40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
17 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Onteigeningswet | BWBR0001842 | wet | geldend | 2010-03-18 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0001842 | Onteigeningswet |
Onteigeningswet
Paragraaf . Algemeene bepalingen
Artikel 1
Vervallen
Artikel 2
Vervallen
Artikel 3
Vervallen
Artikel 4
Vervallen
Titel I. Over onteigening in gewone gevallen
Hoofdstuk I. Over hetgeen aan de verklaring van het algemeen nut vooraf behoort te gaan
Artikel 5
Vervallen
Artikel 6
Vervallen
Artikel 7
Vervallen
Artikel 8
Vervallen
Artikel 9
Vervallen
Hoofdstuk II. Over de eindaanwijzing der te onteigenen goederen
Artikel 10
Vervallen
Artikel 11
Vervallen
Artikel 12
Vervallen
Artikel 13
Vervallen
Artikel 14
Vervallen
Artikel 15
Vervallen
Artikel 16
Vervallen
Hoofdstuk III. Van het geding tot onteigening
Artikel 17
Vervallen
Artikel 18
Vervallen
Artikel 19
Vervallen
Artikel 20
Vervallen
Artikel 21
Vervallen
Artikel 22
Vervallen
Artikel 23
Vervallen
Artikel 24
Vervallen
Artikel 25
Vervallen
Artikel 26
Vervallen
Artikel 27
Vervallen
Artikel 28
Vervallen
Artikel 29
Vervallen
Artikel 30
Vervallen
Artikel 31
Vervallen
Artikel 32
Vervallen
Artikel 33
Vervallen
Artikel 34
Vervallen
Artikel 35
Vervallen
Artikel 36
Vervallen
Artikel 36a
Vervallen
Artikel 37
Vervallen
Artikel 38
Vervallen
Artikel 39
Vervallen
Artikel 40
Vervallen
Artikel 40a
Vervallen
Artikel 40b
Vervallen
Artikel 40c
Vervallen
Artikel 40d
Vervallen
Artikel 40e
Vervallen
Artikel 40f
Vervallen
Artikel 41
Vervallen
Artikel 41a
Vervallen
Artikel 42
Vervallen
Artikel 42a
Vervallen
Artikel 43
Vervallen
Artikel 44
Vervallen
Artikel 45
Vervallen
Artikel 46
Vervallen
Artikel 47
Vervallen
Artikel 48
Vervallen
Artikel 49
Vervallen
Artikel 50
Vervallen
Artikel 51
Vervallen
Artikel 52
Vervallen
Artikel 53
Vervallen
Artikel 54
Vervallen
Hoofdstuk IIIa
Afdeling 1. Van de opneming door de deskundigen voor de aanvang van het geding
Artikel 54a
Vervallen
Artikel 54b
Vervallen
Artikel 54c
Vervallen
Artikel 54d
Vervallen
Artikel 54e
Vervallen
Afdeling 2. Van de vervroegde uitspraak over de onteigening
Artikel 54f
Vervallen
Artikel 54g
Vervallen
Artikel 54h
Vervallen
Artikel 54i
Vervallen
Artikel 54j
Vervallen
Artikel 54k
Vervallen
Artikel 54l
Vervallen
Artikel 54m
Vervallen
Artikel 54n
Vervallen
Artikel 54o
Vervallen
Artikel 54p
Vervallen
Artikel 54q
Vervallen
Artikel 54r
Vervallen
Artikel 54s
Vervallen
Artikel 54t
Vervallen
Hoofdstuk IV. Over de betaling van de schadeloosstelling
Artikel 55
Vervallen
Artikel 56
Vervallen
Artikel 57
Vervallen
Artikel 58
Vervallen
Artikel 59
Vervallen
Artikel 60
Vervallen
Artikel 61
Vervallen
Titel II. Over de onteigening voor aanleg, herstel, versterking of onderhoud van waterkeringen en bouw van militaire verdedigingswerken
Artikel 62
Vervallen
Artikel 63
Vervallen
Artikel 64
Vervallen
Artikel 64a
Vervallen
Artikel 64b
Vervallen
Artikel 65
Vervallen
Artikel 66
Vervallen
Artikel 67
Vervallen
Artikel 68
Vervallen
Artikel 69
Vervallen
Artikel 70
Vervallen
Artikel 71
Vervallen
Artikel 72
Vervallen
Titel IIa. Over onteigening van wegen, bruggen, bermen, bermslooten en kanalen en onteigening voor aanleg en verbetering van wegen, bruggen, spoorwegwerken, kanalen, havenwerken, werken ten behoeve van de bestrijding van verontreiniging van oppervlaktewateren en terreinen en werken ten behoeve van verbetering of verruiming van rivieren
Artikel 72a
Vervallen
Titel IIb. Over onteigening ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening en van de verwijdering van afvalstoffen
Artikel 72b
Vervallen
Titel IIc. Over onteigening in het belang van de winning van oppervlaktedelfstoffen
Artikel 72c
Vervallen
Artikel 72d
Vervallen
Titel III. Over onteigening in geval van buitengewone omstandigheden
Artikel 73
1. Wanneer in geval van brand of watersnood, ogenblikkelijke inbezitneming volstrekt noodzakelijk geacht wordt, kan deze op last van de hoogste burgerlijke overheid, ter plaatse aanwezig, geschieden.
2. Ingeval van watersnood kan ook het dagelijks bestuur van het waterschap, dat met de zorg voor de waterkering is belast, de voorzitter van dat waterschap en ieder daartoe door dat dagelijks bestuur van het waterschap aangewezen lid van dat bestuur, ter vervulling van die taak die last geven.
3. Door watersnood wordt niet enkel het geval verstaan dat dijken zijn doorgebroken of overstroomingen hebben plaats gehad, maar ook dat van dringend of dreigend gevaar voor doorbraak of overstrooming.
4. De eigendom gaat onmiddellijk op dengene over, in wiens naam de inbezitneming is geschied, vrij van alle met betrekking tot de zaak bestaande lasten en rechten. Waterschaps- en soortgelijke lasten en alle belastingen waarmee het onteigende is bezwaard, gaan met ingang van de dag van de inbezitneming op hem over.
5. Het besluit tot inbezitneming wordt zo spoedig mogelijk in de openbare registers ingeschreven. Door het besluit waardeloos geworden inschrijvingen van hypotheken en beslagen worden ambtshalve doorgehaald. Artikel 24, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing.
Artikel 74
1. Zodra mogelijk na de onteigening, biedt degene die de onteigening bevolen heeft aan de onteigende gerechtelijk een schadevergoeding aan, of, als onder degene die de onteigening bevolen heeft, beslag op de schadeloosstelling is gelegd, consigneert die het bedrag dat zonder het beslag aan de beslagene had moeten worden uitbetaald volgens de Wet op de consignatie van gelden.
2. Indien dit aanbod of die consignatie niet binnen drie maanden is geschied, alsmede wanneer met het aangebodene of geconsigneerde geen genoegen wordt genomen, kan de schadevergoeding in regten door de onteigenden worden gevorderd.
3. In het eerste geval kan de Staat, de provincie, de gemeenten of het waterschap de bedoelde schadeloosstelling van hen, die de onteigening gelast hebben, persoonlijk terugvorderen, ten ware het verzuim buiten hunne schuld mogt hebben plaats gehad.
Artikel 75
De wettelijke interessen der verschuldigde schadevergoeding moeten van den dag der inbezitneming aan de onteigenden worden betaald.
Artikel 76
Wanneer hij, in wiens naam de onteigening gelast is, den eigendom van de zaak niet langer voor het beoogde doel noodig acht, en er nog geene drie jaren sedert de onteigening verloopen zijn, is de onteigende bij voorkeur boven alle anderen tegen betaling van den prijs, door deskundigen te begrooten, tot de verkrijging daarvan geregtigd.
Artikel 76a
1. Onverminderd de artikelen 7, eerste lid, en 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden kunnen, ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de artikelen 76a bis tot en met 76f bis in werking worden gesteld.
2. Wanneer het in het eerste lid bedoelde besluit is genomen, wordt onverwijld een voorstel van wet aan de Tweede Kamer gezonden omtrent het voortduren van de werking van de bij dat besluit in werking gestelde bepalingen.
3. Wordt het voorstel van wet door de Staten-Generaal verworpen, dan worden bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de bepalingen die ingevolge het eerste lid in werking zijn gesteld, onverwijld buiten werking gesteld.
4. Bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, worden bepalingen die ingevolge het eerste lid in werking zijn gesteld, buiten werking gesteld, zodra de omstandigheden dit naar Ons oordeel toelaten.
5. Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt op de daarin te bepalen wijze bekendgemaakt. Het treedt in werking terstond na de bekendmaking.
6. Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt in ieder geval geplaatst in het Staatsblad.
Artikel 76a bis
Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.
1. Wanneer ogenblikkelijke inbezitneming volstrekt noodzakelijk geacht wordt, kan deze op last van de hoogste militaire autoriteit, ter plaatse aanwezig, geschieden onder zo spoedig mogelijke afgifte van een schriftelijk bewijsstuk van de inbezitneming.
2. Op de in het eerste lid bedoelde inbezitneming is het bepaalde in artikel 73, ten aanzien van de eigendomsovergang en de overschrijving in de openbare registers, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 76a ter
Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.
1. Door of op last van de burgemeesters kunnen, na bijzondere of algemene machtiging van Onze Minister van Economische Zaken, levensmiddelen, grondstoffen van levensmiddelen, huishoudelijke artikelen en brandstoffen onmiddellijk in bezit worden genomen onder zo spoedig mogelijke afgifte van een schriftelijk bewijsstuk van de inbezitneming.
2. De op grond van het eerste lid in bezit genomen waren worden onverwijld, op door de burgemeester te bepalen wijze, ter beschikking gesteld ten behoeve van de bevolking van de gemeente of van aldaar bestaande bedrijven, tegen prijzen, die niet te boven gaan de daarvoor door Onze voornoemde Minister bepaalde bedragen.
3. De schadeloosstelling, voor de in bezit genomen waren door de gemeente te bepalen, wordt door twee schatters, elk afzonderlijk, geschat, en een bon voor het gemiddelde van die twee schattingen wordt aan de vroegere houder van de waren gegeven.
4. Het bedrag van deze bonnen wordt als verplichte uitgave van de gemeente aangemerkt en zo spoedig mogelijk uitbetaald.
5. De schatters worden door Onze voornoemde Minister of, ingevolge diens bijzondere of algemene machtiging, door de burgemeester benoemd.
6. Artikel 75 is van toepassing.
Artikel 76b
Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.
Indien degene, onder wien de burgemeester in het vorig artikel genoemde waren in bezit wil nemen, onmiddellijk ten genoegen van den burgemeester aanbiedt zelf op door dezen goedgekeurde wijze die waren ter beschikking te stellen tegen prijzen, die niet te boven gaan de daarvoor door Onzen voornoemden Minister bepaalde bedragen, kan de burgemeester de inbezitneming opschorten.
Artikel 76c
Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.
1. Onze voornoemde Minister kan bepalen, dat de burgemeester bepaalde soorten of hoeveelheden van genoemde waren in bezit zal nemen, alsmede dat van in bezit genomen waren gedeelten ter beschikking worden gesteld van den burgemeester eener andere gemeente tegen den prijs en op de wijze, door dien Minister te bepalen.
2. Voldoet de burgemeester niet onmiddellijk hieraan, dan geschiedt de inbezitneming en de terbeschikkingstelling van burgemeesters van andere gemeenten door dien Minister.
3. Alsdan wordt de schadeloosstelling bepaald op de wijze, bij artikel 76a ter geregeld, met dien verstande, dat de benoeming der schatters dan steeds geschiedt door dien Minister.
4. Het vierde en het laatste lid van artikel 76a ter zijn ook in dit geval van toepassing, met dien verstande, dat de uitgave komt ten laste van de gemeente, te welker behoeve de waren zijn beschikbaar gesteld.
Artikel 76e
Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.
1. De burgemeester zoomede de door hem aan te wijzen ambtenaren zijn te allen tijde bevoegd de uitlevering te vorderen van de in bezit te nemen waren. Zij, alsmede de hen op hun last vergezellende personen hebben te allen tijde vrijen toegang tot alle plaatsen, waar redelijkerwijs vermoed kan worden, dat zich de waren bevinden. Wordt hun de toegang geweigerd, dan verschaffen zij zich dien desnoods met inroeping van den sterken arm.
2. Is de plaats tevens eene woning of alleen door eene woning toegankelijk, dan treden zij deze tegen den wil des bewoners niet binnen dan op bijzonderen of algemeenen schriftelijken last van den burgemeester.
3. Van dit binnentreden wordt door hen procesverbaal opgemaakt.
Artikel 76f
Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.
In geval, op grond van artikel 7, eerste lid, of 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden, bepalingen uit de Oorlogswet voor Nederland in werking zijn gesteld, geschieden de machtigingen, bedoeld in artikel 76a ter, eerste lid, niet dan na overleg met het militair gezag.
Artikel 76fbis
Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.
1. Door of op last van de burgemeesters kunnen, na algemene of bijzondere machtiging van Onze Minister van Binnenlandse Zaken, in de gemeente aanwezige verbruiksartikelen, bestemd voor bescherming en ontsmetting in het belang van de bestrijding van rampen en zware ongevallen, van de beperking van de onmiddellijke gevolgen daarvan alsmede van de voorbereiding op deze bestrijding en beperking, onmiddellijk in bezit worden genomen onder zo spoedig mogelijke afgifte van een schriftelijk bewijsstuk van de inbezitneming.
2. De artikelen 76a ter, derde lid tot en met zesde lid, 76b, 76c, 76e en 76f vinden overeenkomstige toepassing.
Titel IV. Onteigening in het belang van de ruimtelijke ontwikkeling, van de Volkshuisvesting, van de openbare orde en van de handhaving van de
Artikel 77
Vervallen
Artikel 78
Vervallen
Artikel 79
Vervallen
Artikel 80
Vervallen
Artikel 81
Vervallen
Artikel 82
Vervallen
Artikel 83
Vervallen
Artikel 84
Vervallen
Artikel 85
Vervallen
Artikel 86
Vervallen
Artikel 87
Vervallen
Artikel 88
Vervallen
Artikel 89
Vervallen
Artikel 90
Vervallen
Artikel 91
Vervallen
Artikel 92
Vervallen
Artikel 93
Vervallen
Artikel 94
Vervallen
Artikel 95
Vervallen
Artikel 95a
Vervallen
Artikel 96
Vervallen
Titel V. Over onteigening van octrooien van uitvinding
Artikel 97
Vervallen
Artikel 98
Vervallen
Artikel 99
Vervallen
Artikel 100
Vervallen
Artikel 101
Vervallen
Artikel 102
Vervallen
Artikel 103
Vervallen
Artikel 104
Vervallen
Titel Va. Over de onteigening van de rechten, voortvloeiende uit eene aanvrage om octrooi
Artikel 104A
Vervallen
Artikel 104B
Vervallen
Artikel 104C
Vervallen
Titel VI. Over onteigening in het belang der verkrijging door landarbeiders van land met woning in eigendom of van los land in pacht
Artikel 105
Vervallen
Artikel 106
Vervallen
Artikel 107
Vervallen
Artikel 108
Vervallen
Artikel 109
Vervallen
Artikel 110
Vervallen
Artikel 111
Vervallen
Artikel 112
Vervallen
Artikel 113
Vervallen
Artikel 114
Vervallen
Artikel 115
Vervallen
Artikel 116
Vervallen
Artikel 117
Vervallen
Artikel 118
Vervallen
Artikel 119
Vervallen
Artikel 120
Vervallen
Artikel 121
Vervallen
Titel VII. Over onteigening in het belang van de landinrichting
Artikel 122
Vervallen
Artikel 123
Vervallen
Artikel 124
Vervallen
Titel VIIa. Evaluatie
Artikel 125
Vervallen
Artikel 126
Vervallen
Artikel 127
Vervallen
Artikel 128
Vervallen
Artikel 129
Vervallen
Artikel 130
Vervallen
Artikel 131
Vervallen
Artikel 132
Vervallen
Artikel 133
Vervallen
Artikel 134
Vervallen
Artikel 135
Vervallen
Artikel 136
Vervallen
Artikel 137
Vervallen
Artikel 138
Vervallen
Artikel 139
Vervallen
Artikel 140
Vervallen
Titel VIII. Over onteigening in het belang der natuurbescherming
Artikel 141
Vervallen
Artikel 142
Vervallen
Artikel 143
Vervallen
Artikel 144
Vervallen
Artikel 145
Vervallen
Artikel 146
Vervallen
Artikel 147
Vervallen
Artikel 148
Vervallen
Artikel 149
Vervallen
Artikel 150
Vervallen
Artikel 151
Vervallen
Artikel 152
Vervallen
Artikel 153
Vervallen
Artikel 154
Vervallen
Paragraaf . Slotbepalingen
Artikel 155
Vervallen
Artikel 156
Vervallen
Artikel 157
Deze wet kan worden aangehaald onder den titel van "onteigeningswet".