40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
21 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Wet uitvoering antidopingbeleid | BWBR0041439 | wet | geldend | 2023-08-15 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0041439 | Wet uitvoering antidopingbeleid |
Wet uitvoering antidopingbeleid
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- Algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PbEU 2016, L 119);
- antidopingorganisatie: organisatie als bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, van het op 19 oktober 2005 tot stand gekomen Internationaal verdrag tegen doping in de sport (Trb. 2006, 194);
- Beoordelingscommissie dopingzaken: de Beoordelingscommissie dopingzaken, genoemd in artikel 14, eerste lid;
- betrokkene: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 4 van de Algemene verordening gegevensbescherming;
- dispensatie: ontheffing voor het gebruik voor therapeutische doeleinden van een bij of krachtens een dopingreglement verboden stof of methode;
- Dopingautoriteit: autoriteit, genoemd in artikel 4;
- dopingcontroleproces: proces tot vaststelling van een mogelijke overtreding van een dopingreglement;
- dopingreglement: document dat regels bevat op het gebied van doping en dat is vastgesteld door een sportorganisatie of een antidopingorganisatie;
- internationale standaarden: internationale standaarden voor technische en operationele aspecten van het antidopingbeleid, met inbegrip van bijbehorende technische documenten, die door het Wereld Anti-Doping Agentschap worden vastgesteld op grond van de Wereld Anti-Doping Code en op de website van het Wereld Anti-Doping Agentschap worden gepubliceerd;
- Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
- persoonsgegeven: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 4 van de Algemene verordening gegevensbescherming;
- gegevens over gezondheid: gegevens als bedoeld in artikel 4 van de Algemene verordening gegevensbescherming;
- sporter: persoon die sport beoefent en die gebonden is aan een dopingreglement;
- sportorganisatie: nationaal georganiseerd verband van sporters dat rechtspersoonlijkheid bezit, alsmede een koepelorganisatie van dergelijke verbanden;
- topsportgroep: ingevolge artikel 6, eerste lid, onderdeel b, door de Dopingautoriteit aangewezen groep van sporters die vanwege het niveau van sportbeoefening een verhoogd risico lopen op overtreding van een dopingreglement;
- verblijfsgegeven: persoonsgegeven met betrekking tot de verblijfplaats van een sporter op gevraagde data en aangegeven tijdstippen, alsmede zijn contactgegevens;
- Wereld Anti-Doping Agentschap: stichting die op 10 november 1999 werd opgericht en die tot doel heeft de strijd tegen het gebruik van doping in de sport te bevorderen en te coördineren op internationaal niveau;
- Wereld Anti-Doping Code: door het Wereld Anti-Doping Agentschap vastgestelde document dat de basis vormt voor dopingreglementen en het mondiale antidopingbeleid en dat ingevolge artikel 3 is bekendgemaakt.
Artikel 2
1. Iedere sporter draagt ervoor zorg dat hij in het belang van een dopingvrije sport handelt in overeenstemming met een voor hem bindend dopingreglement.
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is een sporter die behoort tot de topsportgroep in het belang van een dopingvrije sport verplicht tot het verstrekken van zijn verblijfsgegevens aan de Dopingautoriteit.
3. Indien een sporter wordt onderworpen aan een dopingcontroleproces en zich verzet tegen het afnemen en verzamelen van lichaamsmonsters vinden die afname en verzameling niet bij hem plaats.
Artikel 3
1. Onze Minister draagt zorg voor de bekendmaking van de Wereld Anti-Doping Code en wijzigingen daarvan in de Staatscourant.
2. De bekendmaking kan geschieden in de Engelse taal.
Hoofdstuk 2. De Dopingautoriteit
Artikel 4
1. Er is een Dopingautoriteit.
2. De Dopingautoriteit is gevestigd te Capelle aan den IJssel.
3. De Dopingautoriteit bezit rechtspersoonlijkheid.
4. De Dopingautoriteit is de nationale antidopingorganisatie, bedoeld in de Wereld Anti-Doping Code.
Artikel 5
1.
De Dopingautoriteit heeft tot taak:
a. a. het bestrijden van doping in de sport; b. b. het uitvoeren van het dopingcontroleproces; c. c. het verzamelen en onderzoeken van informatie over mogelijke overtredingen van een dopingreglement; d. d. het geven van voorlichting over doping; e. e. andere door Onze Minister opgedragen taken die verband houden met het bestrijden van toepassing van doping in de sport.
2. De taken, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, worden uitgevoerd in overeenstemming met de Wereld Anti-Doping Code en internationale standaarden.
Artikel 6
1.
De Dopingautoriteit is ter uitvoering van het dopingcontroleproces bevoegd tot:
a. a. het beoordelen van verzoeken tot dispensatie, alsmede het verlenen van dispensatie; b. b. het nemen van besluiten over de samenstelling van de topsportgroep; c. c. het selecteren en aanwijzen van de personen bij wie lichaamsmonsters zullen worden afgenomen; d. d. het afnemen, verzamelen en analyseren van lichaamsmonsters; e. e. het beheren van de resultaten van het laboratoriumonderzoek; f. f. het deelnemen aan tuchtrechtelijke procedures; en g. g. het nemen van andere besluiten.
2.
Voorts is de Dopingautoriteit ter uitvoering van haar wettelijke taken bevoegd tot:
a. a. het verwerken van persoonsgegevens, waaronder gegevens over gezondheid; b. b. het verzamelen en verwerken van verblijfsgegevens van de topsportgroep; en c. c. het verstrekken van persoonsgegevens, waaronder gegevens over gezondheid, aan sportorganisaties ten behoeve van de uitvoering van het dopingcontroleproces.
3. Onverminderd het elders in deze wet bepaalde is de Dopingautoriteit ter uitvoering van haar wettelijke taken bevoegd tot het verzamelen en verwerken van informatie uit openbare en andere bronnen, waaronder persoonsgegevens van sporters en van begeleiders van sporters als bedoeld in artikel 2, onderdeel 5, van het op 19 oktober 2005 tot stand gekomen Internationaal verdrag tegen doping in de sport (Trb. 2006, 194), die verband kunnen houden met mogelijke overtredingen van een dopingreglement.
Artikel 7
1. De Dopingautoriteit bestaat uit ten hoogste drie leden onder wie de voorzitter.
2. De leden worden benoemd voor een periode van vier jaar. De leden kunnen worden herbenoemd voor eenzelfde periode.
3. De benoeming en de herbenoeming van de leden geschiedt op de voordracht van een of meer door Onze Minister aangewezen sportorganisaties. De voorgedragen kandidaat-leden voldoen aan de functieprofielen die door Onze Minister, de Dopingautoriteit en de door Onze Minister aangewezen sportorganisatie of sportorganisaties gezamenlijk zijn opgesteld.
4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de procedures die worden gevolgd bij de voordracht van de kandidaat-leden en bij de gezamenlijke opstelling van de functieprofielen, bedoeld in het derde lid.
Artikel 8
1. De Dopingautoriteit stelt een bestuursreglement vast en maakt dit openbaar.
2. Het bestuursreglement, bedoeld in het eerste lid, bevat in elk geval regels over de taakuitoefening, samenwerking en besluitvorming door de leden van de Dopingautoriteit, integriteit, mandaat en volmacht.
Artikel 9
De kosten van de Dopingautoriteit worden bestreden uit de rijksbegroting, inkomsten uit tarieven en andere inkomsten.
Artikel 10
1. De kosten die samenhangen met het verrichten van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdelen b en e, kunnen ten laste worden gebracht van degene ten behoeve van wie deze werkzaamheden worden verricht.
2. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald op welke wijze de betrokkenheid van een of meer door Onze Minister aangewezen sportorganisaties wordt gewaarborgd bij de totstandkoming van tarieven als bedoeld in het eerste lid.
3. Indien Onze Minister goedkeuring onthoudt aan het besluit tot vaststelling van de begroting, wordt de hoogte van de tarieven, bedoeld in het eerste lid, bij ministeriële regeling vastgesteld. De door Onze Minister vastgestelde tariefhoogten kunnen maximumbedragen zijn.
Artikel 11
Artikel 22, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, is niet van toepassing op besluiten van de Dopingautoriteit.
Artikel 12
1. De Dopingautoriteit verstrekt het openbaar ministerie, de Inspectie gezondheidszorg en jeugd en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit de gegevens die zij behoeven voor de uitvoering van hun taken.
2.
Voorts kan de Dopingautoriteit persoonsgegevens, waaronder gegevens over gezondheid, verstrekken aan:
a. a. antidopingorganisaties van de lidstaten van de Europese Unie; en b. b. antidopingorganisaties in andere staten.
3. De Inspectie gezondheidszorg en jeugd en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit verstrekken de Dopingautoriteit de gegevens die zij behoeft voor de uitvoering van haar taken, met uitzondering van gegevens over gezondheid.
4. De inspecteur, bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene douanewet, verstrekt de Dopingautoriteit de gegevens die zij behoeft voor de uitvoering van haar taken, voor zover de Dopingautoriteit daarom verzoekt.
5. Sportorganisaties zijn bevoegd persoonsgegevens, waaronder persoonsgegevens betreffende iemands gezondheid, die zij ontvangen van de Dopingautoriteit te verwerken in het kader van de tuchtrechtelijke procedures tegen sporters die worden verdacht van het overtreden van het dopingreglement dat door hun is vastgesteld.
6. De in het eerste tot en met vierde lid bedoelde gegevensverstrekkingen vinden niet plaats indien de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen daardoor onevenredig wordt geschaad.
7.
Onverminderd het bepaalde in het zesde lid vindt de verstrekking van persoonsgegevens aan antidopingorganisaties, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, uitsluitend plaats indien:
a. a. de verstrekking noodzakelijk is voor de uitvoering van het dopingcontroleproces; en b. b. inzage in de verstrekte gegevens wordt beperkt tot de organisaties wier toegang tot de gegevens noodzakelijk is voor de uitvoering van het dopingcontroleproces.
Artikel 13
1. De gegevensverwerkingen, bedoeld in artikel 6, tweede lid, vinden uitsluitend plaats voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van het dopingcontroleproces.
2. De Dopingautoriteit is verantwoordelijke als bedoeld in artikel 4 van de Algemene verordening gegevensbescherming, voor de gegevensverwerkingen, bedoeld in artikel 6, tweede en derde lid.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de gegevensverwerkingen, bedoeld in artikel 6, tweede en derde lid, en de gegevensverstrekking, bedoeld in artikel 12, tweede lid, aanhef en onderdeel b.
Hoofdstuk 3. Administratief beroep bij de Beoordelingscommissie dopingzaken
Afdeling 3.1. Algemene bepalingen
Artikel 14
1. Er is een Beoordelingscommissie dopingzaken.
2. De Beoordelingscommissie dopingzaken heeft haar zetel in een door Onze Minister te bepalen gemeente.
Artikel 15
1.
De Beoordelingscommissie dopingzaken is als beroepsorgaan belast met het beroep tegen besluiten van de Dopingautoriteit die genomen worden ter uitvoering van artikel 5, eerste lid, onder a, b of c voor zover ingevolge de Wereld Anti-Doping Code of internationale standaarden die besluiten appellabel zijn, tenzij ingevolge de Wereld Anti-Doping Code of internationale standaarden het Hof van Arbitrage voor Sport:
1°. 1°. exclusief bevoegd is om te oordelen over het besluit, of 2°. 2°. niet exclusief bevoegd is, maar het besluit voorligt bij het Hof van Arbitrage voor Sport.
2. Het beroep bedoeld in het eerste lid kan worden ingediend door een natuurlijk persoon of rechtspersoon die ingevolge de Wereld Anti-Doping Code of internationale standaarden daartoe bevoegd is.
3. Bij de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, kunnen persoonsgegevens, waaronder gegevens over gezondheid, andere bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard, worden verwerkt.
4. De Beoordelingscommissie dopingzaken is ter uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, ook bevoegd tot het verstrekken van gegevens en persoonsgegevens, waaronder bijzondere persoonsgegevens en gegevens van strafrechtelijke aard, aan derden, als dit noodzakelijk is met het oog op het uitvoeren van een wettelijke plicht of van een plicht op grond van de Wereld Anti-Doping Code of internationale standaarden.
5. De Beoordelingscommissie dopingzaken neemt bij de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, in elk geval de Wereld Anti-Doping Code en internationale standaarden in acht.
6. Ter uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, maakt de Beoordelingscommissie dopingzaken gebruik van een panel van experts als bedoeld in artikel 17, niet zijnde leden als bedoeld in de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.
Artikel 16
1. De Beoordelingscommissie dopingzaken bestaat uit één lid, de voorzitter.
2. De voorzitter wordt benoemd voor een periode van ten minste 2 jaar en voor maximaal 7 jaar. De benoeming kan na de maximale termijn steeds voor de duur van een jaar worden verlengd.
3. Van het lidmaatschap van de Beoordelingscommissie dopingzaken zijn uitgesloten personen die lid zijn van of werkzaam zijn bij de Dopingautoriteit.
4. De Beoordelingscommissie dopingzaken heeft een secretaris.
Artikel 17
1. Onze Minister benoemt, schorst en ontslaat de personen die onderdeel zijn van een panel van experts en ingezet worden voor het uitvoeren van de taak, bedoeld in artikel 15, eerste lid.
2. Personen als bedoeld in het eerste lid worden benoemd voor een periode van ten minste 2 jaar.
3. Schorsing en ontslag van personen als bedoeld in het eerste lid vindt slechts plaats wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de vervulde functie dan wel wegens andere zwaarwegende in de persoon van de betrokkene gelegen redenen. Ontslag vindt voorts plaats op eigen verzoek.
4. Personen als bedoeld in het eerste lid kunnen niet tevens een aan Onze Minister ondergeschikte ambtenaar zijn of werkzaam zijn bij de Dopingautoriteit.
5. Personen als bedoeld in het eerste lid vervullen geen nevenfuncties die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van de taak of de handhaving van zijn onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.
6. Wanneer een persoon als bedoeld in het eerste lid ingezet wordt om een specifiek beroep te behandelen, wordt een lijst met nevenactiviteiten anders dan uit hoofde van de taak van die persoon beschikbaar gesteld aan belanghebbenden en Onze Minister.
Artikel 18
1. De Beoordelingscommissie dopingzaken kan een vergoeding toekennen aan de personen die onderdeel zijn van het panel van experts, bedoeld in artikel 17, en ingezet worden voor het uitvoeren van de taak, bedoeld in artikel 15, eerste lid.
2. De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, kan in ieder geval zien op reis- en verblijfkosten.
3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld met betrekking tot de vergoeding, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 19
Artikel 21 en 22, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, zijn niet van toepassing op de besluiten van de Beoordelingscommissie dopingzaken.
Afdeling 3.2. Regels over het beroep
Artikel 20
1. In aanvulling op artikel 6:6, van de Algemene wet bestuursrecht, kan het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard, als niet is voldaan aan vereisten die volgen uit de Wereld Anti-Doping Code, de internationale standaarden, of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het beroep, mits de indiener van het beroep de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.
2. Het beroep wordt ook niet-ontvankelijk verklaard als de indiener van het beroep tegen het betreffende besluit al eerder beroep heeft ingediend of als, in voorkomend geval, op het moment dat het besluit werd genomen er geen sprake was van een binding aan een dopingreglement.
Artikel 21
In afwijking van artikel 6:7 en artikel 6:8, van de Algemene wet bestuursrecht, gelden voor de beroepstermijn en de aanvang van de beroepstermijn, als de indiener van het beroep het Wereld Anti-Doping Agentschap is, de termijnen bedoeld in de Wereld Anti-Doping Code.
Artikel 22
In afwijking van artikel 6:12, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, als de indiener van het beroep het Wereld Anti-Doping Agentschap is, geldt voor het Wereld Anti-Doping Agentschap de termijn, bedoeld in de Wereld Anti-Doping Code.
Artikel 23
Het beroep schorst niet de werking van het besluit op waartegen het is gericht, tenzij de Beoordelingscommissie dopingzaken anders bepaalt.
Afdeling 3.3. Regels over het horen
Artikel 24
1. Artikel 7:19 en artikel 7:20, van de Algemene wet bestuursrecht, zijn niet van toepassing.
2. Het horen geschiedt door de personen die onderdeel zijn van het panel van experts, bedoeld in artikel 17, en ingezet worden voor het uitvoeren van de taak, bedoeld in artikel 15, eerste lid.
3. De Beoordelingscommissie dopingzaken kan personen, anders dan belanghebbenden en anders dan de getuigen en deskundigen bedoeld in artikel 7:22, van de Algemene wet bestuursrecht, in de gelegenheid stellen om te worden gehoord.
Artikel 25
1. De Beoordelingscommissie dopingzaken beslist of het horen in het openbaar plaatsvindt.
2. Belanghebbenden en personen als bedoeld in artikel 24, derde lid, worden in elkaars aanwezigheid gehoord.
3. Ambtshalve of op aanvraag kunnen belanghebbenden en personen als bedoeld in artikel 24, derde lid, afzonderlijk worden gehoord, als aannemelijk is dat gezamenlijk horen een zorgvuldige behandeling zal belemmeren of dat tijdens het horen feiten of omstandigheden bekend zullen worden waarvan geheimhouding om gewichtige redenen is geboden.
4. Wanneer belanghebbenden en personen als bedoeld in artikel 24, derde lid, afzonderlijk zijn gehoord, worden belanghebbenden op de hoogte gesteld van het verhandelde tijdens het horen buiten zijn aanwezigheid.
5. De Beoordelingscommissie dopingzaken kan, al dan niet op verzoek van een der belanghebbenden, toepassing van het vierde lid achterwege laten, voor zover geheimhouding om gewichtige redenen is geboden. Van toepassing van deze bepaling wordt mededeling gedaan.
Afdeling 3.4. Regels over de beoordeling door en het besluit van de Beoordelingscommissie dopingzaken
Artikel 26
Als het beroep ontvankelijk is, toetst de Beoordelingscommissie dopingzaken het bestreden besluit waarop het beroep ziet ten behoeve van de beoordeling in ieder geval aan:
a. a. de Wereld Anti-Doping Code en internationale standaarden; b. b. het bepaalde bij of krachtens deze of bij of krachtens enig andere wet gesteld vereiste; c. c. het van toepassing zijnde dopingreglement.
Artikel 27
In afwijking van artikel 7:24, vierde lid, Algemene wet bestuursrecht, kan de Beoordelingscommissie dopingzaken het besluit voor ten hoogste zes weken verdagen. De Beoordelingscommissie dopingzaken doet hiervan schriftelijk mededeling aan belanghebbenden.
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Artikel 28
Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zendt binnen vier jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
Artikel 29
Na inwerkingtreding van artikel I van de Wet van 19 april 2023 tot wijziging van de Wet uitvoering antidopingbeleid houdende instelling van de Beoordelingscommissie dopingzaken (Stb. 2023, 143), worden de bij de Bezwaarcommissie nationaal Dopingreglement lopende procedures tegen besluiten van de Dopingautoriteit voor zover ingevolge de Wereld Anti-Doping Code of internationale standaarden die beslissingen appellabel zijn, bedoeld in het Reglement bezwaarcommissie nationaal dopingreglement van 1 november 2021, overgedragen aan de Beoordelingscommissie dopingzaken. De Beoordelingscommissie dopingzaken beoordeelt en verricht de afhandeling van deze procedures in overeenstemming met het bepaalde in deze wet, zoals die luidt na inwerkingtreding van dat artikel.
Artikel 30
1. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
2. Wijzigt deze wet.
Artikel 31
Deze wet wordt aangehaald als: Wet uitvoering antidopingbeleid.