40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
188 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de leden van de Organisatie van Staten in Afrika, het Caribisch Gebied en de Stille Oceaan, anderzijds | BWBV0007046 | verdrag | geldend | null | https://wetten.overheid.nl/BWBV0007046 | Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de leden van de Organisatie van Staten in Afrika, het Caribisch Gebied en de Stille Oceaan, anderzijds |
Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de leden van de Organisatie van Staten in Afrika, het Caribisch Gebied en de Stille Oceaan, anderzijds
Deel I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
1. De Europese Unie en haar lidstaten, hierna de „EU” genoemd, enerzijds, en de leden van de Organisatie van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (OACPS), anderzijds, hierna gezamenlijk de „Partijen” genoemd, komen hierbij overeen deze Overeenkomst te sluiten waarbij een versterkt politiek partnerschap tot stand wordt gebracht om gunstige resultaten te bereiken met betrekking tot gemeenschappelijke en onderling samenhangende belangen en in overeenstemming met hun gedeelde waarden.
2. Deze Overeenkomst zal bijdragen tot de verwezenlijking van de duurzame- ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) van de Verenigde Naties (VN), met de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling, die op 25 september 2015 werd goedgekeurd op de VN-wereldtop inzake duurzame ontwikkeling te New York (de „Agenda 2030”), en de Overeenkomst van Parijs die is aangenomen in het kader van het VN-Raamverdrag inzake klimaatverandering, gedaan te Parijs op 12 december 2015 (de „Overeenkomst van Parijs”) als de bredere kaders waarbinnen het partnerschap in het kader van deze Overeenkomst zijn beslag krijgt.
3.
Deze Overeenkomst heeft tot doel:
a. a. de mensenrechten, de democratische beginselen, de rechtsstaat en goed bestuur te bevorderen, te beschermen en te behartigen, met bijzondere aandacht voor gendergelijkheid; b. b. vreedzame en veerkrachtige staten en samenlevingen op te bouwen en bestaande en opkomende bedreigingen voor vrede en veiligheid aan te pakken; c. c. menselijke en sociale ontwikkeling te bevorderen, en met name armoede uit te bannen en ongelijkheden aan te pakken, door ervoor te zorgen dat iedereen een waardig leven kan leiden en niemand aan zijn lot wordt overgelaten, met bijzondere aandacht voor vrouwen en meisjes; d. d. investeringen te mobiliseren, de handel te ondersteunen en de ontwikkeling van de private sector te bevorderen, met het oog op duurzame en inclusieve groei en fatsoenlijke banen voor iedereen; e. e. de klimaatverandering te bestrijden, het milieu te beschermen en te zorgen voor een duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen, en f. f. een brede en evenwichtige aanpak van migratie in de praktijk te brengen, om de vruchten te plukken van veilige, ordelijke en reguliere migratie en mobiliteit, irreguliere migratie te beteugelen en tegelijkertijd de onderliggende oorzaken ervan aan te pakken, met volledige inachtneming van het internationaal recht en in overeenstemming met de respectieve bevoegdheden van de Partijen.
4. De partnerschapsdialoog en maatregelen die op de specifieke kenmerken van de Partijen zijn afgestemd, zijn de belangrijkste instrumenten om de doelstellingen van deze Overeenkomst te verwezenlijken.
5. Deze Overeenkomst vergemakkelijkt de vaststelling van gemeenschappelijke standpunten door de Partijen op het internationale toneel en versterkt de partnerschappen ter bevordering van multilateralisme en de op regels gebaseerde internationale orde, met als doel wereldwijde actie vooruit te helpen.
Artikel 2
1. De Partijen streven de doelstellingen van deze Overeenkomst na in een geest van gedeelde verantwoordelijkheid, solidariteit, wederkerigheid, wederzijds respect en verantwoordingsplicht.
2. De Partijen bevestigen opnieuw dat zij zich ertoe verbinden vriendschappelijke betrekkingen tussen naties te ontwikkelen, op basis van de eerbiediging van het beginsel van soevereine gelijkheid tussen alle staten, en af te zien van bedreiging van of gebruik van geweld tegen de territoriale integriteit of politieke onafhankelijkheid van enige staat, en van elke andere handelwijze die onverenigbaar is met het Handvest van de Verenigde Naties (het „VN-Handvest”).
3. De Partijen komen overeen elk Regionaal Protocol overeenkomstig de in het algemene deel overeengekomen algemene beginselen uit te voeren, rekening houdend met de specifieke kenmerken van de regio’s. Zij komen tevens overeen de maatregelen af te stemmen op de verschillende behoeften van de minst ontwikkelde landen, niet aan zee grenzende landen, kleine eilandstaten in ontwikkeling en laaggelegen kuststaten, rekening houdend met de uiteenlopende problemen waarmee deze worden geconfronteerd.
4. De Partijen nemen besluiten en maatregelen op het meest passende binnenlandse, regionale of meerlandenniveau.
5. De Partijen behartigen stelselmatig een genderperspectief en zorgen ervoor dat gendergelijkheid in alle beleidsmaatregelen wordt geïntegreerd.
6. De Partijen hanteren een geïntegreerde aanpak van hun samenwerking die politieke, economische, sociale, ecologische en culturele elementen omvat.
7. De Partijen intensiveren hun inspanningen ter bevordering van regionale integratie en samenwerking om veiligheidskwesties zo goed mogelijk te beheren, de economische voordelen van de globalisering te benutten en in voorkomend geval transnationale problemen aan te pakken en transnationale kansen te benutten.
8. De Partijen streven een multistakeholderbenadering na, zodat een brede waaier van actoren, waaronder parlementen, lokale overheden, het maatschappelijk middenveld en de private sector, actief bij de partnerschapsdialoog en samenwerking kan worden betrokken.
9. De samenwerking binnen regionale formele en ad-hocoverlegstructuren kan worden voortgezet om de doelstellingen van het partnerschap in het kader van deze Overeenkomst op een meer doeltreffende en doelmatige manier te verwezenlijken. De Partijen kunnen tevens bepalingen en flexibele procedures overeenkomen aan de hand waarvan de belanghebbende Partijen de dialoog en samenwerking op het gebied van specifieke thematische en interregionale kwesties kunnen verdiepen.
Artikel 3
1. De Partijen voeren een regelmatige, evenwichtige, brede en inhoudelijke partnerschapsdialoog over alle terreinen waarop deze Overeenkomst betrekking heeft, met de bedoeling aan beide zijden tot verbintenissen en, in voorkomend geval, maatregelen te komen met het oog op de doeltreffende uitvoering van de Overeenkomst.
2. De Partijen komen overeen dat de partnerschapsdialoog tot doel moet hebben informatie uit te wisselen, wederzijds begrip te bevorderen en de bepaling van overeengekomen prioriteiten en de opstelling van gezamenlijke agenda’s op nationaal, regionaal en internationaal niveau te vergemakkelijken. Zij werken samen en stemmen hun werkzaamheden op elkaar af op het gebied van onderwerpen van gemeenschappelijk belang en nieuwe vraagstukken in internationale contexten.
3. De Partijen komen overeen dat de partnerschapsdialoog op een flexibele en op maat gesneden wijze moet worden gevoerd, regelmatig moet plaatsvinden in een passend formaat en op het meest passende binnenlandse, regionale of meerlandenniveau, overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel, en alle mogelijke kanalen ten volle moet benutten, ook in regionale en internationale contexten. Zij komen overeen de doeltreffendheid van de partnerschapsdialoog te monitoren en te evalueren en het toepassingsgebied ervan waar nodig aan te passen.
4. De Partijen komen overeen dat de parlementen en, in voorkomend geval, vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties en de private sector naar behoren moeten worden geïnformeerd, geraadpleegd en in staat gesteld een bijdrage te leveren aan de partnerschapsdialoog. Regionale en continentale organisaties worden waar passend bij de partnerschapsdialoog betrokken.
Artikel 4
1. De Partijen streven ernaar samenhangende beleidsmaatregelen te nemen op nationaal, regionaal en internationaal niveau met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst, door middel van een gerichte, strategische en op partnerschap berustende aanpak.
2. De partijen bevorderen apart en gezamenlijk synergieën tussen beleidsmaatregelen om eventuele negatieve effecten van hun beleid op de andere Partijen te voorkomen of tot een minimum te beperken. De partijen verbinden zich ertoe de andere Partijen op de hoogte te stellen van en, in voorkomend geval, met hen overleg te plegen over initiatieven en maatregelen die voor hen aanzienlijke gevolgen kunnen hebben.
3. De Partijen bevestigen opnieuw hun gehechtheid aan beleidscoherentie voor ontwikkeling als een essentiële factor om de SDG’s te verwezenlijken.
Artikel 5
1. De Partijen erkennen dat de regeringen in de partnerlanden een centrale rol vervullen bij de vaststelling en uitvoering van de prioriteiten en strategieën voor hun land. Zij erkennen de essentiële rol van parlementen bij het opstellen en goedkeuren van wetgeving, het goedkeuren van begrotingen en het ter verantwoording roepen van regeringen. Zij erkennen de rol van lokale autoriteiten bij en hun bijdrage aan het versterken van de democratische verantwoordingsplicht en het aanvullen van overheidsmaatregelen.
2. De Partijen erkennen de belangrijke rol van subregionale, regionale, continentale en intercontinentale organisaties voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst, en met name de doelstellingen van de Regionale Protocollen.
3. De Partijen erkennen de belangrijke rol en bijdrage van belanghebbenden, ongeacht in welke vorm of met welke nationale kenmerken, namelijk het maatschappelijk middenveld, de economische en sociale partners, waaronder vakbondsorganisaties, en de private sector, en komen overeen de effectieve deelname van deze belanghebbenden te bevorderen en te versterken met de bedoeling meer inclusieve beleidsprocessen tot stand te brengen op basis van een multistakeholderbenadering. Daartoe zorgen de Partijen ervoor dat al die belanghebbenden, waar passend, worden geïnformeerd en geraadpleegd over strategieën en sectoraal beleid, hun inbreng leveren voor het brede proces van de dialoog, capaciteitsopbouw ontvangen op kritieke gebieden en deelnemen aan de uitvoering van samenwerkingsprogramma’s op de gebieden die hen aangaan. Een dergelijke deelname aan samenwerkingsprogramma’s moet gebaseerd zijn op de mate waarin deze programma’s tegemoetkomen aan de behoeften van de bevolking en op hun specifieke bevoegdheden, en moet over verantwoordingsplichtige en transparante bestuursstructuren beschikken.
Artikel 6
1. Deze Overeenkomst bestaat uit het algemene deel (delen I tot en met VI), drie Regionale Protocollen („de Regionale Protocollen”) en bijlagen.
2. Het algemene deel en de bijlagen zijn juridisch bindend voor de Partijen.
3. De Regionale Protocollen zijn juridisch bindend voor de EU en respectievelijk de OACPS-leden in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan. Geen enkele bepaling van de Regionale Protocollen, noch de interpretatie en uitvoering daarvan kunnen van invloed zijn op of afwijken van de bepalingen van het algemene deel en van de besluiten van de OACPS-EU-Raad van Ministers.
Artikel 7
1. De Partijen komen overeen stelselmatig rekening te houden met de volgende horizontale thema’s als basis voor actie op alle samenwerkingsgebieden: mensenrechten, democratie, gendergelijkheid, vrede en veiligheid, milieubescherming, de strijd tegen de klimaatverandering, cultuur en jongerenzaken.
2. De Partijen werken samen ter ondersteuning van capaciteitsopbouw om problemen doeltreffend aan te pakken en de doelstellingen van deze Overeenkomst te verwezenlijken. Zij streven ernaar de versterking van de instellingen te stimuleren, de uitwisseling van beste praktijken te bevorderen en kennisoverdracht en -deling te vergemakkelijken.
3. De Partijen versterken de veerkracht van landen, gemeenschappen en personen, en in het bijzonder de veerkracht van kwetsbare bevolkingsgroepen, in het licht van vraagstukken op het gebied van het milieu en de klimaatverandering, economische schokken, conflicten en politieke crises en epidemieën en pandemieën.
Deel II. STRATEGISCHE PRIORITEITEN
Titel I. MENSENRECHTEN, DEMOCRATIE EN GOED BESTUUR IN MENSGERICHTE EN OP RECHTEN GEBASEERDE SAMENLEVINGEN
Artikel 8
De Partijen herbevestigen hun vastberadenheid om de mensenrechten, de fundamentele vrijheden en de democratische beginselen te bevorderen, te beschermen en te behartigen en de rechtsstaat en goed bestuur te versterken, overeenkomstig het VN-Handvest, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en het internationaal recht, met name het internationaal recht inzake de mensenrechten en, indien toepasselijk, het internationaal humanitair recht.
De Partijen bevorderen mensgerichte en op rechten gebaseerde beleidsmaatregelen waarin rekening wordt gehouden met alle mensenrechten en gelijke toegang tot kansen voor alle leden van de samenleving wordt gewaarborgd, gericht op duurzame ontwikkeling waarin de mens centraal staat. De Partijen erkennen dat de eerbiediging van de democratie, de mensenrechten, de fundamentele vrijheden, de rechtsstaat en goed bestuur een integraal onderdeel zijn van duurzame ontwikkeling.
Artikel 9
1. Erkennend dat de mensenrechten universeel, ondeelbaar, onderling afhankelijk en onderling verbonden zijn, bevorderen, beschermen en behartigen de Partijen alle mensenrechten, ongeacht of het burgerrechten, politieke, economische, sociale of culturele rechten betreft. Zij beschermen en waarborgen het volledige en gelijke genot van alle fundamentele vrijheden, zoals de vrijheid van mening en meningsuiting, de vrijheid van vergadering en vereniging en de vrijheid van gedachte, godsdienst en overtuiging.
2. De Partijen verbinden zich ertoe het universele respect voor en de universele naleving van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden voor iedereen te bevorderen, zonder discriminatie op welke grond dan ook, met inbegrip van geslacht, etnische of sociale afkomst, godsdienst of overtuiging, politieke of andere denkbeelden, handicap, leeftijd of andere status. Zij verbinden zich ertoe alle vormen van racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en daarmee samenhangende onverdraagzaamheid, en alle vormen van geweld en discriminatie, met inbegrip van alle vormen van haat, te bestrijden. Zij verbinden zich ertoe de rechten van inheemse volkeren, zoals vastgelegd in de VN-Verklaring inzake de rechten van inheemse volkeren, te erkennen en te bevorderen.
3. De Partijen voeren op bilateraal niveau een partnerschapsdialoog over de doodstraf. Wanneer de doodstraf opgenomen is in de nationale wetgeving en nog steeds wordt toegepast, houden de Partijen zich aan eerlijke rechtsgang en internationaal overeengekomen minimumnormen.
4. De Partijen bevestigen opnieuw dat de universeel erkende democratische beginselen die aan de organisatie van de staat ten grondslag liggen, de legitimiteit van het gezag van de staat, de wettigheid van zijn handelen, zoals dit zijn weerslag vindt in het constitutionele, wetgevende en regelgevende stelsel, alsmede het bestaan van mechanismen voor participatie waarborgen. Zij beschermen en versterken de toepassing van deze beginselen door te zorgen voor inclusieve, transparante en geloofwaardige verkiezingen, met inachtneming van de soevereiniteit, en door op participatie berustende besluitvormingsprocessen mogelijk te maken en te ondersteunen. De Partijen zorgen ervoor dat het toepassen van beste praktijken op het gebied van verkiezingen en hun onderlinge samenwerking worden bevorderd, onder meer op het gebied van verkiezingswaarneming in de landen van de EU en de OACPS-leden, voor zover noodzakelijk.
5. Zich bewust van het cruciale belang van de rechtsstaat voor de bescherming van de mensenrechten en de doeltreffende werking van democratische instellingen, ondersteunen de Partijen actief de consolidatie ervan op nationaal, regionaal en internationaal niveau. Dat houdt onder meer in dat wordt gezorgd voor een onafhankelijk, onpartijdig en goed functionerend rechtsstelsel, en dat gelijkheid voor de wet, het recht op een eerlijk proces en een behoorlijke rechtsgang en toegang tot doeltreffende rechtsmiddelen worden gewaarborgd.
6. De Partijen erkennen het recht op ontwikkeling op basis van de ondeelbaarheid, onderlinge afhankelijkheid, universaliteit en onvervreemdbaarheid van alle mensenrechten, op grond waarvan alle mensen en alle volkeren het recht hebben deel te nemen en bij te dragen aan en te genieten van economische, sociale, culturele en politieke ontwikkeling, waarbij alle mensenrechten en fundamentele vrijheden ten volle kunnen worden verwezenlijkt. Zij ondersteunen maatregelen ter versterking van het recht op ontwikkeling en zorgen onder meer voor gelijke kansen voor iedereen voor de toegang tot en het gebruik van basisvoorzieningen en essentiële diensten, zoals onderwijs, gezondheidszorg, levensmiddelen, huisvesting, werkgelegenheid en een eerlijke inkomensverdeling.
7. De Partijen zijn het erover eens dat de eerbiediging van de mensenrechten, de democratische beginselen en de rechtsstaat ten grondslag moet liggen aan hun binnenlands en internationaal beleid, en een essentieel element van deze Overeenkomst moet zijn.
Artikel 10
1. De Partijen herbevestigen hun vaste voornemen om gendergelijkheid, het volledige genot van alle mensenrechten door iedereen, alsmede meer zelfredzaamheid voor iedereen te verwezenlijken als motoren voor duurzame ontwikkeling. Zij brengen het beginsel van gendergelijkheid tot uitdrukking in hun nationale grondwetten of andere toepasselijke wetgeving.
2. De Partijen erkennen dat genderongelijkheid vrouwen hun fundamentele mensenrechten en kansen ontneemt. Zij stellen afdwingbare wetgeving, rechtskaders en degelijke beleidsmaatregelen, programma’s en mechanismen vast en versterken deze om ervoor te zorgen dat vrouwen en meisjes op voet van gelijkheid met mannen en jongens toegang hebben tot, kansen voor en controle over alle aspecten van het leven en daar eveneens op gelijke voet en ten volle aan kunnen deelnemen.
3. De Partijen richten zich met name op het verbeteren van de toegang van vrouwen, en in voorkomend geval meisjes, tot alle middelen die zij gedurende hun leven nodig hebben om hun volledige potentieel te verwezenlijken en hun mensenrechten en fundamentele vrijheden ten volle uit te oefenen, onder meer op het gebied van kwaliteitsonderwijs, gezondheid, kansen op werk, toegang tot en controle over economische middelen, politieke besluitvorming, bestuursstructuren en private ondernemingen, met bijzondere aandacht voor vrouwen in een kwetsbare situatie. Zij bevorderen de volledige en daadwerkelijke deelname van vrouwen aan en gelijke kansen voor vrouwen voor leiderschap op alle niveaus van de besluitvorming in het politieke, economische en openbare leven.
4. De Partijen verbinden zich ertoe alle vormen van seksueel en gendergerelateerd geweld en gendergerelateerde discriminatie in de publieke en private sfeer, met inbegrip van mensenhandel en seksuele uitbuiting en seksueel misbruik, te voorkomen, te bestrijden en te vervolgen. Zij nemen alle nodige maatregelen om diepgewortelde gendervooroordelen aan te pakken en alle schadelijke praktijken zoals kindhuwelijken, huwelijken op jonge leeftijd, gedwongen huwelijken en genitale verminking en besnijdenis van vrouwen uit te bannen.
Artikel 11
1. De Partijen verbinden zich ertoe ervoor te zorgen dat alle leden van de samenleving gelijke kansen krijgen op alle terreinen van het leven. Zij voorkomen en verbieden discriminerende praktijken en bannen die uit, en zij nemen doeltreffende maatregelen om het volledige en gelijke genot van alle mensenrechten te waarborgen.
2. De Partijen beschermen en bevorderen de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van mening, de vrijheid van vergadering en de onafhankelijkheid en pluriformiteit van de media als pijlers van de democratie, waarbij zij erop wijzen dat dit niet alleen mensenrechten zijn maar ook voorwaarden voor democratie, ontwikkeling en dialoog.
3. De Partijen bevorderen inclusieve en pluralistische samenlevingen, met inbegrip van meerpartijendemocratie. Zij bevorderen de centrale rol van doeltreffende, transparante en verantwoordingsplichtige nationale en lokale assemblees en politieke partijen. Zij bevorderen tevens de actieve en werkelijke deelname van alle belanghebbenden en burgers, met inbegrip van vrouwen en jongeren, aan responsieve, inclusieve, op participatie berustende en representatieve politieke processen en besluitvorming op alle niveaus.
4. De Partijen beschermen en verbreden de werkruimte voor een actief, georganiseerd en transparant maatschappelijk middenveld, en zij erkennen daarbij de rol van het maatschappelijk middenveld bij het bevorderen van en toezicht houden op de democratie, de mensenrechten, de fundamentele vrijheden, sociale rechtvaardigheid en inclusie, alsook de rol ervan als verdediger van rechthebbenden en de rechtsstaat en bijgevolg bij het versterken van de binnenlandse transparantie en verantwoordingsplicht.
5. De Partijen erkennen dat het internet een platform biedt voor het delen van kennis en ideeën en streven ernaar het potentieel van digitale oplossingen om gelijke toegang tot informatie op alle niveaus en op participatie berustende besluitvorming voor alle burgers te bevorderen, ten volle te benutten, alsook de digitale competentie te vergroten; daarbij streven zij ernaar ook het risico op misbruik in te perken en een open houding ten aanzien van, en respect voor, diversiteit te bevorderen.
Artikel 12
1. De Partijen verklaren opnieuw dat goed bestuur berust op transparante, verantwoordelijke, verantwoordingsplichtige en op participatie berustende regeringen en passende toezichtsmechanismen. De Partijen zijn het erover eens dat goed bestuur essentieel is voor de eerbiediging van alle mensenrechten, de democratische beginselen en de rechtsstaat. Zij verbinden zich ertoe te zorgen voor universele toegang tot openbare diensten, zonder enige vorm van discriminatie. Zij zetten tevens in op transparantie en verantwoordingsplicht als integrale onderdelen van goed bestuur en institutionele opbouw.
2. De Partijen verbinden zich ertoe de menselijke, natuurlijke, economische en financiële middelen op transparante en verantwoorde wijze te beheren met het oog op een billijke verdeling van de baten en op duurzame ontwikkeling.
3. De Partijen verbinden zich ertoe een gunstig klimaat te scheppen voor transparantie en verantwoordingsplicht in het openbaar bestuur, onder meer door de integriteit en onafhankelijkheid van bestuursorganen te vergroten. De Partijen ontwikkelen en implementeren systemen voor een gezond beheer van de overheidsfinanciën die verenigbaar zijn met de grondbeginselen van doeltreffendheid, transparantie en verantwoordingsplicht, met als doel de overheidsfinanciën te beschermen en de openbare dienstverlening te verbeteren door administratieve knelpunten weg te werken en tekortkomingen in de regelgeving aan te pakken.
4. De Partijen zorgen voor transparantie en verantwoordingsplicht bij de besteding van overheidsmiddelen, waaronder de verlening van financiële bijstand, en bij de verlening van openbare diensten. Zij verbeteren de inning van belastinginkomsten en bestrijden belastingontduiking en -ontwijking en illegale geldstromen. Zij komen overeen samen te werken in de strijd tegen witwassen en terrorismefinanciering en tevens om op gepaste tijden de partnerschapsdialoog op bilateraal en internationaal niveau aan te gaan over kwesties in verband met de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering.
5. De Partijen bestrijden corruptie op alle niveaus en in al haar vormen door een doeltreffend en gecoördineerd anticorruptiebeleid te ontwikkelen, uit te voeren of te handhaven dat recht doet aan de beginselen van de rechtsstaat, goed beheer van publieke aangelegenheden en publieke goederen, integriteit, transparantie en verantwoordingsplicht. Zij stellen wetgevende en andere maatregelen vast om omkoping, verduistering, toe-eigening of andere afwending van geld of ander eigendom door overheidsfunctionarissen voor hun direct of indirect voordeel te voorkomen en te vervolgen, en om door corruptie verkregen activa terug te vorderen en terug te geven.
6. De Partijen erkennen de beginselen van goed bestuur op fiscaal gebied, waaronder de mondiale normen inzake transparantie en uitwisseling van informatie, billijke belastingheffing en de minimumnormen tegen grondslaguitholling en winstverschuiving (BEPS), en verbinden zich ertoe deze toe te passen. Zij bevorderen goed bestuur in belastingzaken, verbeteren de internationale samenwerking op het gebied van belastingen en faciliteren de inning van belastinginkomsten. Zij werken samen om de capaciteit om aan die beginselen en normen te voldoen, te vergroten, en de vruchten te plukken van een bloeiende, op regels gebaseerde financiële sector. Zij komen overeen op gepaste tijden de partnerschapsdialoog over belastingaangelegenheden aan te gaan op bilateraal en internationaal niveau.
7. De Partijen zijn het erover eens dat goed bestuur ten grondslag moet liggen aan hun binnenlands en internationaal beleid en een fundamenteel element van deze Overeenkomst vormt. De Partijen zijn het erover eens dat ernstige gevallen van corruptie, met inbegrip van omkoping die tot dergelijke corruptie leidt, een schending van dat element inhouden.
Artikel 13
Zich bewust van het belang van goed toegeruste, efficiënte en doeltreffende systemen en procedures voor het overheidsapparaat, met een solide basis van personele middelen, verbinden de Partijen zich ertoe de samenwerking op dit gebied te bevorderen. Zij komen tevens overeen samen te werken met het oog op de modernisering van hun overheidsdiensten en de ontwikkeling van een verantwoordingsplichtig, efficiënt, transparant en professioneel overheidsapparaat. In dat verband zijn de inspanningen onder meer gericht op het verbeteren van de organisatorische efficiëntie, het vergroten van de doeltreffendheid bij de dienstverlening door instellingen, het versnellen van de uitrol van e-governance, digitale diensten en de digitalisering van openbare registers, en het versterken van de decentralisatieprocessen, in overeenstemming met hun respectieve strategieën op het gebied van economische en sociale ontwikkeling.
Artikel 14
1. De Partijen erkennen dat statistieken essentieel zijn voor de verwezenlijking van duurzame ontwikkeling en zij ontwikkelen en versterken hun statistische systemen, waaronder het verzamelen, verwerken, op kwaliteit controleren en verspreiden van statistieken, om bij te dragen tot de langetermijndoelstelling van kwaliteit, internationaal vergelijkbare, toegankelijke, tijdige en betrouwbare uitgesplitste gegevens, aangezien deze als belangrijke input dienen bij de besluitvorming ter ondersteuning van hun respectieve prioriteiten op het gebied van sociale en economische ontwikkeling, en om de vooruitgang te ondersteunen en te monitoren.
2. De Partijen zetten zich in voor het verbeteren van de statistische geletterdheid en het bevorderen van het gebruik van gegevens bij besluitvorming door samen te werken met gebruikers binnen de overheid en daarbuiten, en via het gebruik van nieuwe technologieën en gegevensbronnen. Zij werken samen bij het gebruik van technologie voor gegevensverzameling en -bescherming en bevorderen de verspreiding van vergelijkbare statistieken op nationaal en regionaal niveau.
3. De Partijen waarborgen de professionele onafhankelijkheid van hun bureaus voor de statistiek.
Artikel 15
1.
De Partijen erkennen hun gemeenschappelijke belang bij de bescherming van ieders recht op een persoonlijke levenssfeer met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, en het belang van het in stand houden van solide gegevensbeschermingsregelingen en het waarborgen van de doeltreffende handhaving ervan. Zij zorgen er onder meer voor dat persoonsgegevens op geoorloofde en transparante wijze worden verwerkt, voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden worden verzameld en niet op een met die doeleinden onverenigbare wijze worden verwerkt.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „verwerking” verstaan: een bewerking of een geheel van bewerkingen met betrekking tot persoonsgegevens of een geheel van persoonsgegevens, al dan niet uitgevoerd via geautomatiseerde procedés, zoals het verzamelen, vastleggen, ordenen, structureren, opslaan, bijwerken of wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, openbaar maken door middel van doorzending, verspreiden of op andere wijze ter beschikking stellen, aligneren of combineren, afschermen, wissen of vernietigen van gegevens.
2. De Partijen waarborgen een hoog niveau van bescherming van de persoonsgegevens van iedere persoon in overeenstemming met de bestaande multilaterale normen en internationale rechtsinstrumenten en praktijken. Daartoe stellen zij passende wet- en regelgeving en passend beleid vast, en voorzien zij in adequate bestuurlijke capaciteit voor de uitvoering ervan, met inbegrip van onafhankelijke toezichthoudende autoriteiten.
Titel II. VREDE EN VEILIGHEID
Artikel 16
De Partijen erkennen dat vrede, stabiliteit en veiligheid, met inbegrip van menselijke veiligheid en veerkracht, essentieel zijn voor duurzame ontwikkeling en welvaart. Zonder vrede en veiligheid is geen duurzame ontwikkeling mogelijk, en zonder inclusieve ontwikkeling zijn duurzame vrede en veiligheid niet mogelijk. De Partijen streven een brede en geïntegreerde aanpak na van conflicten en crises, met inbegrip van situaties van instabiliteit, gaan de proliferatie van massavernietigingswapens tegen en pakken alle ernstige misdrijven aan die de internationale gemeenschap aangaan. De Partijen bestrijden nieuwe of toenemende bedreigingen voor de veiligheid, waaronder terrorisme en de financiering daarvan, gewelddadig extremisme, georganiseerde misdaad, de proliferatie van massavernietigingswapens, piraterij en mensenhandel, drugs, wapens en andere illegale goederen, en cybercriminaliteit en cyberdreigingen.
Artikel 17
1. De Partijen hanteren een geïntegreerde aanpak van conflicten en crises, die onder meer preventie, bemiddeling, oplossing en verzoening, alsook crisisbeheersing, vredeshandhaving en vredesondersteuning omvat. Zij ondersteunen overgangsjustitie aan de hand van contextspecifieke maatregelen voor de bevordering van waarheid, gerechtigheid, schadeloosstelling en waarborgen ter voorkoming van herhaling. Zij dragen bij tot institutionele en staatsopbouw en menselijke veiligheid, met bijzondere aandacht voor situaties van instabiliteit.
2. De Partijen werken samen om de onderliggende oorzaken van conflicten en instabiliteit op holistische wijze te voorkomen en aan te pakken. Zij besteden bijzondere aandacht aan het doeltreffende beheer van natuurlijke hulpbronnen, met name wat betreft grondstoffen, dat de samenleving als geheel duurzaam ten goede komt en om te voorkomen dat illegale exploitatie en handel conflicten mede veroorzaken en in stand houden.
3. De Partijen erkennen het belang van een wederzijds respectvolle dialoog en wederzijds respectvol overleg voor conflictoplossing, met betrokkenheid van lokale autoriteiten en gemeenschappen en maatschappelijke organisaties. In dat verband handelen zij in nauwe samenwerking met continentale en regionale organisaties.
4. De Partijen nemen op gecoördineerde wijze alle passende maatregelen om een toename van geweld te voorkomen, de verspreiding ervan over het grondgebied te beperken en de vreedzame beslechting van geschillen te faciliteren. Zij zien er in het bijzonder op toe dat financiële middelen benut worden in overeenstemming met de beginselen en doelstellingen van deze Overeenkomst, en dat wordt voorkomen dat deze middelen voor offensieve doeleinden worden misbruikt. De Partijen nemen ook maatregelen om het inzetten van huurlingen te voorkomen en het probleem van kindsoldaten aan te pakken, en zij streven ernaar verantwoorde limieten voor militaire uitgaven vast te stellen.
5. In postconflictsituaties nemen de Partijen alle passende maatregelen om de situatie tijdens het overgangsproces te stabiliseren, ter bevordering van het herstel van een niet-gewelddadige, stabiele en democratische situatie. Het kan daarbij gaan om het ondersteunen van ontwapening en demobilisatie en de terugkeer en duurzame re-integratie van voormalige strijders in de samenleving. De Partijen zien erop toe dat de noodzakelijke koppeling tot stand komt tussen noodmaatregelen, herstel en ontwikkelingssamenwerking op de lange termijn.
6. De Partijen bevorderen de daadwerkelijke deelname van alle burgers, met inbegrip van vrouwen en jongeren, aan vredesopbouw, de preventie van, bemiddeling bij en oplossing van conflicten en aan de humanitaire respons, alsmede aan crisisbeheersing, vredeshandhaving en vredesondersteuning. De Partijen vinden het belangrijk om de situatie van vrouwen en meisjes die het slachtoffer zijn van gendergerelateerd geweld in conflicten, alsook het specifieke probleem van misdrijven en geweld tegen kwetsbare personen en personen met een handicap aan te pakken.
Artikel 18
1. De Partijen erkennen dat de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, onder zowel overheids- als niet-overheidsactoren, een van de ernstigste bedreigingen vormt voor de internationale stabiliteit en veiligheid. De Partijen komen daarom overeen samen te werken in, en bij te dragen tot, de strijd tegen de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, door hun bestaande verplichtingen op grond van de internationale ontwapenings- en non-proliferatieverdragen en -overeenkomsten en andere toepasselijke internationale verplichtingen op dit gebied ten volle na te leven en intern uit te voeren. De Partijen komen overeen dat deze bepaling een essentieel onderdeel van deze Overeenkomst vormt.
2. De Partijen komen tevens overeen samen te werken in de strijd tegen de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor: ten eerste door maatregelen te nemen die gericht zijn op de ondertekening of ratificatie van of de toetreding tot, naargelang het geval, alle toepasselijke internationale instrumenten, en op de volledige uitvoering en naleving daarvan; ten tweede door een effectief stelsel van uitvoercontroles in te stellen en te handhaven met het oog op de controle op de uitvoer en doorvoer van goederen die betrekking hebben op massavernietigingswapens, met inbegrip van de controle op eindgebruik van technologieën voor tweeërlei gebruik als massavernietigingswapen, en dat effectieve sancties op overtreding van de uitvoercontroles omvat; en ten derde door samen te werken in multilaterale fora en in het kader van uitvoercontroleregelingen.
3. De Partijen komen overeen een regelmatige partnerschapsdialoog in te stellen tot aanvulling en consolidering van hun samenwerking in de strijd tegen de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor.
4. Aangezien chemische, biologische, radiologische en nucleaire risico’s een sterk ontwrichtend effect kunnen hebben op samenlevingen en aangezien deze risico’s het gevolg kunnen zijn van criminele activiteiten, waaronder illegale proliferatie, smokkel, terrorisme, ongevallen of natuurrampen, zoals pandemieën, werken de Partijen samen om de institutionele capaciteit om deze risico’s te beperken, te versterken.
Artikel 19
1. De Partijen komen overeen samen op te treden om genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te voorkomen door gebruik te maken van passende bilaterale en multilaterale kaders, overeenkomstig het beginsel van verantwoordelijkheid om te beschermen.
2. Opnieuw bevestigend dat de ernstigste misdrijven die de internationale gemeenschap als geheel aangaan, niet ongestraft mogen blijven, zorgen de Partijen ervoor dat eerlijk en doeltreffend onderzoek naar en eerlijke en doeltreffende vervolging van die misdrijven plaatsvindt, door passende maatregelen te nemen op nationaal, regionaal en internationaal niveau, naargelang het geval.
3. De Partijen zijn van oordeel dat de oprichting en doeltreffende werking van het Internationaal Strafhof (ICC) een belangrijke ontwikkeling is voor de internationale vrede en gerechtigheid. Zij herhalen hun inzet wat betreft het verlenen van hun volledige medewerking aan de nationale, regionale en internationale strafrechtelijke mechanismen, waaronder het ICC, in overeenstemming met het beginsel van complementariteit. Zij worden aangemoedigd het Statuut van Rome van het ICC en aanverwante instrumenten te ratificeren en uit te voeren, en de doeltreffendheid van het ICC verder te vergroten. Er wordt naar gestreefd de strafrechtmechanismen op alle niveaus te versterken.
Artikel 20
1. Herhalend dat zij alle daden van terrorisme en gewelddadig extremisme en radicalisering krachtig veroordelen, verbinden de Partijen zich ertoe dergelijke daden te bestrijden door middel van internationale samenwerking, overeenkomstig het VN-Handvest, het internationaal recht en de toepasselijke verdragen en instrumenten. Erkennend dat de strijd tegen terrorisme in al zijn vormen en uitingen een gedeelde prioriteit is, werken de Partijen op alle niveaus samen om terrorisme, gewelddadig extremisme en radicalisering te voorkomen en te bestrijden. Zich bewust van het belang om alle factoren aan te pakken die bijdragen tot gewelddadig extremisme in al zijn vormen, waaronder religieuze onverdraagzaamheid, haatzaaiende taal, vreemdelingenhaat, racisme en andere vormen van onverdraagzaamheid, verbinden de Partijen zich ertoe gewelddadig extremisme te bestrijden en religieuze verdraagzaamheid en de interreligieuze dialoog te bevorderen.
2. De Partijen zijn het erover eens dat het van essentieel belang is dat de strijd tegen het terrorisme wordt gevoerd met volledige eerbiediging van de rechtsstaat en in volledige overeenstemming met het internationaal recht, met inbegrip van het internationaal recht inzake de mensenrechten, het internationaal vluchtelingenrecht en het internationaal humanitair recht, de beginselen van het VN-Handvest, de desbetreffende resoluties en verklaringen van de VN-Veiligheidsraad en de toepasselijke internationale instrumenten ter bestrijding van terrorisme.
3. De Partijen werken samen bij het beschermen van kritieke infrastructuur, het aanpakken van terrorismegerelateerde problemen die de grenzen betreffen, en het versterken van de beveiliging van de burgerluchtvaart.
Artikel 21
1. Zich bewust van de negatieve politieke, economische, culturele en sociale gevolgen van georganiseerde criminele activiteiten, versterken de Partijen de samenwerking om deze activiteiten doeltreffender te voorkomen en te bestrijden. Zij werken samen in het kader van een geïntegreerde aanpak om de onderliggende oorzaken aan te pakken en alternatieven voor criminaliteit te bieden. Zij pakken dienaangaande de verbanden aan tussen georganiseerde misdaad en mensenhandel en migrantensmokkel, de illegale handel in wapens, gevaarlijke stoffen, verdovende middelen en de precursoren ervan, in het wild levende dieren, hout en culturele goederen, en andere illegale economische en financiële activiteiten.
2. De Partijen verbinden zich ertoe meer inspanningen te leveren om mensenhandel te voorkomen, te bestrijden en uit te bannen en steun te verlenen bij de opstelling en uitvoering van passende kaders en strategieën van wetgevende en institutionele aard, met bijzondere aandacht voor personen in een kwetsbare situatie, waaronder vrouwen, kinderen en niet-begeleide minderjarigen, en hun specifieke behoeften. De Partijen blijven vasthouden aan de normen van het VN-Verdrag tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad, gedaan te New York op 15 november 2000, en het bijbehorende Protocol inzake de voorkoming, bestrijding en bestraffing van mensenhandel, in het bijzonder vrouwenhandel en kinderhandel.
3. De Partijen intensiveren hun inspanningen om gestolen activa terug te vorderen en terug te geven en alle vormen van georganiseerde misdaad te bestrijden. In dat verband versterken zij de juridische en administratieve kaders voor de bestrijding van witwassen en illegale geldstromen, met inbegrip van belastingfraude en fraude met overheidsopdrachten, en van actieve en passieve corruptie in zowel de private als de publieke sector, die het mobiliseren van binnenlandse middelen kunnen ondermijnen.
4. De Partijen bevorderen de veiligheid van de burgers, met bijzondere aandacht voor de versterking van de instellingen en de rechtsstaat, de bescherming van de mensenrechten en de bevordering van hervormingen van justitie en van de veiligheidssector. Zij bevorderen multidisciplinaire programma’s die tot doel hebben kwetsbare groepen te bereiken en de slachtoffers van geweld, waaronder wapengeweld, te ondersteunen, en zij bevorderen tevens bemiddeling en andere op de gemeenschap gebaseerde preventie- en verzoeningsoplossingen.
Artikel 22
1. De Partijen komen overeen de maritieme veiligheid te versterken, en met name verschillende vormen van criminaliteit op zee en illegale handel aan te pakken, piraterij en gewapende overvallen op zee tegen te gaan, kritieke maritieme infrastructuur te beschermen en de vrijheid van scheepvaart en de rechtsstaat op zee te bevorderen, in overeenstemming met het VN- Verdrag inzake het recht van de zee, gedaan te Montego Bay op 10 december 1982 (Unclos).
2. De Partijen komen overeen de inspanningen op het gebied van de handhaving van het zeerecht op te voeren om maritieme dreigingen aan te pakken in de landen die het zwaarst worden getroffen door misdrijven die op zee worden begaan. Zij komen overeen de onderzoeks- en vervolgingsprocedures te versterken als middel om op zee gepleegde misdrijven te bestrijden. Zij komen tevens overeen de toepassing van modellen voor de vervolging van piraterij binnen de nationale jurisdictie te bevorderen als een regionaal strafrechtelijk reactie- en afschrikkingsmechanisme tegen op zee gepleegde misdaden zoals piraterij, gewapende overvallen, mariene en waterverontreiniging, migrantensmokkel, drugshandel en wapenhandel en de overbrenging van kernafval. De Partijen komen overeen regionale initiatieven te bevorderen op het gebied van maritieme veiligheid, de bestrijding van piraterij en de bescherming tegen verontreiniging van de zee.
Artikel 23
1. De Partijen erkennen dat de verspreiding van illegale handvuurwapens en lichte wapens een ernstige bedreiging vormt voor de internationale vrede en veiligheid.
2. De Partijen komen overeen de strijd tegen de illegale handel, buitensporige accumulatie en ongecontroleerde verspreiding van handvuurwapens, lichte wapens en andere conventionele wapens en de munitie daarvoor op te voeren, onder meer als gevolg van onvoldoende beveiligde en slecht beheerde voorraden, in overeenstemming met het actieprogramma van de VN ter voorkoming, bestrijding en uitroeiing van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in al zijn aspecten. De Partijen komen overeen de inlichtingengestuurde tracering van mensenhandelnetwerken te bevorderen om het voortdurende risico dat de grootschalige uitstroom van nationale voorraden vormt voor de regionale stabiliteit, doeltreffender tegen te gaan. Zij streven ernaar de nationale capaciteit van de bevoegde rechtshandhavingseenheden en contactpunten te versterken voor de verzameling, inbeslagname, tracering en analyse van illegale vuurwapens en de daarmee verband houdende strafrechtelijke gegevens, voor het verwerven van meer inzicht in illegale handelsstromen en het monitoren ervan, en voor de ondersteuning van informatie- uitwisseling en internationale samenwerking.
3. De Partijen erkennen het belang om controles in te voeren op de internationale handel in conventionele wapens, met inbegrip van de in- en uitvoer ervan, in overeenstemming met de bestaande internationale normen, waaronder het Wapenhandelsverdrag, gedaan te New York op 2 april 2013, en de desbetreffende resoluties van de VN. De Partijen streven ernaar die controles op verantwoordelijke wijze toe te passen en aldus bij te dragen tot de internationale en regionale vrede, veiligheid en stabiliteit, en tot het verminderen van menselijk leed, alsmede tot het voorkomen van de omleiding van conventionele wapens naar onbevoegden. De Partijen erkennen ook het belang van binnenlandse regelgeving inzake en controle van de rechtmatige verwerving en het rechtmatig voorhanden hebben van vuurwapens, om gewapend geweld terug te dringen.
4. De Partijen werken samen met het oog op het ruimen van mijnen en ontplofbare oorlogsresten, met inbegrip van geïmproviseerde explosieven.
Artikel 24
1. De Partijen streven ernaar een brede, evenwichtige, geïntegreerde en empirisch onderbouwde aanpak te hanteren ter voorkoming en bestrijding van de illegale handel in drugs en nieuwe psychoactieve stoffen, en de terugdringing van de vraag naar drugs te bevorderen. Daartoe pakken zij risicofactoren voor individuen, gemeenschappen en de samenleving aan, zoals gebrekkige dienstverlening, infrastructuurbehoeften, drugsgerelateerd geweld, uitsluiting, marginalisering en sociale desintegratie, om bij te dragen tot de bevordering van vreedzame en inclusieve samenlevingen.
2. De Partijen komen overeen het beleid en de maatregelen met betrekking tot drugsbestrijding, waarbij onder meer het maatschappelijk middenveld, de wetenschappelijke gemeenschap en de academische wereld worden betrokken, erop te richten de structuren ter voorkoming en voor de doeltreffende bestrijding van illegale drugs te versterken, en het aanbod van, de handel in en de vraag naar illegale drugs meetbaar te verminderen.
3. De Partijen streven ernaar de schadelijke gevolgen van drugsgebruik voor individuen en de samenleving als geheel te beperken en de omleiding van en illegale handel in geregistreerde en niet-geregistreerde precursoren ervan, met inbegrip van designerprecursoren, doeltreffend terug te dringen.
4. De Partijen werken nauw samen met elkaar en met betrokken internationale organisaties om de gecoördineerde inspanningen en acties tegen illegale drugshandel voort te zetten.
Artikel 25
1. De Partijen erkennen het belang van een open, veilige en stabiele, toegankelijke en vreedzame omgeving voor informatie- en communicatietechnologie (ICT), gestoeld op de normen, regels en beginselen voor verantwoordelijk gedrag van staten en de toepassing van het bestaande internationale recht. Daartoe verbinden de Partijen zich ertoe de samenwerking te versterken om cyberbeveiliging te bevorderen, hoogtechnologische cyber- en elektronische criminaliteit en misbruik van sociale media te voorkomen en te bestrijden, en de netwerkbeveiliging te verbeteren aan de hand van de uitwisseling van beste praktijken die de cyberveerkracht vergroten, onder meer in verband met de bescherming van kritieke infrastructuur.
2. De Partijen erkennen de noodzaak om cybercriminaliteit, met inbegrip van seksuele uitbuiting en seksueel misbruik van kinderen, te voorkomen en aan te pakken door samen te werken en beste praktijken uit te wisselen bij de bestrijding van cybercriminaliteit, voortbouwend op bestaande internationale normen en standaarden, waaronder die van het Verdrag van Boedapest inzake cybercriminaliteit, gedaan te Boedapest op 23 november 2001, en het Verdrag van de Afrikaanse Unie inzake cyberbeveiliging en de bescherming van persoonsgegevens, gedaan te Malabo op 27 juni 2014.
Artikel 26
1. De Partijen bevorderen de samenwerking tussen regionale en internationale instanties, agentschappen en diensten op het gebied van rechtshandhaving met als doel de grensoverschrijdende criminaliteit en terroristische dreigingen die zij gemeenschappelijk hebben, te ontwrichten en te ontmantelen. Deze samenwerking draagt bij tot de voorkoming van criminaliteit en omvat onder meer gedachtewisselingen over regelgevingskaders, alsook administratieve en technische bijstand ter versterking van de institutionele en operationele mogelijkheden van rechtshandhavingsinstanties en de uitwisseling van informatie en maatregelen in verband met onderzoeken.
2. Het belang erkennend van veilige grenzen, streven de Partijen ernaar bestaande en toekomstige problemen met betrekking tot grenzen aan te pakken aan de hand van een geïntegreerde benadering van grensbeheer. Zij bevorderen rechtmatige horizontale maatregelen die tot doel hebben grensoverschrijdende criminaliteit en andere risico’s te voorkomen, op te sporen en, in voorkomend geval, te bestrijden.
Titel III. MENSELIJKE EN SOCIALE ONTWIKKELING
Artikel 27
De Partijen herbevestigen hun vastberadenheid om samen te werken aan duurzame ontwikkeling en de uitbanning van armoede in al haar vormen, voor het wegwerken van ongelijkheden en het bevorderen van de sociale cohesie. Zij komen ook overeen samen te werken om ervoor te zorgen dat iedereen over de nodige middelen beschikt om een waardig leven te leiden met een adequate levensstandaard, onder meer via passende socialebeschermingsstelsels en sociale diensten. Zij besteden bijzondere aandacht aan vrouwen en meisjes, jongeren, kinderen en de meest kwetsbare en kansarme personen, in overeenstemming met de beginselen dat niemand aan zijn lot wordt overgelaten en dat degenen die het verst achterop liggen, het eerst moeten worden bereikt. Zij komen tevens overeen samen te werken om de problemen die de snelle bevolkingsgroei met zich meebrengt en de kansen die hij biedt, aan te pakken.
Hoofdstuk 1. TOEGANG TOT SOCIALE DIENSTEN
Artikel 28
1. De Partijen ondersteunen een leven lang leren voor iedereen en gelijke toegang tot kwaliteitsvol onderwijs op alle niveaus. Zij streven ernaar dat alle meisjes en jongens volwaardig, gratis, gelijkwaardig basis- en voortgezet onderwijs van hoge kwaliteit afronden en toegang hebben tot voor- en vroegschoolse ontwikkeling, zorg en kleuteronderwijs van hoge kwaliteit, en houden daarbij rekening met het bestaan van genderkloven. Zij zorgen ervoor dat alle vrouwen en mannen gelijke toegang hebben tot betaalbaar en hoogwaardig technisch, beroeps- en hoger onderwijs, met inbegrip van universiteiten. Bijzondere aandacht gaat uit naar investeringen in wetenschap, technologie, ingenieurswetenschap en wiskunde (STEM) en de bevordering van digitaal en kunstonderwijs voor iedereen.
2. De Partijen intensiveren hun inspanningen om ervoor te zorgen dat iedereen beschikt over de kennis, vaardigheden en capaciteiten om een betere levenskwaliteit te genieten, ten volle deel te nemen aan de samenleving, bij te dragen aan het sociale en economische welzijn van de gemeenschap en een actief en billijk aandeel in het democratische en culturele leven te kunnen verwerven.
3. De Partijen bevorderen veilige scholen en goed functionerende onderwijsstelsels die over toereikende middelen beschikken voor het plannen en beheren van het onderwijs en de opleidingen die worden verstrekt, onder meer via online- en andere niet-conventionele middelen, en om de doeltreffendheid ervan te waarborgen. Zij werken samen om kwaliteitsborgingssystemen en de wederzijdse erkenning van kwalificaties in te stellen en te versterken. Zij vergemakkelijken de mobiliteit van studenten, personeel en academici tussen de landen in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan onderling en tussen deze landen en de Europese Unie.
Artikel 29
1. De Partijen erkennen dat gezondheid centraal staat in het leven van de mensen en een belangrijke indicator is van duurzame ontwikkeling. Zij bevestigen opnieuw dat zij zich inzetten voor de bescherming en bevordering van het hoogst haalbare niveau van lichamelijke en geestelijke gezondheid voor iedereen.
2. De Partijen versterken de nationale gezondheidszorgstelsels door te voorzien in duurzame financieringsregelingen en middelen voor gezondheid, operationele infrastructuur, geschoolde gezondheidswerkers, onder meer op het gebied van aanwerving en behoud, en passende technologieën, zoals digitale instrumenten, ter ondersteuning van de ontwikkeling van mobiele gezondheidszorg.
3. De Partijen bevorderen universele gezondheidszorg, billijke en universele toegang tot omvattende en hoogwaardige diensten voor gezondheidszorg en toegang tot veilige, doeltreffende, hoogwaardige en betaalbare essentiële geneesmiddelen en vaccins.
4. De Partijen werken samen om overdraagbare ziekten en andere ernstige grensoverschrijdende bedreigingen van de gezondheid, zoals antimicrobiële resistentie, te voorkomen en aan te pakken, en om de lasten als gevolg van niet-overdraagbare ziekten te verminderen door middel van betere preventie en controle. Zij werken samen bij de aanpak van mondiale gezondheidscrises en om te voorkomen dat deze uit de hand lopen, door onder meer ondersteuning te bieden voor systemen voor vroegtijdige waarschuwing voor een snelle informatie- uitwisseling, paraatheid en vroegtijdige actie op het gebied van levensreddende humanitaire bijstand, en ondersteuning voor de ontwikkeling van samenhangende en sectoroverschrijdende plannen om de capaciteit van de gezondheidszorgstelsels te verbeteren. Zij ondersteunen onderzoek en ontwikkeling, en de inzet van vaccins, diagnostische middelen en geneesmiddelen.
5. De Partijen ondersteunen de universele toegang tot voorzieningen en diensten op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid en gezondheidszorg, onder meer in het kader van gezinsplanning, voorlichting en onderwijs, en de integratie van reproductieve gezondheid in nationale strategieën en programma’s.
Artikel 30
1. De Partijen erkennen dat het bereiken van voedselzekerheid en betere voeding een grote mondiale uitdaging vormt in de strijd tegen armoede en de toenemende ongelijkheid, en komen daarom overeen de structurele oorzaken daarvan aan te pakken, waaronder conflicten, crises, aantasting van natuurlijke hulpbronnen en de klimaatverandering.
2. De Partijen bevorderen bestendige bronnen van levensonderhoud en veilige toegang tot land, water en andere hulpbronnen, en bevorderen inclusieve en duurzame groei op het gebied van landbouwproductie en -productiviteit, alsook efficiënte waardeketens.
3. De Partijen bevorderen maatregelen op het gebied van aanpassing aan de klimaatverandering en variabiliteit doorheen de waardeketens van de voedselproductie.
4. De Partijen streven ernaar iedereen toegang te bieden tot betaalbare, veilige, toereikende en voedzame voeding, de capaciteit voor gediversifieerde voedselproductie te vergroten en beleidsmaatregelen op het gebied van voedselzekerheid en voeding alsook socialebeschermingsmechanismen voor voedselzekerheid en betere voeding te ontwikkelen die de veerkracht van de meest kwetsbaren vergroten, met name in landen die met terugkerende crises te kampen hebben.
5. De Partijen versterken hun gecoördineerde, versnelde en sectoroverschrijdende inspanningen om honger uit te bannen, alle vormen van ondervoeding aan te pakken en hongersnood in alle omstandigheden te voorkomen.
Artikel 31
1. De Partijen bevorderen de universele toegang tot voldoende en veilig drinkwater, onder meer door de watervoorraden en -systemen op duurzame en geïntegreerde wijze te beheren en water efficiënter te gebruiken en te recyclen.
2. De Partijen streven ernaar de adequate en gelijke toegang tot sanitaire voorzieningen te waarborgen, daaronder begrepen afvalbeheer en de bevordering van hygiëne voor iedereen, met bijzondere aandacht voor de behoeften van vrouwen en meisjes en personen in een kwetsbare situatie.
3. De Partijen erkennen dat adequate, veilige en betaalbare huisvesting een transformerend effect heeft voor kwetsbare en gemarginaliseerde gemeenschappen en aanzienlijke gevolgen heeft voor de gezondheid van mensen en de sociaal-economische ontwikkeling van hun gemeenschappen. De Partijen streven ernaar de toegang tot adequate, veilige en betaalbare huisvesting voor iedereen te waarborgen door middel van de ontwikkeling van beleid, strategieën, planning en bouwvoorschriften en de verbetering van sloppenwijken.
4. De Partijen bevorderen de toegang tot betaalbare, betrouwbare, duurzame en moderne energievoorziening voor iedereen en tot degelijke energiesystemen waarop onder meer de sectoren water, sanitaire voorzieningen en huisvesting aangesloten zijn.
Hoofdstuk 2. ONGELIJKHEID EN SOCIALE COHESIE
Artikel 32
1.
De Partijen streven ernaar de sociale cohesie te versterken door geleidelijk meer gelijkheid en sociale inclusiviteit te bereiken en door ervoor te zorgen dat de menselijke en sociale ontwikkeling gelijke tred houdt met de economische ontwikkeling, waarbij niemand aan zijn lot wordt overgelaten. Bijzondere aandacht gaat uit naar personen die zich in een kansarme, kwetsbare of gemarginaliseerde situatie bevinden, met inbegrip van ouderen en wezen, in overeenstemming met de beginselen van solidariteit en non-discriminatie. Zij bevorderen met name:
a. a. een economisch beleid dat gericht is op een meer inclusieve samenleving die een betere verdeling van inkomen en gecreëerde waarde mogelijk maakt; b. b. een rechtvaardig en gezond fiscaal en loonbeleid ten behoeve van een betere herverdeling van rijkdom, toereikende niveaus van sociale uitgaven en inkrimping van de informele economie; c. c. een doeltreffend sociaal beleid en billijke toegang tot sociale diensten, sociale bijstand en veiligheid, en justitie, en d. d. een werkgelegenheidsbeleid dat erop gericht is volledige en productieve werkgelegenheid en waardig werk voor iedereen te bewerkstelligen, ook voor jongeren en personen met een handicap, alsook de gelijke beloning van gelijk werk.
2. De Partijen bevorderen de ontwikkeling en implementatie van beleid en stelsels op het gebied van sociale bescherming en zekerheid om armoede uit te bannen en de sociale samenhang te versterken. Zij erkennen de transformerende rol voor de maatschappij van beleid en stelsels op het gebied van sociale bescherming, die gelijkheid, sociale inclusie en dialoog met de sociale partners bevorderen en inclusieve en duurzame economische groei versterken. Zij verbinden zich ertoe geleidelijk universele nationale stelsels voor sociale bescherming op te zetten, met inbegrip van de vaststelling van minimale sociale beschermingsvloeren.
3. De Partijen bevorderen de rechten van personen met een handicap om ervoor te zorgen dat zij volledig in de samenleving worden geïntegreerd en op voet van gelijkheid kunnen deelnemen aan de arbeidsmarkt, met inaanmerkingneming van hun specifieke behoeften. Zij nemen concrete maatregelen om het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, gedaan te New York op 13 december 2006, te ondertekenen, te ratificeren en volledig uit te voeren.
Artikel 33
1. De Partijen bevestigen opnieuw dat zij streven naar volledige en productieve werkgelegenheid en waardig werk voor alle vrouwen en mannen, ook voor jongeren en personen met een handicap. Daartoe bevorderen zij de Agenda voor waardig werk als uiteengezet in de Verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) over sociale gerechtigheid voor een eerlijke mondialisering uit 2008.
2. De Partijen herbevestigen hun verplichtingen als leden van de IAO en hun verbintenissen in het kader van de Verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie over de fundamentele rechten en beginselen op het werk en de follow-up daarvan. Zij herbevestigen hun gehechtheid aan de sociale dialoog en aan de bevordering en effectieve uitvoering van de internationaal erkende fundamentele arbeidsnormen, zoals vastgelegd in de desbetreffende verdragen en protocollen van de IAO inzake de vrijheid van vereniging en het recht op collectieve onderhandelingen, de afschaffing van dwangarbeid en de beëindiging van moderne slavernij en mensenhandel, de uitbanning van kinderarbeid, waarbij voorrang wordt gegeven aan de ergste vormen, de minimumleeftijd op het werk, gelijke beloning en non-discriminatie op het gebied van werkgelegenheid. Zij leveren volgehouden en ononderbroken inspanningen om die verdragen en protocollen te ratificeren of ertoe toe te treden, naargelang het geval, voor zover zij dat nog niet hebben gedaan.
3. De Partijen bevorderen veilige en gezonde werkomgevingen voor alle werknemers. Zij stellen maatregelen en beleid vast op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk en voeren deze uit, zowel in de formele als de informele economie, en streven ernaar een doeltreffend arbeidsinspectiesysteem op te zetten en in stand te houden, in overeenstemming met de internationale arbeidsnormen zoals gedefinieerd door de IAO.
Hoofdstuk 3. BEVOLKING EN ONTWIKKELING
Artikel 34
1. De Partijen erkennen dat bevolkingsgroei en demografische verschuivingen een aanzienlijke impact kunnen hebben op de vorderingen op het gebied van ontwikkeling en de economische vooruitgang, en zij werken samen aan een geïntegreerde benadering die de problemen zo veel mogelijk terugdringt en de voordelen van het demografische dividend maximaliseert. Daartoe streven zij ernaar structurele hervormingen en transformaties in economische en sociale stelsels tot stand te brengen, te ondersteunen, in stand te houden en te verstevigen om kansen op degelijk onderwijs, waardig werk en behoorlijke bestaansmiddelen te scheppen voor de jongeren van de toekomst.
2. De Partijen ondersteunen inclusieve beleidsdialogen en integreren in al hun beleidsmaatregelen demografische trends en prognoses om de volledige en actieve participatie van kinderen en jongeren in de samenleving te versterken en te bevorderen, alsook om ouderen mondiger te maken en ervoor te zorgen dat met hun behoeften rekening wordt gehouden en dat zij actief betrokken kunnen worden.
3. De Partijen bevorderen inclusieve en duurzame verstedelijking door middel van doeltreffend stedelijk bestuur en doeltreffende stadsplanning, om eventuele negatieve gevolgen voor het milieu tot een minimum te beperken en andere negatieve sociale en economische gevolgen van de snelle bevolkingsgroei in stedelijke gebieden aan te pakken. Zij streven ernaar de problemen die de snelle verstedelijking met zich meebrengt en de kansen die zij biedt, doeltreffend aan te pakken, onder meer door middel van nationaal stedelijk beleid, op participatie berustende geïntegreerde stadsplanning, het verlenen van gemeentelijke diensten, waaronder afvalbeheer, en de financiering van stedelijke ontwikkeling en infrastructuur, om veerkrachtige en leefbare steden tot stand te brengen.
Artikel 35
1.
De Partijen komen overeen de actieve participatie van jongeren in de samenleving te bevorderen, onder meer bij de ontwikkeling, uitvoering en follow-up van beleid dat hen aangaat. Het gaat daarbij onder meer om:
a. a. ondersteuning bij het verwerven van kennis, vaardigheden en capaciteiten om ten volle deel te nemen aan de samenleving, met inbegrip van vaardigheden die relevant zijn voor de arbeidsmarkt, door middel van onderwijs, technische en beroepsopleiding en toegang tot digitale technologieën; b. b. het scheppen van duurzame kansen op werk, onder meer door ondernemerschap bij jongeren te ondersteunen, en c. c. het bevorderen van de versterking van de positie van en verantwoordelijk burgerschap bij jongeren, door ruimte te creëren voor de actieve participatie van jongeren in het politieke en culturele leven en bij het opbouwen en in stand houden van vrede, onder meer met het oog op de bestrijding van radicalisering en gewelddadig extremisme.
2. De Partijen komen overeen dat het bieden van een veilige en vruchtbare omgeving voor kinderen essentieel is om een gezonde jonge bevolking te doen opgroeien die in staat is haar volledige potentieel te bereiken vanuit fysiek, psychologisch, sociaal en economisch oogpunt. Zij zorgen ervoor dat de rechten en behoeften van meisjes en jongens worden erkend en vervuld vanaf de geboorte en vroege kindertijd tot en met de adolescentie en hun overgang naar volwassenheid. Zij streven ernaar de bescherming van kinderen en hun inspraak bij besluiten die hen aangaan te verbeteren.
Artikel 36
1.
De Partijen erkennen dat gendergelijkheid en de economische emancipatie van vrouwen essentieel zijn voor het verwezenlijken van billijke duurzame ontwikkeling en inclusieve groei. Zij voeren hervormingen door, onder meer door te voorzien in rechtskaders en die te consolideren, om ervoor te zorgen dat vrouwen op gelijke voet recht hebben op economische en financiële middelen, evenals toegang tot, eigendom van en zeggenschap over land en natuurlijke hulpbronnen, erfenissen en andere vormen van eigendom. Zij nemen maatregelen om de volledige en daadwerkelijke deelname van vrouwen aan het politieke leven te vergroten.
Naast gelijke toegang tot werkgelegenheid en waardige arbeidsomstandigheden bevorderen de Partijen de erkenning van onbetaalde zorg en huishoudelijk werk, door middel van openbare dienstverlening, infrastructuur en beleid inzake sociale bescherming en de bevordering van gedeelde verantwoordelijkheden binnen het huishouden en het gezin in het algemeen.
2. De Partijen hechten aan de volledige en daadwerkelijke uitvoering van de verklaring en het actieprogramma van Peking en het actieprogramma van de Internationale Conferentie over Bevolking en Ontwikkeling en de resultaten van de toetsingsconferenties daarvan, en zetten zich in dat verband in voor seksuele en reproductieve gezondheid en rechten.
3. De Partijen erkennen dat menstruele gezondheid en hygiëne belangrijk zijn voor de gezondheid van vrouwen en meisjes, alsook voor hun waardigheid, mobiliteit en welzijn, en komen daarom overeen passende en geschikte ondersteunende maatregelen te bevorderen.
Hoofdstuk 4. CULTUUR
Artikel 37
1. De Partijen bevestigen opnieuw dat cultuur een essentieel onderdeel is van duurzame ontwikkeling en een integraal onderdeel is van de sociale, economische en ecologische dimensies ervan. Zij verbinden zich ertoe in hun beleid en strategieën op het gebied van ontwikkeling een cultureel perspectief te integreren door rekening te houden met culturele kenmerken en lokale en inheemse kennissystemen.
2. De Partijen versterken de bijdrage van culturele actoren aan duurzame ontwikkeling door hen te laten deelnemen aan een versterkte dialoog, professionele netwerken en partnerschappen met meerdere belanghebbenden.
Artikel 38
1. De Partijen erkennen dat alle mensen het recht hebben om vrij deel te nemen aan het culturele leven van de gemeenschap, overeenkomstig de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, en zij verbinden zich ertoe de culturele rechten en de vrijheid van artistieke expressie te beschermen en in stand te houden.
2. De Partijen komen overeen een visie op menselijke en sociale ontwikkeling te bevorderen die de dialoog tussen culturen en de erkenning van culturele diversiteit als gemeenschappelijk erfgoed van de mensheid omvat. Zij verbinden zich ertoe het wederzijds begrip en de kennis van hun respectieve culturen te versterken, met inachtneming van diversiteit, universele waarden en mensenrechten, door de culturele dimensie in het onderwijs, culturele uitwisselingen en gezamenlijke initiatieven ter bevordering van de interculturele dialoog, aan te moedigen.
3. De Partijen erkennen de rol die cultuur speelt bij het bewaren van vrede en de nationale cohesie. Zij bevestigen dat respect voor de verscheidenheid van culturen, verdraagzaamheid, dialoog en samenwerking, in een klimaat van wederzijds vertrouwen en begrip, essentieel zijn voor het tot stand brengen en bewaren van vrede en veiligheid en in het kader van verzoeningsprocessen, alsook voor het herstel van het collectieve geheugen en de sociale banden tussen gemeenschappen. Zij versterken de rol van cultuur bij het opbouwen van veerkracht en bij het bereiken van duurzaam herstel en duurzame wederopbouw na crises, met name in stedelijke ontwikkeling.
Artikel 39
1. De Partijen bevorderen de erkenning van erfgoed als een verenigende factor, die de uitdrukking kan zijn van verschillende identiteiten en nalatenschappen en tegelijkertijd het creëren van gedeelde waarden kan bevorderen. Zij streven ernaar zowel materieel als immaterieel cultureel erfgoed te beschermen, in stand te houden en te ontwikkelen, in overeenstemming met internationale normen en verdragen, als een instrument voor sociale cohesie, creativiteit en innovatie.
2. De Partijen zijn het erover eens dat de culturele en de creatieve sector, met inbegrip van hedendaagse kunsten, essentieel zijn voor inclusieve economische groei, diversificatie en het scheppen van werkgelegenheid. Daartoe ondersteunen zij cultureel ondernemerschap en de ontwikkeling op lange termijn van de culturele en creatieve sector.
3. De Partijen nemen, in overeenstemming met het bestaande internationale recht, maatregelen ter voorkoming en bestrijding van de illegale invoer, uitvoer en overdracht van eigendom van cultuurgoederen. Zij bevorderen conservatie, capaciteitsopbouw en samenwerking tussen professionals op het gebied van cultureel erfgoed, brongemeenschappen en culturele instellingen, en streven naar internationale samenwerking en permanente dialoog om de toegang tot cultureel erfgoed te bevorderen.
Titel IV. INCLUSIEVE DUURZAME ECONOMISCHE GROEI EN ONTWIKKELING
Artikel 40
1. De Partijen erkennen het belang om in hun wederzijds belang en voor hun wederzijds voordeel hun economische betrekkingen te versterken, met het oog op het bereiken van een structurele economische transformatie door middel van inclusieve, duurzame economische groei en ontwikkeling in overeenstemming met de SDG’s, rekening houdend met hun respectieve ontwikkelingsniveaus. Zij streven naar geïntegreerde strategieën waarin de economische, sociale en milieudimensies van duurzame ontwikkeling opgenomen zijn. Zij nemen passende maatregelen om fatsoenlijke banen voor iedereen te creëren en de overgang naar emissiearme, hulpbronnenefficiënte economieën te ondersteunen. Zij ondersteunen de sociaal-economische emancipatie van gemarginaliseerde groepen, vrouwen en jongeren.
2. De Partijen ondersteunen de ontwikkeling van de private sector en trekken binnenlandse en buitenlandse investeringen, met inbegrip van investeringen van hun diaspora, aan en behouden deze. Zij versterken de handel en werken samen op het gebied van wetenschap, technologie, innovatie en onderzoek, om sterke, concurrerende en gediversifieerde economieën tot stand te brengen, de regionale integratie te verdiepen en de integratie van de economieën van de OACPS-leden in regionale en mondiale waardeketens te bevorderen. Zij streven naar een verbetering van de macro-economische en financiële stabiliteit om meer investeringen te genereren en duurzame economische groei te versterken. Zij komen overeen de productie- en regelgevingscapaciteit te verbeteren, het ondernemerschap te versterken en de industriële productie en industrialisering te bevorderen, met bijzondere aandacht voor innovatie en toegevoegde waarde in de productie- en dienstensectoren. De Partijen werken samen bij de versterking van de capaciteit om structurele economische hervormingen te faciliteren en bij de bevordering van duurzame handel.
3. De Partijen bevorderen de dialoog tussen de overheid en de private sector over kwesties die hun inspanningen op het gebied van economische transformatie en duurzame economische groei ten goede komen, werken samen met alle betrokken belanghebbenden en zorgen voor eerbiediging en bescherming van de mensenrechten en fundamentele arbeidsnormen.
Hoofdstuk 1. INVESTERINGEN
Artikel 41
1. De Partijen verbinden zich ertoe duurzame en verantwoorde investeringen te mobiliseren om inclusieve en duurzame economische groei en ontwikkeling te bevorderen. Daartoe scheppen zij een gunstig investeringsklimaat dat binnenlandse en buitenlandse investeringen, waaronder investeringen uit hun diaspora, aantrekt en waarbij het recht wordt behouden om regelgeving vast te stellen, door middel van transparante, voorspelbare en efficiënte regelgevings-, administratieve en beleidskaders.
2. De Partijen komen overeen de nodige economische en institutionele hervormingen en beleidsmaatregelen te ondersteunen die gebaseerd zijn op de algemene ontwikkelingsstrategie van een land en die op nationaal, regionaal en internationaal niveau coherent en synergetisch zijn, zodat een gunstig klimaat tot stand komt voor duurzame investeringen en de ontwikkeling van een dynamische, levensvatbare en concurrerende private sector wordt bevorderd.
3. De Partijen werken samen aan de vaststelling van gezonde financiële systemen met het oog op het mobiliseren van investeringen voor duurzame projecten. Zij nemen maatregelen om investeringen te ondersteunen door de toegang tot financiering te verbeteren door middel van technische bijstand, subsidies, garanties en innovatieve financiële instrumenten om risico’s te beperken, het vertrouwen van investeerders te vergroten en private en publieke financieringsbronnen aan te trekken. Daarbij houden zij onder meer rekening met de noodzaak om tekortkomingen van de markt of suboptimale investeringssituaties te verhelpen en zorgen zij tegelijkertijd voor additionaliteit van investeringen die zonder die steunmaatregelen niet zouden hebben plaatsgevonden. Zij besteden bijzondere aandacht aan de in artikel 44, lid 6, vastgestelde prioritaire sectoren.
4. De Partijen komen overeen het regelgevingsklimaat en de kwaliteit, beschikbaarheid en toegankelijkheid van financiële en niet-financiële diensten te verbeteren, om de ontwikkeling van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen te ondersteunen in het kader van de mobilisering van binnenlandse investeringen.
5. De Partijen begrijpen en erkennen het belang van verantwoorde investeringen van de betrokken belanghebbenden, als middel om langdurige duurzame economische en sociale waarde en waarde voor het milieu te creëren. Ter ondersteuning van die doelstelling bevorderen zij praktijken op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemerschap en verantwoorde bedrijfsvoering, waaronder internationaal erkende richtsnoeren, normen en toepasselijke instrumenten voor de uitvoering, die investeerders, overheden en andere actoren, als aanvulling op de nationale wetgeving en andere toepasselijke wetgeving, richtsnoeren bieden over de uitvoering van maatschappelijk verantwoord ondernemerschap en verantwoorde bedrijfsvoering.
Artikel 42
1. De Partijen komen overeen investeringen te bevorderen door middel van wetgeving, regelgeving en beleidsmaatregelen die erop gericht zijn regelgevende en administratieve belemmeringen te verminderen, de transparantie te vergroten en schadelijke concurrentie voor investeringen te voorkomen. Zij komen overeen dergelijke maatregelen op transparante wijze te ontwikkelen en openbaar te maken om de dialoog tussen de overheid en de private sector aan te moedigen en alle belanghebbenden de gelegenheid te bieden deel te nemen.
2. De Partijen werken samen om de doeltreffende toepassing van digitale instrumenten voor het faciliteren van investeringen te bevorderen.
3. De Partijen zijn het, in overeenstemming met hun respectieve strategieën, eens over het belang om rechtszekerheid en adequate bescherming te bieden voor gedane investeringen; de behandeling daarvan vindt plaats op niet-discriminerende wijze en omvat doeltreffende mechanismen voor de preventie en beslechting van geschillen. In dit verband bevestigen zij opnieuw het belang om internationale investeringsovereenkomsten te sluiten, waarbij hun soevereine recht om investeringen voor legitieme doeleinden van overheidsbeleid te reguleren, ten volle wordt behouden.
4. De Partijen versterken de capaciteit van de desbetreffende openbare en private instellingen om investeringen effectief te bevorderen en te vergemakkelijken, en om investeringsgerelateerde geschillen te voorkomen en te behandelen.
Hoofdstuk 2. ECONOMISCHE GROEI, DIVERSIFICATIE EN INDUSTRIALISERING
Artikel 43
1. De Partijen zijn het eens over het belang van economische transformatie, de ontwikkeling van de private sector en industriële vooruitgang voor inclusieve en duurzame groei. Zij bevorderen volledige en productieve werkgelegenheid en waardig werk voor iedereen door middel van meer concurrentievermogen, diversificatie, digitalisering, innovatie, toegang tot financiering, toegevoegde waarde in de productie- en dienstensectoren en koppelingen tussen sectoren en bedrijfstakken. Zij besteden bijzondere aandacht aan lokale micro-, kleine en middelgrote ondernemingen en aan het formaliseren van informele economische activiteiten.
2. De Partijen bevorderen de overgang naar een emissiearme en hulpbronnenefficiënte economie. Zij ondersteunen duurzame benaderingen van consumptie en productie, milieuvriendelijk beheer van afval en chemische stoffen en maatregelen voor het verminderen van alle vormen van verontreiniging. De Partijen zijn het erover eens dat goed beheerde verstedelijking van essentieel belang is voor het bevorderen van duurzame economische ontwikkeling. Zij werken daarom samen om de problemen die de snelle verstedelijking met zich meebrengt en de kansen die zij biedt, doeltreffend aan te pakken en ondersteunen stedelijke ontwikkeling en infrastructuur en goed werkende verbindingen tussen stad en platteland.
3. De Partijen komen overeen samen te werken op het gebied van werkgelegenheid en sociale zaken, met name ter ondersteuning van de economische en sociale inclusie en emancipatie van vrouwen, jongeren en de armste en meest kwetsbare groepen. Voorts komen zij overeen de eerbiediging te waarborgen van de in de verdragen en protocollen van de IAO neergelegde arbeids- en sociale normen, alsook de toegang tot de rechter met inachtneming van een eerlijke rechtsgang, waaronder passende en doeltreffende rechtsmiddelen.
Artikel 44
1. De Partijen versterken de samenwerking op het gebied van economische transformatie, waaronder industrialisering. Zij bevorderen de transitie van grondstoffenafhankelijkheid naar gediversifieerde economieën, alsook de opwaardering van natuurlijke hulpbronnen, het creëren van toegevoegde waarde en integratie in regionale en mondiale waardeketens. Zij zijn het eens over de belangrijke rol die de dienstensector speelt bij de economische transformatie en industrialisering.
2. De Partijen werken samen met het oog op het ondersteunen van de ontwikkeling van productiecapaciteit en de verbetering van de productiviteit, van de diversificatie en van het concurrentievermogen. Zij streven ernaar beperkingen aan de aanbodzijde weg te nemen door onder meer technologische innovatie en de versterking van de technologische uitrusting alsook de verspreiding ervan te bevorderen, het bedrijfs- en investeringsklimaat te verbeteren, de regelgevingscapaciteit en macro-economische stabiliteit te versterken, en efficiënte kapitaalmarkten en solide financiële systemen te ontwikkelen met het oog op betere toegang tot financiering, met name voor de private sector. Daartoe bevestigen zij het belang van de digitalisering van de economie voor het versnellen van de ontwikkeling van productiecapaciteit. De nadruk zal liggen op sectoren en industrieën met een hoge toegevoegde waarde en een groot potentieel voor het scheppen van fatsoenlijke banen.
3. De Partijen verbinden zich ertoe de macro-economische en financiële stabiliteit te verbeteren door een gezond en transparant begrotings- en monetair beleid te voeren, alsook economische en structurele hervormingen te stimuleren met het oog op het creëren van een gunstig klimaat waarin meer investeringen worden gegenereerd, en de ontwikkeling van de private sector te bevorderen. De Partijen erkennen voorts het belang van de onafhankelijkheid van centrale banken bij het bepalen van hun beleidsdoelstellingen en bij hun monetaire beleidsvoering. Voorts komen zij overeen om, waar passend, de dialoog te onderhouden en informatie uit te wisselen tussen hun autoriteiten om beter inzicht te verwerven in de fundamentele aspecten van de respectieve economieën van de Partijen.
4. De Partijen intensiveren tevens hun inspanningen op het gebied van technisch en beroepsonderwijs en -opleiding en van onderzoek en innovatie, en zorgen ervoor dat deze maatregelen beter afgestemd zijn op de kansen en behoeften aan vaardigheden op de arbeidsmarkt. Zij werken samen om elkaars ervaringen te benutten, onder meer bij de versterking van de productiecapaciteit door middel van de ontwikkeling van vaardigheden en de bevordering van technologieoverdracht, waarbij koppelingen tussen bedrijven in de OACPS-leden en in de EU worden bevorderd, met name tussen micro-, kleine en middelgrote ondernemingen.
5. De Partijen herbevestigen de belangrijke rol van infrastructuur bij het wegnemen van beperkingen aan de aanbodzijde en bij de ontwikkeling van concurrerende regionale en subregionale waardeketens door een efficiënt verkeer van goederen, diensten en kapitaal te faciliteren. Zij werken samen aan de ontwikkeling van efficiënte en duurzame infrastructuur, onder meer op het gebied van lucht-, land- en zeevervoer, energie, water en digitale connectiviteit, met inachtneming van de uiteenlopende behoeften van de minst ontwikkelde, niet aan zee grenzende en eilandeconomieën. Dienovereenkomstig werken zij samen om publieke en private middelen aan te boren, onder meer door middel van investeringen voor de ontwikkeling van infrastructuur.
6. De Partijen verbinden zich ertoe gezamenlijke economische groei na te streven en komen overeen samen te werken op onder meer de volgende gebieden, die als prioritaire sectoren worden beschouwd: landbouw en agro-industrie, veeteelt en leder, de blauwe economie, visserij, mijnbouw en winningsindustrieën, de culturele en creatieve sector, duurzaam toerisme, duurzame energie, ICT en vervoer. De Partijen onderstrepen de belangrijke rol van die sectoren voor het creëren van toegevoegde waarde, het scheppen van fatsoenlijke banen, het versterken van de productiecapaciteit en voor de algemene inspanningen op het gebied van economische transformatie. Zij werken derhalve samen om de factoren die groei stimuleren in de verschillende sectoren, in kaart te brengen, investeringen te mobiliseren en de beperkingen die de totstandbrenging van verticale integratie ondermijnen, terug te dringen.
7. De Partijen bevorderen de dialoog, stimuleren de overdracht van vaardigheden en technologie, werken aan de verbetering van waardeketens en versterken de samenwerking voor de uitwisseling van ervaringen en de verspreiding van beste praktijken in de landbouwsector. Zij werken ook samen bij de ondersteuning van mechanismen en kaders om duurzame en kwalitatief hoogwaardige landbouwproductie te verhogen.
Artikel 45
1. Zich bewust van het belang van de ontwikkeling van de private sector voor economische transformatie en banencreatie, streven de Partijen ernaar ondernemerschap te bevorderen en het concurrentievermogen van ondernemingen te ontwikkelen en te verbeteren. Zij besteden daarbij bijzondere aandacht aan micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, met inbegrip van start-ups, met name door wettelijke, administratieve en institutionele kaders te bevorderen met het oog op succesvolle integratie van deze ondernemingen in duurzame toeleverings- en waardeketens. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan de informele sector, aan de opwaardering van informele economische activiteiten naar formele activiteiten, en aan de bevordering van de integratie van duurzaamheidsgerelateerde doelstellingen in bedrijfsmodellen. De Partijen komen tevens overeen de ontwikkeling van ondernemerschap bij jongeren en vrouwen te ondersteunen in het kader van hun economische emancipatie en de bevordering van inclusieve ontwikkeling. Zij bevestigen het belang van de opbouw van regionale en nationale capaciteit om het concurrentievermogen in de medium- en hightechindustrie te verbeteren.
2. De Partijen bevorderen de dialoog en de samenwerking tussen de openbare en de private sector, onder meer via private fora voor het bedrijfsleven. Zij versterken de samenwerking met het oog op de uitwisseling van ervaringen en de verspreiding van beste praktijken die ondernemerschap aanmoedigen, de dialoog en contacten tussen bedrijven bevorderen en de overdracht van vaardigheden en technologie stimuleren.
3. De Partijen zijn het eens over de noodzaak om strategieën op te zetten en beter beleid en passende wetgeving te ontwikkelen inzake financiële inclusie alsook de toegang tot financiering en financiële en niet-financiële diensten te verbeteren, onder meer door middel van innovatieve financieringsmechanismen, met bijzondere aandacht voor de verstrekking van betaalbare kredieten aan familiebedrijven, kleine landbouwbedrijven, micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, vrouwen en jonge ondernemers.
4. De Partijen erkennen dat zowel publieke als private financieringsbronnen een belangrijke rol spelen bij de ondersteuning van de ontwikkeling van de private sector, met name via instrumenten en mechanismen zoals publiek-private partnerschappen (PPP) en gemengde financiering, en bij het stimuleren van investeringen in relevante sectoren, waaronder infrastructuurontwikkeling. Dienovereenkomstig werken zij samen aan de ontwikkeling van transparante en voorspelbare kaders en strategieën voor de inzet van PPP’s, met inbegrip van de versterking van de institutionele capaciteit voor het onderhandelen over en uitvoeren en monitoren van projecten in het kader van een PPP-regeling.
Hoofdstuk 3. WETENSCHAP, TECHNOLOGIE, INNOVATIE EN ONDERZOEK
Artikel 46
1. De Partijen erkennen de rol van wetenschap, technologie en innovatie voor kennisuitbreiding, bij het versnellen van de geleidelijke en stapsgewijze overgang naar duurzame ontwikkeling door middel van economische transformatie, toevoeging van de waardeketen en contacten tussen bedrijven, bij het bevorderen van kennisontwikkeling en een grotere mondigheid van burgers, met name van vrouwen en jongeren, en bij het ondersteunen van besluitvormers en beleidsmakers bij het streven naar duurzame ontwikkeling.
2. De Partijen werken aan de ontwikkeling van kennismaatschappijen. Zij komen overeen te investeren in menselijk kapitaal, de vaststelling van coherente en brede beleids- en regelgevingskaders te bevorderen en infrastructuurverbindingen en digitale instrumenten te ontwikkelen.
3. De Partijen versterken de samenwerking op basis van wederzijds voordeel, voortbouwend op bestaande mechanismen en tegelijkertijd nieuwe financieringsmogelijkheden verkennend voor wetenschap, technologie en innovatie, mits de intellectuele-eigendomsrechten op passende wijze en effectief worden beschermd. Zij bevorderen inheemse, traditionele en lokale kennis als een instrument voor het overbruggen van kennis- en technologiekloven in relevante sectoren.
4. De Partijen stimuleren investeringen in de ontwikkeling, verspreiding en overdracht van nieuwe technologieën, met bijzondere aandacht voor schone en innovatieve technologieën die het milieu beschermen. Zij bevorderen hernieuwbare energie en werken samen aan de ontwikkeling van productie- en regelgevingscapaciteit.
5. De Partijen ondernemen actie in verband met de mogelijke impact van technologieën op de samenleving, pakken kwesties aan in verband met cyberbeveiliging en waarborgen dat persoonsgegevens worden beschermd, en zij nemen ook de effecten van disruptieve technologie, waaronder kunstmatige intelligentie en robotica, in aanmerking.
6. De Partijen erkennen de rol van de ruimtevaart als katalysator voor sociale en economische voordelen, onder meer op het gebied van milieu, de klimaatverandering, oceaangovernance, vervoer, energie, landbouw, mijnbouw en bosbouw. Zij werken samen in verband met onderwerpen van gemeenschappelijk belang in civiele ruimteactiviteiten, zoals ruimteonderzoek, toepassingen van en diensten voor wereldwijde satellietnavigatiesystemen, de ontwikkeling van satellietaugmentatiesystemen, het gebruik van aardobservatietoepassingen en -diensten en aardwetenschappen.
Artikel 47
1. De Partijen zijn het erover eens dat onderzoek en ontwikkeling van cruciaal belang zijn bij het creëren van economische welvaart en kansen op waardig werk en dat deze een cruciale bijdrage kunnen leveren aan de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst.
2. De Partijen moedigen het genereren en verspreiden van nieuwe kennis aan, rekening houdend met de potentiële gevolgen ervan, waaronder schadelijke effecten, voor het milieu en de samenleving. Zij ondersteunen de verbetering van vaardigheden om gelijke tred te houden met technologische vooruitgang en innovatie, alsook de mobiliteit en opleiding van onderzoekers. Zij bevorderen partnerschappen tussen het bedrijfsleven, de academische wereld en de publieke sector, alsook activiteiten van de private sector die gericht zijn op het vergaren van kennis en het toetsen van ideeën om nieuwe producten met een reëel commercieel potentieel te ontwerpen, en besteden daarbij bijzondere aandacht aan vrouwen en jongeren als innovatoren.
3. De Partijen bevorderen investeringen in onderzoek en ontwikkeling, met name in segmenten van waardeketens met een hoge toegevoegde waarde, en streven ernaar maatschappelijke uitdagingen aan te pakken, met name op het gebied van milieu, de klimaatverandering, energie, voedselveiligheid en -zekerheid, en gezondheid.
Artikel 48
1. De Partijen werken samen om de digitale kloof te verkleinen door de samenwerking op het gebied van de ontwikkeling van de digitale samenleving ten behoeve van burgers en bedrijven te bevorderen, via de toegankelijkheid van digitale technologieën, waaronder ICT die is afgestemd op lokale omstandigheden. De Partijen ondersteunen maatregelen die een vlotte toegang tot ICT mogelijk maken, onder meer door het gebruik van betaalbare en hernieuwbare energiebronnen en de ontwikkeling en heroriëntatie van goedkope draadloze netwerken. Zij streven tevens naar meer complementariteit en harmonisatie van de communicatiesystemen en de aanpassing ervan aan nieuwe technologieën.
2. De Partijen zijn het eens over de centrale rol van de digitale economie als een kracht die verandering aanwakkert en versnelt en aanzienlijke economische diversificatie kan aandrijven, banen kan scheppen en snelle stapsgewijze groei mogelijk kan maken. Zij komen overeen de digitalisering te bevorderen om de transactiekosten te beperken en informatie-asymmetrieën terug te dringen met als overkoepelende doel de productiviteit en duurzaamheid te verbeteren.
3. De Partijen bevorderen en ondersteunen digitaal ondernemerschap, met name door vrouwen en jongeren, en de digitale transformatie van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen. Zij moedigen de ontwikkeling aan van e-handel om de toeleveringsketens op de schop te nemen en de markten uit te breiden, de uitbreiding van e-banking, onder meer om de kosten van overmakingen te verlagen, en de invoering van oplossingen voor e-governance.
4. De Partijen werken samen aan de ontwikkeling en het beheer van beleid op het gebied van privacy en gegevensbescherming, aan de bevordering van maatregelen om gegevensstromen te vergemakkelijken en aan het ondersteunen van het regelgevingskader ter bevordering van de productie, verkoop en levering van digitale producten en diensten.
Hoofdstuk 4. HANDELSSAMENWERKING
Artikel 49
1. De Partijen erkennen dat sociale en economische ontwikkeling en milieubescherming onderling afhankelijk zijn en elkaar versterken. Zij bevestigen opnieuw dat zij zich, met inachtneming van hun respectieve ontwikkelingsniveaus, inzetten om de integratie van duurzame ontwikkeling, die bestaat uit economische ontwikkeling, sociale ontwikkeling en milieubescherming, in alle aspecten van hun handelsbetrekkingen te versterken, met als doel duurzame groei te bevorderen. Daartoe moedigen de Partijen in hun handelsbetrekkingen een hoog niveau van sociale, milieu- en arbeidsbescherming aan, met name overeenkomstig de verbintenissen die zijn gespecificeerd in artikel 54, de hoofdstukken 1 tot en met 3 van titel V en hoofdstuk 2 van titel III van dit deel, om de overeengekomen mondiale SDG’s in het kader van de Agenda 2030 te verwezenlijken. De Partijen komen tevens overeen dat sociale en milieumaatregelen niet mogen worden gebruikt voor protectionistische doeleinden.
2. De Partijen zijn het erover eens dat het niet gepast is handel of investeringen aan te moedigen door de niveaus van bescherming die in de binnenlandse milieu- en arbeidswetgeving worden geboden en de handhaving ervan, te verlagen of een verlaging ervan in het vooruitzicht te stellen.
3. De Partijen erkennen hun respectieve rechten om doelstellingen en prioriteiten op het gebied van duurzame ontwikkeling vast te stellen en hun eigen niveaus van binnenlandse bescherming op sociaal, arbeids- en milieugebied, onder meer in het kader van de klimaatverandering, te bepalen, voor zover zij dit passend achten, mits de aangenomen wetten en beleidsmaatregelen niet in strijd zijn met hun verplichtingen inzake internationaal erkende beschermingsnormen en desbetreffende overeenkomsten.
4. De Partijen bevorderen de handel in producten die worden verkregen door middel van duurzaam beheer, instandhouding en efficiënt gebruik van natuurlijke hulpbronnen. De Partijen werken ook samen bij de bevordering van handel en investeringen in goederen en diensten die van bijzonder belang zijn voor de beperking van de klimaatverandering, met inbegrip van koolstofarme industriële en geherfabriceerde producten, hernieuwbare energie en energie-efficiënte producten en diensten, in overeenstemming met hun internationale verplichtingen.
5. De Partijen werken samen om de samenhang en de wederzijdse ondersteuning van het beleid op het gebied van handel, arbeid en milieu te bevorderen en zij versterken de dialoog en de uitwisseling van informatie en beste praktijken over handelsgerelateerde aspecten van duurzame ontwikkeling, onder meer samen met de betrokken belanghebbenden. In dat verband komen zij voorts overeen samen te werken bij de bevordering van praktijken op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemerschap en verantwoorde bedrijfsvoering, waaronder internationaal erkende richtsnoeren, normen en toepasselijke instrumenten, door die praktijken op te nemen in handels- en zakelijke activiteiten. Daarnaast is de samenwerking gericht op de moeilijkheden en kansen die voortvloeien uit de handelsgerelateerde aspecten van private en publieke vrijwillige duurzame garantieregelingen die onder meer verband houden met arbeid, het milieu, instandhouding van de biodiversiteit, duurzaam gebruik en beheer van bosbestanden en duurzame visserijpraktijken en de handel in duurzaam beheerde visserijproducten.
6. De Partijen komen overeen om, waar passend, in het kader van hun handelsbetrekkingen systemen te handhaven of in te voeren voor de ondersteuning van en het toezicht op de effectieve implementatie van de internationaal erkende sociale, arbeids- en milieunormen en de desbetreffende overeenkomsten, door onder meer de institutionele capaciteit voor de vaststelling en handhaving van de desbetreffende wetgeving te versterken.
Artikel 50
1. De Partijen zijn zich bewust van het belang om voort te bouwen op de verwezenlijkingen van de Overeenkomst van Cotonou in het kader van hun handelsbetrekkingen. Zij onderstrepen het belang van handel in hun algemene betrekkingen en verbinden zich ertoe de intensivering en diversificatie van de handelsstromen tot wederzijds voordeel te bevorderen, met name met het oog op de integratie van de economieën van de OACPS-leden in de regionale en mondiale waardeketens.
2. De Partijen komen overeen dat de handelssamenwerking moet plaatsvinden in overeenstemming met het op regels gebaseerde multilaterale handelsstelsel met het oog op het bevorderen van vrije, eerlijke en open handel zodat met name in de OACPS-leden duurzame groei en ontwikkeling kunnen worden verwezenlijkt. Daartoe wordt de samenwerking afgestemd op de verplichtingen die de Partijen in het kader van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) zijn aangegaan, waaronder de bepalingen inzake bijzondere en gedifferentieerde behandeling.
3. De Partijen erkennen het belang van het sluiten van handelsregelingen om meer handelsmogelijkheden te creëren en hun effectieve integratie in de wereldeconomie te bevorderen. De Partijen erkennen hun respectieve recht om regionale of multilaterale regelingen te treffen voor de vermindering of afschaffing van niet-tarifaire maatregelen die van invloed zijn op de handel in goederen en diensten. De Partijen streven er voorts naar mogelijke negatieve gevolgen van hun respectieve handelsregelingen met derde partijen voor de concurrentiepositie die elke Partij op de binnenlandse markt van de andere Partijen inneemt, te beperken.
4. Rekening houdend met de noodzaak voort te bouwen op hun bestaande preferentiële handelsregelingen en economische partnerschapsovereenkomsten (EPO’s) als instrumenten van hun handelssamenwerking, erkennen de Partijen dat de samenwerking in de eerste plaats moet worden versterkt om de concrete uitvoering van die bestaande instrumenten te ondersteunen.
5. De Partijen komen voorts een inclusief EPO-kader overeen dat rekening houdt met de uiteenlopende situaties in de lidstaten en regio’s van de OACPS die zich in verschillende stadia van het EPO-proces bevinden, en met het ontwikkelingsniveau van de OACPS-leden. De ondertekenaars van de EPO’s bevestigen hun verbintenis om alle nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de EPO’s volledig worden uitgevoerd, hetgeen bevorderlijk moet zijn voor hun economische groei en ontwikkeling en tegelijkertijd moet bijdragen tot de verdieping van de regionale integratieprocessen binnen Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS). De Partijen erkennen dat het belangrijk is het toepassingsgebied van EPO’s uit te breiden en de toetreding van nieuwe lidstaten aan te moedigen. De Partijen komen overeen op de passende niveaus gezamenlijke regelingen tussen de ACS en de EU te handhaven of in te voeren om toe te zien op de uitvoering van EPO’s en om de gevolgen ervan voor de ontwikkeling van de economieën van de OACPS-leden in de ACS-regio’s en hun regionale integratieprocessen te beoordelen.
6. De Partijen bij de respectieve EPO’s komen overeen dat de verwijzingen daarin naar de bepalingen inzake passende maatregelen in de Overeenkomst van Cotonou worden begrepen als verwijzingen naar de overeenkomstige bepalingen in deze Overeenkomst.
7. De Partijen komen voorts overeen dat hun samenwerking moet bijdragen tot de intensivering van de inspanningen en processen voor regionale integratie in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan en tot verdere stimulering van de regionale handel binnen de ACS.
8. De Partijen onderstrepen het belang van hun actieve deelneming in de Wereldhandelsorganisatie en in andere relevante internationale organisaties door lid te worden van die organisaties en hun agenda en activiteiten van nabij te volgen. Zij komen overeen nauw samen te werken bij het vaststellen en bevorderen van hun gemeenschappelijke belangen bij internationale economische en handelssamenwerking, met name in de WTO. In deze context wordt bijzondere aandacht besteed aan het verbeteren van de toegang tot de markt van de Europese Unie en andere markten voor goederen en diensten van oorsprong uit de OACPS-leden.
9. De Partijen zijn het eens over het belang van soepelheid van de WTO-regels zodat rekening kan worden gehouden met de uiteenlopende ontwikkelingsniveaus van de ACS-staten en -regio’s en met de moeilijkheden die zij ondervinden om aan hun verplichtingen te voldoen. Zij komen derhalve overeen samen te werken om de nodige en gepaste capaciteit te ontwikkelen om hun WTO-verplichtingen daadwerkelijk na te komen. De Partijen erkennen ook de innovatieve benadering ten aanzien van de bijzondere en gedifferentieerde behandeling die inherent is aan de WTO-Overeenkomst inzake handelsfacilitatie (TF-overeenkomst), die de minst ontwikkelde landen en ontwikkelingslanden in staat stelt hun verbintenissen volledig na te komen op voorwaarde dat zij de nodige handelssteun verlenen in overeenstemming met hun kennisgevingen van uitvoering in het kader van de Overeenkomst inzake handelsfacilitatie.
10. De Partijen erkennen het belang van het intensiveren van de dialoog om handels- en handelsgerelateerde onderwerpen van gemeenschappelijk belang aan te pakken. Zij komen overeen de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld en de private sector bij die dialoog te bevorderen.
Artikel 51
1. De Partijen zijn het erover eens dat de handel in diensten een krachtige motor is voor de groei en ontwikkeling van hun economieën en herbevestigen hun respectieve rechten en verplichtingen uit hoofde van de Algemene Overeenkomst betreffende de handel in diensten van de WTO (GATS).
2. De Partijen verbinden zich ertoe samen te werken in het kader van de handel in diensten en deze te versterken, met name in het kader van vormen van dienstverlening waarvan de uitvoer voor hen van belang is, waaronder het verkeer van natuurlijke personen voor zakelijke doeleinden, en in sectoren die zij als prioritair beschouwen, zoals de ICT-sector, toerisme, vervoer, milieudiensten, financiële diensten, sportdiensten en andere prioritaire sectoren, voor zover van toepassing.
3. Met inachtneming van artikel 39, lid 2, werken de Partijen samen om de capaciteit voor het verlenen van diensten in verband met de culturele en creatieve sector te versterken.
4. De Partijen werken samen om belemmeringen voor de handel in diensten aan te pakken met als doel de markttoegang te vergemakkelijken en de handel te bevorderen. Voorts komen zij overeen hun samenwerking te versterken om de ontwikkeling van nationale regelgevingskaders en -capaciteit te ondersteunen, de dienstverleners beter in staat te stellen te voldoen aan de regelgeving en normen van de EU en de OACPS-leden op continentaal, regionaal, nationaal en subnationaal niveau, en waar passend de opstelling van overeenkomsten betreffende wederzijdse erkenning aan te moedigen in de in lid 2 bedoelde dienstensectoren van wederzijds belang.
5. De Partijen erkennen het belang van kosteneffectieve en efficiënte zeevervoerdiensten als de belangrijkste vervoerswijze die de handel vergemakkelijkt. De Partijen verbeteren het concurrentievermogen van de zeevervoerdiensten door de connectiviteit te versterken, om de veilige circulatie van goederen en personen in de zeevervoerssector te verbeteren. Daartoe werken zij samen in de passende fora om het zeevervoer te liberaliseren als de belangrijkste vervoerswijze voor het vergemakkelijken van de handel. Zij maken de toegang, op niet-discriminerende en commerciële basis, mogelijk tot de markten voor internationaal zeevervoer en tot havens en havendiensten. De Partijen werken samen met het oog op de ontwikkeling en bevordering van kosteneffectieve en efficiënte zeevervoerdiensten in de OACPS-leden om de deelname van exploitanten uit de OACPS-leden aan internationale scheepvaartdiensten te vergroten.
Artikel 52
1. De Partijen erkennen het toenemende belang van niet-tarifaire maatregelen in de handel naarmate tarifaire belemmeringen wegvallen. Zij erkennen derhalve de noodzaak om samen te werken met het oog op het monitoren en wegnemen van onnodige handelsbelemmeringen, en bijgevolg de handel tussen de EU en de OACPS-leden en tussen de OACPS-leden onderling te vergemakkelijken en te doen toenemen. In dit verband komen de Partijen overeen waar passend regelingen te handhaven of vast te stellen voor de aanpak van niet-tarifaire maatregelen die negatieve gevolgen kunnen hebben voor de uitvoer naar de markt van de andere Partij.
2. De Partijen komen overeen hun samenwerking op het gebied van normering en certificering van goederen te intensiveren om onnodige technische handelsbelemmeringen binnen het toepassingsgebied van de WTO-Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen (de „TBT-Overeenkomst”) te voorkomen, op te sporen en weg te nemen, en streven ernaar op de TBT-Overeenkomst voort te bouwen door de transparantie te vergroten en te versterken. De Partijen komen voorts overeen samen te werken om de technische capaciteit en institutionele infrastructuur op het gebied van technische handelsbelemmeringen tot stand te brengen en te versterken.
3. De Partijen bevestigen opnieuw het recht van elke Partij om sanitaire en fytosanitaire maatregelen (SPS-maatregelen) vast te stellen of te handhaven ter bescherming van het leven of de gezondheid van mensen, dieren of planten op haar grondgebied, waarbij zij erop toezien dat dergelijke SPS-maatregelen die door elke Partij zijn vastgesteld, geen onnodige handelsbelemmeringen opwerpen, overeenkomstig de WTO-Overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen (de „SPS-Overeenkomst”). Daartoe komen de Partijen overeen hun samenwerking te intensiveren met het oog op de doeltreffende uitvoering van de beginselen en voorschriften van de SPS-Overeenkomst, rekening houdend met hun respectieve ontwikkelingsniveaus. In dat verband werken de Partijen samen om sanitaire en fytosanitaire kwesties, waaronder het beheer van antimicrobiële resistentie, en kwesties op het gebied van dierenwelzijn aan te pakken, om de capaciteit van de Partijen te versterken en de toegang tot de markten van de andere Partij te verbeteren en tegelijkertijd een passend niveau van bescherming van mensen, dieren en planten te waarborgen.
4. De Partijen erkennen dat het systeem voor intellectuele eigendom bedoeld is om economische, sociale en culturele vooruitgang te bevorderen door creatief werk en technologische innovatie te stimuleren, met name tussen de EU en de ACS-regio’s, en tegelijkertijd bijdraagt tot een duurzamere en inclusievere economie. In dit verband bevestigen de Partijen opnieuw het belang van de bescherming en handhaving van de intellectuele-eigendomsrechten, zoals vastgelegd in artikel 7 van de WTO-Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom (de „Trips-Overeenkomst”), die moeten bijdragen tot de bevordering van technologische innovatie en de overdracht en verspreiding van technologie, tot wederzijds voordeel van technologische kennis voor producenten en gebruikers, op een wijze die bevorderlijk is voor het sociale en economische welzijn, en tot een evenwicht tussen rechten en verplichtingen. De Partijen erkennen de noodzaak om intellectuele-eigendomsrechten te beschermen, waaronder auteursrechten en naburige rechten, handelsmerken, geografische aanduidingen, tekeningen en modellen van nijverheid, topografieën van geïntegreerde schakelingen, kwekersrechten en octrooien. Die bescherming omvat ook de bescherming tegen oneerlijke concurrentie en de bescherming van niet openbaar gemaakte informatie. De Partijen onderstrepen in dit verband het belang om de beginselen na te leven van de Trips-Overeenkomst, het Verdrag inzake biologische diversiteit, gedaan te Rio de Janeiro op 5 juni 1992, en de in deel I van de Trips-Overeenkomst bedoelde verdragen, in overeenstemming met hun ontwikkelingsniveau. De Partijen onderstrepen voorts het belang van samenwerking en technische bijstand op het gebied van intellectuele eigendom voor de maatregelen, procedures en rechtsmiddelen die nodig zijn om de handhaving van intellectuele- eigendomsrechten te waarborgen, met als doel met name in de OACPS-leden een doeltreffend niveau van bescherming te bereiken.
5. De Partijen bevestigen opnieuw dat de invoering en toepassing van efficiënte en gezonde beleidsmaatregelen en regels op het gebied van mededinging van doorslaggevend belang zijn voor het verbeteren en veiligstellen van een gunstig investeringsklimaat, een duurzaam industrialisatieproces en transparantie bij de toegang tot markten. Zij verbinden zich er derhalve toe nationale of regionale regels en beleidsmaatregelen uit te voeren om concurrentiebeperkende zakelijke praktijken, met inbegrip van door de Partijen toegekende subsidies in verband met economische activiteiten, die de goede werking van de markten kunnen verstoren en de handelsbelangen van de andere Partijen negatief kunnen beïnvloeden, doeltreffend aan te pakken. De Partijen verbinden zich ertoe te zorgen voor een gelijk speelveld voor publieke en private marktdeelnemers. Zij komen eveneens overeen de samenwerking op dit gebied te versterken om een effectief mededingingsbeleid met de passende nationale en regionale autoriteiten uit te stippelen en te ondersteunen dat er geleidelijk voor zorgt dat de mededingingsregels doeltreffend worden gehandhaafd. In dat verband komen de Partijen overeen samen te werken bij de ontwikkeling van voldoende capaciteit met het oog op de totstandbrenging van een passend rechtskader voor de bescherming van de mededinging en voor de handhaving van het kader via de op mededingingsgebied bevoegde instanties, met name op het grondgebied van de OACPS-leden.
6. De Partijen komen overeen de samenwerking te intensiveren om het functioneren van de internationale grondstoffenmarkten en de transparantie van deze markten te verbeteren.
7. De Partijen erkennen het belang van transparante overheidsopdrachten voor het bevorderen van economische ontwikkeling en de industrialisering. De Partijen zijn het eens over het belang van samenwerking voor het verbeteren van het wederzijdse begrip van hun respectieve regelingen voor overheidsopdrachten. De Partijen verbinden zich tot de beginselen en werken samen op het gebied van de transparantie, het concurrentievermogen en de voorspelbaarheid van aanbestedingssystemen.
Artikel 53
De Partijen erkennen het belang van het verlagen van de handelskosten om inclusieve en duurzame groei in hun economieën te bewerkstelligen. Zij werken daarom samen om invoer-, uitvoer-, doorvoer- en andere douaneprocedures te vereenvoudigen, onder meer aan de hand van de digitalisering van douane- en inklaringsprocedures, alsook om de transparantie van douane- en handelsvoorschriften te verbeteren en het legitieme handelsverkeer te faciliteren, voortbouwend op hun respectieve verbintenissen in het kader van de TF-overeenkomst. Overeenkomstig de TF-overeenkomst hebben de OACPS-leden adequate en voorspelbare technische bijstand nodig om hun capaciteit om deze Overeenkomst volledig uit te voeren, op te bouwen. De Partijen verbinden zich er tevens toe die bijstand te verlenen op basis van de in het kader van de TF-overeenkomst aangegeven behoeften van de OACPS-leden voor de uitvoering.
Titel V. MILIEUDUURZAAMHEID EN KLIMAATVERANDERING
Artikel 54
1. De Partijen zijn het erover eens dat milieuaantasting, niet-duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen en de klimaatverandering een ernstige bedreiging vormen voor de verwezenlijking van duurzame ontwikkeling en het leven, de levenskwaliteit en het levensonderhoud van de huidige en toekomstige generaties onder druk zetten. In dat verband bevestigen de Partijen opnieuw de noodzaak van een hoog niveau van milieubescherming en een doeltreffende instandhouding en duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen, met inbegrip van de biologische diversiteit. Zij bevestigen ook opnieuw de noodzaak om overeenstemming te bereiken over ambitieuze maatregelen om de negatieve gevolgen van klimaatverandering te beheersen en te beperken, en om hun economieën te richten op duurzame, veerkrachtige koolstofarme groeitrajecten, en tegelijkertijd bij te dragen tot het scheppen van fatsoenlijke banen voor iedereen.
2. De Partijen integreren milieuduurzaamheid, de strijd tegen de klimaatverandering en het streven naar ecologisch duurzame groei in alle beleidsmaatregelen, plannen en investeringen. Zij streven ernaar om op het gebied van de desbetreffende kwesties doeltreffende allianties op te bouwen in internationaal verband, om wereldwijde actie vooruit te helpen en te zorgen voor constructieve samenwerking met de lokale autoriteiten, het maatschappelijk middenveld en de private sector. De Partijen voeren de multilaterale milieuovereenkomsten waarbij zij partij zijn daadwerkelijk uit.
3. De Partijen streven er, in het licht van vraagstukken in verband met het milieu en de klimaatverandering en van door de natuur en door de mens veroorzaakte rampen, naar de veerkracht van met name kwetsbare bevolkingsgroepen op te bouwen en te versterken.
4. Bij de bevordering van milieuduurzaamheid en de aanpak van de klimaatverandering en natuurrampen houden de Partijen rekening met: i) de kwetsbaarheid van kleine eilandstaten in ontwikkeling, de minst ontwikkelde landen, niet aan zee gelegen ontwikkelingslanden en kustgemeenschappen, en ook met hun inspanningen om zich aan te passen, met name aan de dreiging die uitgaat van de klimaatverandering en de uitputting van natuurlijke hulpbronnen; ii) de blootstelling van landen aan en hun kwetsbaarheid voor verergerende droogten, overstromingen, kusterosie, waterschaarste, bodem- en bosdegradatie, biodiversiteitsverlies, ontbossing en verwoestijning; iii) de noodzaak om verlies en schade door de negatieve gevolgen van de klimaatverandering, waaronder traag op gang komende verschijnselen zoals de stijging van de zeespiegel, tot een minimum te beperken, te vermijden en aan te pakken; iv) het verband tussen strategieën op het gebied van de klimaatverandering en rampenrisicovermindering, veerkracht en voedselzekerheid; v) de cruciale rol van natuurlijke ecosystemen voor het waarborgen van voedselzekerheid en voeding en voor de bestrijding van de klimaatverandering; vi) het verband tussen milieuaantasting en de klimaatverandering enerzijds en ontheemding en migratie anderzijds, en vii) de negatieve gevolgen van de klimaatverandering en milieuaantasting voor vrede en veiligheid.
Hoofdstuk 1. MILIEUDUURZAAMHEID
Artikel 55
1. De Partijen streven naar instandhouding, bescherming, verbetering en herstel van het milieu. Daartoe bevorderen zij maatregelen op nationaal, regionaal en mondiaal niveau, onder meer op het gebied van hoge biodiversiteitswaarde en de bescherming van natuurlijke ecosystemen, luchtkwaliteit, waterkwaliteit, waterschaarste en droogte, afvalbeheer, industriële verontreiniging en industriële gevaren en beheer van chemische stoffen.
2. De Partijen ondersteunen de instandhouding en het duurzame beheer en gebruik van natuurlijke hulpbronnen, waaronder de bodem, water, bossen, biodiversiteit en ecosystemen. Zij bevorderen maatregelen om een einde te maken aan de handel in beschermde dier- en plantensoorten en pakken zowel de vraag naar als het aanbod van illegale producten op basis van wilde dieren en planten aan. Zij bevorderen het duurzame beheer van grondbezit, visgronden en bossen.
3. De Partijen bevorderen rechtsinstrumenten, geïntegreerde milieu- en ontwikkelingsstrategieën en goed bestuur met het oog op de integratie van biodiversiteitsbelangen in alle relevante sectoren om biodiversiteitsverlies een halt toe te roepen en de verstrekking van ecosysteemdiensten in stand te houden. De Partijen bevorderen ecosysteemgerichte benaderingen en op de natuur gebaseerde oplossingen om de milieudoelstellingen te bereiken. Zij erkennen het belang van ecosystemen en biodiversiteit voor de aanpak van de klimaatverandering en voor de instandhouding en het herstel van alle ecosystemen, met inbegrip van aquatische en terrestrische ecosystemen. Zij zorgen ook voor de instelling, het beheer en de verbetering van de governance van beschermde gebieden.
4. De Partijen erkennen dat natuurlijke ecosystemen, met name bossen, habitats bieden voor dieren en planten en een belangrijke rol spelen bij de beperking van en de aanpassing aan de klimaatverandering, bij de instandhouding van de biodiversiteit en bij het voorkomen en bestrijden van woestijnvorming en bodemaantasting. De Partijen erkennen ook dat bossen, watergebieden en savannes zorgen voor water- en bodembescherming en bescherming tegen natuurrampen, en andere ecosysteemdiensten leveren. Rekening houdend met het bovenstaande bevorderen de Partijen de instandhouding en het herstel van alle ecosystemen, met inbegrip van bossen.
5. De Partijen zetten zich in voor de bestrijding van woestijnvorming, bodemdegradatie en droogte, en streven naar het herstel en de rehabilitatie van aangetast land en aangetaste bodem om duurzaam landbeheer tot stand te brengen alsook een omgeving waar geen landdegradatie meer plaatsvindt. Zij beperken het verlies aan biodiversiteit, scheppen werkgelegenheid en dragen bij tot de verbetering van de beschikbaarheid van ecosysteemdiensten en -functies, onder meer door de paraatheid voor en de bestendigheid tegen het droogterisico te verbeteren en de risico’s en gevolgen van zand- en stofstormen verder te verminderen.
6. De Partijen bevorderen eerlijke en gelijke toegang tot en verdeling van voordelen van het gebruik van genetische rijkdommen, alsook passende toegang tot deze rijkdommen, zoals internationaal overeengekomen.
7. De Partijen ondersteunen de bevordering van de kringloopeconomie en duurzame consumptie- en productiepraktijken, en streven ernaar gebruik te maken van de investeringsmogelijkheden die worden geboden door de beste beschikbare schone technologieën.
Hoofdstuk 2. OCEANEN, ZEEËN EN MARIENE HULPBRONNEN
Artikel 56
1. De Partijen erkennen de toenemende druk van door de mens veroorzaakte factoren op en de cumulatieve gevolgen daarvan voor zeeën en oceanen, en zij erkennen de aard van zeeën en oceanen als onderling verbonden gemeenschappelijke goederen, waarvan de instandhouding, bescherming en governance een gedeelde verantwoordelijkheid is die een collectief en gecoördineerd optreden van de belanghebbenden vereist. De Partijen herbevestigen het universele en geharmoniseerde karakter van Unclos als basis voor nationale, regionale en wereldwijde maatregelen en samenwerking in de mariene en maritieme sectoren.
2. De Partijen versterken de oceaangovernance en pakken doeltreffend de toenemende druk op zeeën en oceanen aan, die een bedreiging vormt voor de veerkracht van mariene ecosystemen en voor hun bijdrage aan de beperking van en aanpassing aan de klimaatverandering.
3. De Partijen bevorderen en verbeteren de bescherming en het herstel van mariene ecosystemen en de instandhouding en het duurzame beheer van mariene hulpbronnen, ook in gebieden buiten hun respectieve jurisdictie, met het oog op de totstandbrenging van gezonde en productieve oceanen. Zij bevorderen duurzaam visserijbeheer op nationaal, regionaal en mondiaal niveau door samen te werken met relevante regionale visserijorganisaties en door illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te bestrijden. De Partijen bevorderen de instandhouding van bedreigde in het water levende soorten alsook maatregelen om verontreiniging en zwerfvuil op zee te beperken en de gevolgen van de klimaatverandering, waaronder oceaanverzuring, aan te pakken.
4. De Partijen bevorderen de duurzame ontwikkeling van een blauwe economie met als doel de bijdrage van de oceanen aan voedselzekerheid en voeding veilig te stellen, de bestaansmiddelen te verbeteren, werkgelegenheid te scheppen en sociale rechtvaardigheid en cultureel welzijn voor de huidige en toekomstige generaties te waarborgen.
5. De Partijen ondersteunen de uitvoering van beleid en strategieën voor blauwe groei ter bevordering van geïntegreerd oceaanbeheer dat de diversiteit, productiviteit, veerkracht, kernfuncties en intrinsieke waarde van mariene ecosystemen herstelt, beschermt en in stand houdt.
6. De Partijen bevorderen de dialoog en de samenwerking over alle aspecten van oceaangovernance, met inbegrip van aangelegenheden in verband met de klimaatverandering, de stijging van de zeespiegel en de mogelijke gevolgen en implicaties daarvan, diepzeemijnbouw, visserij, verontreiniging van de zee en onderzoek en ontwikkeling.
Hoofdstuk 3. KLIMAATVERANDERING
Artikel 57
1. De Partijen erkennen dat de negatieve gevolgen van de klimaatverandering en de variabiliteit van het klimaat een bedreiging vormen voor het leven en de bestaansmiddelen van mensen. Zij bevestigen hun toezegging om dringend actie te ondernemen om klimaatverandering te voorkomen, de gevolgen ervan aan te pakken en dringend en op gecoördineerde wijze samen te werken op internationaal, regionaal, interregionaal en nationaal niveau, om het mondiale antwoord op de klimaatverandering te versterken.
2. De Partijen voeren het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering, gedaan te New York op 9 mei 1992, en de Overeenkomst van Parijs effectief uit.
3. De Partijen verbinden zich ertoe de algemene doelstelling te verwezenlijken om de stijging van de gemiddelde temperatuur wereldwijd ruim onder 2 °C te houden ten opzichte van het pre-industriële niveau en ernaar te streven de temperatuurstijging te beperken tot 1,5 °C ten opzichte van het pre-industriële niveau, het aanpassingsvermogen te vergroten, de kwetsbaarheden te verminderen en de veerkracht te vergroten, en alle investeringen en geldstromen in overeenstemming te brengen met de Overeenkomst van Parijs.
Artikel 58
1. De Partijen komen overeen klimaatmaatregelen te nemen om adaptatie en mitigatie aan te pakken en te zorgen voor de uitvoeringsmiddelen daarvoor, en zij komen overeen zich te richten op de meest kwetsbare landen, waaronder de kleine eilandstaten in ontwikkeling, laaggelegen kuststaten, de minst ontwikkelde landen en niet aan zee grenzende ontwikkelingslanden.
2. De Partijen komen overeen hun nationaal bepaalde bijdragen (NDC’s) uit te voeren en de voortgang ervan op te volgen en ernaar te streven langetermijnstrategieën te formuleren en te communiceren voor een op lage uitstoot van broeikasgassen gebaseerde ontwikkeling voor het midden van deze eeuw, om de in de Overeenkomst van Parijs overeengekomen temperatuurdoelstelling te bereiken, rekening houdend met hun gemeenschappelijke maar gedifferentieerde verantwoordelijkheden en respectieve capaciteiten in het perspectief van de diverse nationale omstandigheden. Zij verbinden zich ertoe de koppeling tussen de NDC’s, de Agenda 2030 en hun nationale strategieën te versterken.
3. De Partijen komen overeen zich in te zetten voor de planning en uitvoering van de nationale adaptatieplannen en andere strategieën, en de voortgang van de uitvoering ervan te monitoren. Zij verbinden zich ertoe daartoe doeltreffende bestuursstructuren op te zetten en te versterken. Zij erkennen dat de integratie van de nationale adaptatieplannen en andere aanpassingsstrategieën in nationale strategieën en processen verder moet worden versterkt om klimaatveerkrachtige duurzame ontwikkeling tot stand te brengen.
Artikel 59
De Partijen pakken de bedreiging aan die de klimaatverandering en milieuaantasting vormen voor vrede en veiligheid, met name in situaties van kwetsbaarheid en de meest kwetsbare landen. De Partijen ontwikkelen strategieën voor veerkracht, rekening houdend met de veiligheidsdreiging.
Hoofdstuk 4. NATUURRAMPEN
Artikel 60
1. De Partijen zijn zich bewust van de negatieve gevolgen van natuurrampen, waaronder tsunami’s, aardbevingen en vulkaanuitbarstingen, voor duurzame ontwikkeling alsook van de toenemende frequentie en intensiteit van klimaatgerelateerde verschijnselen zoals cyclonen en orkanen, overstromingen en droogte.
2. De Partijen bevorderen coherente beleidsmaatregelen en strategieën op alle niveaus om kwetsbaarheden en andere risicodeterminanten in kaart te brengen. Zij werken samen om de rampenbestendigheid tegen de korte- en langetermijneffecten van rampen te vergroten en besteden bijzondere aandacht aan de coördinatie, complementariteit en synergieën tussen de strategieën inzake rampenrisicovermindering en aanpassing aan de klimaatverandering. De Partijen ondernemen maatregelen inzake vroegtijdige waarschuwing en preventieve actie en verbeteren de risicobeperking en -paraatheid door de communicatie met het publiek en het risicobeheer te versterken en rampenrisicovermindering effectief in ontwikkelingsstrategieën te integreren.
3. De Partijen integreren in hun maatregelen systematisch de uitvoerige beoordeling en het beheer van en de bestendigheid tegen risico’s opdat personen, gemeenschappen, instellingen en landen zich beter kunnen voorbereiden op, beter bestand zijn tegen, zich beter kunnen aanpassen aan en snel herstellen van schokken en naschokken, ook wanneer de impact groter is dan alle mogelijke inspanningen om aan te passen zonder de vooruitzichten voor ontwikkeling op lange termijn aan te tasten.
4. De Partijen pakken rampenrisico’s aan met behulp van een geïntegreerde multirisicobenadering, die inzicht in het rampenrisico, de versterking van de governance ervan en de opbouw van institutionele capaciteit voor een doeltreffende uitvoering van risicogebaseerde investeringen omvat. Zij zorgen voor inclusieve en billijke resultaten om de veerkracht van de meest kwetsbaren op te bouwen.
5. De Partijen ontwikkelen strategieën ter versterking van de veerkracht van steden en plattelandsgebieden met het oog op een verbetering van het rampenrisicobeheer, met bijzondere aandacht voor ongeordende uitbreidingen.
Artikel 61
1. De Partijen zijn het erover eens dat een vroegtijdige en gecoördineerde respons op natuurrampen van cruciaal belang is voor rehabilitatie en herstel na rampen. De Partijen zijn het eens over het belang van gecoördineerde behoeftenanalysen, een betere rampenparaatheid en betere capaciteit voor een lokale, vroegtijdige en doeltreffende respons die tegemoetkomt aan de behoeften van door crises getroffen mensen, onder meer door middel van doeltreffende communicatiestrategieën.
2. De Partijen komen overeen dat bij rampenrespons en herstelinspanningen op korte termijn prioriteit moet worden gegeven aan noodhulp en rehabilitatie, met inbegrip van steun voor snel herstel. Zij zijn het erover eens dat bijstand na de noodfase erop gericht moet zijn verlichting op korte termijn te koppelen aan ontwikkeling op langere termijn, door middel van een duurzaam herstelproces en betere wederopbouw, met inbegrip van inspanningen voor de wederopbouw en het herstel van het sociaal-economische en culturele weefsel. Dit vereist een betere coördinatie tussen actoren op humanitair gebied en op het gebied van ontwikkeling vanaf het begin van de crisis om de veerkracht van de getroffen bevolkingsgroepen naar behoren op te bouwen.
Titel VI. MIGRATIE EN MOBILITEIT
Artikel 62
De Partijen herbevestigen hun verbintenis om de samenwerking op het gebied van migratie en mobiliteit te versterken op basis van de beginselen van solidariteit, partnerschap en gedeelde verantwoordelijkheid. Zij hanteren een brede, coherente, pragmatische en evenwichtige benadering, met volledige inachtneming van het internationaal recht, waaronder het internationaal recht inzake de mensenrechten en, in voorkomend geval, het internationaal vluchtelingenrecht en het internationaal humanitair recht, alsook met het soevereiniteitsbeginsel, rekening houdend met hun respectieve bevoegdheden. Zij erkennen dat migratie en mobiliteit, wanneer zij goed worden beheerd, positieve gevolgen kunnen hebben voor duurzame ontwikkeling, en zijn zich bewust van de noodzaak de negatieve gevolgen van irreguliere migratie voor de landen van herkomst, doorreis en bestemming aan te pakken. De Partijen komen overeen te werken aan capaciteitsopbouw met het oog op een efficiënt en doeltreffend beheer van migratie in al haar aspecten. Zij herhalen hun inzet voor de eerbiediging van de waardigheid van alle vluchtelingen en migranten en voor de bescherming van hun mensenrechten. De Partijen behandelen alle relevante aspecten van migratie en mobiliteit, zoals bedoeld in deze titel in het kader van hun regelmatige partnerschapsdialoog.
Hoofdstuk 1. LEGALE MIGRATIE EN MOBILITEIT
Artikel 63
1. De Partijen streven ernaar de vruchten te plukken van veilige, ordelijke en reguliere migratie en mobiliteit, met volledige inachtneming van het internationaal recht en in overeenstemming met hun respectieve bevoegdheden. In dat verband werken zij aan de ontwikkeling en het gebruik van legale migratiemogelijkheden, waaronder arbeidsmigratie en andere mobiliteitsregelingen, rekening houdend met de nationale prioriteiten en de behoeften van de arbeidsmarkt.
2. De Partijen streven ernaar transparante en doeltreffende voorwaarden voor toelating en verblijf toe te passen met het oog op werk, onderzoek, studie, opleiding en vrijwilligerswerk, om circulaire migratie en mobiliteit te vergemakkelijken. De Partijen versterken de transparantie van de informatie over migratieregels die van toepassing zijn.
3. De Partijen beschouwen circulaire migratie als een middel om groei en ontwikkeling in de landen van herkomst en bestemming te bevorderen. Daartoe nemen zij regelingen voor circulaire migratie in overweging en voeren zij de rechtskaders uit voor het faciliteren van de terugkeerprocedures van onderdanen van een lidstaat van de Europese Unie of van een OACPS-lid die legaal verblijven op, respectievelijk, het grondgebied van de OACPS-leden of het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie en verbeteren die waar nodig, en houden zij rekening met aspecten van de re-integratie van die personen in het land van herkomst om ervoor te zorgen dat hun opgedane ervaring of kwalificaties de plaatselijke arbeidsmarkt en gemeenschap ten goede kunnen komen.
4. De Partijen voeren een dialoog over procedures voor legale migratie, met inbegrip van gezinshereniging en, in voorkomend geval, meeneembaarheid van pensioenrechten. De Partijen zetten een open uitwisseling voort over visumkwesties en over het vergemakkelijken van mobiliteit en intermenselijke contacten, onder meer op gebieden als toerisme, cultuur, sport, onderwijs, onderzoek en het bedrijfsleven, met het oog op het bevorderen van wederzijds begrip en gedeelde waarden.
5. De Partijen bevorderen de samenwerking tussen de betrokken instanties en instellingen, lokale autoriteiten, het maatschappelijk middenveld en de sociale partners met het oog op het stimuleren van gezamenlijke onderzoeksprojecten, het in kaart brengen van lacunes in vaardigheden, investerings- en werkgelegenheidskansen en de evaluatie van het beleid en de strategieën op het gebied van arbeidsmigratie.
6. De Partijen werken samen om de transparantie en vergelijkbaarheid van alle kwalificaties te verbeteren, zodat zij gemakkelijker erkend worden voor toegang tot verder leren en gemakkelijker aanvaard op de arbeidsmarkt.
7. De Partijen werken samen om de registers van de burgerlijke stand te verbeteren en te moderniseren teneinde de veiligheid van identiteitskaarten en paspoorten te verhogen en de afgifte ervan te verbeteren.
Artikel 64
1. De Partijen zetten hun inspanningen voort voor de vaststelling van een effectief integratiebeleid voor personen die legaal op hun grondgebied verblijven, dat tot doel heeft rechten te verlenen en plichten op te leggen die vergelijkbaar zijn met die van de eigen burgers, en de sociale samenhang te bevorderen. In dit verband ondersteunen de Partijen de ontwikkeling en uitvoering van strategieën voor de integratie van onderdanen van een lidstaat van de Europese Unie of van een OACPS-lid die legaal verblijven op, respectievelijk, het grondgebied van de OACPS-leden of het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie in de arbeidsmarkten en de gastsamenlevingen, ter ondersteuning en versterking van de samenwerking en coördinatie tussen verschillende actoren die zich bezighouden met integratie op nationaal, regionaal en lokaal niveau, met inbegrip van het lokale bestuur en het maatschappelijk middenveld.
2. De Partijen komen overeen te zorgen voor eerlijke behandeling van onderdanen van een lidstaat van de Europese Unie of van een OACPS-lid die legaal verblijven op, respectievelijk, het grondgebied van de OACPS-leden of het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie, voor de versterking van non-discriminatie in het economische, sociale en culturele leven en voor de ontwikkeling van maatregelen tegen racisme en vreemdelingenhaat.
3. De Partijen komen overeen dat de behandeling van onderdanen van een lidstaat van de Europese Unie of van een OACPS-lid die legaal verblijven op, respectievelijk, het grondgebied van de OACPS-leden of het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie wat arbeidsvoorwaarden, beloning en ontslag betreft, vrij moet zijn van enige discriminatie op grond van nationaliteit ten opzichte van de eigen onderdanen van elke lidstaat van de Europese Unie respectievelijk van elk OACPS-lid. Daartoe werken de Partijen samen om ervoor te zorgen dat de migratievoorschriften en aanwervingsmechanismen gebaseerd zijn op eerlijke en ethische beginselen die waarborgen dat alle onderdanen van een lidstaat van de Europese Unie of van een OACPS-lid die legaal verblijven op, respectievelijk, het grondgebied van de OACPS-leden of het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie in de gastlanden eerlijk en waardig worden behandeld en beschermd worden tegen uitbuiting.
Hoofdstuk 2. MIGRATIE EN ONTWIKKELING
Artikel 65
De Partijen komen overeen dat goed beheerde migratie een bron kan zijn van welvaart, innovatie en duurzame ontwikkeling en komen tevens overeen samen te werken en landen van herkomst te steunen, onder meer door groei en werkgelegenheid te stimuleren en investeringen, de ontwikkeling van de private sector, handel en innovatie, onderwijs en beroepsopleiding, gezondheid, sociale bescherming en veiligheid, met name voor jongeren en vrouwen, te bevorderen. De Partijen werken samen om de voorwaarden te scheppen die de negatieve gevolgen van het verlies van vaardigheden voor de ontwikkeling van de landen van herkomst beperken.
Artikel 66
De Partijen erkennen de betekenisvolle rol van de diaspora’s en de verschillende vormen van bijdragen die de leden van de diaspora leveren aan de ontwikkeling van hun land van herkomst, onder meer via financiering, investeringen, overdracht van kennis, deskundigheid en technologie, culturele banden, netwerken en mechanismen, alsook in het kader van nationale verzoeningsprocessen.
Artikel 67
1. De Partijen streven ernaar goedkopere, veiligere, snellere en juridisch conforme overdrachten van overmakingen te bevorderen om productieve binnenlandse investeringen te stimuleren, onder meer door het gebruik van nieuwe technologieën en innovatieve instrumenten.
2. De Partijen werken samen om de transactiekosten van overmakingen tot minder dan 3 % te beperken en de transactieroutes met kosten van meer dan 5 % te elimineren, overeenkomstig internationaal overeengekomen doelstellingen, en het regelgevingskader voor een grotere betrokkenheid van niet-traditionele spelers te verbeteren.
Artikel 68
1. De Partijen erkennen het belang van Zuid-Zuid-migratie, zowel wat betreft de problemen die zij met zich meebrengt als de kansen die zij biedt, waaronder de potentiële voordelen van goed beheerde Zuid-Zuid-migratie voor de duurzame ontwikkeling van landen van herkomst, doorreis en bestemming. Daartoe ondersteunen de Partijen beleid en acties ter bevordering van de economische en sociale ontwikkeling in de landen van herkomst, doorvoer en bestemming.
2. De Partijen wisselen ervaringen en beste praktijken uit om de sociale en economische gevolgen van Zuid-Zuid-migratie voor de landen van herkomst, doorreis en bestemming te verzachten en zij versterken de samenwerking op nationaal en regionaal niveau.
Artikel 69
1. De Partijen houden rekening met het verband tussen migratie, waaronder ontheemding, en natuurrampen, klimaatverandering en milieuaantasting.
2. De Partijen nemen maatregelen om in de behoeften van ontheemden te voorzien door op alle relevante niveaus, ook op het interregionale niveau, strategieën vast te stellen op het gebied van de mitigatie van, aanpassing aan en bestendigheid tegen natuurrampen, de negatieve gevolgen van klimaatverandering en milieuaantasting.
Hoofdstuk 3. IRREGULIERE MIGRATIE
Artikel 70
1. De Partijen bevestigen de gezamenlijke politieke wil om de onderliggende oorzaken van irreguliere migratie en gedwongen ontheemding aan te pakken en om hierop adequaat te reageren.
2. De Partijen herbevestigen hun vastberadenheid om de irreguliere migratiestromen in te dammen, met volledige inachtneming van het internationaal recht en de mensenrechten. In dat verband erkennen zij de negatieve gevolgen van irreguliere migratie voor de landen van herkomst, doorreis en bestemming, waaronder de daarmee verband houdende problemen op humanitair gebied en op het gebied van veiligheid. De Partijen erkennen het toegenomen risico voor migranten om mensenrechtenschendingen te ervaren en het slachtoffer te worden van mensenhandel en misbruik, en zij komen overeen maatregelen te nemen om die migranten te beschermen tegen alle vormen van uitbuiting en misbruik.
Artikel 71
1. De Partijen intensiveren hun gezamenlijke inspanningen om grensoverschrijdende criminaliteit in verband met migrantensmokkel te voorkomen en zij versterken gezamenlijk hun inspanningen om een einde te maken aan de straffeloosheid van criminele organisaties, door middel van effectief onderzoek en effectieve vervolging.
2. De Partijen zorgen ervoor dat er passende juridische en institutionele kaders komen, in overeenstemming met het VN-Verdrag tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad, en met name het Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over zee en door de lucht daarbij. Zij verbinden zich er ook toe de uitwisseling van informatie te verbeteren en de operationele, politiële en justitiële samenwerking te bevorderen.
Artikel 72
De Partijen bestrijden mensenhandel overeenkomstig het VN-Verdrag tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en het bijbehorende Protocol inzake de voorkoming, bestrijding en bestraffing van mensenhandel, in het bijzonder vrouwenhandel en kinderhandel. De Partijen verbeteren de preventie, onder meer door de straffeloosheid van alle daders tegen te gaan, en zorgen ervoor dat alle slachtoffers toegang hebben tot de rechten die hun toekomen, in het bijzonder rekening houdend met de kwetsbaarheid van vrouwen en kinderen.
Artikel 73
De Partijen bevorderen en ondersteunen geïntegreerd grensbeheer, met inbegrip van grenscontroles, het verzamelen en delen van informatie en inlichtingen, en het voorkomen van de productie en het gebruik van frauduleuze documenten, alsmede operationele, politiële en justitiële samenwerking op het gebied van onderzoek en strafrechtelijke vervolging.
Hoofdstuk 4. TERUGKEER, OVERNAME EN RE-INTEGRATIE
Artikel 74
1. De Partijen bevestigen opnieuw dat zij het recht hebben illegaal verblijvende migranten terug te sturen en herbevestigen de wettelijke verplichting van elke lidstaat van de Europese Unie en elk OACPS-lid om hun eigen onderdanen die illegaal verblijven op, respectievelijk, het grondgebied van de OACPS-leden of het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie, over te nemen, zonder voorwaarden en zonder andere formaliteiten dan de in lid 3 bedoelde verificatie. Daartoe werken de Partijen samen op het gebied van terugkeer en overname en zorgen zij ervoor dat de rechten en de waardigheid van het individu ten volle worden beschermd en geëerbiedigd, onder meer in het kader van procedures voor terugkeer van illegaal verblijvende migranten naar hun land van herkomst.
2.
Elke lidstaat van de Europese Unie aanvaardt de terugkeer en overname van zijn onderdanen die illegaal op het grondgebied van een OACPS-lid verblijven, op verzoek van die staat, zonder verdere formaliteiten dan de in lid 3 bedoelde verificatie voor personen die niet in het bezit zijn van een geldig reisdocument.
Elk OACPS-lid aanvaardt de terugkeer en overname van zijn onderdanen die illegaal op het grondgebied van een lidstaat van de Europese Unie verblijven, op verzoek van die lidstaat, zonder verdere formaliteiten dan de in lid 3 bedoelde verificatie voor personen die niet in het bezit zijn van een geldig reisdocument.
Wat de lidstaten van de Europese Unie betreft, zijn de in dit lid vastgestelde verplichtingen uitsluitend van toepassing op personen die de nationaliteit van een lidstaat van de Europese Unie bezitten. Wat de OACPS-leden betreft, zijn de in dit lid vastgestelde verplichtingen uitsluitend van toepassing op personen die overeenkomstig het rechtsstelsel van het betrokken land geacht worden hun onderdanen te zijn.
3. De lidstaten van de Europese Unie en de OACPS-leden reageren snel op elkaars overnameverzoeken. Zij voeren verificatieprocedures uit aan de hand van de meest geschikte en meest efficiënte identificatieprocedures, teneinde de nationaliteit van de betrokken persoon vast te stellen en passende reisdocumenten voor terugkeerdoeleinden af te geven, zoals uiteengezet in bijlage I. Niets in die bijlage belet de terugkeer van een persoon op basis van andere formele of informele regelingen tussen de staat waaraan een overnameverzoek wordt gericht en de staat die een overnameverzoek indient.
4. Onverminderd de in artikel 101, lid 5, vastgestelde procedures stelt een Partij, indien zij van oordeel is dat een andere Partij de in bijlage I vermelde termijn overeenkomstig bijlage 9, hoofdstuk 5, norm 5.26, van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart niet in acht neemt, de andere Partij daarvan in kennis. Indien die andere Partij nog steeds niet aan die verplichtingen voldoet, kan de kennisgevende Partij vanaf dertig dagen na de kennisgeving evenredige maatregelen nemen.
5. De Partijen komen overeen toezicht te houden op de uitvoering van deze verplichtingen in het kader van de regelmatige partnerschapsdialoog tussen de Partijen.
Artikel 75
De Partijen onderzoeken manieren om samen te werken om vrijwillige terugkeer te bevorderen en de duurzame re-integratie van teruggekeerde personen te vergemakkelijken, in voorkomend geval door middel van duurzame re-integratieprogramma’s. Er wordt bijzondere aandacht besteed aan de behoeften van terugkerende personen in een kwetsbare situatie, zoals kinderen, ouderen, personen met een handicap en slachtoffers van mensenhandel.
Hoofdstuk 5. BESCHERMING EN ASIEL
Artikel 76
1. De Partijen verbinden zich ertoe de bescherming en waardigheid van vluchtelingen en andere ontheemden te versterken in overeenstemming met het internationaal recht en het internationaal recht inzake de mensenrechten, waaronder het beginsel van non-refoulement en, indien van toepassing, het internationaal vluchtelingenrecht en het internationaal humanitair recht.
2. De Partijen ondersteunen waar nodig de integratie van vluchtelingen en andere ontheemden in de gastlanden en versterken de capaciteit van de landen van eerste opvang, doorreis en bestemming. De Partijen werken samen om vluchtelingen en ontheemden in transit- en gastlanden veiligheid te bieden in vluchtelingenkampen alsook toegang tot de rechter, juridische bijstand, getuigenbescherming en medische en sociaal-psychologische ondersteuning.
3. De Partijen besteden bijzondere aandacht aan personen in een kwetsbare situatie en hun specifieke behoeften, waaronder vrouwen, kinderen en niet-begeleide minderjarigen, rekening houdend met het beginsel van het belang van het kind.
Deel III. MONDIALE ALLIANTIES EN INTERNATIONALE SAMENWERKING
Artikel 77
De Partijen bevestigen opnieuw het belang van samenwerking op internationaal niveau met het oog op de bevordering en verdediging van hun gemeenschappelijke belangen en de instandhouding en versterking van het multilateralisme. Zij verbinden zich ertoe de krachten te bundelen voor een vreedzamere, meer coöperatieve en rechtvaardige wereld, die stevig berust op de gemeenschappelijke waarden van vrede, democratie, de mensenrechten, de rechtsstaat, gendergelijkheid, duurzame ontwikkeling, behoud van het milieu en de strijd tegen de klimaatverandering. Zij zijn het erover eens dat het belangrijk is mondiale allianties op te bouwen en te versterken om een doeltreffend multilateraal systeem tot stand te brengen dat resultaten oplevert bij het aanpakken van mondiale uitdagingen voor een veiligere en betere wereld voor iedereen.
Artikel 78
1. De Partijen zetten zich in voor de op regels gebaseerde wereldorde, met multilateralisme als basisbeginsel en de VN als kern. Zij bevorderen de internationale dialoog en zoeken naar multilaterale oplossingen om wereldwijde actie vooruit te helpen.
2. De Partijen zetten de nodige stappen voor de ratificatie of toetreding tot, naargelang het geval, en de uitvoering en omzetting in nationale wetgeving van de toepasselijke internationale verdragen en overeenkomsten.
3. De Partijen streven ernaar de global governance te versterken en de noodzakelijke hervormingen en modernisering van multilaterale instellingen te ondersteunen om deze representatiever, responsiever, doeltreffender, efficiënter, inclusiever, transparanter, democratischer en verantwoordelijker te maken.
4. De Partijen verdiepen hun multistakeholderbenadering van multilateralisme door het maatschappelijk middenveld, de private sector en de sociale partners effectiever te betrekken bij de ontwikkeling van antwoorden op mondiale uitdagingen.
Artikel 79
1. De Partijen streven ernaar gezamenlijke resoluties, verklaringen en verklaringen aan te nemen, hun standpunten en, in voorkomend geval, hun stem op elkaar af te stemmen en gezamenlijk op te treden, op basis van gemeenschappelijke belangen, wederzijds respect en gelijkheid, om hun aanwezigheid in internationale en regionale organisaties en fora te vergroten en er hun stem luider te laten klinken.
2. De Partijen stellen passende operationele regelingen vast voor doeltreffende samenwerking en coördinatie op internationaal niveau, onder meer door ministeriële bijeenkomsten tussen de OACPS-leden en de EU bijeen te roepen. Zij streven ernaar om op regelmatige basis overeenstemming te bereiken over een reeks strategische thema’s, zowel op politiek als op operationeel niveau, en hun krachten te bundelen met betrekking tot onderwerpen van wederzijds en mondiaal belang om wereldwijde actie vooruit te helpen.
3. De Partijen kunnen er actief naar streven nauw samen te werken en strategische partnerschappen tot stand te brengen met derde landen en groepen die hun waarden en belangen delen, om zoveel mogelijk tot gezamenlijke oplossingen voor gemeenschappelijke uitdagingen te komen.
Artikel 80
1. De Partijen komen overeen samen te werken en gezamenlijke acties te ondernemen met betrekking tot kwesties die verband houden met de in deel II neergelegde strategische prioriteiten en op andere aandachtsgebieden die zij noodzakelijk achten.
2. De Partijen versterken de samenwerking en dialoog om de internationale vrede en veiligheid te waarborgen. Zij hanteren een inclusieve en geïntegreerde aanpak ter voorkoming en voor de aanpak van conflicten en crises, die wortelt in brede, diepe en duurzame regionale en internationale partnerschappen. Zij werken op nationaal, regionaal en internationaal niveau aan de verbetering van de doeltreffendheid van de multilaterale inzet voor duurzame vrede en veiligheid door middel van versterkte partnerschappen met de VN en regionale en subregionale actoren. Zij pakken ernstige misdrijven aan die de internationale gemeenschap aangaan en bedreigingen voor de internationale veiligheid, zoals georganiseerde misdaad, terrorisme en gewelddadig extremisme, en zij werken samen om de internationale architectuur voor wapenbeheersing, non-proliferatie en ontwapening te bevorderen en te versterken, de cyberveiligheid te vergroten en cybercriminaliteit te bestrijden.
3. De Partijen nemen deel aan internationale fora om internationale normen en overeenkomsten te handhaven om de mensenrechten voor iedereen te bevorderen en te beschermen, gendergelijkheid te verwezenlijken en de democratie en de rechtsstaat te bevorderen. Zij werken samen met de mensenrechtenorganen en mensenrechtenmechanismen van de VN en ondersteunen de werkzaamheden van de Mensenrechtenraad van de VN ten volle. In voorkomend geval smeden zij transregionale allianties om gemeenschappelijke waarden en belangen te dienen.
4.
De Partijen werken samen om de SDG’s en andere internationaal overeengekomen routekaarten voor de bevordering van menselijke en sociale ontwikkeling te verwezenlijken. Zij werken nauw samen op internationaal niveau om:
a. a. extreme armoede en honger uit te bannen; b. b. voedselonzekerheid aan te pakken en er een antwoord op te bieden; c. c. de universele toegang tot hoogwaardige en betaalbare sociale diensten zoals onderwijs, gezondheid, water, sanitaire voorzieningen en huisvesting te bevorderen; d. d. vrouwen en jongeren mondiger te maken; en e. e. de meest kwetsbaren in de samenleving te beschermen en hun inclusie in, en bijdrage aan, het economische, sociale en politieke leven te vergemakkelijken, waarbij niemand aan zijn lot wordt overgelaten.
Zij werken samen aan de versterking van de samenhang en consistentie van het internationale financiële en monetaire stelsel, om ervoor te zorgen dat ontwikkelingsfinanciering ter ondersteuning van duurzame ontwikkeling beter toegankelijk is.
5. De Partijen werken samen op internationaal niveau om inclusieve, duurzame economische groei en ontwikkeling tot stand te brengen aan de hand van maatregelen die gericht zijn op structurele economische transformatie, het scheppen van fatsoenlijke banen voor iedereen en de integratie van de OACPS-leden in de wereldeconomie, onder meer via regionale en continentale integratie. De Partijen behouden en versterken het op regels gebaseerde multilaterale handelsstelsel, met de WTO als kern, in al haar functies, om ervoor te zorgen dat het de mondiale handelsuitdagingen doeltreffend kan aanpakken en het ontwikkelingspotentieel van de handel kan benutten.
6. De Partijen intensiveren hun samenwerking om krachtige en doortastende collectieve actie op het gebied van milieuduurzaamheid en klimaatverandering te bevorderen, de mondiale ambitie te verhogen en het voortouw te nemen bij het verwezenlijken van de langetermijndoelstellingen van de Overeenkomst van Parijs. Zij handhaven internationale normen en overeenkomsten die mondiale collectieve goederen leveren en toekomstige generaties beschermen, onder meer door inspanningen te leveren om de internationale oceaangovernance te versterken.
7. De Partijen werken met partners over de hele wereld samen aan een brede en holistische aanpak van alle aspecten die verband houden met migratie en mobiliteit, op basis van de beginselen van solidariteit, gedeelde verantwoordelijkheid en partnerschap.
Deel IV. MIDDELEN VOOR SAMENWERKING EN UITVOERING
Artikel 81
1. De Partijen komen overeen zowel financiële als niet-financiële middelen te mobiliseren om de doelstellingen van deze Overeenkomst te verwezenlijken op basis van wederzijdse belangen, in de geest van een echt partnerschap en in overeenstemming met het beginsel „leaving no one behind”. Zij onderstrepen het cruciale belang van de financiering van ontwikkeling die essentieel is voor de uitvoering van de Agenda 2030 en de Overeenkomst van Parijs.
2. De Partijen komen overeen dat de middelen voor samenwerking gediversifieerd moeten zijn, en verschillende beleidslijnen en -instrumenten dienen te omvatten, afkomstig uit alle beschikbare bronnen en van alle beschikbare actoren. Zij komen tevens overeen de middelen voor samenwerking af te stemmen op en uit te voeren op basis van de op nationaal, regionaal, continentaal en interregionaal niveau vastgestelde doelstellingen, strategieën en prioriteiten van de verschillende landen en regio’s.
3. De Partijen herbevestigen hun gehechtheid aan de beginselen inzake doeltreffende ontwikkelingshulp, namelijk eigen verantwoordelijkheid van partnerlanden voor de ontwikkelingsprioriteiten, inclusieve partnerschappen, resultaatgerichtheid, transparantie en wederzijdse verantwoordingsplicht.
Artikel 82
1. De EU herbevestigt haar politieke wil om de middelen voor ontwikkelingssamenwerking te verhogen met het oog op de verwezenlijking van duurzame ontwikkeling, met name door armoede uit te bannen en aantasting van het milieu en de klimaatverandering te bestrijden. De EU verbindt zich ertoe het passende niveau van financiële middelen beschikbaar te stellen in overeenstemming met haar interne voorschriften en procedures.
2. De Partijen komen overeen dat bij de toewijzing van middelen prioriteit moet worden gegeven aan de meest behoeftige landen, waar deze middelen het meeste effect kunnen hebben, met name de minst ontwikkelde landen, lage-inkomenslanden, landen in een crisis- of conflictsituatie, in een zwakke of kwetsbare situatie na een crisis en/of conflict, met inbegrip van kleine eilandstaten in ontwikkeling en niet aan zee gelegen ontwikkelingslanden. Daarnaast wordt de nodige aandacht besteed aan de specifieke problemen waarmee middeninkomenslanden worden geconfronteerd, met name in verband met ongelijkheid, sociale uitsluiting en hun toegang tot hulpbronnen.
3. De EU mobiliseert middelen voor de ondersteuning van programma’s in staten in Afrika, het Caribisch gebied en het gebied van de Stille Oceaan en draagt bij aan regionale, interregionale en intercontinentale samenwerking en initiatieven die tot doel hebben de samenwerking tussen de Partijen op onderwerpen van wederzijds en gemeenschappelijk belang te versterken.
4. De Partijen komen overeen dat de samenwerking verschillende vormen kan aannemen, zoals programma’s ter ondersteuning van het sectoraal beleid, maatregelen voor administratieve en technische samenwerking, capaciteitsopbouw en driehoeksregelingen, en dat zij kan worden verleend via verschillende soorten financiering en procedures, waaronder begrotingssteun, begrotingsgaranties en blendingverrichtingen.
5. De EU en de verder gevorderde OACPS-leden verbinden zich ertoe nieuwe vormen van samenwerking te ontwikkelen, waaronder innovatieve financiële instrumenten en cofinanciering.
6. De Partijen werken samen en bevorderen het gebruik van financiële middelen om het mobiliseren van binnenlandse middelen te bevorderen, humanitaire en noodhulp te verlenen, onvoorziene omstandigheden, nieuwe behoeften of nieuwe problemen aan te pakken, de handel te vergemakkelijken en internationale initiatieven of prioriteiten te bevorderen.
7.
De Partijen komen overeen dat elk besluit om begrotingssteun te verlenen:
a. a. op een duidelijke reeks subsidiabiliteitscriteria en een zorgvuldige beoordeling van de risico’s en voordelen gebaseerd moet zijn; b. b. op de eigen verantwoordelijkheid van het land, wederzijdse verantwoordingsplicht en de gezamenlijke gehechtheid aan universele waarden en beginselen gebaseerd moet zijn; c. c. een versterkte beleidsdialoog en beter bestuur en aanvullende inspanningen om meer te innen en beter te besteden moet omvatten; en d. d. zodanig gedifferentieerd moet zijn dat beter wordt ingespeeld op de politieke, economische en sociale context van het begunstigde land.
8. De Partijen komen overeen de voorspelbaarheid en veiligheid van de middelenstromen te bevorderen en hun inspanningen op te voeren om de wijze waarop zij ontwikkelingssamenwerking beheren en uitvoeren, verder te verbeteren, met name aan de hand van meer coördinatie en samenhang en door rekening te houden met hun respectieve comparatieve voordelen, waaronder ervaringen op het gebied van transitie.
9. De Partijen komen overeen de programmering te baseren op een vroegtijdige, continue en inclusieve dialoog tussen de EU en de OACPS-leden, met inbegrip van nationale en lokale autoriteiten, regionale, continentale en internationale organisaties, parlementen, het maatschappelijk middenveld, de private sector en andere belanghebbenden, om de democratische betrokkenheid bij het proces te vergroten en steun voor nationale en regionale strategieën aan te moedigen. Zij komen overeen de programmering in voorkomend geval af te stemmen op de strategische cycli van de begunstigden en verbinden zich ertoe gebruik te maken van hun instellingen, systemen en procedures. Zij komen tevens overeen dat de programmering een specifiek, op maat gesneden meerjarenkader voor samenwerking moet bieden, met inbegrip van gediversifieerde middelen voor samenwerking.
10. De Partijen komen overeen dat samenwerking met derde landen en andere actoren, met inbegrip van Zuid-Zuid- en trilaterale samenwerking, moet worden aangemoedigd in geval van duidelijke meerwaarde en een bewezen comparatief voordeel.
11. De Partijen kunnen besluiten om op een voor beide Partijen aanvaardbaar tijdstip een evaluatie uit te voeren van het beheer en de impact van de financiële middelen om de doeltreffendheid van de programmering en de toewijzing van de steun te verbeteren.
12. De Partijen versterken de dialoog en de samenwerking voor een goed gebruik van de financiële middelen, onder meer door middel van samenwerking met het Europees Bureau voor fraudebestrijding waar nodig.
Artikel 83
1. De OACPS-leden die Partij zijn bij deze Overeenkomst, bevestigen opnieuw dat zij zich inzetten om de mobilisatie van binnenlandse middelen te bevorderen. Zij bevorderen een klimaat dat meer binnenlandse private stromen genereert en stimuleren de handel als motor voor ontwikkeling.
2. De OACPS-leden die Partij zijn bij deze Overeenkomst, streven ernaar de inning van inkomsten te verbeteren door middel van gemoderniseerde belastingstelsels, een beter belastingbeleid, efficiëntere belastinginning en een versterkte en hervormde belastingadministratie. Zij streven ernaar de billijkheid, transparantie, efficiëntie en doeltreffendheid van hun belastingstelsels te verbeteren, onder meer door de belastinggrondslag te verbreden en zich te blijven inspannen om de informele sector in de formele economie te integreren, in overeenstemming met de omstandigheden in het land. Zij versterken de fiscale legitimiteit door de efficiëntie en doeltreffendheid van hun overheidsuitgaven te verbeteren.
3. De Partijen komen overeen hun inspanningen op het gebied van de bestrijding van illegale geldstromen op te voeren om dergelijke geldstromen uit te bannen, samen te werken voor de terugvordering van verloren activa en kapitaal en goede praktijken inzake de teruggave van activa te versterken voor het bevorderen van duurzame ontwikkeling. Zij bevorderen maatregelen voor de bestrijding van corruptie, fraude en witwassen en nemen maatregelen om belastingontwijking, belastingontduiking en andere schadelijke belastingpraktijken aan te pakken, door middel van meer internationale samenwerking, verbeterde interne regelgeving en versterkte capaciteit en uitwisseling van informatie.
4. De Partijen bevorderen goed financieel en fiscaal bestuur, transparantie en verantwoordingsplicht en werken samen om deze te versterken. Zij verbinden zich ertoe de internationale samenwerking op belastinggebied op inclusieve, billijke en transparante wijze op te voeren en komen, in dat verband, overeen om in het kader van internationale fora samen te werken op het gebied van belastingaangelegenheden.
Artikel 84
1. De Partijen erkennen dat kapitaalstromen uit de private sector een cruciale aanvulling vormen op de nationale ontwikkelingsinspanningen. Zij ontwikkelen beleid en versterken, waar nodig, de regelgevingskaders en -instrumenten om stimulansen voor de private sector beter af te stemmen op de doelstellingen van algemeen belang. Zij werken samen om duurzame en verantwoorde investeringen te mobiliseren, de private sector aan te moedigen om als partner aan het ontwikkelingsproces deel te nemen, en te investeren in gebieden die van cruciaal belang zijn voor duurzame ontwikkeling.
2. De Partijen streven ernaar gebruik te maken van een combinatie van subsidies en leningen en van garanties als hefbomen om private financiering aan te trekken en marktfalen aan te pakken, en tegelijkertijd marktverstoringen te beperken.
3. De Partijen erkennen dat geldovermakingen cruciaal zijn als private bronnen van financiering voor duurzame ontwikkeling. Zij voeren toepasselijke wetgeving en regelgevingskaders in om een concurrerende en transparante markt tot stand te brengen voor goedkopere, snellere en veiligere overmakingen van geld via legale en officiële kanalen in zowel de landen van herkomst als de ontvangende landen, en om te komen tot innovatieve en betaalbare oplossingen voor de overmakingen. Zij moedigen de productie van innovatieve financiële producten aan en creëren stimulansen om de bijdrage van hun diaspora’s aan ontwikkeling te versterken. Zij bevorderen de dialoog tussen alle betrokken publieke en private belanghebbenden om geldovermakingen te vergemakkelijken, met als doel de impact ervan op ontwikkeling te vergroten.
Artikel 85
1. De Partijen verbinden zich ertoe de schuld op lange termijn houdbaar te maken door een gecoördineerd beleid te voeren dat gericht is op de financiering, matiging, herstructurering of het beheer van de schuld, naargelang het geval. Zij komen overeen landen te helpen bij de opbouw van capaciteit op het gebied van schuldbeheer en de ontwikkeling van schuldstrategieën voor de middellange en lange termijn.
2. De Partijen onderstrepen het belang van samenwerking tussen debiteuren en crediteuren om schuldencrises te voorkomen en op te lossen. Zij zijn het erover eens dat de dialoog, de uitwisseling van informatie en de transparantie moeten worden versterkt, zodat beoordelingen en analysen van de houdbaarheid van de schuldpositie gebaseerd worden op uitgebreide, objectieve en betrouwbare gegevens.
3. Rekening houdend met het verband tussen schuld en economische groei verbinden de Partijen zich ertoe een dialoog aan te gaan en samenwerking aan te gaan in het kader van internationale besprekingen over het algemene schuldenprobleem, onverminderd specifieke besprekingen die plaatsvinden in de betrokken fora.
4. De Partijen komen overeen om waar passend een bijdrage te leveren aan internationaal goedgekeurde initiatieven inzake schuldverlichting om de renteaflossingslast van de OACPS-leden te verlichten.
Deel V. INSTITUTIONEEL KADER
Artikel 86
1. De Partijen stellen de volgende gezamenlijke instellingen in op het niveau van de OACPS-leden en de EU: de OACPS-EU-Raad van Ministers, het OACPS-EU-Comité van hoge ambtenaren op ambassadeursniveau (OACPS-EU-Alsoc) en de Paritaire Parlementaire Vergadering OACPS-EU. De Partijen stellen ook een Raad van Ministers, een Gemengd Comité en een Parlementaire Vergadering in als gezamenlijke instellingen voor elk van de Regionale Protocollen.
2. De Partijen streven naar coördinatie en complementariteit tussen de gezamenlijke instellingen en de gezamenlijke instellingen van andere kaders of overeenkomsten waarbij zij partij zijn, waaronder de EPO’s, onverminderd de desbetreffende bepalingen daarin.
Artikel 87
De Partijen kunnen gezamenlijk overeenkomen bijeen te komen op het niveau van staatshoofden en regeringsleiders, in een passende vorm, op basis van een onderling overeengekomen kalender en agenda.
Artikel 88
1. De OACPS-EU-Raad van Ministers bestaat uit een vertegenwoordiger van elk OACPS-lid op ministerieel niveau, enerzijds, en vertegenwoordigers van de Europese Unie en van haar lidstaten op ministerieel niveau, anderzijds. Hij wordt gezamenlijk voorgezeten door de voorzitter die door de OACPS-leden is benoemd, enerzijds, en de voorzitter die door de EU is benoemd, anderzijds.
2. De OACPS-EU-Raad van Ministers komt in beginsel om de drie jaar bijeen en telkens wanneer zulks op initiatief van de medevoorzitters noodzakelijk wordt geacht, in een vorm en samenstelling die passend zijn voor de te behandelen onderwerpen. Waarnemers kunnen in voorkomend geval aan bijeenkomsten deelnemen.
3. De OACPS-EU-Raad van Ministers kan comités en werkgroepen oprichten om specifieke kwesties doeltreffender en efficiënter te behandelen, zoals kwesties op het gebied van handel en ontwikkelingsfinanciering. Hij kan ook bevoegdheden delegeren aan het OACPS-EU-Alsoc.
4.
De OACPS-EU-Raad van Ministers heeft de volgende taken:
a. a. strategische politieke sturing geven; b. b. toezien op de effectieve en consistente uitvoering van deze Overeenkomst; c. c. beleidsrichtsnoeren vaststellen en besluiten nemen om uitvoering te geven aan specifieke aspecten die nodig zijn voor de uitvoering van de bepalingen van deze Overeenkomst, en d. d. gemeenschappelijke standpunten vaststellen en overeenstemming bereiken over gezamenlijke acties inzake internationale samenwerking, en de coördinatie in internationale organisaties en fora vergemakkelijken.
5. De OACPS-EU-Raad van Ministers stelt in onderlinge overeenstemming besluiten vast die bindend zijn voor alle Partijen, tenzij anders is bepaald, of doet aanbevelingen met betrekking tot een van zijn in lid 4 genoemde functies. Zijn werkzaamheden zijn slechts geldig indien de vertegenwoordigers van de Europese Unie, ten minste de helft van de lidstaten van de Europese Unie en ten minste twee derde van de leden die de regeringen van de OACPS-leden vertegenwoordigen, aanwezig zijn. Ieder lid van de OACPS-EU-Raad van Ministers kan zich bij verhindering laten vertegenwoordigen. Het plaatsvervangend lid oefent alle rechten van het verhinderde lid uit. De OACPS-EU-Raad van Ministers zal de Paritaire Parlementaire Vergadering een verslag over de uitvoering van deze Overeenkomst doen toekomen. Hij bestudeert resoluties en aanbevelingen van de Paritaire Parlementaire Vergadering en neemt die in overweging.
6. De OACPS-EU-Raad van Ministers kan besluiten nemen of aanbevelingen doen via een schriftelijke procedure. Het gebruik van de schriftelijke procedure kan door een van de Partijen worden voorgesteld en kan worden ingeleid met instemming van de medevoorzitters. Het bepaalde in lid 5 is van overeenkomstige toepassing op de schriftelijke procedure.
7. De OACPS-EU-Raad van Ministers stelt tijdens zijn eerste bijeenkomst en uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van de Overeenkomst zijn reglement van orde vast.
Artikel 89
1. Het OACPS-EU-Comité op het niveau van ambassadeurs of hoge ambtenaren (OCAPS-EU-Alsoc) bestaat uit een vertegenwoordiger van elk OACPS-lid op het niveau van ambassadeurs of hoge ambtenaren en de secretaris-generaal van de OACPS, ambtshalve, enerzijds, en vertegenwoordigers van de Europese Unie en van haar lidstaten op het niveau van ambassadeurs of hoge ambtenaren, anderzijds. Het OACPS-EU-Alsoc komt jaarlijks en in bijzondere zittingen bijeen op verzoek van de medevoorzitters, en met name ter voorbereiding van de zittingen van de OACPS-EU-Raad van Ministers. Het wordt gezamenlijk voorgezeten door dezelfde Partijen die het medevoorzitterschap bekleden van de OACPS-EU-Raad van Ministers. Het neemt zijn besluiten en doet aanbevelingen in onderlinge overeenstemming tussen de Partijen. Waarnemers kunnen in voorkomend geval aan bijeenkomsten deelnemen.
2. Het OACPS-EU-Alsoc bereidt de bijeenkomsten van de OACPS-EU-Raad van Ministers voor en staat deze bij in de vervulling van zijn taken, en het voert alle opdrachten uit waarmee het door de OACPS-EU-Raad van Ministers is belast.
3. Het OACPS-EU-Alsoc stelt tijdens zijn eerste bijeenkomst en uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van de Overeenkomst zijn reglement van orde vast.
Artikel 90
1. Elk lid van de drie Regionale Parlementaire Vergaderingen is lid van de Paritaire Parlementaire Vergadering OACPS-EU. De Paritaire Parlementaire Vergadering OACPS-EU komt eenmaal per jaar bijeen, zoals nader bepaald in haar in lid 3 bedoelde reglement van orde. Zij wordt gezamenlijk voorgezeten door een lid van het Europees Parlement en een parlementslid van de OACPS-leden, die volgens hun respectieve procedures worden benoemd.
2.
De Paritaire Parlementaire Vergadering OACPS-EU heeft de volgende taken als raadgevend lichaam:
a. a. resoluties aannemen en aanbevelingen doen met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst, en b. b. democratische processen bevorderen, de samenwerking tussen parlementen stimuleren en het begrip tussen de volkeren van de OACPS-leden en die van de Europese Unie bevorderen.
3. De Paritaire Parlementaire Vergadering OACPS-EU stelt tijdens haar eerste bijeenkomst maar uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst haar reglement van orde vast.
Artikel 91
De Partijen bij elk Regionaal Protocol kunnen besluiten bijeen te komen op het niveau van staatshoofden en regeringsleiders, op door de respectieve Partijen overeengekomen tijdstippen, op basis van een onderling overeengekomen kalender en agenda.
Artikel 92
1.
De Partijen stellen voor elk van de drie Regionale Protocollen een Raad van Ministers in:
a. a. de Raad van Ministers Afrika-EU bestaat uit een vertegenwoordiger op ministerieel niveau van elke staat in Afrika die Partij is, enerzijds, en vertegenwoordigers op ministerieel niveau van de Europese Unie en van haar lidstaten, anderzijds; b. b. de Raad van Ministers Caribisch gebied-EU bestaat uit een vertegenwoordiger op ministerieel niveau van elke staat in het Caribisch gebied die Partij is, enerzijds, en vertegenwoordigers op ministerieel niveau van de Europese Unie en van haar lidstaten, anderzijds, en c. c. de Raad van Ministers Stille Oceaan-EU bestaat uit een vertegenwoordiger op ministerieel niveau van elke staat in de Stille Oceaan die Partij is, enerzijds, en vertegenwoordigers op ministerieel niveau van de Europese Unie en van haar lidstaten, anderzijds.
Elke Regionale Raad van Ministers wordt gezamenlijk voorgezeten door de voorzitter die respectievelijk door de staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan die Partij zijn, is benoemd, enerzijds, en door de voorzitter die door de EU is benoemd, anderzijds, overeenkomstig hun eigen procedures.
Elke Regionale Raad van Ministers komt op door de respectieve Partijen overeen te komen tijdstippen bijeen, in een samenstelling die passend is voor de te behandelen onderwerpen en op initiatief van de medevoorzitters, en neemt besluiten in onderlinge overeenstemming.
2.
Elke Regionale Raad van Ministers heeft de volgende taken:
a. a. prioriteiten stellen en, in voorkomend geval, actieplannen opstellen met betrekking tot de doelstellingen van zijn respectieve Regionale Protocol; b. b. besluiten nemen en aanbevelingen doen om uitvoering te geven aan specifieke aspecten van zijn respectieve Regionale Protocol, met inbegrip van besluiten betreffende de herziening of wijziging daarvan, overeenkomstig artikel 99, lid 5; de besluiten zijn bindend voor alle Partijen bij het respectieve Regionale Protocol, tenzij anders bepaald, en c. c. dialoog voeren en van gedachten wisselen over onderwerpen van gemeenschappelijk belang.
3. Elke Regionale Raad van Ministers stelt besluiten vast of doet aanbevelingen in onderlinge overeenstemming. Zijn werkzaamheden zijn slechts geldig indien de vertegenwoordigers van de Europese Unie, ten minste de helft van de lidstaten van de Europese Unie en ten minste twee derde van de leden die de respectieve regio Afrika, Caribisch gebied en Stille Oceaan vertegenwoordigen, aanwezig zijn. Ieder lid van elke Regionale Raad van Ministers kan zich bij verhindering laten vertegenwoordigen. Het plaatsvervangend lid oefent alle rechten van het verhinderde lid uit.
4.
Elke Regionale Raad van Ministers:
a. a. kan besluiten nemen of aanbevelingen doen via een schriftelijke procedure; het bepaalde in artikel 88 is van overeenkomstige toepassing op de schriftelijke procedure van de Regionale Raad van Ministers; b. b. kan subcomités en werkgroepen oprichten om specifieke kwesties effectiever en efficiënter te behandelen en kan bevoegdheden delegeren aan het respectieve Regionale Gemengd Comité; c. c. legt de OACPS-EU-Raad van Ministers een verslag over de uitvoering van zijn respectieve Protocol over, en d. d. stelt tijdens zijn eerste bijeenkomst maar uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst zijn reglement van orde vast.
Artikel 93
1. Elk Regionaal Gemengd Comité bestaat uit een vertegenwoordiger van elk Afrikaans OACPS-lid voor het Protocol Afrika-EU, elk Caribisch OACPS-lid voor het Protocol Caribisch gebied-EU, en elk OACPS-lid uit de Stille Oceaan voor het Protocol Stille Oceaan-EU, op het niveau van ambassadeurs of hoge ambtenaren, enerzijds, en vertegenwoordigers van de Europese Unie en van haar lidstaten op het niveau van ambassadeurs of hoge ambtenaren, anderzijds.
2. Elk Regionaal Gemengd Comité wordt gezamenlijk voorgezeten door dezelfde Partijen die het medevoorzitterschap bekleden van de respectieve Regionale Raad van Ministers. In voorkomend geval kan het, op voorstel van een van de Partijen en na instemming van de medevoorzitters, besluiten waarnemers uit te nodigen.
3. Elk Regionaal Gemengd Comité bereidt de bijeenkomsten van de respectieve Regionale Raad van Ministers voor en staat deze bij in de vervulling van zijn taken, en het voert alle opdrachten uit waarmee het door de respectieve Regionale Raad van Ministers is belast.
4. Elk Regionaal Gemengd Comité stelt tijdens zijn eerste bijeenkomst maar uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst zijn reglement van orde vast.
Artikel 94
1.
De Partijen richten voor elk van de drie Regionale Parlementaire Protocollen een Regionale Parlementaire Vergadering op, die gezamenlijk wordt voorgezeten door een lid van het Europees Parlement, enerzijds, en een lid van het Parlement van de respectieve Partijen in Afrika, het Caribisch gebied of de Stille Oceaan, anderzijds, die overeenkomstig hun eigen procedures tot voorzitter zijn benoemd:
a. a. de Parlementaire Vergadering Afrika-EU bestaat uit leden van het Europees Parlement, enerzijds, en leden van het parlement van elke staat in Afrika die Partij is, anderzijds, in gelijke aantallen; b. b. de Parlementaire Vergadering Caribisch gebied-EU bestaat uit leden van het Europees Parlement, enerzijds, en leden van het parlement van elke staat in het Caribisch gebied die Partij is, anderzijds, in gelijke aantallen; c. c. de Parlementaire Vergadering Stille Oceaan-EU bestaat uit leden van het Europees Parlement, enerzijds, en leden van het parlement van elke staat in de Stille Oceaan die Partij is, anderzijds, in gelijke aantallen.
2. Als raadgevend lichaam komt elke Regionale Parlementaire Vergadering met name bijeen voorafgaand aan de bijeenkomsten van de betrokken Regionale Raad van Ministers. In dit verband wordt de agenda van de betrokken Regionale Raad van Ministers tijdig ter kennis gebracht van elke Regionale Parlementaire Vergadering, op basis waarvan zij aanbevelingen kan doen aan die Raad van Ministers, en wordt elke Regionale Parlementaire Vergadering in kennis gesteld van de besluiten en aanbevelingen van de betrokken Regionale Raad van Ministers.
3.
Elke Regionale Parlementaire Vergadering:
a. a. kan resoluties aannemen en onderwerpen bespreken die verband houden met haar respectieve Regionale Protocol; b. b. kan democratische processen bevorderen door middel van dialoog en overleg alsook meer begrip tussen de volkeren van de Europese Unie en die van Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan; c. c. onderhoudt contacten met de Paritaire Parlementaire Vergadering OACPS-EU over onderwerpen die verband houden met deze Overeenkomst, om te zorgen voor coördinatie en samenhang, en d. d. stelt tijdens haar eerste bijeenkomst maar uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst haar reglement van orde vast.
Artikel 95
1. De Partijen zijn het erover eens dat overleg met belanghebbenden, met name lokale autoriteiten, het maatschappelijk middenveld en vertegenwoordigers van de private sector, een wezenlijk onderdeel is van goed geïnformeerde besluitvorming en de verwezenlijking van de doelstellingen van dit partnerschap.
2. De belanghebbenden worden tijdig geïnformeerd en kunnen hun inbreng leveren aan het brede proces van de dialoog, met name met het oog op de bijeenkomsten van de respectieve Raad van Ministers.
3. Om een dergelijke betrokkenheid te bevorderen, worden waar passend open en transparante mechanismen voor gestructureerd overleg met de belanghebbenden opgezet.
4. De resultaten van het overleg met de belanghebbenden worden naargelang het geval meegedeeld aan de betrokken Raad van Ministers, het betrokken Gemengd Comité of de betrokken Parlementaire Vergadering.
Deel VI. SLOTBEPALINGEN
Artikel 96
Deze Overeenkomst is van toepassing op elk grondgebied waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing zijn, onder de in die verdragen neergelegde voorwaarden, enerzijds, en op het grondgebied van de OACPS-leden, anderzijds.
Artikel 97
Verdragen, overeenkomsten, akkoorden of regelingen van ongeacht welke vorm of aard tussen een of meer lidstaten van de Europese Unie en een of meer OACPS-leden mogen geen beletsel vormen voor de toepassing van deze Overeenkomst.
Artikel 98
1. De Partijen verklaren dat zij zich gebonden achten door de Overeenkomst overeenkomstig hun respectieve interne regels en procedures.
2. Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop de Europese Unie en haar lidstaten en ten minste twee derde van de OACPS-leden hun daartoe vereiste respectieve interne procedures hebben voltooid en de akten waarin zij verklaren zich gebonden te achten, hebben neergelegd bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie (de „depositaris”), die een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift doet toekomen aan het secretariaat van de OACPS.
3. Het ondertekenende OACPS-lid dat de in lid 2 bedoelde procedures op de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst overeenkomstig lid 2 niet heeft voltooid, kan zulks slechts doen binnen twaalf maanden na die datum. Voor die OACPS-leden wordt deze overeenkomst van toepassing op de eerste dag van de tweede maand na de neerlegging van de akten waarin zij verklaren zich gebonden te achten bij de depositaris, die een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift doet toekomen aan het secretariaat van de OACPS. Die OACPS-leden erkennen de geldigheid van elke maatregel die na de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst overeenkomstig lid 2 met het oog op de uitvoering ervan is genomen.
4. Onverminderd de leden 2 en 3 kunnen de Europese Unie en de OACPS-leden de Overeenkomst, in afwachting van de inwerkingtreding ervan en in overeenstemming met hun respectieve interne procedures, op voorlopige basis geheel of gedeeltelijk toepassen. Voorlopige toepassing vangt aan op de eerste dag van de tweede maand na de datum van ondertekening van deze Overeenkomst. Voor het begin van de voorlopige toepassing heeft de Europese Unie de OACPS-leden kennis van de delen van deze Overeenkomst die voorlopig worden toegepast.
Artikel 99
1. De Overeenkomst wordt gesloten voor een initiële periode van twintig jaar. Drie jaar voor het einde van die initiële periode beginnen de Partijen een dialoog met het oog op een herziening van de bepalingen waardoor hun betrekkingen nadien zullen worden geregeld. De Overeenkomst wordt stilzwijgend met een periode van vijf jaar verlengd, tenzij de Partijen vóór het einde van de initiële periode van twintig jaar een besluit tot opzegging of verlenging ervan overeenkomen.
2. De Partijen kunnen uiterlijk zes maanden voorafgaand aan de desbetreffende bijeenkomst van de OACPS-EU-Raad van Ministers voorstellen tot wijziging van de Overeenkomst indienen bij de OACPS-EU-Raad van Ministers. Wijzigingen worden goedgekeurd door de OACPS-EU-Raad van Ministers en zijn onderworpen aan de procedures die in artikel 98 zijn vastgesteld voor de inwerkingtreding en voorlopige toepassing van deze Overeenkomst.
3. Binnen zes maanden na het verstrijken van de Agenda 2030 gaan de Partijen onderhandelingen aan met het oog op de evaluatie en herziening van de strategische prioriteiten van deze Overeenkomst, met inbegrip van het Regionale Protocol voor Afrika, het Regionale Protocol voor het Caribisch gebied en het Regionale Protocol voor de Stille Oceaan, en over het aanbrengen van eventuele andere noodzakelijke wijzigingen. De gewijzigde Overeenkomst treedt in werking overeenkomstig de procedures die zijn vastgesteld voor de inwerkingtreding en de voorlopige toepassing van deze Overeenkomst.
4. De Partijen kunnen uiterlijk zes maanden voorafgaand aan de desbetreffende bijeenkomst van de OACPS-EU-Raad van Ministers voorstellen tot wijziging van de bijlagen bij de Overeenkomst indienen bij de OACPS-EU-Raad van Ministers. Wijzigingen worden goedgekeurd door de OACPS-EU-Raad van Ministers.
5. De Partijen bij het respectieve Regionale Protocol kunnen voorstellen tot wijziging van hun protocol indienen bij de respectieve Regionale Raad van Ministers en bij de OACPS-EU-Raad van Ministers, uiterlijk 120 dagen voorafgaand aan de desbetreffende bijeenkomst van de respectieve Regionale Raad van Ministers. Wijzigingen worden door de respectieve Regionale Raad van Ministers aangenomen en onmiddellijk ter kennis gebracht van de OACPS-EU-Raad van Ministers, die binnen 120 dagen na de datum van kennisgeving zijn goedkeuring kan verlenen, onder meer door middel van een schriftelijke procedure of delegatie van bevoegdheden aan het OACPS-EU-Alsoc. De OACPS-EU-Raad van Ministers kan weigeren zijn goedkeuring te hechten aan een wijziging die niet in overeenstemming met deze Overeenkomst wordt geacht, en stelt de betrokken Regionale Raad van Ministers in kennis van de redenen voor de weigering. Het ontbreken van een weigering van goedkeuring binnen 120 dagen na de datum van kennisgeving wordt beschouwd als goedkeuring. Het gewijzigde Regionale Protocol treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum van goedkeuring.
6. De OACPS-EU-Raad van Ministers kan de overgangsmaatregelen die nodig zijn vaststellen indien een nieuwe overeenkomst tussen de Partijen wordt overwogen en totdat die overeenkomst in werking treedt of voorlopig wordt toegepast.
Artikel 100
De Overeenkomst kan door de EU worden opgezegd ten aanzien van elk OACPS-lid en door elk OACPS-lid ten aanzien van de EU. De opzegging gaat van kracht zes maanden na ontvangst door de depositaris van de schriftelijke kennisgeving daarvan, die hiervan een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift doet toekomen aan het secretariaat van de OACPS.
Artikel 101
1. De Partijen treffen alle algemene en bijzondere maatregelen die vereist zijn om aan hun verplichtingen krachtens deze Overeenkomst te voldoen. Zij pakken meningsverschillen en geschillen over de toepassing van deze tussen hen gesloten Overeenkomst aan en behandelen vragen over de uitlegging van deze Overeenkomst overeenkomstig dit artikel.
2. Onverminderd de in de leden 3 tot en met 9 van dit artikel en in artikel 74, lid 4, bedoelde procedures kan elke vraag in verband met de uitlegging van deze Overeenkomst worden opgelost aan de hand van overleg in de OACPS-EU-Raad van Ministers of, met instemming van de Partijen, door een speciaal subcomité of een ander passend mechanisme dat verslag uitbrengt aan de OACPS-EU-Raad van Ministers. De Partijen verstrekken de relevante informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de kwestie, zodat deze tijdig en in der minne kan worden behandeld.
3. Voor de toepassing van de leden 4 tot en met 9 verwijst de term „Partij” naar de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en elk OACPS-lid, anderzijds.
4. De Partijen behandelen onderlinge meningsverschillen binnen het kader van de partnerschapsdialoog om te voorkomen dat zich situaties voordoen waarbij een Partij het nodig zou achten gebruik te maken van het overleg uit hoofde van de leden 5 en 6.
5. Indien een van beide Partijen van oordeel is dat de andere Partij heeft nagelaten een verplichting uit hoofde van deze Overeenkomst na te komen, stelt zij de andere Partij daarvan in kennis en verstrekt zij alle relevante informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, om binnen 90 dagen na de datum van kennisgeving tot een wederzijds aanvaardbare oplossing te komen. Indien dit onvoldoende wordt geacht, plegen de Partijen gestructureerd en systematisch overleg. Indien zij binnen 120 dagen na aanvang van het overleg niet tot een wederzijds aanvaardbare oplossing kunnen komen, kan de kennisgevende Partij maatregelen nemen die evenredig zijn met de niet-nakoming van de specifieke verplichting.
6. Onverminderd lid 5 stelt een Partij, indien zij van mening is dat de andere Partij een van de in artikelen 9 en 18 bedoelde essentiële elementen schendt, behalve in bijzonder dringende gevallen, of in ernstige gevallen van corruptie zoals bedoeld in artikel 12, de andere Partij daarvan in kennis en verstrekt zij alle relevante informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, om binnen 60 dagen na de datum van kennisgeving een voor beide Partijen aanvaardbare oplossing te vinden. Indien dit onvoldoende wordt geacht, plegen de Partijen gestructureerd en systematisch overleg. Zonder afbreuk te doen aan het bilaterale karakter van het overleg, wordt in de fase van gestructureerd en systematisch overleg, na instemming van de Partijen, een bijzonder Gemengd Comité erbij betrokken. Het Bijzonder Gemengd Comité, bestaande uit een gelijk aantal vertegenwoordigers van de EU en de OACPS-leden, dat de beginselen van echt partnerschap en wederzijdse verantwoordingsplicht eerbiedigt, verleent advies over de nakoming van verplichtingen en verleent in voorkomend geval bijstand, zodat de betrokken Partij de nodige maatregelen neemt om aan de uit deze Overeenkomst voortvloeiende verplichtingen te voldoen. De betrokken Partij blijft als enige verantwoordelijk voor de naleving van haar verplichtingen uit hoofde van deze Overeenkomst. Indien zij binnen 90 dagen na aanvang van het overleg niet tot een wederzijds aanvaardbare oplossing kunnen komen, kan de kennisgevende Partij passende maatregelen nemen.
7. Indien een van de Partijen van oordeel is dat een schending van een van de essentiële elementen een bijzonder dringend geval vormt, kan zij met onmiddellijke ingang passende maatregelen nemen, zonder voorafgaand overleg. Bijzonder dringende gevallen hebben betrekking op uitzonderlijke gevallen van een bijzonder ernstige en flagrante schending van een van de in artikel 9 en artikel 18 bedoelde essentiële elementen.
8. De in de leden 6 en 7 bedoelde „passende maatregelen” worden genomen met volledige inachtneming van het internationaal recht en staan in verhouding tot de niet-nakoming van de verplichtingen uit hoofde van deze Overeenkomst. Voorrang wordt gegeven aan maatregelen die de werking van deze Overeenkomst het minst verstoren. Passende maatregelen kunnen de volledige of gedeeltelijke opschorting van deze Overeenkomst omvatten. Nadat passende maatregelen zijn genomen, kan op verzoek van een van de Partijen overleg worden gepleegd om de situatie grondig te onderzoeken en oplossingen te vinden die de intrekking van passende maatregelen mogelijk maken.
9. De Partijen komen overeen dat het overleg moet plaatsvinden op het niveau en in de vorm die het gunstigst worden geacht om tot een wederzijds aanvaardbare oplossing te komen. Zij komen overeen dat, zonder afbreuk te doen aan het bilaterale karakter van het overleg, relevante regionale en internationale actoren bij het overlegproces kunnen worden betrokken, met instemming van de betrokken Partijen.
Artikel 102
1. Elke nieuwe lidstaat van de Europese Unie wordt vanaf de datum van zijn toetreding tot de Europese Unie Partij bij deze Overeenkomst door middel van een daartoe strekkende clausule in de akte van toetreding. Indien de akte van toetreding tot de Unie niet voorziet in een dergelijke automatische toetreding van de lidstaat tot deze Overeenkomst, treedt de betrokken lidstaat toe tot deze Overeenkomst door nederlegging van een akte van toetreding bij de depositaris, dat hiervan een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift doet toekomen aan het secretariaat van de ACS-staten.
2. Elk verzoek om toetreding tot deze Overeenkomst dat wordt ingediend door een onafhankelijke staat die lid is van de OACPS of een andere onafhankelijke staat waarvan de structurele kenmerken en economische en sociale situatie vergelijkbaar zijn met die van de leden van de OACPS, wordt voorgelegd aan de OACPS-EU-Raad van Ministers. Indien het verzoek door de OACPS-EU-Raad van Ministers wordt goedgekeurd, treedt de betrokken staat tot de Overeenkomst toe door neerlegging van een akte van toetreding bij de depositaris, die hiervan een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift doet toekomen aan het secretariaat van de OACPS.
3. De Partijen onderzoeken de gevolgen voor deze Overeenkomst van de toetreding van nieuwe staten daartoe.
4. De OACPS-EU-Raad van Ministers kan de nodige overgangs- of wijzigingsmaatregelen vaststellen.
Artikel 103
Ter verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst kan aan derde actoren, waaronder regionale en continentale organisaties, bij besluit van de betrokken gemeenschappelijke instelling de status van waarnemer in de bij deel V van het algemeen deel van deze Overeenkomst opgerichte instellingen worden toegekend.
Artikel 104
Deze Overeenkomst is in tweevoud opgesteld in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Ierse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.