rijk/pbo/verordening-sectorheffing-schilders-en-afwerkingsbedrijf-2003/BWBR0015829/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

6.7 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Verordening Sectorheffing Schilders- en Afwerkingsbedrijf 2003 BWBR0015829 pbo geldend 2004-01-03 https://wetten.overheid.nl/BWBR0015829 Verordening Sectorheffing Schilders- en Afwerkingsbedrijf 2003

Verordening Sectorheffing Schilders- en Afwerkingsbedrijf 2003

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze verordening wordt verstaan onder:

a. a. hoofdbedrijfschap: Hoofdbedrijfschap Afbouw en Onderhoud; b. b. onderneming: onderneming waarvoor de Sectorcommissie Schilders- en Afwerkingsbedrijf is ingesteld; c. c. ondernemer: degene die een onderneming drijft waarvoor de Sectorcommissie Schilders- en Afwerkingsbedrijf is ingesteld; d. d. omzet: omzet behaald met de onderneming over het kalenderjaar dat twee jaar vooraf gaat aan het tijdvak waarover wordt geheven.

Paragraaf 2. Heffingen

Artikel 2

Over de periode 1 januari 2003 tot en met 31 december 2003 wordt aan degenen die een onderneming drijven als bedoeld in artikel 2, tweede lid onder a van het Instellingsbesluit, een heffing opgelegd.

Artikel 3

De in het vorige artikel bedoelde heffing bestaat uit:

1a. 1a. Voor degenen die een onderneming drijven en waarin personeel werkzaam is ten aanzien waarvan de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor het Schilders- Afwerkings- en Glaszetbedrijf, dan wel de algemeen verbindend verklaarde bepalingen daarvan, van toepassing is, een bedrag overeenkomend met 0% voor de periode van week 1 t/m 12 van het jaar 2003, 0,71% voor de periode van week 13 t/m week 44 van het jaar 2003 en 0% voor de periode van week 45 t/m 52 van het jaar 2003 van het loon in de zin van de Coördinatiewet Sociale Verzekeringen. 1b. 1b. voor degenen die een onderneming drijven en waarin geen personeelwerkzaam is of waarin personeel werkzaam is ten aanzien waarvan de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor het Schilders-, Afwerkings- en Glaszetbedrijf in Nederland, dan wel de algemeen verbindend verklaarde bepalingen daarvan, toepassing mist, een bedrag overeenkomend met 1,84 promille van de omzet.

Artikel 4

Geen heffing als bedoeld in artikel 3 wordt opgelegd aan ondernemingen waarvan de omzet minder dan € 10.000 bedraagt.

Artikel 5

De heffingsbedragen worden afgerond tot hele euro's, waarbij bedragen van minder dan vijftig eurocent worden verwaarloosd.

Artikel 6

1.

Ten aanzien van een onderneming, die twee jaar voor het tijdvak waarover wordt geheven nog geen vol kalenderjaar is gevestigd, geldt als omzet, bedoeld in artikel 1 sub d., de omzet bereikt in een door de secretaris aan te wijzen tijdvak van twaalf maanden, dan wel de omzet, welke volgens ambtshalve schatting van de secretaris in een tijdvak van twaalf maanden zal worden bereikt.

2.

Ten aanzien van een onderneming,.gevestigd na de aanvang van het tijdvak waarover wordt geheven, geldt als omzet bedoeld in artikel 1 sub d., de omzet, welke volgens ambtshalve schatting van de secretaris zal worden bereikt in het tijdvak, lopende van de vestiging tot en met de laatste datum van het heffingsjaar.

Artikel 7

De ondernemer is verplicht om desgevraagd het bestuur van het hoofdbedrijfschap eenmaal per jaar een opgave te verstrekken van de omzet van de onderneming en het aantal werkzame personen. Indien ondanks een herhaald verzoek van het bestuur deze gegevens niet worden verstrekt, wordt een ambtshalve schatting gemaakt van de loonsom of de omzet en wordt de heffing opgelegd volgens het in deze verordening bepaalde, echter met inachtneming van de geschatte omzet of loonsom.

Artikel 8

1. Degene die een onderneming drijft, waarvoor het hoofdbedrijfschap is ingesteld, is verplicht toe te staan, dat vanwege het hoofdbedrijfschap, voor zover nodig voor het uitoefenen van toezicht op de naleving van deze verordening of voor het verkrijgen van gegevens, welke in strijd met deze verordening niet zijn verstrekt, inzage wordt genomen van de boeken en bescheiden van de onderneming. Diegene is gehouden aan de inzage de nodige medewerking te verlenen.

2. De inzage vindt slechts plaats door personen, die daartoe een schriftelijke opdracht van het bestuur van het hoofdbedrijfschap kunnen overleggen. De opdracht vermeldt het doel waarvoor de inzage plaatsvindt.

Artikel 9

De krachtens deze verordening ter beschikking van het hoofdbedrijfschap komende gegevens mogen uitsluitend worden gebruikt voor de uitvoering van deze verordening. Tot deze gegevens hebben alleen toegang de voorzitter van het hoofdbedrijfschap en de door hem aangewezen personen, alsmede, ten behoeve van de controle op de inkomsten en uitgaven van het hoofdbedrijfschap, leden van het personeel van een door het bestuur of het dagelijks bestuur aangewezen accountantskantoor, dat lid is van een organisatie, die haar leden aan tuchtrecht onderwerpt. De voorzitter en de door hem aangewezen personen zijn verplicht tot geheimhouding van de gegevens tegenover een ieder met uitzondering van de leden van het personeel van vorenbedoeld accountantskantoor.

Artikel 10

De voorzitter is namens het bestuur van het hoofdbedrijfschap bevoegd om op een daartoe strekkend verzoek geheel of gedeeltelijk ontheffing te verlenen van de betaling van een krachtens deze verordening opgelegde heffing, indien hem dit als gevolg van bijzondere omstandigheden redelijk dan wel billijk voorkomt.

Paragraaf 3. Slotbepalingen

Artikel 11

Deze verordening treedt in werking een dag na publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en werkt terug tot 1 januari 2003.

Artikel 12

Deze verordening wordt aangehaald als Verordening Sectorheffing Schilders-en Afwerkingsbedrijf 2003.

Bijlage

In deze bijlage wordt aangegeven waar de sectorheffing aan wordt besteed. De bedragen zijn ontleend aan de begroting 2003 van het HAO. De begroting is ingericht conform de Verordening financiën bedrijfslichamen 1999 van de SER. Deze verordening schrijft voor dat de baten en lasten moeten worden toegerekend aan de zogenaamde hoofdfuncties die in deze verordening worden gedefinieerd. De verordening onderscheidt de hoofdfuncties bestuur, markt, product en dienst en arbeid. Voor de bestemmingsheffing is de hoofdfunctie bestuur niet van belang. De kosten die worden toegerekend aan de hoofdfunctie bestuur worden betaald uit de algemene heffingsverordening. De uitgaven die worden betaald uit de sectorheffing worden toegerekend aan de hoofdfuncties markt, product en dienst en arbeid. Per hoofdfunctie wordt eerst de beschrijving van de hoofdfunctie uit de SER verordening gegeven. Daarna volgen de begrotingsposten. (Overigens worden ook kosten betaald uit de algemene heffingsverordening toegerekend aan de hoofdfuncties markt, produkt en dienst en arbeid. Daarvoor wordt verwezen naar de begroting 2003.)