rijk/wet/experimentenwet-vooropleidingseisen-selectie-en-collegegeldheffing/BWBR0018259/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

216 lines
13 KiB
Markdown
Raw Permalink Blame History

This file contains invisible Unicode characters

This file contains invisible Unicode characters that are indistinguishable to humans but may be processed differently by a computer. If you think that this is intentional, you can safely ignore this warning. Use the Escape button to reveal them.

This file contains Unicode characters that might be confused with other characters. If you think that this is intentional, you can safely ignore this warning. Use the Escape button to reveal them.

---
titel: Experimentenwet vooropleidingseisen, selectie en collegegeldheffing
bwb_id: BWBR0018259
type: wet
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2005-05-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0018259
citeertitel: Experimentenwet vooropleidingseisen, selectie en collegegeldheffing
---
# Experimentenwet vooropleidingseisen, selectie en collegegeldheffing
### Paragraaf 1. Algemene bepalingen
### Artikel 1
In deze wet wordt verstaan onder:
a. a.
wet: de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
b. b.
Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
c. c.
instelling: een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de wet;
d. d.
instellingsbestuur: het instellingsbestuur, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel j, van de wet;
e. e.
opleiding: een bachelor- of masteropleiding als bedoeld in artikel 7.3 van de wet;
f. f.
voltijdse, duale of deeltijdse opleiding: een opleiding die onderscheidenlijk voltijds, duaal of deeltijds is ingericht;
g. g.
experimenteel programma: een programma binnen een bacheloropleiding als bedoeld in artikel 5;
h. h.
studiejaar: het tijdvak dat aanvangt op 1 september en eindigt op 31augustus van het daaropvolgende jaar;
i. i.
onderwijs- en examenregeling: de onderwijs- en examenregeling, bedoeld in artikel 7.13 van de wet.
### Artikel 2
De bepalingen van deze wet regelen het openbaar onderwijs en zijn voorwaarden voor bekostiging voor het bijzonder onderwijs.
### Artikel 3
Met het oog op het verkrijgen van een duidelijker inzicht in de effecten van selectie van aanstaande studenten en extraneï, van differentiatie van collegegeld en van het stellen van vervangende vooropleidingseisen aan aanstaande studenten kunnen binnen de instellingen voor hoger onderwijs die op grond van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek worden bekostigd dan wel op grond van die wet zijn aangewezen, experimenten plaatsvinden met betrekking tot die terreinen, waarbij kan worden afgeweken van voorschriften gesteld bij die wet.
### Artikel 4
**1.** Deze wet heeft betrekking op het studiejaar 20052006 en de volgende studiejaren.
**2.**
Deze wet heeft geen betrekking op:
a. a.
opleidingen die niet zijn opgenomen in de Registratie instellingen en opleidingen, bedoeld in artikel 6.13 van de wet; en
b. b.
opleidingen die wat betreft de doelstelling en de inhoud van de opleiding de enige in den lande zijn, voor zover het betreft experimenten op het terrein van de selectie van studenten.
### Artikel 5
**1.** Ten behoeve van experimenten op het gebied van selectie van studenten en collegegelddifferentiatie kan het instellingsbestuur binnen een bacheloropleiding een experimenteel programma instellen.
**2.** De studielast van een experimenteel programma binnen een bacheloropleiding in het wetenschappelijk onderwijs bedraagt 180 studiepunten. De studielast van een experimenteel programma binnen een bacheloropleiding in het hoger beroepsonderwijs bedraagt 240 studiepunten. Artikel 7.3, tweede lid, eerste volzin, van de wet is van overeenkomstige toepassing. De kwaliteiten, bedoeld in artikel 7.13, tweede lid, onder a, van de wet, van een experimenteel programma komen overeen met die van de bacheloropleiding waarbinnen het programma is ingesteld.
**3.** Het afsluitend examen van een experimenteel programma wordt aangemerkt als het afsluitend examen van de bacheloropleiding waarbinnen het programma is ingesteld. Op het getuigschrift, bedoeld in artikel 7.11 van de wet, wordt vermeld welk experimenteel programma het betreft.
**4.** De bepalingen van hoofdstuk 7, voorzover die betrekking hebben op bacheloropleidingen, zijn van overeenkomstige toepassing op een experimenteel programma, tenzij het tegendeel blijkt.
### Paragraaf 2. Aanwijzing van opleidingen
### Artikel 6
**1.** Onze Minister kan op aanvraag van het instellingsbestuur in afwijking van artikel 7.24, eerste en tweede lid, van de wet besluiten dat ten aanzien van een door hem aangewezen bacheloropleiding aanstaande studenten en extraneï kunnen voldoen aan eisen die in de plaats komen van de vooropleidingseisen, gesteld in artikel 7.24, eerste onderscheidenlijk tweede lid, van de wet.
**2.** Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid vindt uitsluitend plaats, indien het instellingsbestuur heeft aangetoond dat de vervangende vooropleidingseisen ten minste gelijkwaardig zijn aan de vooropleidingseisen, gesteld in artikel 7.24, eerste onderscheidenlijk tweede lid, van de wet.
**3.** Het instellingsbestuur stelt de vervangende vooropleidingseisen vast.
**4.** Het instellingsbestuur voert het onderzoek of de betrokkene voldoet aan de vervangende vooropleidingseisen uit. Dat onderzoek vindt plaats voorafgaand aan de aanvang van het studiejaar. Het instellingsbestuur beslist of de betrokkene voldoet aan de vervangende vooropleidingseisen.
**5.** De vervangende vooropleidingseisen worden opgenomen in de onderwijs- en examenregeling.
### Artikel 7
**1.** Onverminderd artikel 7.37, eerste lid, van de wet kan Onze Minister op aanvraag van het instellingsbestuur besluiten dat ten aanzien van een door hem aangewezen bacheloropleiding of een door hem aangewezen experimenteel programma binnen die opleiding selectie of aanvullende selectie plaatsvindt van de gegadigden voor die opleiding.
**2.** Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid vindt uitsluitend plaats, indien het instellingsbestuur heeft aangetoond dat het een opleiding met evidente meerwaarde betreft of het experiment kan bijdragen aan de verdere ontwikkeling van de evidente meerwaarde van die opleiding.
**3.** Het instellingsbestuur stelt de selectiecriteria vast.
**4.** Het instellingsbestuur voert de selectie uit. De selectie vindt plaats voorafgaand aan de aanvang van het studiejaar. Het instellingsbestuur beslist over de selectie.
**5.** De selectiecriteria en de selectieprocedure worden opgenomen in de onderwijs- en examenregeling.
### Artikel 8
**1.** Onze Minister kan op aanvraag van het instellingsbestuur in afwijking van artikel 7.30b, eerste lid, vierde volzin, van de wet besluiten dat ten aanzien van een door hem aangewezen masteropleiding, bedoeld in artikel 7.30b, eerste lid, van de wet de toelatingseisen voor die masteropleiding tevens betrekking kunnen hebben op andere aspecten.
**2.** Artikel 7, tweede lid, is van toepassing.
**3.** Het instellingsbestuur stelt de aanvullende toelatingseisen vast.
**4.** Artikel 6, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**5.** De aanvullende toelatingseisen worden opgenomen in de onderwijs- en examenregeling.
### Artikel 9
**1.** Onze Minister kan op aanvraag van het instellingsbestuur in afwijking van artikel 7.45, eerste lid van de wet besluiten dat ten aanzien van een door hem aangewezen voltijdse opleiding of een door hem aangewezen experimenteel programma binnen die opleiding het instellingsbestuur een collegegeld vaststelt van ten hoogste vijf keer het volledige wettelijke collegegeld, bedoeld in artikel 7.45, eerste lid, van de wet.
**2.** Artikel 7, tweede lid, is van toepassing.
### Artikel 10
**1.** Bij ministeriële regeling worden voorschriften vastgesteld over de beschikbaarstelling van een lening van rijkswege aan studenten in de kosten van het collegegeld, verschuldigd voor de inschrijving voor een opleiding als bedoeld in artikel 9, in voorkomende gevallen in verband met het deelnemen aan een experimenteel programma. In de lening is het bedrag van het collegegeld, bedoeld in artikel 7.45, eerste lid, van de wet, niet begrepen.
**2.** De lening is rentedragend. Met betrekking tot het rentepercentage is artikel 6.3, eerste lid, van de Wet studiefinanciering 2000 van overeenkomstige toepassing.
**3.** In de regeling kan worden bepaald dat een instellingsbestuur wordt belast met de uitvoering daarvan.
**4.**
De voorschriften, bedoeld in het eerste lid, hebben in elk geval betrekking op:
a. a.
het bedrag van de lening dat ten hoogste kan worden toegekend,
b. b.
de voorwaarden waaronder de lening kan worden toegekend,
c. c.
de aanvraagprocedure en de toekenning van de lening, en
d. d.
de wijze van terugbetaling van de lening.
**5.** Dit artikel is niet van toepassing op opleidingen, verbonden aan instellingen, bedoeld in artikel 6.9 van de wet.
### Paragraaf 3. Procedure aanwijzing van opleidingen; verlenging aanwijzing van opleidingen
### Artikel 11
**1.** Het instellingsbestuur dient een aanvraag voor een experiment als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 9 bij Onze Minister in voor een bij ministeriële regeling vast te stellen tijdstip. Een aanvraag kan op de studiejaren 20052006 en 20062007 betrekking hebben.
**2.** Voor zover het betreft een experiment als bedoeld in artikel 6, toont het instellingsbestuur in de aanvraag aan dat de vervangende vooropleidingseisen ten minste gelijkwaardig zijn aan de vooropleidingseisen, gesteld in artikel 7.24, eerste en tweede lid, van de wet.
**3.** Voor zover het betreft een experiment als bedoeld in de artikelen 7 tot en met 9, toont het instellingsbestuur in de aanvraag aan dat het een opleiding of een experimenteel programma met evidente meerwaarde betreft of het experiment kan bijdragen aan de verdere ontwikkeling van evidente meerwaarde binnen die opleiding of een experimenteel programma.
### Artikel 12
Vervallen
### Artikel 12a
**1.** Een aanwijzing als bedoeld in de artikelen 6, 7, 8 en 9 die betrekking heeft op de studiejaren 20052006 en 20062007 dan wel op het studiejaar 20062007, wordt verlengd voor het studiejaar 20072008, tenzij het instellingsbestuur Onze Minister voor 1 september 2007 meedeelt dat verlenging van de aanwijzing niet nodig is.
**2.** Onze Minister kan op aanvraag van het instellingsbestuur besluiten een op grond van het eerste lid verlengde aanwijzing voor een of meer studiejaren te verlengen.
### Paragraaf 4. Overige bepalingen
### Artikel 13
Indien een besluit als bedoeld in artikel 7 betrekking heeft op een bacheloropleiding waarvoor een toelatingsbeperking als bedoeld in de artikelen 7.53, 7.55 en 7.56 van de wet van kracht is, blijft artikel 7.53, tweede, derde en zevende lid, van de wet buiten toepassing. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder een besluit als bedoeld in artikel 7 tevens begrepen een verlenging op grond van artikel 12a van een aanwijzing.
### Artikel 14
**1.** Een college van beroep voor de examens als bedoeld in artikel 7.60 van de wet oordeelt tevens over het beroep tegen beslissingen van het instellingsbestuur als bedoeld in de artikelen 6, vierde lid, 7, vierde lid, en 8, vierde lid.
**2.** De artikelen 7.61, tweede tot en met zevende lid, en 7.63 van de wet zijn van toepassing op het beroep, bedoeld in het eerste lid.
### Artikel 15
**1.** De artikelen 9.34, derde lid, onderdeel b, en 10.22, onderdeel b, van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op het onderdeel van de onderwijs- en examenregeling, bedoeld in de artikelen 6, vijfde lid, 7, vijfde lid, en 8, vijfde lid.
**2.** De artikelen 9.43 en 10.30 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing.
### Paragraaf 5. Wijzigingen van de
### Artikel 16
Wijzigt de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
### Artikel 17
Wijzigt de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Paragraaf 6. Slot- en overgangsbepalingen
### Artikel 18
**1.** Studenten die op 31 augustus 2005 of op 31 augustus 2006 zijn ingeschreven voor een bacheloropleiding ten aanzien waarvan met ingang van 1 september 2005 onderscheidenlijk met ingang van 1september 2006 een experiment op het terrein van selectie aanvangt, kunnen die opleiding binnen een redelijke termijn aan dezelfde instelling voltooien volgens de voorschriften die op het tijdstip van hun eerste inschrijving van toepassing waren.
**2.** Studenten die op 31 augustus 2005 of op 31 augustus 2006 zijn ingeschreven voor een voltijdse opleiding ten aanzien waarvan met ingang van 1 september 2005 onderscheidenlijk met ingang van 1september 2006 een experiment op het terrein van collegegeldverhoging aanvangt, zijn het collegegeld, bedoeld in artikel 7.45, eerste lid, van de wet, verschuldigd.
**3.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op studenten die op 31 augustus 2007 of op 31 augustus van een van de volgende kalenderjaren zijn ingeschreven voor een opleiding als bedoeld in het eerste of tweede lid.
### Artikel 19
Op aanvragen als bedoeld in artikel 7.49a van de wet, zoals dat artikel luidde voor het tijdstip van intrekking van deze wet, en de afhandeling daarvan, alsmede op beroepen tegen een beslissing op een zodanige aanvraag, blijven de op de dag voor het tijdstip van intrekking van deze wet geldende voorschriften van deze wet en van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek van toepassing.
### Artikel 20
Onze Minister zendt in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken voor 1 juni 2008 aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
### Artikel 21
**1.** Deze wet treedt met uitzondering van artikel 17 in werking met ingang van 1 mei 2005.
**2.** Artikel 17 treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
### Artikel 22
Deze wet wordt met uitzondering van de artikelen 18 en 19 ingetrokken op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
### Artikel 23
Deze wet wordt aangehaald als: Experimentenwet vooropleidingseisen, selectie en collegegeldheffing.