rijk/verdrag/overeenkomst-tussen-de-europese-gemeenschap-en-haar-lidstaten-enerzijds-en-de-zw/BWBV0001500/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

51 KiB
Raw Permalink Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen BWBV0001500 verdrag geldend 2002-06-01 https://wetten.overheid.nl/BWBV0001500 Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen

Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen

Titel I. BASISBEPALINGEN

Artikel 1

Deze Overeenkomst beoogt met betrekking tot onderdanen van de lidstaten van de Europese Gemeenschap en van Zwitserland het volgende:

a. a. het toekennen van het recht op toegang tot het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen en op het verblijf, de toegang tot een economische activiteit in loondienst, de vestiging als zelfstandige, alsmede op voortzetting van het verblijf op dit grondgebied; b. b. het vergemakkelijken van de verlening van diensten op het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen, met name het liberaliseren van de verlening van diensten van korte duur; c. c. het toekennen van het recht op toegang tot en verblijf op het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen voor personen die in het ontvangende land geen economische activiteit uitoefenen; d. d. het toekennen van dezelfde levensomstandigheden, arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden als die welke voor de eigen onderdanen gelden.

Artikel 2

Onderdanen van een der overeenkomstsluitende partijen die legaal verblijven op het grondgebied van een andere overeenkomstsluitende partij ondervinden bij de toepassing van deze overeenkomst en overeenkomstig het bepaalde in de bijlagen I, II en III, geen discriminatie op grond van hun nationaliteit.

Artikel 3

Het recht op toegang van de onderdanen van een der overeenkomstsluitende partijen tot het grondgebied van een andere overeenkomstsluitende partij wordt gewaarborgd overeenkomstig het bepaalde in bijlage I.

Artikel 4

Het recht op verblijf en op toegang tot een economische activiteit wordt gewaarborgd, onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 10 en overeenkomstig het bepaalde in bijlage I.

Artikel 5

1. Onverminderd het bepaalde in andere specifieke overeenkomsten tussen de overeenkomstsluitende partijen inzake het verlenen van diensten (onder andere de overeenkomst betreffende overheidsopdrachten, voorzover deze betrekking heeft op het verlenen van diensten), hebben dienstverleners, met inbegrip van vennootschappen, overeenkomstig het bepaalde in bijlage I het recht op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij een dienst te verlenen, mits de daadwerkelijke arbeidsduur niet meer dan negentig dagen per kalenderjaar bedraagt.

2.

Dienstverleners hebben recht op toegang tot en verblijf op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij,

a. a. indien zij op grond van het bepaalde in lid 1 of krachtens een overeenkomst als bedoeld in lid 1 het recht hebben een dienst te verlenen; b. b. of, wanneer aan de voorwaarden onder a niet wordt voldaan, mits hun door de bevoegde autoriteiten van de betrokken overeenkomstsluitende partij toestemming is verleend om een dienst te verlenen.

3. Natuurlijke personen die onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Gemeenschap of van Zwitserland en zich uitsluitend als ontvanger van diensten op het grondgebied van een der overeenkomstsluitende partijen begeven, hebben het recht op toegang en verblijf.

4. De in dit artikel bedoelde rechten worden gewaarborgd overeenkomstig het bepaalde in de bijlagen I, II en III. Op de in dit artikel bedoelde personen zijn de kwantitatieve beperkingen bedoeld in artikel 10 niet van toepassing.

Artikel 6

Het recht op verblijf op het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij wordt toegekend aan personen die geen economische activiteit uitoefenen, overeenkomstig het bepaalde in bijlage I betreffende de niet-actieve leden van de beroepsbevolking.

Artikel 7

Overeenkomstig bijlage I regelen de overeenkomstsluitende partijen met name de hierna genoemde rechten met betrekking tot het vrije verkeer van personen:

a. a. het recht op gelijke behandeling als de eigen onderdanen ten aanzien van de toegang tot een economische activiteit en de uitoefening daarvan, alsmede ten aanzien van de levensomstandigheden, arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden; b. b. het recht op professionele en geografische mobiliteit, waardoor onderdanen van de overeenkomstsluitende partijen zich vrij kunnen verplaatsen op het grondgebied van de ontvangende staat en daar het beroep van hun keuze kunnen uitoefenen; c. c. het recht om na beëindiging van een economische activiteit hun verblijf op het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij voort te zetten; d. d. het verblijfsrecht voor gezinsleden, ongeacht hun nationaliteit; e. e. het recht ten gunste van de gezinsleden, ongeacht hun nationaliteit, om een economische activiteit uit te oefenen; f. f. het recht om onroerend goed te verwerven, voorzover dit verband houdt met het uitoefenen van de rechten die krachtens deze Overeenkomst worden toegekend; g. g. tijdens de overgangsperiode: het recht op terugkeer naar het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij na het beëindigen van een economische activiteit of een verblijf op dat grondgebied, teneinde een economische activiteit uit te oefenen, alsmede het recht op omzetting van een tijdelijke verblijfsvergunning in een permanente verblijfsvergunning.

Artikel 8

De overeenkomstsluitende partijen coördineren overeenkomstig bijlage II hun stelsels voor sociale zekerheid, met name met het oog op:

a. a. gelijke behandeling; b. b. vaststelling van de toepasselijke wetgeving; c. c. cumulatie van de perioden die volgens de verschillende nationale wetgevingen bepalend zijn voor het verkrijgen en behouden van het recht op uitkeringen en voor het berekenen van deze uitkeringen; d. d. betaling van uitkeringen aan personen die op het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen verblijven; e. e. wederzijdse administratieve bijstand en samenwerking tussen de autoriteiten en de instellingen.

Artikel 9

Teneinde voor onderdanen van de lidstaten van de Europese Gemeenschap en van Zwitserland de toegang tot en het uitoefenen van werkzaamheden in loondienst en als zelfstandige, alsmede het verlenen van diensten, te vereenvoudigen, nemen de overeenkomstsluitende partijen overeenkomstig bijlage III de nodige maatregelen met betrekking tot de wederzijdse erkenning van diploma's, en andere getuigschriften en de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de overeenkomstsluitende partijen betreffende de toegang tot en het verrichten van werkzaamheden, al dan niet in loondienst, en het verlenen van diensten.

Titel II. ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 10

1.

Gedurende vijf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst kan Zwitserland kwantitatieve beperkingen handhaven op de toegang tot een economische activiteit voor de volgende categorieën verblijf: verblijf van meer dan vier maanden, doch minder dan één jaar, en verblijf van één jaar of meer. Voor verblijf van minder dan vier maanden gelden geen beperkingen.

Vanaf het begin van het zesde jaar worden alle kwantitatieve beperkingen ten aanzien van onderdanen van de lidstaten van de Europese Gemeenschap afgeschaft.

1bis.

Zwitserland kan tot en met 31 mei 2007 kwantitatieve beperkingen handhaven op de toegang in Zwitserland van werknemers en zelfstandigen die onderdaan zijn van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek en zulks voor de volgende categorieën verblijf: verblijf van meer dan vier maanden, doch minder dan één jaar, en verblijf van één jaar of meer. Voor verblijf van minder dan vier maanden gelden geen beperkingen.

Vóór het einde van de hierboven vermelde overgangsperiode onderzoekt het Gemengd Comité op basis van een verslag van Zwitserland de werking van de overgangsperiode die geldt voor onderdanen van de nieuwe lidstaten. Na dit onderzoek en vóór het einde van de hierboven vermelde periode stelt Zwitserland het Gemengd Comité ervan in kennis of het de kwantitatieve beperkingen ten aanzien van in Zwitserland werkzame werknemers zal blijven toepassen. Zwitserland kan dergelijke maatregelen blijven toepassen tot en met 31 mei 2009. Bij gebreke van dergelijke kennisgeving verstrijkt de overgangsperiode op 31 mei 2007.

Aan het einde van de in dit lid omschreven overgangsperiode worden alle kwantitatieve beperkingen ten aanzien van onderdanen van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek afgeschaft. Deze lidstaten kunnen voor dezelfde perioden dezelfde kwantitatieve beperkingen ten aanzien van Zwitserse onderdanen invoeren.

1ter.

Zwitserland kan gedurende twee jaar na de inwerkingtreding van het Protocol bij deze Overeenkomst betreffende de deelname, als overeenkomstsluitende partijen, van de Republiek Bulgarije en Roemenië, kwantitatieve beperkingen handhaven op de toegang in Zwitserland van werknemers en zelfstandigen die onderdaan zijn van de Republiek Bulgarije en Roemenië en zulks voor de volgende twee categorieën verblijf: verblijf van meer dan vier maanden, doch minder dan één jaar, en verblijf van één jaar of meer. Voor verblijf van minder dan vier maanden gelden geen kwantitatieve beperkingen.

Vóór het einde van de hierboven vermelde overgangsperiode onderzoekt het Gemengd Comité op basis van een verslag van Zwitserland de werking van de overgangsperiode die geldt voor onderdanen van de nieuwe lidstaten. Na dit onderzoek en vóór het einde van de hierboven vermelde periode stelt Zwitserland het Gemengd Comité ervan in kennis of het de kwantitatieve beperkingen ten aanzien van in Zwitserland werkzame werknemers zal blijven toepassen. Zwitserland kan dergelijke maatregelen blijven toepassen gedurende vijf jaar na de inwerkingtreding van voornoemd Protocol. Bij gebreke van dergelijke kennisgeving verstrijkt de overgangsperiode op het einde van de in de eerste alinea bedoelde termijn van twee jaar.

Aan het einde van de in dit lid omschreven overgangsperiode worden alle kwantitatieve beperkingen ten aanzien van onderdanen van de Republiek Bulgarije en Roemenië afgeschaft. Deze lidstaten kunnen voor dezelfde perioden dezelfde kwantitatieve beperkingen ten aanzien van Zwitserse onderdanen invoeren.

1quater.

Zwitserland kan gedurende twee jaar na de inwerkingtreding van het protocol bij deze overeenkomst betreffende de deelname, als overeenkomstsluitende partij, van de Republiek Kroatië, kwantitatieve beperkingen handhaven op de toegang van werknemers in loondienst en zelfstandigen die onderdaan zijn van Kroatië en zulks voor de volgende twee categorieën verblijf: verblijf van meer dan vier maanden, doch minder dan één jaar, en verblijf van één jaar of meer. Voor verblijf van minder dan vier maanden gelden geen beperkingen.

Vóór het einde van de hierboven vermelde overgangsperiode onderzoekt het Gemengd Comité op basis van een verslag van Zwitserland de werking van de overgangsperiode die geldt voor onderdanen van Kroatië. Na dit onderzoek en vóór het einde van de hierboven vermelde periode stelt Zwitserland het Gemengd Comité ervan in kennis of het de kwantitatieve beperkingen ten aanzien van werknemers die in Zwitserland in loondienst zijn zal blijven toepassen. Zwitserland kan dergelijke maatregelen blijven toepassen gedurende vijf jaar na de inwerkingtreding van voornoemd protocol. Bij gebreke van dergelijke kennisgeving verstrijkt de overgangsperiode aan het einde van de in de eerste alinea bedoelde termijn van twee jaar.

Aan het einde van de in dit lid omschreven overgangsperiode worden alle kwantitatieve beperkingen ten aanzien van onderdanen van Kroatië afgeschaft. Kroatië kan voor dezelfde perioden dezelfde kwantitatieve beperkingen ten aanzien van onderdanen van Zwitserland invoeren.

2. Gedurende ten hoogste twee jaar kunnen de overeenkomstsluitende partijen de controle handhaven op de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd en op de salariërings- en arbeidsvoorwaarden voor onderdanen van de andere overeenkomstsluitende partij, waaronder de in artikel 5 bedoelde personen die dienstverleners zijn. Vóór het einde van het eerste jaar onderzoekt het Gemengd Comité of het noodzakelijk is deze beperkingen te handhaven. Het Gemengd Comité kan de maximale periode van twee jaar verkorten. De controle op de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd is niet van toepassing op verleners van diensten die op grond van een specifieke overeenkomst tussen de overeenkomstsluitende partijen betreffende het verlenen van diensten (onder andere de overeenkomst inzake de sector overheidsopdrachten, voorzover deze betrekking heeft op het verlenen van diensten) zijn geliberaliseerd.

2bis.

Zwitserland en de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek kunnen tot en met 31 mei 2007 voor werknemers van een van die andere overeenkomstsluitende partij die op hun eigen grondgebied werkzaam zijn, de controle handhaven op de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd en op de salariërings- en arbeidsvoorwaarden voor onderdanen van de betrokken overeenkomstsluitende partij. Dezelfde controles kunnen worden gehandhaafd voor personen die diensten verlenen in de volgende vier sectoren: diensten in verband met de tuinbouw, bouwnijverheid en aanverwante activiteiten, beveiligingsdiensten, reiniging van gebouwen (respectievelijk NACENACE: Verordening (EEG) nr. 3037/90 van de Raad van 9 oktober 1990 betreffende de statistische nomenclatuur van de economische activiteiten in de Europese Gemeenschap (PB L 293 van 24.10.1990, blz. 1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 29/2002 van de Commissie van 19 december 2001 (PB L 6 van 10.1.2002, blz. 3).-codes 01.41, 45.1 tot en met 4, 74.60 en 74.70), waarnaar wordt verwezen in artikel 5, lid 1, van de Overeenkomst. Zwitserland geeft, wat de toegang tot zijn arbeidsmarkt betreft, gedurende de in de leden 1 bis, 2 bis, 3 bis en 4 bis vermelde overgangsperioden voorrang aan werknemers die onderdaan van de nieuwe lidstaten zijn boven werknemers uit niet-EU- en niet-EVA-landen. De controle op de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd is niet van toepassing op verleners van diensten die zijn geliberaliseerd op grond van een specifieke overeenkomst tussen de overeenkomstsluitende partijen inzake het verlenen van diensten (onder andere de Overeenkomst betreffende sommige aspecten van overheidsopdrachten, voorzover deze betrekking heeft op het verlenen van diensten). Voor dezelfde periode kunnen kwalificatie-eisen worden gehandhaafd voor het verstrekken van verblijfsvergunningen van minder dan vier maandenWerknemers kunnen verzoeken om verblijfsvergunningen met een korte geldigheidsduur in het kader van de in lid 3 bis vermelde contigenten, zelfs voor een periode van minder dan vier maanden. en voor personen die diensten verlenen in de vier hierboven vermelde sectoren, waarnaar in artikel 5, lid 1, van de Overeenkomst wordt verwezen.

Vóór 31 mei 2007 onderzoekt het Gemengd Comité de werking van de in dit lid vervatte overgangsregeling op basis van een verslag dat door één van de overeenkomstsluitende partijen die deze regeling toepassen, wordt opgesteld. Na dit onderzoek en uiterlijk op 31 mei 2007 kan de overeenkomstsluitende partij die de in dit lid vervatte overgangsregeling heeft toegepast en het Gemengd Comité in kennis heeft gesteld van haar voornemen om deze regeling te blijven toepassen, dat blijven doen tot 31 mei 2009. Bij gebreke van dergelijke kennisgeving verstrijkt de overgangsperiode op 31 mei 2007.

Aan het einde van de in dit lid omschreven overgangsperiode worden alle in dit lid vermelde beperkingen afgeschaft.

2ter.

Zwitserland en de Republiek Bulgarije en Roemenië kunnen gedurende twee jaar na de inwerkingtreding van het Protocol bij deze Overeenkomst inzake de deelname, als overeenkomstsluitende partijen, van de Republiek Bulgarije en van Roemenië, voor werknemers van een van die andere overeenkomstsluitende partijen die op hun eigen grondgebied werkzaam zijn, de controle handhaven op de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd en op de salariërings- en arbeidsvoorwaarden voor onderdanen van de betrokken overeenkomstsluitende partij. Dezelfde controles kunnen worden gehandhaafd voor personen die diensten verlenen in de volgende vier sectoren: diensten in verband met de tuinbouw, bouwnijverheid en aanverwante activiteiten, beveiligingsdiensten, reiniging van gebouwen (respectievelijk NACE1)NACE: Verordening (EEG) nr. 3037/90 van de Raad van 9 oktober 1990 betreffende de statistische nomenclatuur van de economische activiteiten in de Europese Gemeenschap (PB L 293 van 24.10.1990, blz. 1). Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 29 september 2003 (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1). -codes 01.41, 45.1 tot en met 4, 74.60 en 74.70), waarnaar wordt verwezen in artikel 5, lid 1, van de Overeenkomst. Zwitserland geeft, wat de toegang tot zijn arbeidsmarkt betreft, gedurende de in de leden 1 ter, 2 ter, 3 ter en 4 quater vermelde overgangsperioden voorrang aan werknemers die onderdaan van de nieuwe lidstaten zijn boven werknemers uit niet-EU- en niet-EVA-landen. De controle op de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd is niet van toepassing op verleners van diensten die zijn geliberaliseerd op grond van een specifieke overeenkomst tussen de overeenkomstsluitende partijen inzake het verlenen van diensten (onder andere de Overeenkomst betreffende sommige aspecten van overheidsopdrachten, voorzover deze betrekking heeft op het verlenen van diensten). Voor dezelfde periode kunnen kwalificatie-eisen worden gehandhaafd voor het verstrekken van verblijfsvergunningen van minder dan vier maanden2)Werknemers kunnen verzoeken om verblijfsvergunningen met een korte geldigheidsduur in het kader van de in lid 3 ter vermelde contingenten, zelfs voor een periode van minder dan vier maanden. en voor personen die diensten verlenen in de vier hierboven vermelde sectoren, waarnaar in artikel 5, lid 1, van deze Overeenkomst wordt verwezen.

Binnen twee jaar na de inwerkingtreding van het Protocol bij deze Overeenkomst inzake de deelname, als overeenkomstsluitende partijen, van de Republiek Bulgarije en Roemenië, onderzoekt het Gemengd Comité de werking van de in dit lid vervatte overgangsregeling op basis van een verslag dat door één van de overeenkomstsluitende partijen die deze regeling toepassen, wordt opgesteld. Na dit onderzoek en uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van voornoemd Protocol kan de overeenkomstsluitende partij die de in dit lid vervatte overgangsregeling heeft toegepast en het Gemengd Comité in kennis heeft gesteld van haar voornemen om deze regeling te blijven toepassen, dat blijven doen gedurende vijf jaar na de inwerkingtreding van voornoemd Protocol. Bij gebreke van dergelijke kennisgeving verstrijkt de overgangsperiode op het einde van de in de eerste alinea bedoelde termijn van twee jaar.

Aan het einde van de in dit lid omschreven overgangsperiode worden alle in dit lid vermelde beperkingen afgeschaft.

2quater.

Zwitserland en Kroatië kunnen gedurende twee jaar na de inwerkingtreding van het protocol bij deze overeenkomst inzake de deelname, als overeenkomstsluitende partij, van de Republiek Kroatië, voor werknemers van een van deze overeenkomstsluitende partijen die op hun eigen grondgebied werkzaam zijn, de controle handhaven op de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd en op de salariërings- en arbeidsvoorwaarden voor onderdanen van de andere betrokken overeenkomstsluitende partij. Dezelfde controles kunnen worden gehandhaafd voor personen die diensten verlenen in de volgende vier sectoren: tuinbouw; bouwnijverheid en aanverwante activiteiten; beveiligingsdiensten, reiniging van gebouwen (respectievelijk NACE-codes2)NACE: Verordening (EEG) nr. 3037/90 van de Raad van 9 oktober 1990 betreffende de statistische nomenclatuur van de economische activiteiten in de Europese Gemeenschap (PB L 293 van 24.10.1990, blz. 1). 01.41, 45.1 tot en met 4, 74.60 en 74.70), waarnaar wordt verwezen in artikel 5, lid 1, van de overeenkomst. Zwitserland geeft, wat de toegang tot zijn arbeidsmarkt betreft, gedurende de in de leden 1 quater, 2 quater, 3 quater en 4 quinquies vermelde overgangsperioden voorrang aan werknemers van Kroatië boven werknemers uit niet-EU- en niet-EVA-landen. De controle op de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd is niet van toepassing op verleners van diensten die zijn geliberaliseerd op grond van een specifieke overeenkomst tussen de overeenkomstsluitende partijen inzake het verlenen van diensten (onder andere de overeenkomst betreffende sommige aspecten van overheidsopdrachten, voor zover deze betrekking heeft op het verlenen van diensten). Voor dezelfde periode kunnen kwalificatie-eisen worden gehandhaafd voor het verstrekken van verblijfsvergunningen van minder dan vier maanden3)Werknemers kunnen verzoeken om verblijfsvergunningen met een korte geldigheidsduur in het kader van de in lid 3 quater vermelde contingenten, zelfs voor een periode van minder dan vier maanden. en voor personen die de in artikel 5, lid 1, van deze overeenkomst bedoelde diensten verlenen in de vier hierboven vermelde sectoren.

Binnen twee jaar na de inwerkingtreding van het protocol bij deze overeenkomst inzake de deelname, als overeenkomstsluitende partij, van de Republiek Kroatië, onderzoekt het Gemengd Comité de werking van de in dit lid vervatte overgangsregeling op basis van een verslag dat door elk van de overeenkomstsluitende partijen die deze regeling toepassen, wordt opgesteld. Na dit onderzoek en uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van voornoemd protocol kan een overeenkomstsluitende partij die de in dit lid vervatte overgangsregeling heeft toegepast en het Gemengd Comité in kennis heeft gesteld van haar voornemen om deze regeling te blijven toepassen, dat blijven doen gedurende vijf jaar na de inwerkingtreding van voornoemd protocol. Bij gebreke van dergelijke kennisgeving verstrijkt de overgangsperiode aan het einde van de in de eerste alinea bedoelde termijn van twee jaar.

Aan het einde van de in dit lid omschreven overgangsperiode worden alle in dit lid vermelde beperkingen afgeschaft.

3. Vanaf de inwerkingtreding van deze Overeenkomst reserveert Zwitserland, tot het einde van het vijfde jaar, binnen zijn totale contingenten de volgende minimale aantallen nieuwe verblijfsvergunningen voor werknemers in loondienst en zelfstandigen uit de Europese Gemeenschap: verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van één jaar of meer: 15 000 per jaar; verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van meer dan vier maanden doch niet meer dan één jaar: 115 000 per jaar.

3bis.

Vanaf de inwerkingtreding van het Protocol bij de Overeenkomst betreffende de deelname, als overeenkomstsluitende partijen, van de hieronder genoemde nieuwe lidstaten en tot het einde van de in lid 1 bis bedoelde periode reserveert Zwitserland jaarlijks (pro rata temporis) binnen zijn totale contingent voor derde landen, voor in Zwitserland werkzame werknemers en zelfstandigen die onderdaan zijn van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek een minimumaantal nieuwe verblijfsvergunningenDeze vergunningen worden verleend naast de in artikel 10 van de Overeenkomst vermelde contingenten, die zijn gereserveerd voor werknemers in loondienst en zelfstandigen die onderdaan zijn van de lidstaten op het moment van de ondertekening van de Overeenkomst (21 juni 1999) of onderdaan zijn van de Republiek Cyprus en de Republiek Malta. Deze vergunningen worden ook verstrekt naast de vergunningen die worden verleend in het kader van bestaande bilaterale overeenkomsten inzake de uitwisseling van stagiairs. overeenkomstig het volgende schema:

Tot en met Aantal verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van één jaar of meer Aantal verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van meer dan vier maanden doch niet meer dan één jaar
31 mei 2005 900 9000
31 mei 2006 1 300 12 400
31 mei 2007 1 700 15 800
31 mei 2008 2 200 19 200
31 mei 2009 2 600 22 600

3ter.

Vanaf de inwerkingtreding van het Protocol bij de Overeenkomst betreffende de deelname, als overeenkomstsluitende partijen, van de Republiek Bulgarije en Roemenië en tot het einde van de in lid 1 ter bedoelde periode reserveert Zwitserland jaarlijks (pro rata temporis) binnen zijn totale contingent voor derde landen, voor in Zwitserland werkzame werknemers en zelfstandigen die onderdaan zijn van de nieuwe lidstaten een minimumaantal nieuwe verblijfsvergunningen3)Deze vergunningen worden verleend naast het in artikel 10 van de Overeenkomst vermelde contingenten, die zijn gereserveerd voor werknemers in loondienst en zelfstandigen die onderdaan zijn van de lidstaten op het moment van de ondertekening van de Overeenkomst (21 juni 1999) en van de lidstaten die door het Protocol van 2004 overeenkomstsluitende partij werden bij deze Overeenkomst. Deze vergunningen worden ook verstrekt naast de vergunningen die worden verleend in het kader van bestaande bilaterale overeenkomsten tussen Zwitserland en de nieuwe lidstaten inzake de uitwisseling van stagiairs. overeenkomstig het volgende schema:

Periode Aantal verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van één jaar of meer Aantal verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van meer dan vier maanden doch minder dan één jaar
Tot het einde van het eerste jaar 362 3 620
Tot het einde van het tweede jaar 523 4 987
Tot het einde van het derde jaar 684 6 355
Tot het einde van het vierde jaar 885 7 722
Tot het einde van het vijfde jaar 1 046 9 090

3quater.

Vanaf de inwerkingtreding van het protocol bij de overeenkomst betreffende de deelname, als overeenkomstsluitende partij, van de Republiek Kroatië en tot het einde van de in lid 1 quater bedoelde periode reserveert Zwitserland jaarlijks (pro rata temporis), binnen zijn totale contingent voor derde landen, voor werknemers in loondienst en zelfstandigen die onderdaan zijn van Kroatië een minimumaantal nieuwe verblijfsvergunningen4)Deze vergunningen worden verleend naast de in artikel 10 van de overeenkomst vermelde contingenten, die zijn gereserveerd voor werknemers in loondienst en zelfstandigen die onderdaan zijn van de lidstaten op het moment van de ondertekening van de overeenkomst (21 juni 1999) en van de lidstaten die door de protocollen van 2004 en 2008 overeenkomstsluitende partij werden bij deze overeenkomst. Deze vergunningen worden ook verstrekt naast de vergunningen die worden verleend in het kader van bestaande bilaterale overeenkomsten tussen Zwitserland en de nieuwe lidstaten inzake de uitwisseling van stagiairs. overeenkomstig het volgende schema:

Aantal verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van één jaar of meer Aantal verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van meer dan vier maanden doch minder dan één jaar
Eerste jaar 54 543
Tweede jaar 78 748
Derde jaar 103 953
Vierde jaar 133 1.158
Vijfde jaar 250 2.000

3quinquies.

Indien Zwitserland en/of Kroatië op werknemers die op hun eigen grondgebied werken, de maatregelen toepassen die worden beschreven in de leden 1 quater, 2 quater en 3 quater als gevolg van ernstige verstoringen van de arbeidsmarkt of de dreiging daarvan, stellen zij het Gemengd Comité voor het einde van de in lid 1 quater bedoelde termijn in kennis van de omstandigheden.

Het Gemengd Comité beslist of het kennisgevende land overgangsmaatregelen kan blijven toepassen op basis van de kennisgeving. Als het comité een gunstig advies geeft, kan het kennisgevende land de in de leden 1 quater, 2 quater en 3 quater bedoelde maatregelen gedurende zeven jaar na de inwerkingtreding van voornoemd protocol blijven toepassen op de op zijn grondgebied werkzame werknemers. Het jaarlijkse aantal in lid 1 quater bedoelde verblijfsvergunningen bedraagt dan:

Aantal verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van één jaar of meer Aantal verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van meer dan vier maanden doch minder dan één jaar
Zesde jaar 260 2.100
Zevende jaar 300 2.300

.

4.

Ongeacht het bepaalde in lid 3 wordt door de overeenkomstsluitende partijen het volgende overeengekomen: indien na vijf jaar, doch niet langer dan twaalf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst, het aantal nieuwe verblijfsvergunningen van een van de in lid 1 bedoelde categorieën dat in een bepaald jaar is afgegeven aan werknemers in loondienst en zelfstandigen uit de Europese Gemeenschap meer dan 10% hoger is dan het gemiddelde over de drie voorgaande jaren, kan Zwitserland voor het volgende jaar het aantal nieuwe verblijfsvergunningen van die categorie voor werknemers in loondienst en zelfstandigen uit de Europese Gemeenschap eenzijdig beperken tot het gemiddelde over de drie voorgaande jaren, vermeerderd met 5%. Het volgende jaar kan het aantal tot datzelfde niveau worden beperkt.

Ongeacht het bepaalde in de voorgaande alinea mag het aantal nieuw af te geven verblijfsvergunningen aan werknemers in loondienst en zelfstandigen uit de Europese Gemeenschap niet worden beperkt tot minder dan 15 000 per jaar voor nieuwe verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van één jaar of meer en 115 000 per jaar voor nieuwe verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van meer dan vier maanden doch niet meer dan één jaar.

4bis.

Aan het einde van de in lid 1 bis en in onderhavig lid bedoelde periode en tot twaalf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst, zijn de bepalingen van artikel 10, lid 4, van de Overeenkomst van toepassing.

In geval van ernstige verstoringen van de arbeidsmarkt of gevaar voor zulke verstoringen stellen Zwitserland en elk van de nieuwe lidstaten die de overgangsregeling hebben toegepast, het Gemengd Comité daarvan uiterlijk op 31 mei 2009 in kennis. In dat geval kan het kennisgevende land de in de leden 1 bis, 2 bis en 3 bis bedoelde maatregelen tot 30 april 2011 blijven toepassen op de op zijn grondgebied werkzame werknemers. Het jaarlijkse aantal in lid 1 bis bedoelde verblijfsvergunningen bedraagt dan:

Tot en met Aantal verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van één jaar of meer Aantal verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van meer dan vier maanden doch niet meer dan één jaar
31 mei 2010 2 800 26 000
30 april 2011 3 000 29 000

4ter.

Wanneer Malta verstoringen van de arbeidsmarkt ondervindt of voorziet die een serieuze bedreiging kunnen vormen voor de levensstandaard of het werkgelegenheidspeil in een bepaalde regio of binnen een bepaalde beroepsgroep, en besluit de bepalingen van afdeling 2 „Vrij verkeer van personen” van bijlage XI bij de Toetredingsakte toe te passen, kunnen de beperkende maatregelen die Malta ten aanzien van de overige EU-lidstaten heeft getroffen ook op Zwitserland worden toegepast. In dat geval kan Zwitserland gelijkwaardige maatregelen nemen ten aanzien van Malta.

Malta en Zwitserland kunnen van deze procedure gebruik maken tot 30 april 2011.

4quater.

Aan het einde van de in lid 1 ter en in onderhavig lid bedoelde periode en tot tien jaar na de inwerkingtreding van het Protocol bij deze Overeenkomst inzake de deelname, als overeenkomstsluitende partijen, van de Republiek Bulgarije en Roemenië, zijn de bepalingen van artikel 10, lid 4, van deze Overeenkomst van toepassing op onderdanen van die nieuwe lidstaten.

In het geval van ernstige verstoringen van de arbeidsmarkt of gevaar voor zulke verstoringen stellen Zwitserland en elk van de nieuwe lidstaten die de overgangsregeling hebben toegepast, het Gemengd Comité daarvan in kennis vóór het einde van de in lid 2 ter, tweede alinea, bedoelde overgangsperiode van vijf jaar. In dat geval kan het kennisgevende land de in de leden 1 ter, 2 ter en 3 ter bedoelde maatregelen gedurende zeven jaar na de inwerkingtreding van voornoemd Protocol blijven toepassen op de op zijn grondgebied werkzame werknemers. Het jaarlijkse aantal in lid 1 ter bedoelde verblijfsvergunningen bedraagt dan:

Periode Aantal verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van één jaar of meer Aantal verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van meer dan vier maanden doch minder dan één jaar
Tot het einde van het zesde jaar 1 126 10 457
Tot het einde van het zevende jaar 1 207 11 664

4quinquies.

Aan het eind van de in de leden 1 quater en 3 quinquies beschreven periode en tot aan het einde van het tiende jaar na de inwerkingtreding van het protocol bij de overeenkomst inzake de deelname van Kroatië als overeenkomstsluitende partij, zijn de volgende bepalingen van toepassing: Indien het aantal nieuwe verblijfsvergunningen van een van de categorieën als bedoeld in lid 1 quater, afgegeven aan werknemers in loondienst en zelfstandigen van Kroatië in een bepaald jaar meer dan 10 % hoger is dan het gemiddelde over de laatste drie jaar voorafgaand aan het referentiejaar, kan Zwitserland, voor het toepassingsjaar, het aantal nieuwe verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van één jaar of meer voor werknemers in loondienst en zelfstandigen uit Kroatië eenzijdig beperken tot het gemiddelde over de drie voorgaande jaren, vermeerderd met 5 %, en het aantal verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van meer dan vier maanden doch niet meer dan één jaar tot het gemiddelde over de drie voorgaande jaren, vermeerderd met 10 %. Vergunningen kunnen worden beperkt tot hetzelfde aantal voor het jaar volgende op het toepassingsjaar.

In afwijking van de voorgaande alinea kunnen aan het einde van het zesde en zevende referentiejaar de volgende bepalingen gelden: Indien het aantal nieuwe verblijfsvergunningen van een van de categorieën als bedoeld in lid 1 quater, afgegeven aan werknemers in loondienst en zelfstandigen uit Kroatië in een bepaald jaar meer dan 10 % hoger is dan het gemiddelde over het laatste jaar voorafgaand aan het referentiejaar, kan Zwitserland, voor het toepassingsjaar, het aantal nieuwe verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van één jaar of meer voor werknemers in loondienst en zelfstandigen uit Kroatië eenzijdig beperken tot het gemiddelde over de drie voorgaande jaren, vermeerderd met 5 %, en het aantal verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van meer dan vier maanden doch niet meer dan één jaar tot het gemiddelde over de drie voorgaande jaren, vermeerderd met 10 %. Vergunningen kunnen worden beperkt tot hetzelfde aantal voor het jaar volgende op het toepassingsjaar.

4sexies.

Voor de toepassing van artikel 4 quinquies gelden de volgende definities:

    1. „referentiejaar”: een bepaald jaar dat wordt berekend vanaf de eerste dag van de maand waarin het protocol in werking treedt;
    1. „toepassingsjaar”: het jaar volgende op het referentiejaar.

5. De overgangsbepalingen van de leden 1 tot en met 4, met name die van lid 2 inzake de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd en de controle op de salariërings- en arbeidsvoorwaarden, zijn niet van toepassing op werknemers in loondienst en zelfstandigen die bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst reeds beschikken over een vergunning voor het uitoefenen van een economische activiteit op het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen. Deze laatsten hebben met name het recht op geografische en professionele mobiliteit. Houders van een verblijfsvergunning met een geldigheidsduur van minder dan één jaar hebben recht op verlenging van hun verblijfsvergunning; de kwantitatieve beperkingen op de afgifte van verblijfsvergunningen zijn op hen niet van toepassing. Houders van een verblijfsvergunning met een geldigheidsduur van één jaar of meer hebben automatisch recht op verlenging van hun verblijfsvergunning; deze werknemers in loondienst en zelfstandigen genieten derhalve vanaf de inwerkingtreding van de Overeenkomst de rechten inzake het vrije verkeer van personen als vastgesteld in de basisbepalingen van deze Overeenkomst, in het bijzonder in artikel 7.

5bis.

De overgangsbepalingen van de leden 1 bis, 2 bis, 3 bis, 4 bis en 4 ter, en met name die van lid 2 bis inzake de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd en de controle op de salariërings- en arbeidsvoorwaarden, zijn niet van toepassing op werknemers in loondienst en zelfstandigen die op de datum van de inwerkingtreding van het Protocol bij de Overeenkomst betreffende de deelname, als overeenkomstsluitende partijen, van de hieronder genoemde nieuwe lidstaten reeds beschikken over een vergunning voor het uitoefenen van een economische activiteit op het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen. Deze laatsten hebben met name het recht op professionele en geografische mobiliteit.

Houders van een verblijfsvergunning met een geldigheidsduur van minder dan één jaar hebben recht op verlenging van hun verblijfsvergunning; de kwantitatieve beperkingen op de afgifte van verblijfsvergunningen zijn op hen niet van toepassing. Houders van een verblijfsvergunning met een geldigheidsduur van één jaar of meer hebben automatisch recht op verlenging van hun verblijfsvergunning. Deze werknemers in loondienst en zelfstandigen genieten derhalve vanaf de inwerkingtreding van de Overeenkomst de rechten inzake het vrije verkeer van personen als vastgesteld in de basisbepalingen van deze Overeenkomst, in het bijzonder in artikel 7.

5ter.

De overgangsbepalingen van de leden 1 ter, 2 ter, 3 ter, en 4 quater, en met name die van lid 2 ter inzake de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd en de controle op de salariërings- en arbeidsvoorwaarden, zijn niet van toepassing op werknemers in loondienst en zelfstandigen die op de datum van de inwerkingtreding van het Protocol bij de Overeenkomst betreffende de deelname, als overeenkomstsluitende partijen, van de Republiek Bulgarije en van Roemenië reeds beschikken over een vergunning voor het uitoefenen van een economische activiteit op het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen. Deze laatsten hebben met name het recht op professionele en geografische mobiliteit.

Houders van een verblijfsvergunning met een geldigheidsduur van minder dan één jaar hebben recht op verlenging van hun verblijfsvergunning; de kwantitatieve beperkingen op de afgifte van verblijfsvergunningen zijn op hen niet van toepassing. Houders van een verblijfsvergunning met een geldigheidsduur van één jaar of meer hebben automatisch recht op verlenging van hun verblijfsvergunning. Deze werknemers in loondienst en zelfstandigen genieten derhalve vanaf de inwerkingtreding van voornoemd Protocol de rechten inzake het vrije verkeer van personen als vastgesteld in de basisbepalingen van deze Overeenkomst, in het bijzonder in artikel 7.

5quater.

De overgangsbepalingen van de leden 1 quater, 2 quater, 3 quater, en 4 quinquies, en met name die van lid 2 quater inzake de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd en de controle op de salariërings- en arbeidsvoorwaarden, zijn niet van toepassing op werknemers in loondienst en zelfstandigen die op de datum van de inwerkingtreding van het protocol bij de overeenkomst betreffende de deelname van de Republiek Kroatië als overeenkomstsluitende partij reeds beschikken over een vergunning voor het uitoefenen van een economische activiteit op het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen. Die personen hebben met name recht op beroepsmobiliteit en geografische mobiliteit.

Houders van een verblijfsvergunning met een geldigheidsduur van minder dan één jaar hebben recht op verlenging van hun verblijfsvergunning; de kwantitatieve beperkingen op de afgifte van verblijfsvergunningen zijn op hen niet van toepassing. Houders van een verblijfsvergunning met een geldigheidsduur van één jaar of meer hebben automatisch recht op verlenging van hun verblijfsvergunning. Deze werknemers in loondienst en zelfstandigen genieten derhalve vanaf de inwerkingtreding van voornoemd protocol de rechten inzake het vrije verkeer van personen als vastgesteld in de basisbepalingen van deze overeenkomst, in het bijzonder in artikel 7.

6. Zwitserland verstrekt het Gemengd Comité regelmatig en tijdig de relevante statistieken en inlichtingen, met inbegrip van de maatregelen ter uitvoering van lid 2. Elk van de overeenkomstsluitende partijen kan verzoeken om een onderzoek van de situatie door het Gemengd Comité.

7. Voor grensarbeiders gelden geen kwantitatieve beperkingen.

8. Overgangsbepalingen met betrekking tot de sociale zekerheid en de teruggave van werkloosheidsverzekeringspremies zijn opgenomen in het Protocol in bijlage II.

Artikel 11

1. De personen op wie deze Overeenkomst van toepassing is, hebben het recht bij de bevoegde autoriteiten beroep aan te tekenen met betrekking tot de toepassing van de bepalingen van deze Overeenkomst.

2. Het beroep dient binnen een redelijke termijn te worden behandeld.

3. Bij een beslissing in een beroepsprocedure, of indien niet binnen een redelijke termijn een besluit wordt genomen, kunnen de personen op wie deze Overeenkomst van toepassing is in beroep gaan bij de nationale bevoegde rechterlijke instantie.

Artikel 12

Deze Overeenkomst doet geen afbreuk aan eventuele gunstigere nationale bepalingen ten aanzien van de onderdanen van de overeenkomstsluitende partijen en hun gezinsleden.

Artikel 13

De overeenkomstsluitende partijen verbinden zich ertoe ten aanzien van onderdanen van de andere overeenkomstsluitende partij geen nieuwe beperkende maatregelen te treffen met betrekking tot het toepassingsgebied van de Overeenkomst.

Artikel 14

1. Er wordt een Gemengd Comité ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van de overeenkomstsluitende partijen, dat belast wordt met het beheer en de correcte toepassing van de Overeenkomst. Dit Comité doet daartoe aanbevelingen. Het neemt besluiten in de gevallen waarin de Overeenkomst voorziet. Het Gemengd Comité doet zijn uitspraken in onderlinge overeenstemming.

2. In geval van ernstige problemen van economische of sociale aard komt het Gemengd Comité op verzoek van een der overeenkomstsluitende partijen bijeen teneinde te onderzoeken welke maatregelen kunnen worden genomen om deze problemen op te lossen. Het Gemengd Comité kan een besluit nemen over de te nemen maatregelen binnen zestig dagen na de datum van het verzoek. Deze termijn kan door het Gemengd Comité worden verlengd. De maatregelen zijn, wat hun toepassingsgebied en hun duur betreft, beperkt tot wat strikt noodzakelijk is om voor de situatie een oplossing te vinden. Bij de keuze van maatregelen moet de voorkeur worden gegeven aan maatregelen die de werking van de Overeenkomst het minst verstoren.

3. Met het oog op de correcte tenuitvoerlegging van de Overeenkomst wisselen de overeenkomstsluitende partijen regelmatig informatie uit en plegen zij op verzoek van een der overeenkomstsluitende partijen overleg in het Gemengd Comité.

4. Het Gemengd Comité komt bijeen wanneer daaraan behoefte bestaat, doch ten minste éénmaal per jaar. Elk overeenkomstsluitende partij kan een verzoek indienen om een vergadering te beleggen. Het Gemengd Comité komt bijeen binnen vijftien dagen na de indiening van het in lid 2 bedoelde verzoek.

5. Het Gemengd Comité stelt zijn reglement van orde op, waarin onder meer voorschriften voor het bijeenroepen van een vergadering, de aanwijzing van de voorzitter en de vaststelling van diens taken zijn vervat.

6. Het Gemengd Comité kan besluiten werkgroepen of groepen van deskundigen op te richten om zich bij de uitvoering van zijn taken te laten bijstaan.

Artikel 15

De bijlagen en protocollen bij deze Overeenkomst vormen daarvan een integrerend onderdeel. Verklaringen zijn opgenomen in de slotakte.

Artikel 16

1. Om de doeleinden van de Overeenkomst te bereiken nemen de overeenkomstsluitende partijen alle maatregelen die vereist zijn om in hun betrekkingen rechten en verplichtingen toe te passen die gelijkwaardig zijn met die welke zijn vervat in de rechtsbesluiten van de Europese Gemeenschap waarnaar wordt verwezen.

2. Voor zover de toepassing van deze Overeenkomst begrippen van het Gemeenschapsrecht, beroert, wordt de desbetreffende jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen die vóór de datum van ondertekening van de Overeenkomst tot stand is gekomen in aanmerking genomen. Jurisprudentie die na de ondertekening van de Overeenkomst tot stand komt wordt ter kennis gebracht van Zwitserland. Met het oog op de goede werking van de Overeenkomst bepaalt het Gemengd Comité op verzoek van een der overeenkomstsluitende partijen welke de implicaties van deze jurisprudentie zijn.

Artikel 17

1. Zodra een der overeenkomstsluitende partijen een aanvang maakt met de procedure voor aanname van een wijziging van haar interne wetgeving, of op een van de gebieden waarop deze Overeenkomst van toepassing is een wijziging optreedt in de jurisprudentie van de rechtsinstanties van de overeenkomstsluitende partijen wier beslissingen in het kader van het interne recht niet voor beroep ontvankelijk zijn, stelt deze overeenkomstsluitende partij de andere overeenkomstsluitende partijen daarvan in kennis via het Gemengd Comité.

2. Het Gemengd Comité bespreekt de gevolgen die een dergelijke wijziging zou kunnen hebben voor de goede werking van de Overeenkomst.

Artikel 18

Indien een der overeenkomstsluitende partijen de Overeenkomst wenst te wijzigen, legt zij een voorstel daartoe aan het Gemengd Comité voor. De wijziging van de Overeenkomst treedt in werking zodra de overeenkomstsluitende partijen hun respectieve interne procedures hebben voltooid; wijzigingen van de bijlagen II of III worden echter vastgesteld door het Gemengd Comité en kunnen onmiddellijk na het daartoe strekkende besluit in werking treden.

Artikel 19

1. De overeenkomstsluitende partijen kunnen elk geschil betreffende de interpretatie of de toepassing van de Overeenkomst aan het Gemengd Comité voorleggen.

2. Het Gemengd Comité kan het geschil beslechten. Het Gemengd Comité krijgt de beschikking over alle nuttige inlichtingen om de situatie diepgaand te onderzoeken en een aanvaardbare oplossing te vinden. Het Gemengd Comité onderzoekt hiertoe alle mogelijkheden waardoor de goede werking van de Overeenkomst behouden kan blijven.

Artikel 20

Behoudens uit bijlage II voortvloeiende andersluidende bepalingen, worden bilaterale overeenkomsten tussen Zwitserland en de lidstaten van de Europese Gemeenschap inzake sociale zekerheid met ingang van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst opgeschort, voorzover dezelfde materie bij de onderhavige Overeenkomst wordt geregeld.

Artikel 21

1. Aan het bepaalde in bilaterale overeenkomsten tussen Zwitserland en de lidstaten van de Europese Gemeenschap inzake dubbele belastingheffing wordt geen afbreuk gedaan door het bepaalde in de onderhavige Overeenkomst. Het bepaalde in de onderhavige Overeenkomst heeft met name geen gevolgen voor de definitie van het begrip „grensarbeider" volgens overeenkomsten inzake dubbele belastingheffing.

2. Geen van de bepalingen van deze Overeenkomst kan worden geïnterpreteerd als een beletsel voor de overeenkomstsluitende partijen om bij de toepassing van de desbetreffende bepalingen van hun fiscale wetgeving onderscheid te maken tussen belastingplichtigen die zich in verschillende situaties bevinden, met name wat hun woonplaats betreft.

3. Geen van de bepalingen van deze Overeenkomst vormt een beletsel voor de overeenkomstsluitende partijen om een maatregel vast te stellen of toe te passen met het oog op de heffing, betaling en doeltreffende inning van belastingen of ter vermijding van belastingontduiking, overeenkomstig de nationale fiscale wetgeving van een overeenkomstsluitende partij, overeenkomsten ter vermijding van dubbele belastingheffing waarbij enerzijds Zwitserland en anderzijds een of meer lidstaten van de Europese Gemeenschap zijn gebonden, of andere fiscale regelingen.

Artikel 22

1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 20 en 21 is deze Overeenkomst niet van invloed op overeenkomsten waarbij enerzijds Zwitserland en anderzijds een of meer lidstaten van de Europese Gemeenschap zijn gebonden, zoals overeenkomsten inzake particulieren, economische subjecten, grensoverschrijdende samenwerking of klein grensverkeer, voorzover deze overeenkomsten met de onderhavige Overeenkomst verenigbaar zijn.

2. Zijn deze overeenkomsten niet verenigbaar met de onderhavige Overeenkomst, dan prevaleert deze laatste.

Artikel 23

Wanneer de Overeenkomst wordt opgezegd of niet wordt verlengd, worden de door particulieren verworven rechten niet aangetast. De overeenkomstsluitende partijen treffen in onderling overleg een regeling voor gevallen waarin rechten nog niet volledig zijn verworven.

Artikel 24

Deze Overeenkomst is van toepassing op enerzijds het grondgebied van Zwitserland en anderzijds de grondgebieden waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van toepassing is, onder de voorwaarden waarin dat Verdrag voorziet.

Artikel 25

1.

Deze Overeenkomst wordt door de overeenkomstsluitende partijen bekrachtigd of goedgekeurd volgens hun eigen procedures. De Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum van de laatste kennisgeving van nederlegging van de akten van bekrachtiging of goedkeuring voor elk van de onderstaande zeven overeenkomsten:

Overeenkomst over het vrije verkeer van personen; Overeenkomst inzake luchtvervoer; Overeenkomst inzake het goederen- en personenvervoer per spoor en over de weg; Overeenkomst inzake de handel in landbouwproducten; Overeenkomst inzake wederzijdse erkenning van de overeenstemmingsbeoordeling; Overeenkomst betreffende sommige aspecten van overheidsopdrachten; Overeenkomst betreffende wetenschappelijke en technologische samenwerking.

2. Deze Overeenkomst wordt gesloten voor een eerste periode van zeven jaar. Zij wordt daarna voor onbepaalde tijd verlengd, tenzij de Europese Gemeenschap of Zwitserland vóór het einde van de eerste periode aan de andere overeenkomstsluitende partij kennisgeving doet van het tegendeel. Wordt een dergelijke kennisgeving verricht, dan is lid 4 van toepassing.

3. De Europese Gemeenschap en Zwitserland kunnen de Overeenkomst opzeggen door de andere overeenkomstsluitende partij daarvan kennisgeving te doen. Wordt een dergelijke kennisgeving verricht, dan is lid 4 van toepassing.

4. Zes maanden na de ontvangst van de kennisgeving van niet-verlenging bedoeld in lid 2 of van de kennisgeving van opzegging bedoeld in lid 3, houden de in lid 1 genoemde zeven overeenkomsten op van toepassing te zijn.