rijk/wet/invoeringswet-binnenvaartwet/BWBR0023849/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

8 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Invoeringswet Binnenvaartwet BWBR0023849 wet geldend 2009-07-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0023849 Invoeringswet Binnenvaartwet

Invoeringswet Binnenvaartwet

Hoofdstuk 1. Overgangsbepalingen

Artikel 1

Een geldig certificaat van onderzoek, afgegeven op grond van de Binnenschepenwet, geldt als certificaat van onderzoek als bedoeld in artikel 9 van de Binnenvaartwet.

Artikel 2

Een kennisgeving als bedoeld in artikel 7 van de Binnenschepenwet, gedaan voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 11 van de Binnenvaartwet, geldt als een kennisgeving als bedoeld in artikel 11 van de Binnenvaartwet.

Artikel 3

Een geldige ontheffing als bedoeld in artikel 5a, tweede lid, van de Binnenschepenwet geldt als ontheffing als bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de Binnenvaartwet.

Artikel 4

Op grond van artikel 27 van de Binnenschepenwet aangewezen natuurlijke personen, diensten, onderzoekingsbureaus en instellingen worden geacht te zijn aangewezen op grond van artikel 14 van de Binnenvaartwet.

Artikel 5

Een meetbrief als bedoeld in artikel 12c, eerste lid, van de Binnenschepenwet geldt als een meetbrief als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Binnenvaartwet.

Artikel 6

Een ontheffing als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart geldt als een ontheffing als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de Binnenvaartwet.

Artikel 7

1. Een aanwijzing van een arts op grond van artikel 21, eerste lid, van de Binnenschepenwet geldt als een aanwijzing van een deskundige als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de Binnenvaartwet.

2. Een geldige geneeskundige verklaring als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Binnenschepenwet, geldt als een geneeskundige verklaring als bedoeld in artikel 28 van de Binnenvaartwet.

Artikel 8

1. Een aanwijzing van een instelling of persoon op grond van artikel 22, eerste lid, van de Binnenschepenwet geldt als een aanwijzing van een instelling of persoon als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Binnenvaartwet.

2. Een geldige verklaring als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de Binnenschepenwet, geldt als een verklaring als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Binnenvaartwet.

Artikel 9

Een vaarbewijs dat op grond van artikel 25, derde lid, van de Binnenschepenwet ongeldig is verklaard wordt geacht ongeldig te zijn verklaard op grond van artikel 30, eerste lid, onderdeel d, van de Binnenvaartwet.

Artikel 10

Een geldige ontheffing als bedoeld in artikel 17, derde lid, van de Binnenschepenwet geldt als een ontheffing als bedoeld in artikel 31, tweede lid, van de Binnenvaartwet.

Artikel 11

Een geldig registratienummer als bedoeld in artikel 53, aanhef en onderdeel b, van de Wet vervoer binnenvaart geldt als scheepsnummer als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Binnenvaartwet.

Artikel 12

1. Een aanwijzing van een ambtenaar op grond van artikel 28, eerste of tweede lid, van de Binnenschepenwet, artikel 11, eerste of tweede lid, van de Wet vaartijden bemanningssterkte binnenvaart of artikel 60, eerste lid, van de Wet vervoer binnenvaart geldt als een aanwijzing van een met het toezicht op de naleving van de Binnenvaartwet of de Herziene Rijnvaartakte belaste ambtenaar als bedoeld in artikel 40, eerste of tweede lid, van de Binnenvaartwet.

2. De krachtens artikel 28, eerste lid, van de Binnenschepenwet met het toezicht op de naleving van die wet of de Herziene Rijnvaartakte belaste ambtenaren zijn eveneens belast met het toezicht op de naleving van de Binnenvaartwet en de Herziene Rijnvaartakte.

Artikel 13

Met betrekking tot een onderzoek als bedoeld in artikel 8 van de Binnenschepenwet, dat is ingesteld voorafgaande aan de inwerkingtreding van artikel 15, eerste lid, van de Binnenvaartwet, blijven de bepalingen gegeven bij of krachtens de Binnenschepenwet, zoals die luidden voor dat tijdstip, van toepassing.

Artikel 14

Op het onderbreken van de vaart van een schip op grond van artikel 9 van de Binnenschepenwet voorafgaande aan de inwerkingtreding van artikel 17, eerste lid, van de Binnenvaartwet blijven de bepalingen gegeven bij of krachtens de Binnenschepenwet, zoals die luidden voor dat tijdstip, van toepassing.

Artikel 15

Op een onderzoek als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de Binnenschepenwet, dat is gevorderd voorafgaande aan de inwerkingtreding van artikel 24, eerste lid, van de Binnenvaartwet, zijn de artikelen 25 en 26 van de Binnenschepenwet, zoals die luidden voor dat tijdstip, van toepassing.

Artikel 16

Op een onderzoek als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Binnenschepenwet dat is aangevangen voorafgaande aan de inwerkingtreding van artikel 28, eerste lid, van de Binnenvaartwet, zijn de artikelen 21, 22, 23 en 26 van de Binnenschepenwet, zoals die luidden voor dat tijdstip, van toepassing.

Artikel 17

Ten aanzien van aanvragen ter verkrijging van een certificaat van onderzoek, een meetbrief, een vaarbewijs, een medische verklaring, een verklaring met betrekking tot de vereiste kennis en bekwaamheid om een schip te voeren, een scheepsregistratienummer of een ontheffing op grond van respectievelijk de Binnenschepenwet, de Wet vervoer binnenvaart of de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart, ingediend ten minste vier weken voor het tijdstip van inwerkingtreding van de desbetreffende artikelen van de Binnenvaartwet, blijft op de behandeling daarvan het recht zoals dat gold voor dat tijdstip van toepassing.

Artikel 18

Indien tegen een besluit krachtens respectievelijk de Binnenschepenwet, de Wet vervoer binnenvaart of de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart, voorafgaande aan de inwerkingtreding van de Binnenvaartwet, een bezwaar- of beroepschrift is ingediend, blijven op de behandeling daarvan de regelen bij of krachtens de Binnenschepenwet, de Wet vervoer binnenvaart en de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart, zoals die luidden voor dat tijdstip, van toepassing.

Artikel 19

Op rechtsgedingen, welke bij het in werking treden van de Binnenvaartwet aanhangig zijn, blijven ten aanzien van de rechterlijke bevoegdheid en van de rechtsvordering, zowel in eerste aanleg als in verdere instantie, de regelen bij of krachtens de Binnenschepenwet, de Wet vervoer binnenvaart en de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart van toepassing, zoals deze gelden ten tijde van de inleidende dagvaarding.

Artikel 20

Na inwerkingtreding van artikel 51, tweede lid, onderdeel a, van de Binnenvaartwet berust de Regeling tarieven scheepvaart 2005 mede op dat artikel.

Hoofdstuk 2. Wijziging van wetten

Artikel 21

Wijzigt de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden.

Artikel 22

Wijzigt de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden.

Artikel 23

Wijzigt de Vervoersnoodwet.

Artikel 24

Wijzigt de Vervoersnoodwet.

Artikel 24a

Wijzigt de Binnenschepenwet.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 25

Wijzigt de Wet op de economische delicten.

Artikel 26

Wijzigt de Wet tot wijziging van bepalingen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens.

Hoofdstuk 3. Wijziging van de

Artikel 26a

Wijzigt de Binnenvaartwet.

Artikel 27

Wijzigt de Binnenvaartwet.

Artikel 28

Wijzigt de Binnenvaartwet.

Artikel 29

Wijzigt de Binnenvaartwet.

Artikel 30

Wijzigt de Binnenvaartwet.

Artikel 31

Wijzigt de Binnenvaartwet.

Artikel 32

Wijzigt de Binnenvaartwet.

Artikel 33

Wijzigt de Binnenvaartwet.

Artikel 34

Wijzigt de Binnenvaartwet.

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Artikel 35

Ingetrokken worden:

a. a. de Binnenschepenwet; b. b. de Wet vervoer binnenvaart; c. c. de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart.

Artikel 36

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel 37

Deze wet wordt aangehaald als: Invoeringswet Binnenvaartwet.