rijk/wet/wet-subsidiëring-landelijke-onderwijsondersteunende-activiteiten-2013/BWBR0034162/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

228 lines
14 KiB
Markdown
Raw Permalink Blame History

This file contains invisible Unicode characters

This file contains invisible Unicode characters that are indistinguishable to humans but may be processed differently by a computer. If you think that this is intentional, you can safely ignore this warning. Use the Escape button to reveal them.

---
titel: Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten 2013
bwb_id: BWBR0034162
type: wet
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2022-06-15'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0034162
citeertitel: Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten 2013
---
# Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten 2013
### Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- *instelling:* rechtspersoon die op grond van artikel 2, 3, 3a of 3b subsidie ontvangt,
- *kennisveld:* instellingen waaraan beroepsonderwijs of een opleiding educatie als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs wordt verzorgd of geëxamineerd, instellingen en academische ziekenhuizen als bedoeld in artikel 1.2 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, en de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek,
- *Onze Minister:* Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
### Artikel 2
**1.**
Stichting leerplanontwikkeling heeft tot taak:
a. a.
het ontwikkelen en onderhouden van landelijke leerplankaders,
b. b.
het ondersteunen en adviseren van Onze Minister met betrekking tot leerplanontwikkeling,
c. c.
het uitvoeren van onderzoek ter ondersteuning van de taken, genoemd in dit artikel, of
d. d.
het uitvoeren van aanvullende activiteiten, niet zijnde activiteiten gericht op het nascholen van leraren, die samenhangen met de taken, genoemd in dit artikel.
**2.** Onze Minister kan Stichting leerplanontwikkeling subsidie verstrekken voor de taken, genoemd in dit artikel.
### Artikel 3
**1.**
Stichting Cito Instituut voor Toetsontwikkeling heeft tot taak:
a. a.
het ontwikkelen en aanbieden van een doorstroomtoets als bedoeld in artikel 45b, derde lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 48c, derde lid, van de Wet op de expertisecentra. De doorstroomtoets is geschikt voor alle leerlingen met uitzondering van de leerlingen bedoeld in artikel 45c, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 48d, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra,
b. b.
adviseren aan het College voor toetsen en examens over de onderwijskundige en psychometrische kwaliteit van een toets of reeks van toetsen als bedoeld in artikel 45b, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 48c, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra en artikel 51a, eerste lid, van de Wet primair onderwijs BES, en doorstroomtoetsen als bedoeld in artikel 45b, derde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 48c, derde lid, van de Wet op de expertisecentra en artikel 51b, eerste lid, van de Wet primair onderwijs BES, op basis van het door het College voor toetsen en examens vastgestelde beoordelingskader, bedoeld in artikel 3a, eerste lid, onderdeel g, van de Wet College voor toetsen en examens, voor de erkenning en jaarlijkse toelating, bedoeld in artikel 3a, eerste lid, onderdelen a tot en met c, van de Wet College voor toetsen en examens,
c. c.
het ontwikkelen van de centrale examens, bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020, de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet educatie en beroepsonderwijs BES,
d. d.
het uitvoeren van onderzoek ter ondersteuning van de taken, genoemd in dit artikel, of
e. e.
het uitvoeren van aanvullende activiteiten die samenhangen met de taken, genoemd in dit artikel.
**2.** Onze Minister kan Stichting Cito Instituut voor Toetsontwikkeling subsidie verstrekken voor de taken, genoemd in het eerste lid.
**3.** Onze Minister kan Stichting Cito Instituut voor Toetsontwikkeling subsidie verstrekken voor het ontwikkelen van de toetsen, bedoeld in artikel 48c, eerste en tweede lid, van de Wet op de expertisecentra.
### Artikel 3a
**1.** Stichting Nuffic is het nationaal informatiecentrum, bedoeld in artikel IX.2, eerste lid, van het Verdrag inzake de erkenning van kwalificaties betreffende hoger onderwijs in de Europese regio (Trb. 2002,137), is belast met de taken, bedoeld in artikel IX.2, tweede lid, van dit verdrag en is daarmee lid van het Europese Netwerk van nationale informatiecentra voor academische mobiliteit en erkenning, bedoeld in artikel X.3 van dit verdrag.
**2.**
Stichting Nuffic is het kennis- en expertisecentrum op het gebied van internationalisering van het onderwijs en is belast met de volgende taken:
a. a.
het desgevraagd verstrekken van advies over de waarde en authenticiteit van een in een ander land dan Nederland behaald diploma of opleidingsdocument
1°.
aan het instellingsbestuur in het kader van de inschrijving van een student of aspirant-student, bedoeld in hoofdstuk 7, titel 2, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
2°.
aan Onze Minister in het kader van de toestemming tot het voeren van de Nederlandse titulatuur, bedoeld in artikel 7.23, derde lid, en artikel 7.23a, derde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
1°. 1°.
aan het instellingsbestuur in het kader van de inschrijving van een student of aspirant-student, bedoeld in hoofdstuk 7, titel 2, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
2°. 2°.
aan Onze Minister in het kader van de toestemming tot het voeren van de Nederlandse titulatuur, bedoeld in artikel 7.23, derde lid, en artikel 7.23a, derde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
b. b.
het desgevraagd adviseren van Onze Minister over de vergelijkbaarheid van opleidingen buiten Nederland of buiten het eigen openbaar lichaam met het oog op toekenning van studiefinanciering respectievelijk studiefinanciering BES voor een vergelijkbare opleiding in de zin van artikel 2.14 van de Wet studiefinanciering 2000 respectievelijk artikel 2.9 van de Wet studiefinanciering BES, voor zover het een ho-student als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet studiefinanciering BES betreft;
c. c.
het publiek beschikbaar stellen van informatie over internationalisering binnen het onderwijs;
d. d.
het desgevraagd adviseren van Onze Minister over het beschikbaar stellen van beurzen die de internationalisering bevorderen;
e. e.
het ontwikkelen en uitvoeren van overige activiteiten ter bevordering van de internationalisering binnen het onderwijs.
**3.** Onze Minister kan Stichting Nuffic subsidie verstrekken voor de taken, genoemd in dit artikel.
**4.** Onze Minister kan Stichting Nuffic aanwijzingen van algemene aard geven met betrekking tot de uitoefening van de taken, genoemd in het eerste en tweede lid.
**5.** Indien Stichting Nuffic naar het oordeel van Onze Minister de taken, bedoeld het eerste en tweede lid, ernstig verwaarloost, en de door Onze Minister hierover gegeven aanwijzingen niet opvolgt, kan Onze Minister de noodzakelijke voorzieningen treffen. De voorzieningen worden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, niet eerder getroffen dan nadat Stichting Nuffic in de gelegenheid is gesteld om binnen een door Onze Minister te stellen termijn alsnog de taken, genoemd het eerste en tweede lid, naar behoren uit te voeren.
**6.** Onze Minister stelt de beide Kamers der Staten-Generaal onverwijld in kennis van de getroffen voorzieningen bedoeld in het vijfde lid.
### Artikel 3b
**1.** Onze Minister kan een rechtspersoon aanwijzen die tot taak heeft het kennisveld te informeren over het beleid van de Europese Unie op het gebied van onderwijs, onderzoek en innovatie en de mogelijkheden die dit beleid biedt.
**2.**
Onze Minister kan de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, in ieder geval intrekken, indien de rechtspersoon:
a. a.
naar het oordeel van Onze Minister zijn taak niet langer naar behoren uitoefent;
b. b.
niet voldoet aan hetgeen bij of krachtens de Comptabiliteitswet 2016 is bepaald;
c. c.
niet voldoet aan de in de aanwijzing gestelde eisen met betrekking tot toezicht en verantwoording; of
d. d.
het overleg, bedoeld in het derde lid, niet in voldoende mate pleegt.
**3.** De rechtspersoon pleegt over de uitoefening van haar taak geregeld overleg met de vertegenwoordigers van het kennisveld.
**4.** Onze Minister kan de rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, subsidie verstrekken voor de taken, genoemd in dit artikel.
### Artikel 4
Subsidies voor de taken, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met c, en artikel 3, eerste lid, onderdelen a tot en met c, artikel 3a en artikel 3b, worden per boekjaar verstrekt.
### Artikel 5
Onze Minister maakt eenmaal per twee jaar voor 1 april een Kaderbrief SLOA voor SLO en Cito bekend op het terrein van leerplanontwikkeling en de doelen van toetsen en examens. De Kaderbrief SLOA voor SLO en Cito heeft betrekking op de twee kalenderjaren die volgen op het jaar waarin de brief bekend wordt gemaakt.
### Artikel 5a
**1.** Onze Minister maakt eenmaal per twee jaar voor 1 april een Kaderbrief SLOA internationalisering bekend op het terrein van de taken, genoemd in de artikelen 3a en, indien hieraan toepassing is gegeven, 3b. Deze Kaderbrief heeft betrekking op de twee kalenderjaren die volgen op het jaar waarin de brief bekend wordt gemaakt.
**2.** In afwijking van het eerste lid, wordt de kaderbrief voor de eerste maal bekend gemaakt binnen drie maanden na inwerkingtreding van dit artikel.
### Artikel 6
Onverminderd de mogelijkheden tot weigering van subsidieverlening voor de taken, genoemd in artikel 2 en artikel 3, en de taken, genoemd in artikel 3a en artikel 3b, ingevolge de Algemene wet bestuursrecht kan een subsidieverlening worden geweigerd indien Onze Minister van oordeel is dat:
a. a.
de aanvraag niet past binnen de Kaderbrief SLOA voor SLO en Cito of de Kaderbrief SLOA internationalisering, of
b. b.
mag worden verwacht dat de met subsidiëring beoogde doelstellingen niet worden bereikt.
### Artikel 7
**1.**
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:
a. a.
de aanvraag van een subsidie en de besluitvorming daarover,
b. b.
het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald,
c. c.
de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt,
d. d.
de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend,
e. e.
de verplichtingen van de instellingen,
f. f.
de vaststelling van de subsidie,
g. g.
intrekking en wijziging van de subsidieverlening of subsidievaststelling,
h. h.
de betaling van de subsidie en het verlenen van voorschotten,
i. i.
het verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk, bedoeld in artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht, of
j. j.
andere criteria voor de verstrekking van subsidie.
**2.**
Bij de regels, bedoeld in het eerste lid, wordt voor zover nodig onderscheid gemaakt tussen subsidie voor:
a. a.
de taken, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met c, artikel 3, eerste lid, onderdelen a tot en met c, artikel 3a en 3b, en
b. b.
de taken, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, en artikel 3, eerste lid, onderdeel d.
### Artikel 8
**1.** Onze Minister stelt jaarlijks het bedrag vast dat ten hoogste beschikbaar is voor de verlening van subsidies ten behoeve van de taken, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met c, en artikel 3, eerste lid, onderdelen a tot en met c. Hij bepaalt daarbij hoe het beschikbare bedrag of de beschikbare bedragen worden verdeeld.
**2.** Onze Minister kan jaarlijks het bedrag vaststellen dat ten hoogste beschikbaar is voor de activiteiten, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, en artikel 3, eerste lid, onderdeel d. Hij kan daarbij bepalen hoe het beschikbare bedrag of de beschikbare bedragen worden verdeeld.
**3.** Onze Minister kan jaarlijks het bedrag vaststellen dat ten hoogste beschikbaar is voor de activiteiten, genoemd in artikel 3a en, indien hieraan toepassing is gegeven, artikel 3b. Onze Minister kan daarbij bepalen hoe het beschikbare bedrag of de beschikbare bedragen worden verdeeld.
### Artikel 9
De voor de taken, genoemd in de artikelen 2 tot en met 3b, gebruikte gegevens en de resultaten van die taken worden door de instellingen openbaar gemaakt, tenzij bijzondere omstandigheden zich hiertegen verzetten. Bij ministeriële regeling en bij de subsidieverlening kan worden bepaald dat openbaarmaking geheel of gedeeltelijk achterwege blijft.
### Artikel 10
**1.** Tenzij anders overeengekomen werkt de instelling mee aan het overdragen van intellectuele eigendomsrechten ten behoeve van Onze Minister ter zake van de taken, genoemd in de artikelen 2 tot en met 3b, en doet voor zover de Auteurswet dit toestaat, tevens afstand van persoonlijkheidsrechten als bedoeld in de Auteurswet die haar of haar personeel toebehoren.
**2.** Voor zover de taken, genoemd in de artikelen 2 tot en met 3b, tot stand komen met gebruikmaking van reeds bestaande, niet aan de instelling toekomende intellectuele eigendomsrechten, draagt de instelling zorg voor het verlenen van adequate gebruiksrechten aan Onze Minister.
### Artikel 11
**1.** Met het toezicht op de naleving van de aan de instelling opgelegde verplichtingen zijn belast de bij besluit van Onze Minister aan te wijzen personen.
**2.** Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
**3.** De toezichthouder beschikt niet over de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 5:18 en 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht.
### Artikel 12
**1.** Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
**2.** Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de Wet wettelijke taken internationalisering onderwijs aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
### Artikel 12a
**1.** Wijzigt het wetsvoorstel centrale eindtoets en leerling- en onderwijsvolgsysteem primair onderwijs (Kst. 33157).
**2.** Wijzigt de Wet College voor examens.
### Artikel 13
**1.** Na de inwerkingtreding van deze wet berust de Regeling OCW-subsidies mede op artikel 7 van deze wet.
**2.** De Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten wordt ingetrokken.
### Artikel 14
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
### Artikel 15
Deze wet wordt aangehaald als: Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten, met vermelding van het jaartal van het Staatsblad waarin zij zal worden geplaatst.