behoeve van het onderzoekfonds kleinhandel.

2. De hoogte van de in het eerste lid bedoelde heffing bedraagt € 15,50.

3. Het bestuur stelt het bedrag, als bedoeld in het tweede lid, niet eerder vast dan nadat het de Commissie detailhandel heeft gehoord.

Artikel 3

De ingevolge deze verordening verschuldigde heffingsbedragen moeten door de betrokken kleinhandelaar binnen dertig dagen na de dag waarop zij hem door het productschap in rekening zijn gebracht, aan het productschap worden voldaan.

Paragraaf . Verstrekken van gegevens

Artikel 4

1. Een ondernemer verstrekt aan het productschap, op schriftelijk verzoek van de voorzitter, namens het bestuur, vóór de in dit verzoek genoemde datum, naar waarheid de gegevens die nodig zijn voor de vaststelling van de door de ondernemer op grond van deze verordening verschuldigde heffing.

2. Een ondernemer overlegt aan het productschap, op schriftelijk verzoek van de voorzitter, namens het bestuur, vóór de in dit verzoek genoemde datum een verklaring, van een accountant als bedoeld in de desbetreffende bepalingen van het Burgerlijk Wetboek, omtrent de getrouwheid en volledigheid van de in het eerste lid bedoelde gegevens.

3. Indien blijkt dat de door de ondernemer verstrekte gegevens onjuist zijn of afwijken van aan het productschap ten dienste staande gegevens, kunnen aan de hand van deze nieuwe gegevens of overeenkomstig het bepaalde in artikel 5 en/of in artikel 8 de in rekening gebrachte en/of te brengen bedragen worden herzien en het verschil worden nagevorderd of gerestitueerd.

Artikel 5

1. Indien een ondernemer de gegevens, bedoeld in artikel 4, eerste lid, niet of niet volledig aan het productschap heeft verstrekt vóór de in dat artikel bedoelde datum dan wel vóór de datum van de aan de ondernemer toegezonden herinnering, is de voorzitter, namens het bestuur, bevoegd de verzochte waarden, aankoopbedragen, inkoopbedragen, hoeveelheden of aantallen te schatten en op basis daarvan de verschuldigde heffing te berekenen.

2. De voorzitter stelt, namens het bestuur, de betrokken ondernemer van de geschatte gegevens en het op basis daarvan berekende heffingsbedrag schriftelijk in kennis, onder mededeling dat hij alsnog in de gelegenheid wordt gesteld de eerder verzochte gegevens binnen 3 weken na verzending van de kennisgeving aan het productschap te verstrekken.

3. Indien de betrokken ondernemer binnen de in het tweede lid bedoelde termijn alsnog de verzochte gegevens aan het productschap verstrekt, wordt de verschuldigde heffing berekend op basis van deze gegevens.

4. Indien blijkt dat de door de ondernemer alsnog verstrekte gegevens, als bedoeld in het derde lid, onjuist zijn of afwijken van aan het productschap ten dienste staande gegevens, wordt de verschuldigde heffing berekend op basis van de door de voorzitter geschatte waarden, aankoopbedragen, inkoopbedragen, hoeveelheden of aantallen.

5. Indien de betrokken ondernemer binnen de in het tweede lid bedoelde termijn wederom in gebreke blijft de verzochte gegevens aan het productschap te verstrekken, wordt het bedrag, zoals berekend op de wijze bedoeld in het eerste lid, in rekening gebracht.

Artikel 6

Een nagevorderd bedrag als bedoeld in artikel 4, derde lid, wordt door de ondernemer betaald uiterlijk binnen veertien dagen na de dag waarop het bedrag hem door het productschap in rekening is gebracht.

Artikel 7

De Verordening Algemene Bepalingen Productschap Vis 2000 is van toepassing op de verwerking van gegevens, als bedoeld in de artikelen 4 en 5.

Artikel 8

1. De voorzitter is, namens het bestuur, belast met de vaststelling en oplegging van de door een ondernemer verschuldigde heffing(en), als bedoeld in artikel 2.

2. a. a. De oplegging van de door een ondernemer verschuldigde heffing(en), geschiedt door de voorzitter, namens het bestuur, door middel van toezending of uitreiking aan de heffingsplichtige ondernemer van een gedagtekende heffingsaanslag op basis van;

        1°
        de gegevens als bedoeld in artikel 4 en/of artikel 5 en/of;
      
      
        2°
        de bij het productschap bekende gegevens voor de heffing(en) als bedoeld in artikel 2.

1° 1° de gegevens als bedoeld in artikel 4 en/of artikel 5 en/of; 2° 2° de bij het productschap bekende gegevens voor de heffing(en) als bedoeld in artikel 2. b. b. De heffingsaanslag moet bevatten:

        l°
        de naam en de woonplaats of vestigingsplaats van de heffingsplichtige ondernemer, conform de gegevens die bekend zijn bij het productschap;
      
      
        2°
        een specificatie van het bedrag van de heffing(en) onder vermelding van de heffingsgrondslagen;
      
      
        3°
        in de daarvoor in aanmerking komende gevallen: de toepasselijke vrijstellingen;
      
      
        4°
        in de daarvoor in aanmerking komende gevallen: de toepasselijke verrekening met reeds betaalde voorschotbedragen;
      
      
        5°
        het totaalbedrag van de heffingsaanslag;
      
      
        6°
        het betalingstijdstip en informatie over de wijze van betaling;
      
      
        7°
        de vermelding van de mogelijkheid van bezwaar met inachtneming van artikel 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht.

l° l° de naam en de woonplaats of vestigingsplaats van de heffingsplichtige ondernemer, conform de gegevens die bekend zijn bij het productschap; 2° 2° een specificatie van het bedrag van de heffing(en) onder vermelding van de heffingsgrondslagen; 3° 3° in de daarvoor in aanmerking komende gevallen: de toepasselijke vrijstellingen; 4° 4° in de daarvoor in aanmerking komende gevallen: de toepasselijke verrekening met reeds betaalde voorschotbedragen; 5° 5° het totaalbedrag van de heffingsaanslag; 6° 6° het betalingstijdstip en informatie over de wijze van betaling; 7° 7° de vermelding van de mogelijkheid van bezwaar met inachtneming van artikel 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht.

3. De voorzitter kan, namens het bestuur, de termijn van inzending van de gegevens als bedoeld in artikel 4 en/of 5, op verzoek van een ondernemer verlengen met een termijn die de voorzitter redelijk acht.

4. De voorzitter is, namens het bestuur, belast met de uitvoering van het bepaalde in de artikelen 3 en 6 met inachtneming van het bepaalde in artikel 127 van de Wet op de bedrijfsorganisatie.

5. De voorzitter is, namens het bestuur, belast met het beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten, als bedoeld in het tweede lid met inachtneming van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht.

6. De voorzitter is, namens het bestuur, belast met het beslissen op verzoeken om in te stemmen met rechtstreeks beroep bij de administratieve rechter tegen besluiten, als bedoeld in het tweede lid met inachtneming van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht.

7.

De voorzitter kan in afwijking van het vierde lid, namens het bestuur, de heffingsplichtige ondernemer op diens verzoek bij de indiening van zijn bezwaarschrift:

a. a. in bijzondere omstandigheden (ter beoordeling van de voorzitter) uitstel van betaling verlenen van de vastgestelde en opgelegde heffing(en), als bedoeld in het tweede lid, totdat de beslissing op het bezwaarschrift door de voorzitter is genomen; b. b. een vergoeding toekennen als bedoeld in artikel 7:15 Algemene wet bestuursrecht; c. c. ingeval beroep is ingesteld tegen een beslissing op het bezwaarschrift, in bijzondere omstandigheden (ter beoordeling van de voorzitter) uitstel van betaling verlenen van de vastgestelde en opgelegde heffing(en), als bedoeld in het tweede lid, totdat de bevoegde rechter uitspraak heeft gedaan.

8. De voorzitter kan in afwijking van het eerste lid, namens het bestuur, de heffingsplichtige ondernemer vrijstellen van artikel 2 indien het totaal van de door deze ondernemer verschuldigde heffing(en) minder is dan € 10,-.

9. De voorzitter is, namens het bestuur, belast met het kenbaar maken en stellen van nadere eisen aan het gebruik van de elektronische weg bij het verkeer van berichten tussen ondernemers en het productschap met betrekking tot het bepaalde in de onderhavige verordening met inachtneming van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht.

10.

De voorzitter kan, namens het bestuur, beslissen op een verzoek van een kleinhandelaar om de door hem totaal verschuldigde heffing(en) op grond van artikel 6 van de Heffingsverordening 2005 en de overige betreffende bestemmingsheffingsverordeningen te verlagen naar € 75,- indien hij kan aantonen dat:

a. a. het verkooppunt minder dan 1 kwartaal of 1 dag per week open is geweest; b. b. of de totaal verschuldigde heffing(en) op grond van de onderhavige verordening en de bestemmingsheffingsverordeningen tezamen meer is dan 1 % van de omzet.

Artikel 9

1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2005.

2. De Verordening bestemmingsheffing onderzoekfonds kleinhandel 2004 wordt ingetrokken, behoudens ten aanzien van reeds verschuldigde heffingsbedragen.

3. Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening onderzoekfonds kleinhandel 2005.