rijk/wet/instellingswet-productschap-voor-gedistilleerde-dranken/BWBR0002151/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

5.5 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instellingswet Productschap voor Gedistilleerde Dranken BWBR0002151 wet geldend 1956-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0002151 Instellingswet Productschap voor Gedistilleerde Dranken

Instellingswet Productschap voor Gedistilleerde Dranken

Artikel 1

1. Er is een Productschap voor Gedistilleerde Dranken.

2. Het productschap heeft zijn zetel te Schiedam.

Artikel 2

1.

Het productschap is ingesteld voor de ondernemingen, waarin:

spiritus, moutwijn of gedistilleerde dranken worden bereid;

de handel - met uitzondering van de aanvoer-, transito- en driehoekshandel - wordt uitgeoefend in spiritus, moutwijn of gedistilleerde dranken;

gedistilleerde dranken per glas worden verstrekt.

2.

In het eerste lid wordt verstaan onder:

gedistilleerde dranken: de alcoholhoudende producten, welke, al dan niet na be- of verwerking, kunnen dienen tot menselijke consumptie en waarvoor in geval van ge- of verbruik hier te lande gedistilleerd accijns verschuldigd is, met uitzondering van spiritus en moutwijn;

spiritus: spiritus, welke als grondstof voor de bereiding van gedistilleerde dranken wordt afgezet.

3. In deze wet, met uitzondering van de artikelen 3 en 8, wordt onder handel mede verstaan de werkzaamheid van tussenpersonen.

Artikel 3

Het Bestuur van het produktschap bestaat uit 28 leden. Daarvan worden benoemd:

Artikel 4

1.

Aan het productschap is overgelaten de regeling of nadere regeling van de navolgende onderwerpen:

a. a. aangelegenheden, verband houdende met het economisch verkeer tussen verschillende stadia van voortbrenging en afzet, waaronder, indien of voorzover dit door Ons is bepaald, de prijzen begrepen zijn; b. b. de registratie van de ondernemingen, waarvoor het productschap is ingesteld; c. c. het verstrekken van de voor de vervulling van de taak van het productschap nodige gegevens; d. d. de voor de vervulling van de taak van het productschap nodige inzage van boeken en bescheiden en bezichtiging en opneming van bedrijfsmiddelen en voorraden van ondernemingen.

2.

Als aangelegenheden, bedoeld in het voorgaande lid, onder a, worden niet aangemerkt:

a. a. de vestiging, uitbreiding en stillegging van ondernemingen; b. b. de in- en uitvoer.

3. Verordeningen betreffende de in het eerste lid bedoelde onderwerpen hebben niet betrekking op de aanvoer-, transito- en driehoekshandel.

4. Verordeningen betreffende onderwerpen, als bedoeld in het eerste lid, onder c en d, houden waarborgen in tegen misbruik van de ingevolge die verordeningen te verstrekken gegevens.

Artikel 5

Overtredingen van het bepaalde bij of krachtens een op grond van artikel 93, eerste lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie (Stb. 1950, K 22, sedert gewijzigd) vastgestelde verordening kunnen bij de verordening worden aangewezen als strafbare feiten.

Artikel 6

Bij een op grond van artikel 93, eerste lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie vastgestelde verordening kan worden bepaald, dat de bij of krachtens die verordening gestelde regelen mede andere dan de in artikel 102, eerste lid, van genoemde wet bedoelde natuurlijke en rechtspersonen binden, voor zover deze handelingen verrichten, die bedrijfsmatig in de ondernemingen, waarvoor het productschap is ingesteld, plegen te worden verricht.

Artikel 7

1. Verordeningen, waarbij krachtens artikel 126, eerste lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie een heffing wordt opgelegd tot een in die verordeningen vermeld ander doel dan dekking van de huishoudelijke uitgaven van het productschap, behoeven, in afwijking van het derde lid van dat artikel, de goedkeuring van Onze betrokken Ministers; zij worden terstond na vaststelling ter kennisneming aan de Sociaal-Economische Raad toegezonden.

2. Tot instelling van een fonds in het belang der bedrijfsgenoten wordt besloten bij verordening. Zodanige verordening behoeft de goedkeuring van Onze betrokken Ministers.

3. Onze betrokken Ministers kunnen bepalen, dat besluiten tot uitbetalingen ten laste van een fonds in het belang der bedrijfsgenoten hun goedkeuring behoeven.

Artikel 8

1.

In afwijking van artikel 3 bestaat het bestuur van het productschap gedurende de eerste zittingsperiode uit 17 leden, waarvan worden benoemd:

voor de ondernemingen op het gebied van door organisaties van ondernemers door organisaties van werknemers
de spiritus- en moutwijnindustrie 1 lid 1 lid
de gedistilleerde-drankenindustrie 3 leden 2 leden
de invoerhandel en de werkzaamheid van tussenpersonen in gedistilleerde dranken 1 lid
de binnenlandse groothandel in gedistilleerde dranken 1 lid 1 lid
de detailhandel in gedistilleerde dranken en het hotel-, café- en restaurantbedrijf 4 leden 3 leden

2. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald, dat het eerste lid van overeenkomstige toepassing is voor volgende zittingsperioden.

Artikel 9

Voor de toepassing van deze wet en van de artikelen 94, 100, derde lid, en 104, tweede lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie ten aanzien van het productschap worden als Onze betrokken Ministers aangemerkt Onze Minister van Economische Zaken en, in bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen, Onze Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening.

Artikel 10

Deze wet kan worden aangehaald als Instellingswet Productschap voor Gedistilleerde Dranken.

Artikel 11

Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.