40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
14 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Verordening tegemoetkoming ter zake van maatregelen ter voorkoming van marktverstoring wegens Aviaire Influenza (PPE) 2006 | BWBR0020985 | pbo | geldend | 2006-12-17 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0020985 | Verordening tegemoetkoming ter zake van maatregelen ter voorkoming van marktverstoring wegens Aviaire Influenza (PPE) 2006 |
Verordening tegemoetkoming ter zake van maatregelen ter voorkoming van marktverstoring wegens Aviaire Influenza (PPE) 2006
Paragraaf 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze verordening wordt verstaan onder:
Paragraaf 2. Algemeen
Artikel 2
Met inachtneming van het bepaalde in de Verordening verstrekt de voorzitter overeenkomstig de navolgende bepalingen op verzoek van de aanvrager een eenmalige tegemoetkoming.
Artikel 3
1. Om in aanmerking te kunnen komen voor een tegemoetkoming dient de aanvraag volledig en naar waarheid te zijn opgemaakt, voorzien te zijn van de vereiste bewijsdocumenten en bevoegdelijk ondertekend en gedagtekend te zijn.
2. Een ondernemer kan een derde partij machtigen namens hem een aanvraag in te dienen. Daartoe dient het machtigingsformulier volgens het in Bijlage I opgenomen model te worden gebruikt en bij de aanvraag te worden gevoegd.
3. Indien een ondernemer of een derde partij door meerdere ondernemers is gemachtigd een aanvraag in te dienen, zullen naast het machtigingsformulier volgens het in Bijlage I opgenomen model per ondernemer, tevens de afleverbewijzen dienen te worden overgelegd die de ondernemers hebben ontvangen met betrekking tot het in de aanvraag gespecificeerde.
4. De aanvraag voor de tegemoetkoming dient uiterlijk op 1 januari 2007 door het productschap te zijn ontvangen en dient te zijn voorzien van de in het eerste lid en voor zover nodig het tweede en derde lid bedoelde documenten, alsmede van de documenten als bedoeld in de artikelen 6, 8, 10, en 12 voor zover van toepassing.
Artikel 4
1. Voor alle categorieën waarvoor op grond van deze verordening een tegemoetkoming kan worden verkregen, geldt dat indien het in de Verordening vastgestelde maximale aantal wordt overschreden, de tegemoetkoming wordt verstrekt voor zover de per categorie vastgestelde maxima dat toelaten.
2. Indien het totaal van de aanvragen de in het eerste lid bedoelde maxima overschrijden, bezien per afzonderlijke categorie waarvoor een tegemoetkoming kan worden verkregen, worden deze aantallen naar evenredigheid aan de aanvragers toegekend.
Paragraaf 3. Verwerking broedeieren voor vleeskuikens
Artikel 5
1. De ondernemer die aantoont dat hij in de periode van 1 december 2005 tot en met 30 april 2006 broedeieren van het vleesras kip heeft afgeleverd ter verwerking, komt in aanmerking voor een tegemoetkoming ter hoogte van € 0,12 per broedei.
2. Indien de verkoopprijs van de in het eerste lid bedoelde broedeieren is gelegen boven € 0,03, dan zal de in het eerste lid genoemde prijs per broedei worden verlaagd met het verkoopbedrag per broedei, verminderd met € 0,03.
Artikel 6
1.
Om in aanmerking te kunnen komen voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 5, eerste lid, dient de aanvrager bij zijn aanvraag de volgende documenten met betrekking tot de in de aanvraag gespecificeerde broedeieren te overleggen:
a. a. de factuur van de verwerker, waaruit het aantal en de datum van aflevering van de broedeieren, alsmede het hiermee gemoeide bedrag volgt, en b. b. een betalingsbewijs van bovenbedoelde factuur.
2. Indien uit de factuur de datum van aflevering ter verwerking van de broedeieren niet blijkt, dienen alternatieve documenten te worden overgelegd waaruit de datum van aflevering van de in de aanvraag gespecificeerde broedeieren onomstotelijk blijkt.
3. Ingeval de hoeveelheid broedeieren in de in het eerste lid bedoelde documenten slechts is uitgedrukt in kilogrammen, dan zal voor de berekening van de tegemoetkoming als bedoeld in artikel 5 van deze verordening, een broedei van vleesrassen geacht worden een gewicht te hebben van 66,89 gram.
Paragraaf 4. Vervroegd slachten moederdieren
Artikel 7
1.
De ondernemer komt in aanmerking voor een tegemoetkoming indien:
a. a. hij aantoont dat hij in de periode van 1 december 2005 tot en met 30 april 2006 b. b. moederdieren heeft laten slachten die op de dag van slachten een leeftijd hadden die zes weken jonger was dan het oudste van de twee direct voorafgaand gehouden en geslachte koppels moederdieren, en c. c. hij binnen bedoelde periode van zes weken na de afvoer van de dieren op de betrokken plaatsen geen nieuwe dieren in productie heeft genomen.
2. De hoogte van de tegemoetkoming wordt vastgesteld aan de hand van de leeftijd van het moederdier in weken ten tijde van de slacht, volgens de waardetabel ouderdieren vleesrassen en de waardetabel grootouderdieren vleesrassen, zoals deze zijn opgenomen in respectievelijk Bijlage II A en Bijlage II B. De tegemoetkoming kan ten hoogste € 3,20 per moederdier bedragen.
Artikel 8
1.
Om in aanmerking te kunnen komen voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 7, eerste lid, dient de aanvrager bij zijn aanvraag de volgende documenten met betrekking tot de aanvraag te overleggen:
a. a. De factuur van de slachterij betreffende de in de aanvraag gespecificeerde moederdieren, waarin het aantal en de datum van aflevering van de moederdieren en het hiermee gemoeide bedrag wordt vermeld, b. b. De facturen van de slachterij waarin het aantal moederdieren en de datum van aflevering van de twee direct voorafgaand gehouden koppels moederdieren en het hiermee gemoeide bedrag wordt vermeld, c. c. de betalingsbewijzen van bovenbedoelde facturen.
2. Indien, in gevallen als bedoeld in het eerste lid, onder a, uit de factuur de datum van aflevering ter slacht van de moederdieren of het aantal moederdieren niet blijkt, dienen alternatieve documenten te worden overgelegd waaruit deze gegevens onomstotelijk blijken.
3. Indien, in gevallen als bedoeld in het eerste lid, onder b, het aantal moederdieren en de datum van aflevering van de twee direct voorafgaand gehouden koppels moederdieren niet blijkt, dienen alternatieve documenten te worden overgelegd waaruit deze gegevens onomstotelijk blijken.
4.
Indien de ondernemer bij de aflevering ter slacht van de moederdieren gebruik heeft gemaakt van een tussenpersoon, dient de aanvrager bij zijn aanvraag de volgende documenten met betrekking tot de in de aanvraag gespecificeerde moederdieren te overleggen:
a. a. de factuur van de tussenpersoon, waaruit het aantal en de datum van aflevering van de moederdieren, alsmede het hiermee gemoeide bedrag volgt, b. b. een betalingsbewijs van bovenbedoelde factuur, en c. c. de factuur van de slachterij, waaruit het aantal en de datum van aflevering van de moederdieren, alsmede het hiermee gemoeide bedrag volgt.
Paragraaf 5. Vleeskalkoenbedrijven
Artikel 9
1. De ondernemer die vleeskalkoenen houdt en die kan aantonen binnen de periode van 1 december 2005 tot en met 30 april 2006 minder kuikens van vleeskalkoenen in opfok te hebben geplaatst vergeleken met een normale productiecyclus, komt in aanmerking voor een tegemoetkoming ter hoogte van € 1,24 per ééndagskuiken vleeskalkoenen dat minder is opgezet.
2. De vermindering van het aantal ééndagskuikens vleeskalkoenen dat in opfok is geplaatst wordt bepaald door de grootte van de koppels ééndagskuikens vleeskalkoenen in de periode van 1 december 2005 tot en met 30 april 2006 te vergelijken met het grootste koppel ééndagskuikens vleeskalkoenen dat in 2005 is opgezet, voorafgaand aan voornoemde periode.
Artikel 10
1. Om in aanmerking te kunnen komen voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 9, eerste lid, dient de aanvrager bij zijn aanvraag aan te geven op welk koppel ééndagskuikens vleeskalkoenen de aanvraag ziet.
2. De vermindering van het aantal ééndagskuikens vleeskalkoenen dat in opfok is geplaatst zal door het productschap worden vastgesteld met behulp van de in KIP geregistreerde gegevens.
3. De aanvrager kan zijn aanvraag, met daarin vermeld het aantal ééndagskuikens vleeskalkoenen waarvoor een tegemoetkoming wordt aangevraagd, vergezeld te doen gaan van documenten op grond waarvan kan worden vastgesteld hoeveel ééndagskuikens vleeskalkoenen minder in opfok zijn geplaatst.
Paragraaf 6. Vleeskuikenbedrijven
Artikel 11
1. De ondernemer die vleeskuikens houdt en die kan aantonen binnen de periode van 1 december 2005 tot en met 30 april 2006 minder ééndagskuikens in opfok te hebben geplaatst of de normale productiecyclus van de vleeskuikens te hebben verkort, of de normale leegstandsperiode tussen twee koppels vleeskuikens te hebben verlengd, komt in aanmerking voor een tegemoetkoming ter hoogte van € 0,003 per vleeskuikendag.
2. Ter bepaling van de vermindering van het aantal ééndagskuikens dat in opfok is geplaatst wordt gebruik gemaakt van de gegevens als geregistreerd in KIP betreffende het aantal ééndagskuikens dat in opfok is geplaatst.
3. De vermindering van het aantal ééndagskuikens dat in opfok is geplaatst of de verkorting van de productieperiode of de verlenging van de leegstandsperiode wordt bepaald door het totaal aantal vleeskuikendagen in de periode van 1 december 2005 tot en met 30 april 2006 te vergelijken met het totaal aantal vleeskuikendagen in de referentieperiode van 1 december 2004 tot en met 30 april 2005.
4. Als vleeskuikendag heeft te gelden elke dag dat een individueel vleeskuiken door de ondernemer wordt gehouden.
5. Bij de berekening van het aantal vleeskuikendagen worden de opgezette vleeskuikens van een koppel die niet aan een slachterij zijn afgeleverd, meegerekend alsof zij tegelijk zijn afgeleverd met de laatste groep vleeskuikens die van dat koppel aan een slachterij zijn afgeleverd.
Artikel 12
1. Om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 11, eerste lid, dient de aanvrager zijn aanvraag van elke afvoer die heeft plaatsgevonden in de in het derde lid van artikel 11 beschreven periodes, middels documenten aan te tonen.
2. Uit de in het eerste lid bedoelde documenten moet blijken op welke dagen welke aantallen vleeskuikens zijn afgeleverd. Indien uit de documenten het aantal afgeleverde kuikens niet blijkt maar alleen het afgeleverde levend gewicht wordt vermeld, worden voor de berekening van het aantal vleeskuikendagen alle afgeleverde vleeskuikens van een koppel geacht bij de aflevering hetzelfde gewicht gehad te hebben.
Paragraaf 7. Toezicht en controle
Artikel 13
1. De aanvrager is verplicht de met de uitvoering van of toezicht op de naleving van deze verordening belaste personen alle medewerking te verlenen die laatstgenoemden nodig achten voor de vervulling van hun taken.
2. De aanvrager is verplicht alle gegevens te verstrekken waaruit blijkt dat aan het bepaalde in de artikelen 2 en 3 is voldaan.
Artikel 14
1. Na ontvangst van de aanvraag kan door de in artikel 15 genoemde functionarissen een controle worden uitgevoerd bij de onderneming. De controle dient ter verificatie van de door de ondernemer verstrekte gegevens en is gericht op de naleving door de ondernemer van het bij of krachtens deze verordening bepaalde.
2. Van de controle bedoeld in het eerste lid wordt een rapport van bevindingen opgemaakt dat aan de voorzitter ter hand wordt gesteld.
Artikel 15
Het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt uitgeoefend door functionarissen van het Controlebureau Pluimvee, Eieren en Eiproducten.
Paragraaf 8. Vaststelling tegemoetkoming
Artikel 16
De voorzitter stelt de tegemoetkoming overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 2 en 3 vast aan de hand van de aanvraag en het rapport van bevindingen als bedoeld in artikel 14, tweede lid, voor zover een bedoeld rapport met betrekking tot de betreffende onderneming is opgemaakt.
Paragraaf 9. Bijzondere bepalingen
Artikel 17
1. De tegemoetkoming wordt ingetrokken indien de aanvrager niet voldoet aan het bepaalde in artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht.
2. Indien de tegemoetkoming wordt ingetrokken of ten nadele van de aanvrager wordt gewijzigd met toepassing van artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht, worden de hiermee gemoeide bedragen teruggevorderd met toepassing van artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht, vermeerderd met de wettelijke rente over de periode vanaf de eerste uitbetaling tot aan het moment van algehele voldoening.
3. De te betalen rente is de wettelijke rente zoals deze geldt op de laatste dag van de maand waarin de betaling van de tegemoetkoming heeft plaatsgevonden.
4. Geen wettelijke rente is verschuldigd indien de oorzaak van het onverschuldigd betalen bij de voorzitter is gelegen.
Paragraaf 10. Slotbepalingen
Artikel 18
1. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening tegemoetkoming ter zake van maatregelen ter voorkoming van marktverstoring wegens Aviaire Influenza (PPE) 2006.
2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dag van dagtekening van het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin zij wordt geplaatst.
Bijlage I
[afbeelding]
Bijlage II A
Uit: Staatscourant 26 juni 2006, nr. 121 / pag. 13
Als bepaald in artikel 7, tweede lid, bedraagt de hoogte van de tegemoetkoming per moederdier met een leeftijd van 1 tot en met 53 weken, € 3,20.
Bijlage II B
Uit: Staatscourant 26 juni 2006, nr. 121 / pag. 13
Als bepaald in artikel 7, tweede lid, bedraagt de hoogte van de tegemoetkoming per moederdier met een leeftijd van 0 tot en met 59 weken, € 3,20.