rijk/wet/wet-inzake-het-merken-van-kneedspringstoffen/BWBR0009407/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

7.3 KiB
Raw Permalink Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Wet inzake het merken van kneedspringstoffen BWBR0009407 wet geldend 2010-05-17 https://wetten.overheid.nl/BWBR0009407 Wet inzake het merken van kneedspringstoffen

Wet inzake het merken van kneedspringstoffen

Artikel 1

1.

In deze wet wordt verstaan onder:

a. a. het verdrag: het op 1 maart 1991 te Montreal tot stand gekomen Verdrag inzake het merken van kneedspringstoffen ten behoeve van de opsporing ervan; b. b. binnenkomen en uitgaan: het binnen het grondgebied van Nederland komen, respectievelijk het verlaten van het grondgebied van Nederland.

2. De in deze wet voorkomende uitdrukkingen hebben dezelfde betekenis als in het verdrag.

Artikel 2

Het is verboden springstoffen, die niet zijn gemerkt met een bij regeling van Onze Ministers van Justitie en van Defensie aangewezen opsporingsmiddel:

a. a. te vervaardigen; b. b. te doen binnenkomen of te doen uitgaan; c. c. op te slaan, te gebruiken, over te brengen of te verhandelen.

Artikel 3

Indien daartoe een erkenning als bedoeld in artikel 17 van de Wet explosieven voor civiel gebruik is verleend, is artikel 2 niet van toepassing met betrekking tot springstoffen in beperkte hoeveelheden, uitsluitend voor:

a. a. onderzoek naar, ontwikkeling van of het doen van proeven met nieuwe of gewijzigde springstoffen; b. b. opleidingen in het opsporen van springstoffen en ontwikkeling van of het doen van proeven met gereedschap voor het opsporen van springstoffen; of c. c. forensische wetenschappelijke doeleinden.

Artikel 4

Artikel 2, aanhef en onder c, is gedurende drie jaar na inwerkingtreding van deze wet niet van toepassing op de houder van een erkenning als bedoeld in artikel 17 van de Wet explosieven voor civiel gebruik met betrekking tot springstoffen die voor de inwerkingtreding van deze wet zijn vervaardigd of binnengekomen.

Artikel 5

1. Artikel 2, aanhef en onder b en c, is gedurende vijftien jaar na inwerkingtreding van deze wet niet van toepassing op de politie en de krijgsmacht met betrekking tot springstoffen die voor de inwerkingtreding van deze wet zijn vervaardigd of binnengekomen.

2. Artikel 2, aanhef en onder b en c, is niet van toepassing op de politie en de krijgsmacht met betrekking tot springstoffen die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet onderdeel vormen van de officiële militaire instrumenten.

Artikel 6

1. Artikel 2, aanhef en onder b, is gedurende vijftien jaar na inwerkingtreding van het verdrag ten aanzien van een staat niet van toepassing op de politie en de krijgsmacht van die staat met betrekking tot springstoffen die voor de inwerkingtreding van het verdrag ten aanzien van die staat aldaar zijn vervaardigd of binnengekomen.

2. Artikel 2, aanhef en onder b, is niet van toepassing op de politie en de krijgsmacht van een staat die partij is bij het verdrag met betrekking tot springstoffen die op het tijdstip van inwerkingtreding van het verdrag ten aanzien van die staat onderdeel vormen van de officiële militaire instrumenten.

Artikel 7

Met betrekking tot het toezicht op de naleving van deze wet is Hoofdstuk IV van de Wet explosieven voor civiel gebruik van toepassing.

Artikel 8

1. Met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft hij die handelt in strijd met artikel 2.

2. De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven.

Artikel 8a

Deze wet is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, met dien verstande dat:

a. a. in afwijking van de artikelen 3 en 4 de erkenning voor het mogen vervaardigen, opslaan, gebruiken, overbrengen of verhandelen van explosieven is verleend door de door Onze Minister van Justitie en de Minister van Economische Zaken aangewezen autoriteiten. Van dit besluit tot aanwijzing wordt mededeling gedaan in de Staatscourant; b. b. in afwijking van artikel 7:

      1°.
      met controle op de naleving van deze wet zijn belast:
      
        
          
          de bij of krachtens artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES aangewezen ambtenaren;
        
        
          
          de door Onze Minister van Justitie, in overeenstemming met Onze andere Ministers, wie het aangaat, aangewezen ambtenaren;
        
        
          
          de ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane, en
        
      
    
    
      2°.
      de onder a bedoelde ambtenaren  voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van voornoemde controlerende taak nodig is  bevoegd zijn:
      
        
          
          inzage te vorderen van gegevens en bescheiden alsmede daarvan kopieën te maken;
        
        
          
          elke plaats te betreden;
        
        
          
          zaken te onderzoeken, aan opneming te onderwerpen en daarvan monsters te nemen en daartoe verpakkingen te openen;
        
        
          
          vervoermiddelen en daarmee vervoerde lading te onderzoeken.

1°. 1°. met controle op de naleving van deze wet zijn belast:

          
          de bij of krachtens artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES aangewezen ambtenaren;
        
        
          
          de door Onze Minister van Justitie, in overeenstemming met Onze andere Ministers, wie het aangaat, aangewezen ambtenaren;
        
        
          
          de ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane, en

de bij of krachtens artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES aangewezen ambtenaren; de door Onze Minister van Justitie, in overeenstemming met Onze andere Ministers, wie het aangaat, aangewezen ambtenaren; de ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane, en 2°. 2°. de onder a bedoelde ambtenaren voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van voornoemde controlerende taak nodig is bevoegd zijn:

          
          inzage te vorderen van gegevens en bescheiden alsmede daarvan kopieën te maken;
        
        
          
          elke plaats te betreden;
        
        
          
          zaken te onderzoeken, aan opneming te onderwerpen en daarvan monsters te nemen en daartoe verpakkingen te openen;
        
        
          
          vervoermiddelen en daarmee vervoerde lading te onderzoeken.

inzage te vorderen van gegevens en bescheiden alsmede daarvan kopieën te maken; elke plaats te betreden; zaken te onderzoeken, aan opneming te onderwerpen en daarvan monsters te nemen en daartoe verpakkingen te openen; vervoermiddelen en daarmee vervoerde lading te onderzoeken.

Artikel 9

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 10

Deze wet wordt aangehaald als: Wet inzake het merken van kneedspringstoffen.