rijk/wet/wet-verhuurderheffing/BWBR0033645/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

3.2 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Wet verhuurderheffing BWBR0033645 wet geldend 2013-07-13 https://wetten.overheid.nl/BWBR0033645 Wet verhuurderheffing

Wet verhuurderheffing

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

Onder de naam verhuurderheffing wordt een belasting geheven van de in artikel 4 vermelde belastingplichtigen.

Artikel 2

In deze wet wordt verstaan onder:

a. a.

    *huurwoning:* in Nederland gelegen voor verhuur bestemde woning die ingevolge artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken als één onroerende zaak wordt aangemerkt, mits de huurprijs van die woning niet hoger is dan het bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag, met uitzondering van woningen die worden verhuurd in het kader van het hotel-, pension-, kamp- en vakantiebestedingsbedrijf aan personen die daar slechts voor een korte periode verblijf houden;

b. b.

    *WOZ-waarde:* de volgens hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde waarde voor 2013.

Artikel 3

Indien er ter zake van een huurwoning meer dan één genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, wordt voor de verhuurderheffing de huurwoning in aanmerking genomen bij degene aan wie de beschikking, bedoeld in artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken, ter zake van die huurwoning op de voet van artikel 24, derde en vierde lid, van de Wet waardering onroerende zaken is bekendgemaakt.

Hoofdstuk 2. Belastingplicht

Artikel 4

Belastingplichtig voor de verhuurderheffing is degene die op 1 januari 2013 het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft van meer dan 10 huurwoningen.

Hoofdstuk 3. Grondslag

Artikel 5

De verhuurderheffing wordt geheven naar het belastbare bedrag.

Artikel 6

Het belastbare bedrag is de som van de WOZ-waarden van de huurwoningen waarvan de belastingplichtige op 1 januari 2013 het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft, verminderd met 10 maal de gemiddelde WOZ-waarde van die huurwoningen.

Hoofdstuk 4. Tarief

Artikel 7

De heffing bedraagt 0,014% van het belastbare bedrag.

Hoofdstuk 5. Wijze van heffing

Artikel 8

De heffing wordt verschuldigd op 1 januari 2013.

Artikel 9

1. De heffing wordt op aangifte voldaan.

2. In afwijking van artikel 10, tweede lid, tweede volzin, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen stelt de inspecteur de termijn voor het doen van aangifte zodanig vast dat deze niet eerder verstrijkt dan 9 maanden na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan.

3. In afwijking van artikel 19, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is de belastingplichtige gehouden de heffing aan de ontvanger overeenkomstig de aangifte te betalen binnen 9 maanden na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Artikel 10

Vervallen

Artikel 11

Vervallen

Artikel 12

1. Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2013.

2. Deze wet vervalt met ingang van 1 januari 2014.

Artikel 13

Deze wet wordt aangehaald als: Wet verhuurderheffing.