rijk/wet/experimentenwet-kiezen-op-afstand/BWBR0016095/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

6.9 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Experimentenwet Kiezen op Afstand BWBR0016095 wet geldend 2003-12-31 https://wetten.overheid.nl/BWBR0016095 Experimentenwet Kiezen op Afstand

Experimentenwet Kiezen op Afstand

Artikel 1

1. Onze Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties kan bepalen dat tijdens verkiezingen als bedoeld in de Kieswet experimenten plaatsvinden met het oog op nieuwe voorzieningen die de kiesgerechtigde in Nederland in staat stellen om in een stemlokaal naar keuze te stemmen of de kiesgerechtigde in staat stellen om zijn stem met behulp van informatie- en communicatietechnologie vanuit een andere plaats dan een stemlokaal uit te brengen. Onze Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties kan, met instemming van de betrokken gemeenteraden, gemeenten aanwijzen waar een experiment wordt gehouden.

2. In een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt vermeld bij welke stemming een experiment wordt gehouden. Het besluit wordt in de Staatscourant geplaatst. Burgemeester en wethouders van de aangewezen gemeenten geven kennis van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze.

3. Een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt slechts genomen, indien de zorgvuldigheid en betrouwbaarheid van de stemming tijdens het experiment gewaarborgd zijn en de stemming tijdens het experiment ten minste even toegankelijk is voor de kiesgerechtigden als wanneer geen experiment zou hebben plaatsgevonden.

4. Artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op een besluit als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 2

1. Bij de experimenten, bedoeld in artikel 1, wordt gebruik gemaakt van door Onze Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties aangewezen voorzieningen.

2.

Een voorziening als bedoeld in het eerste lid wordt slechts aangewezen, indien deze ten minste aan de volgende vereisten voldoet:

a. a. het geheime karakter van de stemming moet voldoende zijn gewaarborgd; b. b. de betrouwbaarheid van de voorziening moet voldoende zijn gewaarborgd; c. c. indien de voorziening de vermelding van kandidatenlijsten omvat, dienen deze lijsten, het aan elke lijst toegekende nummer en de aanduiding van de politieke groepering, alsmede de mogelijkheid van de kiezer om aan te geven dat hij geen keuze wenst te maken, op duidelijke wijze te kunnen worden vermeld.

Artikel 3

Onze Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties kan bepalen dat de kiezer die zijn stem wil uitbrengen tijdens een experiment als bedoeld in artikel 1, zich identificeert met behulp van een door Onze Minister aangewezen middel, dat voldoende betrouwbaar is. Dit middel kan onderdeel van het experiment zijn.

Artikel 4

1. De experimenten vinden voor zover mogelijk plaats overeenkomstig hetgeen in en krachtens de Kieswet is bepaald.

2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de experimenten en de daarbij te gebruiken voorzieningen. Deze regels kunnen op het naastlagere niveau afwijken van het bepaalde in en krachtens de volgende onderdelen van de Kieswet:

a. a. de artikelen D 3, D 3a en D 10, met dien verstande dat de artikelen D 4 tot en met D 9 van overeenkomstige toepassing zijn op de registratie van de kiesgerechtigdheid van personen die hun werkelijke woonplaats buiten Nederland hebben, voor zover deze in afwijking van artikel D 3 plaatsvindt; b. b.

      hoofdstuk J, met uitzondering van artikel J 1, met dien verstande dat de verzending en de ontvangst van de stemmen die met behulp van informatie- en communicatietechnologie vanuit een andere locatie dan een stemlokaal zijn uitgebracht gedurende een bij de maatregel te bepalen periode voorafgaand aan de dag van stemming kunnen geschieden, en van de artikelen J 2, J 9, J 10, J 14, J 15 en J 35 tot en met J 39;

c. c. de hoofdstukken K, L, M en N; d. d. de artikelen Y 2, Y 6, tweede en derde lid, Y 8, eerste lid, voor zover de afwijking inhoudt dat de verzending en de ontvangst van de stemmen die met behulp van informatie- en communicatietechnologie vanuit een andere locatie dan een stemlokaal zijn uitgebracht gedurende een bij de maatregel te bepalen periode voorafgaand aan de dag van stemming kunnen geschieden, en artikel V 7.

3. De regels, bedoeld in het tweede lid, omvatten in ieder geval de criteria voor de evaluatie van de experimenten en de instelling van een onafhankelijke begeleidingscommissie.

4. Onze Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties kan een of meer stembureaus instellen die uitsluitend bestemd zijn voor het uitbrengen van een stem met behulp van informatie- en communicatietechnologie. Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het tweede lid, worden regels gesteld omtrent de samenstelling van een stembureau als bedoeld in de vorige volzin, de benoeming van de leden en de plaatsvervangende leden van het stembureau en de plaats waar het stembureau is gevestigd. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent een financiële vergoeding voor de leden en de plaatsvervangende leden van een stembureau als bedoeld in de eerste volzin.

5. De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

6. Onze Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties zendt drie maanden voor het einde van de werkingsduur van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het tweede lid aan de Staten-Generaal een verslag over de effecten van het experiment in de praktijk alsmede een standpunt inzake de invoering van de voorzieningen, anders dan als experiment.

Artikel 5

1. Degene die een identificatiemiddel, aangewezen ingevolge artikel 3, namaakt of vervalst met het oogmerk dit als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie.

2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk gebruik maakt van het valse of vervalste identificatiemiddel als ware het echt en onvervalst dan wel opzettelijk zodanig identificatiemiddel aflevert of voorhanden heeft, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit identificatiemiddel bestemd is voor zodanig gebruik.

Artikel 6

Deze wet wordt aangehaald als: Experimentenwet Kiezen op Afstand.

Artikel 7

Onder toepassing van artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet treedt deze wet in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin zij wordt geplaatst. Zij vervalt met ingang van 1 januari 2010.