rijk/wet/aanpassingswet-wnra/BWBR0042210/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

15 KiB
Raw Permalink Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Aanpassingswet Wnra BWBR0042210 wet geldend 2020-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0042210 Aanpassingswet Wnra

Aanpassingswet Wnra

Hoofdstuk 1. Ministerie van Algemene Zaken

Artikel 1.1

Wijzigt de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017.

Hoofdstuk 2. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Artikel 2.1

Wijzigt de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers.

Artikel 2.2

Wijzigt de Algemene wet gelijke behandeling.

Artikel 2.3

Wijzigt de Ambtenarenwet BES.

Artikel 2.4

Wijzigt de Gemeentewet.

Artikel 2.5

Wijzigt de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Artikel 2.6

Wijzigt de Kaderwet adviescolleges.

Artikel 2.7

Wijzigt de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

Artikel 2.8

Wijzigt de Organisatiewet Kadaster.

Artikel 2.9

Wijzigt de Provinciewet.

Artikel 2.10

Wijzigt de Uitvoeringswet EGTS-verordening.

Artikel 2.11

Wijzigt de Verhaalswet ongevallen ambtenaren.

Artikel 2.12

Wijzigt de Wet algemene regels herindeling.

Artikel 2.13

Wijzigt de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Artikel 2.14

Wijzigt de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen.

Artikel 2.15

Wijzigt de Wet Huis voor klokkenluiders.

Artikel 2.16

Wijzigt de Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement.

Artikel 2.17

Wijzigt de Wet Nationale ombudsman.

Artikel 2.18

Wijzigt de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren.

Artikel 2.19

Wijzigt de Wet op de parlementaire enquête 2008.

Artikel 2.20

Wijzigt de Wet op de Raad van State.

Artikel 2.21

Vervallen.

Artikel 2.22

Wijzigt de Wet rechtspositie ministers en staatssecretarissen.

Artikel 2.23

Wijzigt de Wet rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman.

Artikel 2.24

Wijzigt de Wet schadeloosstelling, uitkering en pensioen leden Europees Parlement.

Artikel 2.25

Wijzigt de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies.

Hoofdstuk 3. Ministerie van Defensie

Artikel 3.1

Wijzigt de Militaire ambtenarenwet 1931.

Artikel 3.2

Wijzigt de Kaderwet Dienstplicht.

Artikel 3.3

Wijzigt de Kaderwet militaire pensioenen.

Artikel 3.4

Wijzigt de Uitkeringswet gewezen militairen.

Artikel 3.5

Wijzigt de Veteranenwet.

Hoofdstuk 4. Ministerie van Financiën

Artikel 4.1

Wijzigt de Comptabiliteitswet 2016.

Artikel 4.2

Wijzigt de Wet tuchtrechtspraak accountants.

Artikel 4.3

Wijzigt de Wet waardering onroerende zaken.

Hoofdstuk 5. Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Artikel 5.1

Wijzigt de Waterschapswet.

Artikel 5.2

Wijzigt de Waterwet.

Artikel 5.3

Wijzigt de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 5.4

Wijzigt de Wet luchtvaart.

Artikel 5.5

Wijzigt de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels.

Hoofdstuk 6. Ministerie van Justitie en Veiligheid

Artikel 6.1

Wijzigt de Advocatenwet.

Artikel 6.2

Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 6.2a

Wijzigt het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 6.3

Wijzigt de Gerechtsdeurwaarderwet.

Artikel 6.4

Wijzigt de Instellingswet Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming 2015.

Artikel 6.4a

Wijzigt de Penitentiaire beginselenwet.

Artikel 6.5

Wijzigt de Politiewet 2012.

Artikel 6.6

Wijzigt de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming.

Artikel 6.7

Wijzigt de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers.

Artikel 6.8

Wijzigt de Wet College voor de rechten van de mens.

Artikel 6.9

Wijzigt de Wet Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen.

Artikel 6.10

Wijzigt de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten.

Artikel 6.11

Wijzigt de Wet op het notarisambt.

Artikel 6.12

Wijzigt de Wet op de rechterlijke organisatie.

Artikel 6.13

Wijzigt de Wet op de rechtsbijstand.

Artikel 6.14

Wijzigt de Wet politiegegevens.

Artikel 6.15

Wijzigt de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.

Artikel 6.16

Wijzigt de Wet schadefonds geweldsmisdrijven.

Artikel 6.17

Wijzigt de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten.

Artikel 6.18

Wijzigt de Wet veiligheidsregios.

Artikel 6.19

Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Artikel 6.20

Wijzigt het Wetboek van Strafrecht.

Hoofdstuk 7. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Artikel 7.1

Wijzigt de Wet verzelfstandiging Staatsbosbeheer.

Artikel 7.2

Wijzigt de Wet dieren.

Artikel 7.3

Wijzigt de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

Artikel 7.4

Wijzigt de Zaaizaad- en Plantgoedwet 2005.

Hoofdstuk 8. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Artikel 8.0

Wijzigt de Archiefwet 1995.

Artikel 8.1

Wijzigt de Wet College voor toetsen en examens.

Artikel 8.2

Wijzigt de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

Hoofdstuk 9. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Artikel 9.1

Wijzigt de Arbeidstijdenwet.

Artikel 9.2

Wijzigt de Wet arbeid en zorg.

Artikel 9.3

Wijzigt de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid.

Artikel 9.4

Wijzigt de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

Artikel 9.5

Wijzigt de Wet op de ondernemingsraden.

Hoofdstuk 10. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Artikel 10.1

Wijzigt de Geneesmiddelenwet.

Artikel 10.2

Wijzigt de Gezondheidswet.

Artikel 10.3

Wijzigt de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte.

Artikel 10.4

Wijzigt de Wet langdurige zorg.

Artikel 10.5

Wijzigt de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen.

Artikel 10.6

Wijzigt de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg.

Artikel 10.7

Wijzigt de Wet op de medische keuringen.

Artikel 10.8

Wijzigt de Wet op de organisatie ZorgOnderzoek Nederland.

Artikel 10.9

Wijzigt de Wet toelating zorginstellingen.

Artikel 10.10

Wijzigt de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding.

Artikel 10.11

Wijzigt de Wijzigingswet Zorgverzekeringswet, enz. (overgang van aantal taken van Zorginstituut Nederland naar CAK).

Artikel 10.12

Wijzigt de Zorgverzekeringswet.

Hoofdstuk 11. Slotbepalingen

Artikel 11.1

1. Titel II van de Ambtenarenwet blijft tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip van toepassing op de leden van zelfstandige bestuursorganen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en leden van adviescolleges als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Kaderwet adviescolleges, voor zover zij ambtenaar zijn in de zin van artikel 1 van de Ambtenarenwet.

2. De titels III en IIIa van de Ambtenarenwet blijven tot het op grond van het eerste lid bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip van toepassing op de leden, bedoeld in het eerste lid, met uitzondering van de leden van zelfstandige bestuursorganen en adviescolleges op wie op grond van artikel 2 van de Ambtenarenwet die titels op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren niet van toepassing waren.

3. In afwijking van artikel 17, eerste lid, van de Ambtenarenwet 2017 blijven algemeen verbindende voorschriften betreffende de rechtspositie van de in het tweede lid bedoelde leden die tot stand zijn gebracht op grond van titel III of titel IIIa van de Ambtenarenwet tot het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, op hen van toepassing.

4. Algemeen verbindende voorschriften die op grond van titel III of titel IIIa van de Ambtenarenwet tot stand zijn gebracht blijven van toepassing voor zover zij op de leden, bedoeld in het eerste lid, van overeenkomstige toepassing zijn verklaard tot het tijdstip, bedoeld in het eerste lid.

5. Voor zover de in het derde en vierde lid bedoelde algemeen verbindende voorschriften bedragen bevatten, worden deze bedragen vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren telkens aangepast overeenkomstig de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn.

Artikel 11.1a

1. De titels II, III en IIIa van de Ambtenarenwet zijn tot het tijdstip, bedoeld in artikel 11.1, eerste lid, van toepassing op de leden van zelfstandige bestuursorganen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en de leden van adviescolleges als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Kaderwet adviescolleges, die worden ingesteld na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren maar voor het tijdstip, bedoeld in artikel 11.1, eerste lid.

2.

In afwijking van het eerste lid zijn de titels III en IIIa niet van toepassing op:

a. a. de leden van zelfstandige bestuursorganen aan wie een schadeloosstelling als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is toegekend, en; b. b. de leden van adviescolleges, niet zijnde een adviescollege als bedoeld in artikel 3 van de Kaderwet adviescolleges.

Artikel 11.2

1. Op ambtenaren die op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren in dienst zijn van een veiligheidsregio als bedoeld in artikel 9 van de Wet veiligheidsregios is artikel 14, eerste lid, van de Ambtenarenwet 2017 van toepassing op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

2. Op de veiligheidsregios blijft artikel 33b, eerste lid, onderdeel d, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren, van toepassing tot het op grond van het eerste lid bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip.

3. Op ambtenaren in dienst van veiligheidsregios blijven de titels II, III en IIIa van de Ambtenarenwet tot het op grond van het eerste lid bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip van toepassing.

4. Op algemeen verbindende voorschriften betreffende de rechtspositie van de in het eerste bedoelde ambtenaren, alsmede ambtenaren die met toepassing van het tweede lid zijn aangesteld, is artikel 17, eerste lid, van de Ambtenarenwet 2017 op het op grond van het eerste lid bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip van toepassing.

5. Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op ambtenaren ten aanzien van wie, op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren, arbeidsvoorwaarden van toepassing zijn of zouden zijn die uitsluitend gelden doordat die ambtenaren zijn of worden belast met werkzaamheden ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van de Tijdelijke wet ambulancezorg. Het vierde lid is niet van toepassing, voor zover de daar bedoelde algemeen verbindende voorschriften de rechtpositie van de in de eerste zin bedoelde ambtenaren betreffen.

Artikel 11.2a

1. Op ambtenaren die op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren in dienst zijn van een ander openbaar lichaam dan een veiligheidsregio als bedoeld in artikel 11.2, eerste lid, dat uitvoering geeft aan taken met betrekking tot de brandweerzorg, bedoeld in artikel 25, eerste en tweede lid, van de Wet veiligheidsregios, is artikel 14, eerste lid, van de Ambtenarenwet 2017 van toepassing op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

2. Op de andere openbare lichamen, bedoeld in het eerste lid, blijft artikel 33b, eerste lid, onderdeel d, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren, van toepassing tot het op grond van het eerste lid bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip.

3. Op ambtenaren in dienst van de andere openbare lichamen, bedoeld in het eerste lid, blijven de titels II, III en IIIa van de Ambtenarenwet tot het op grond van het eerste lid bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip van toepassing.

4. Op algemeen verbindende voorschriften betreffende de rechtspositie van de in het eerste lid bedoelde ambtenaren, alsmede ambtenaren die met toepassing van het tweede lid zijn aangesteld, is artikel 17, eerste lid, van de Ambtenarenwet 2017 op het op grond van het eerste lid bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip van toepassing.

5. Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op ambtenaren ten aanzien van wie, op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren, arbeidsvoorwaarden van toepassing zijn of zouden zijn die uitsluitend gelden doordat die ambtenaren zijn of worden belast met werkzaamheden ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van de Tijdelijke wet ambulancezorg. Het vierde lid is niet van toepassing, voor zover de daar bedoelde algemeen verbindende voorschriften de rechtpositie van de in de eerste zin bedoelde ambtenaren betreffen.

Artikel 11.3

1. Indien een rechtspersoon als bedoeld in artikel 615 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren, na dat tijdstip aan een commissie als bedoeld in artikel 671a, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, verzoekt om toestemming voor opzegging op grond van artikel 669, derde lid, onderdeel a, van dat boek van de arbeidsovereenkomst van een werknemer, ten aanzien van wie door een bestuursorgaan binnen die rechtspersoon voor dat tijdstip een besluit is genomen waarin die werknemer boventallig is verklaard, blijven daarop de materiële voorschriften van toepassing die ten tijde van dat besluit voor dat bestuursorgaan golden.

2. Ten aanzien van een verzoek van de werkgever als bedoeld in artikel 671b, eerste lid, onderdeel b, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of een verzoek van de werknemer als bedoeld in artikel 681 of artikel 682 van dat boek, dat betrekking heeft op een arbeidsovereenkomst waarvoor met toepassing van het eerste lid is verzocht om toestemming voor opzegging, dan wel de tegen een beschikking op voornoemde verzoeken ingestelde rechtsmiddelen, blijven de in het eerste lid bedoelde materiële voorschriften van toepassing.

Artikel 11.4

Wijzigt deze wet.

Artikel 11.5

1. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

2. Artikel 6.18, onderdelen A en B, treden in werking op het op grond van artikel 11.2, eerste lid, bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip.

Artikel 11.6

Deze wet wordt aangehaald als: Aanpassingswet Wnra.