rijk/verdrag/overeenkomst-inzake-economische-en-technische-samenwerking-tussen-het-koninkrijk/BWBV0002675/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

5.9 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Overeenkomst inzake economische en technische samenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek India BWBV0002675 verdrag geldend 1988-08-01 https://wetten.overheid.nl/BWBV0002675 Overeenkomst inzake economische en technische samenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek India

Overeenkomst inzake economische en technische samenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek India

Artikel 1

De Overeenkomstsluitende Partijen zullen alles in het werk stellen om de economische en technische samenwerking tussen hun onderscheiden landen te bevorderen.

Deze samenwerking kan onder meer betrekking hebben op industrie, mijnbouw, energie, ontginning van land en waterbronnen, handel, landbouw, streek- en plattelandsontwikkeling, vervoersinfrastructuur, verbindingen, werktuigbouw en andere diensten. De Overeenkomstsluitende Partijen omschrijven op deze terreinen sectoren van gemeenschappelijk belang waarbinnen de samenwerking met alle hun ten dienste staande middelen dient te worden vergroot, binnen het kader van hun onderscheiden beleidsvoornemens en wetten en met inachtneming van hun internationale verplichtingen.

Artikel 2

Ten einde de in artikel 1 vermelde doelstellingen te bereiken, nemen de Overeenkomstsluitende Partijen op zich datgene waartoe zij zich in dat artikel hebben verbonden in praktijk te brengen door onder meer:

i. i. de mogelijkheid te bestuderen van gezamenlijke samenwerkingsprogramma's, overeen te komen tussen ondernemingen en organisaties van de onderscheiden landen, ten einde optimaal voordeel te trekken uit de economische omstandigheden in de onderscheiden landen, onder meer met betrekking tot de vervaardiging van verschillende onderdelen en eindprodukten; ii. ii. de samenwerking tussen ondernemingen en organisaties van de onderscheiden landen te bevorderen en te vergemakkelijken op basis van hun onderscheiden vermogens en technologieën ten einde deel te kunnen nemen in joint ventures en projecten in derde landen; iii. iii. de uitwisseling te intensiveren van beschikbare informatie betreffende hun onderscheiden markten en industrieën en daarop betrekking hebbende veranderende tendensen, ten einde gezamenlijk de sectoren en produkten vast te stellen, waarvan de produktie kan worden opgevoerd en de afzet verbeterd, om zo een optimale, algemene economische groei te bereiken, in overeenstemming met het nationale beleid; iv. iv. bezoeken te bevorderen van individuele personen, groepen en delegaties die zijn gespecialiseerd op de in artikel I bedoelde terreinen, ter vergemakkelijking van industriële en technologische uitwisselingen en ter verbetering van handelscontacten; v. v. instellingen die streven naar verbetering van de contacten en de samenwerking tussen economische en technologische organisaties van de onderscheiden landen aan te moedigen. Zulke instellingen kunnen onder meer een Gemengde Raad voor het Bedrijfsleven omvatten; vi. vi. het houden van beurzen en tentoonstellingen te bevorderen ter ontwikkeling van de handel in artikelen die van bijzonder belang zijn; vii. vii. technologische en wetenschappelijke samenwerking te stimuleren, met inbegrip van gezamenlijke onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's.

Artikel 3

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden zal, binnen het kader van de bestaande wetten en voorschriften,

    • alles in het werk stellen om haar steun aan Indiase ontwikkelingsprogramma's te intensiveren;
    • de mobilisatie stimuleren van fondsen, te verschaffen vanuit institutionele en andere financiële bronnen in Nederland, overeenkomstig de regels en het beleid van de betrokken instellingen;
    • de mobilisatie bevorderen van niet-concessionele fondsen, te verschaffen door Nederlandse particuliere banken.

Artikel 4

Hierbij wordt een Gemengde Commissie voor Economische en Technische Samenwerking ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van de onderscheiden Regeringen. Op verzoek van een der beide partijen kunnen deskundigen en adviseurs uit de particuliere sector en uit de overheidssector worden uitgenodigd de vergaderingen van de Commissie bij te wonen.

De Commissie stelt de modaliteiten vast ter bevordering van de in artikel 1 van deze Overeenkomst bedoelde samenwerking. Voorts onderzoekt en omschrijft zij sectoren waarbinnen naar haar oordeel de samenwerking tussen de onderscheiden landen kan worden verruimd en doet daarover aanbevelingen. Hiertoe kan de Commissie sectorsgewijze gemengde programma- of projectcomités in het leven roepen. Het mandaat van deze comités zal worden opgesteld door de Commissie. De Commissie kan ook specifieke projecten ter financiering door de Regering van Nederland aanwijzen en aan de Overeenkomstsluitende Partijen aanbevelen.

De Commissie komt op verzoek van een der beide Overeenkomstsluitende Partijen bijeen.

Artikel 5

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, geldt de Overeenkomst voor het Koninkrijk in Europa en voor de Nederlandse Antillen.

Artikel 6

1. Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand, volgend op de datum waarop de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar schriftelijk ervan in kennis nebben gesteld dat de in hun onderscheiden landen hiervoor constitutioneel vereiste procedures zijn vervuld, en blijft van kracht voor een tijdvak van 5 jaar.

2. Tenzij een der Overeenkomstsluitende Partijen ten minste zes maanden voor het verstrijken van de geldigheidsduur de andere in kennis heeft gesteld van haar wens de Overeenkomst te beëindigen, wordt deze Overeenkomst stilzwijgend verlengd voor een tijdvak van telkens één jaar, waarbij elke Overeenkomstsluitende Partij zich het recht voorbehoudt, de Overeenkomst te beëindigen door kennisgeving aan de andere Overeenkomstsluitende Partij met inachtneming van een termijn van zes maanden voorde datum van verstrijken van de dan lopende geldigheidsduur.