40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
279 lines
14 KiB
Markdown
279 lines
14 KiB
Markdown
---
|
||
titel: Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke
|
||
juridische constructies
|
||
bwb_id: BWBR0046156
|
||
type: wet
|
||
status: geldend
|
||
datum_inwerkingtreding: '2022-01-28'
|
||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0046156
|
||
citeertitel: Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts
|
||
en soortgelijke juridische constructies
|
||
---
|
||
|
||
# Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies
|
||
|
||
## Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
|
||
|
||
### Artikel 1
|
||
|
||
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||
|
||
- *bevoegde autoriteit:* bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 7, tweede lid;
|
||
- *Financiële inlichtingen eenheid:* Financiële inlichtingen eenheid, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme;
|
||
- *beheerder:* Kamer van Koophandel als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de Kamer van Koophandel;
|
||
- *basisregistratie:* verzameling gegevens waarvan bij wet is bepaald dat deze een basisregistratie vormt;
|
||
- *register:* het register bedoeld in artikel 4;
|
||
- *trust:* trust als bedoeld in het op 1 juli 1985 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake het recht dat toepasselijk is op trusts en inzake de erkenning van trusts (Trb. 1985, 141);
|
||
- *trustee:* trustee als bedoeld in het op 1 juli 1985 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake het recht dat toepasselijk is op trusts en inzake de erkenning van trusts (Trb. 1985, 141);
|
||
- *uiteindelijk belanghebbende:* uiteindelijk belanghebbende als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme;
|
||
- *vierde anti-witwasrichtlijn:*
|
||
richtlijn 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60 van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PbEU 2015, L 141), zoals gewijzigd bij richtlijn (EU) 2018/843 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/138/EG en 2013/36/EU (PbEU 2018, L 156/43);
|
||
- *zakelijke relatie:* zakelijke relatie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.
|
||
|
||
### Artikel 2
|
||
|
||
**1.** In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt een soortgelijke juridische constructie gelijkgesteld aan een trust en wordt onder een trust mede verstaan een soortgelijke juridische constructie.
|
||
|
||
**2.** Onder een trustee wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen tevens verstaan degene die in een soortgelijke juridische constructie een vergelijkbare positie heeft als een trustee in een trust.
|
||
|
||
**3.** Onder een soortgelijke juridische constructie wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen verstaan: bij overeenkomst of samenstel van overeenkomsten tot stand gebracht fonds zonder rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een onderneming of rechtspersoon als bedoeld in de Handelsregisterwet 2007, waarin de deelnemers vermogen bijeenbrengen dat voor gezamenlijke rekening wordt belegd of anderszins wordt aangewend ten behoeve van de uiteindelijk belanghebbenden van dat fonds, alsmede een juridische constructie die is opgenomen in de geconsolideerde lijst, bedoeld in artikel 31, tiende lid, van de vierde anti- witwasrichtlijn.
|
||
|
||
### Artikel 3
|
||
|
||
**1.**
|
||
|
||
Deze wet is van toepassing op trusts:
|
||
|
||
a. a.
|
||
waarvan de trustee in Nederland woonachtig of gevestigd is; of
|
||
b. b.
|
||
waarvan de trustee buiten de Europese Unie woonachtig of gevestigd is en namens de trust in Nederland een zakelijke relatie aangaat of onroerend goed verwerft.
|
||
|
||
**2.** Deze wet is niet van toepassing op de registratie van trusts en de uiteindelijk belanghebbenden daarvan voor zover die trusts in een andere lidstaat van de Europese Unie zijn ingeschreven in een register als bedoeld in artikel 31 van de vierde anti-witwasrichtlijn.
|
||
|
||
## Hoofdstuk 2. Inhoud van het register
|
||
|
||
### Artikel 4
|
||
|
||
**1.** Er is een register voor het registreren van trusts en uiteindelijk belanghebbenden van trusts.
|
||
|
||
**2.** Het register heeft als doel het voorkomen van het gebruik van het financiële stelsel voor witwassen en financieren van terrorisme.
|
||
|
||
**3.** Het register wordt gehouden door de beheerder.
|
||
|
||
### Artikel 5
|
||
|
||
**1.**
|
||
|
||
Het register bevat de volgende gegevens over een trust:
|
||
|
||
a. a.
|
||
de naam;
|
||
b. b.
|
||
het type;
|
||
c. c.
|
||
de datum waarop deze tot stand is gekomen;
|
||
d. d.
|
||
de plaats waar deze tot stand is gekomen; en
|
||
e. e.
|
||
het doel waarvoor deze tot stand is gebracht.
|
||
|
||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over categorieën van doelen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e.
|
||
|
||
**3.**
|
||
|
||
Het register bevat de volgende gegevens over de uiteindelijk belanghebbenden van een trust:
|
||
|
||
a. a.
|
||
de naam, de geboortemaand, het geboortejaar, de woonstaat en de nationaliteit;
|
||
b. b.
|
||
het burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, indien dat aan de uiteindelijk belanghebbende is toegekend;
|
||
c. c.
|
||
het fiscaal identificatienummer van een ander land dan Nederland waarvan de uiteindelijk belanghebbende ingezetene is, indien dat door zijn woonstaat aan hem is toegekend;
|
||
d. d.
|
||
de geboortedag, de geboorteplaats, het geboorteland en het woonadres;
|
||
e. e.
|
||
het e-mailadres; en
|
||
f. f.
|
||
de aard en omvang van het door de uiteindelijk belanghebbende gehouden economische belang, waarvoor bij algemene maatregel van bestuur klassen kunnen worden vastgesteld.
|
||
|
||
**4.**
|
||
|
||
Het register bevat de volgende bescheiden over een trust en de uiteindelijk belanghebbenden daarvan:
|
||
|
||
a. a.
|
||
afschriften van documenten op grond waarvan de in het derde lid, onderdelen a, b, c en d bedoelde gegevens zijn geverifieerd;
|
||
b. b.
|
||
afschriften van documenten waaruit de gegevens, bedoeld in het eerste lid, blijken alsmede van documenten, behorende tot bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën, waaruit de gegevens, bedoeld in het derde lid, onderdeel f, blijken.
|
||
|
||
### Artikel 6
|
||
|
||
De gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 5, eerste, derde en vierde lid, blijven tot een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen termijn, toegankelijk via het register.
|
||
|
||
## Hoofdstuk 3. Toegang tot het register
|
||
|
||
### Artikel 7
|
||
|
||
**1.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
|
||
|
||
**2.** In afwijking van het eerste lid, zijn de in artikel 5, derde lid, onderdelen b tot en met e, bedoelde gegevens en de in artikel 5, vierde lid, bedoelde bescheiden enkel toegankelijk voor de Financiële inlichtingen eenheid en de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bevoegde autoriteiten.
|
||
|
||
### Artikel 8
|
||
|
||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||
|
||
### Artikel 9
|
||
|
||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||
|
||
### Artikel 10
|
||
|
||
**1.** In bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen kunnen, ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van uiteindelijk belanghebbenden die in het register staan ingeschreven, gegevens of bescheiden of categorieën van gegevens of bescheiden, op langs elektronische weg gedaan verzoek van een uiteindelijk belanghebbende bij besluit van Onze Minister van Financiën worden afgeschermd tegen inzage door anderen dan de Financiële inlichtingen eenheid, de bevoegde autoriteiten en de instellingen bedoeld in artikel 1a, tweede, derde en vierde lid, onderdeel d, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.
|
||
|
||
**2.** De in artikel 5, derde lid, onderdeel f, bedoelde gegevens kunnen niet worden afgeschermd tegen inzage.
|
||
|
||
**3.** Jaarlijks worden statistische gegevens gepubliceerd over het aantal afschermingen dat op grond van dit artikel is toegekend, met in begrip van de gronden waarop die afschermingen zijn toegekend.
|
||
|
||
## Hoofdstuk 4. Verplichtingen van de trustee
|
||
|
||
### Artikel 11
|
||
|
||
**1.** De trustee is ten behoeve van registratie in het register, verplicht langs elektronische weg opgave te doen van de in artikel 5 bedoelde gegevens en bescheiden met betrekking tot die trust en de uiteindelijk belanghebbenden daarvan.
|
||
|
||
**2.** De trustee doet uiterlijk een week na het plaatsvinden van het feit ten gevolge waarvan de verplichting tot registratie ontstaat, opgave overeenkomstig deze wet.
|
||
|
||
**3.** Na opgave besluit Onze Minister van Financiën tot registratie in het register en worden de belanghebbenden van de betreffende trust daarvan langs elektronische weg in kennis gesteld.
|
||
|
||
**4.** Ten behoeve van de registratie overeenkomstig deze wet identificeert de trustee zich.
|
||
|
||
**5.** In schriftelijke uitingen die namens de trust worden gedaan, wordt het unieke kenmerk vermeld dat na registratie aan de trust is toegekend.
|
||
|
||
### Artikel 12
|
||
|
||
De trustee draagt er zorg voor dat de in artikel 5 bedoelde gegevens en bescheiden met betrekking tot de trust en de uiteindelijk belanghebbenden daarvan, toereikend, actueel en accuraat zijn.
|
||
|
||
## Hoofdstuk 5. Taken van de beheerder
|
||
|
||
### Artikel 13
|
||
|
||
**1.** De beheerder draagt zorg voor de ontwikkeling, een goede bereikbaarheid, werking en beveiliging van het register.
|
||
|
||
**2.** De beheerder draagt er zorg voor dat de weergave van krachtens deze wet in het register opgenomen informatie onverwijld na het besluit bedoeld in artikel 11, derde lid, overeenstemt met dat besluit.
|
||
|
||
### Artikel 14
|
||
|
||
De beheerder kent aan een trust een uniek kenmerk toe, en neemt dit kenmerk in het register op.
|
||
|
||
### Artikel 15
|
||
|
||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||
|
||
### Artikel 16
|
||
|
||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||
|
||
### Artikel 17
|
||
|
||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||
|
||
### Artikel 18
|
||
|
||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent het beheer, de vorm en de technische en administratieve inrichting van het register.
|
||
|
||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat in het register ook informatie kan worden opgenomen die is overgenomen uit een basisregistratie.
|
||
|
||
### Artikel 19
|
||
|
||
**1.**
|
||
|
||
De beheerder stelt een protocol op aangaande:
|
||
|
||
a. a.
|
||
de beschikbaarheid, werking, beveiliging en andere aangelegenheden betreffende het beheer van het register; en
|
||
b. b.
|
||
de evaluatie van de uitvoering van de bij deze wet aan de beheerder opgedragen taken welke evaluatie twee jaar na inwerkingtreding van deze wet wordt uitgevoerd.
|
||
|
||
**2.** Het protocol behoeft de goedkeuring van Onze Minister van Financiën, Onze Minister van Justitie en Veiligheid en Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat.
|
||
|
||
**3.** De goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
|
||
|
||
## Hoofdstuk 6. Financiele inlichtingen eenheid en bevoegde autoriteiten
|
||
|
||
### Artikel 20
|
||
|
||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||
|
||
### Artikel 21
|
||
|
||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||
|
||
## Hoofdstuk 7. Handhaving
|
||
|
||
### Artikel 22
|
||
|
||
Onze Minister van Financiën kan een last onder dwangsom opleggen indien er sprake is van handelen in strijd met artikel 11, eerste of tweede lid, of artikel 12.
|
||
|
||
### Artikel 23
|
||
|
||
**1.** Onze Minister van Financiën kan een bestuurlijke boete opleggen indien er sprake is van handelen in strijd met artikel 11, eerste of tweede lid, of artikel 12.
|
||
|
||
**2.** De op grond van het eerste lid op te leggen bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
|
||
|
||
### Artikel 23a
|
||
|
||
**1.** Onze Minister van Financiën is bevoegd van een trustee inlichtingen te vorderen die hij redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak, bedoeld in de artikelen 22 en 23, nodig heeft. Een trustee is verplicht aan Onze Minister van Financiën binnen de door hem gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitvoering van deze bevoegdheid.
|
||
|
||
**2.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
|
||
|
||
## Hoofdstuk 8. Overige bepalingen
|
||
|
||
### Artikel 24
|
||
|
||
Het recht, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Databankenwet is, ten aanzien van het register bedoeld in artikel 4 van deze wet, voorbehouden aan de Staat der Nederlanden.
|
||
|
||
### Artikel 25
|
||
|
||
**1.**
|
||
|
||
Onze Minister van Financiën verleent aan de voorzitter van de Kamer van Koophandel mandaat om:
|
||
|
||
a. a.
|
||
besluiten te nemen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, en artikel 11, derde lid;
|
||
b. b.
|
||
te beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten als bedoeld in onderdeel a, met dien verstande dat de persoon die betrokken is bij het besluitvormingsproces ten aanzien van het bezwaarschrift niet ook betrokken is geweest bij het besluitvormingsproces in eerste aanleg, voor zover het besluit waartegen het bezwaar zich richt, niet door hem in mandaat is genomen; en
|
||
c. c.
|
||
in rechte op te treden en tegen rechterlijke uitspaken hoger beroep of cassatie in te stellen, dan wel af te zien van hoger beroep of cassatie.
|
||
|
||
**2.** De voorzitter van de Kamer van Koophandel kan ten aanzien van de in het eerste lid aan hem gemandateerde bevoegdheden ondermandaat verlenen aan één of meer onder hem ressorterende werknemers van de beheerder.
|
||
|
||
## Hoofdstuk 9. Wijziging van andere wetten
|
||
|
||
### Artikel 26
|
||
|
||
Wijzigt de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.
|
||
|
||
### Artikel 27
|
||
|
||
Wijzigt de Wet op de economische delicten.
|
||
|
||
### Artikel 28
|
||
|
||
Wijzigt de Handelsregisterwet 2007.
|
||
|
||
### Artikel 28a
|
||
|
||
Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.
|
||
|
||
## Hoofdstuk 10. Overgangs- en slotbepalingen
|
||
|
||
### Artikel 29
|
||
|
||
In afwijking van artikel 11, tweede lid, vindt registratie waartoe de verplichting is ontstaan als gevolg van de inwerkingtreding van artikel 11 van deze wet plaats binnen drie maanden na inwerkingtreding van deze wet.
|
||
|
||
### Artikel 30
|
||
|
||
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
|
||
|
||
### Artikel 31
|
||
|
||
Deze wet wordt aangehaald als: Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies.
|